Monday, February 23, 2009

Karnaval 2009


Caché


Shirley

De stappenteller

Angandi, mijn overgrootmoeder, liep elke dag, behalve zondag, van Montaña Abou naar Pietermaai om de hele dag voor Shon Huppeldepup te strijken en het huishouden te doen. Zij vertrok om vier uur in de ochtend met een bundel kleren op haar hoofd en liep via de Seru Loraweg en Saliña naar de stad. ’s Middags keerde zij weer te voet terug.

Dit heb ik van horen zeggen, maar wat ik mij van Angandi herinner, is dat zij plankmager was en op haar negentigste nog kaarsrecht liep. Zij was aan het dementeren, elke dag pakte zij haar bundel kleren en maakte zich klaar om te vertrekken. Heel vaak moesten wij haar terughalen, helemaal op het veld van Montaña Abou, waar nu de volkswoningen staan. Zij was de hele dag in het weer en kon geen moment stil zitten. Zij stierf op hoge leeftijd en ik kan mij niet herinneren dat zij ooit ziek was. Dit waren andere tijden.

Tegenwoordig is bewegen een cult geworden. Er worden beloningen in het vooruitzicht gesteld om de mens van zijn stoel af te krijgen. Gezondheidsorganisaties organiseren campagnes voor bedrijven en individuen om in groepsverband een paar stappen te lopen. Wie volhoudt wordt in de bloemetjes gezet. Bedrijven organiseren voor hun werknemers wandeltochten van een half uur, gezonde lunchmaaltijden, gematigde fitness programma’s, gratis of voor de halve prijs, en de werknemer die aan alles meedoet wordt uitgeroepen tot held.

Desondanks klagen de overheden van alle westerse landen dat de kosten van de gezondheidszorg de pan uitrijzen en dat het gebrek aan beweging de grootste boosdoener is. Het is aangetoond dat de zogenaamde welvaartsziekten zoals hoge bloeddruk, hoge cholesterolgehalte, suikerziekte en zelfs bepaalde vormen van kanker bevorderd worden door een zittend leven. Commissies ter bestrijding van obesitas worden opgericht en bemand door te dikke leden. Volksvertegenwoordigers geven niet het goede voorbeeld en zo ook bij ons op Curaçao.

Het is mode om vanaf een bepaalde leeftijd zich in gesprekken zorgen te maken over zijn of haar gewicht en lichaamsomvang (een grote hangbuik bij mannen en te dikke billen bij vrouwen) en om allerlei akelige diëten uit te proberen. Op feestjes worden met een vies gezicht hapjes geweigerd en aanstellerig ‘gewoon’ een glas water uit de kraan besteld. Vaak zonder zichtbare resultaten en je hoort ze klagen: ik eet niets en toch kom ik aan. Vanuit het oogpunt van de fysica natuurlijk je reinste onzin, er bestaat nog zoiets als het materiaalbalans. Ieder pondje gaat door het mondje.

Naast het materiaalbalans, bestaat ook het energiebalans. Je valt alleen af wanneer je meer energie verbruikt dan dat je inneemt. Bij het uitvoeren van je normale dagelijkse werkzaamheden verbruik je energie. Een volwassen man verbruikt gemiddeld 2500 kilocalorieën per dag en een volwassen vrouw gemiddeld 2000 kilocalorieën. Een lekkere stobá met rijst in de Oude Markt tussen de middag is algauw 1500 kcal, twee biertjes 250 kcal en een kop koffie 50 kcal. Zo’n lunch komt dus op een totaal van 1800 kcal. Als het avondeten in orde van 1200 kcal is en het ontbijt 500 kcal, dan is je intake die dag 3500 kcal. Bij een man 1000 kcal teveel. Bij een vrouw laten wij de biertjes weg en een boterham minder, en dan komen wij ook uit op 1000 kcal teveel. Die overtollige calorieën worden opgeslagen in de vorm van vet, een reserve voor slechte tijden.

Wat nu? Die overtollige 1000 kcal moeten verbruikt worden. Dit kan alleen door extra lichaamsactiviteit te ontplooien, bijvoorbeeld wandelen. De moderne mens heeft daar hulp bij nodig. Daarvoor is er een apparaatje op de markt gekomen: de stappenteller. De theorie is dat een persoon tienduizend stappen per dag moet afleggen. Bij een normale lengte en normale stappen komt dit neer op 7.5 km per dag, voor de meeste mensen niet weinig. Een man verbruikt bij het afleggen van 7.5 km gemiddeld 650 kcal en een vrouw 500 kcal. Die tienduizend stappen zijn dus niet toereikend. Meer stappen zitten er niet in. Dan toch maar een happenteller?

K.

Saturday, February 14, 2009

Mijn valentijntje

Zal ik je gezellig in de luren leggen, mijn schat?
Nee, ik heb liever dat je mij een loer draait,
een lekkere, stevige loer.
Een loer zal ik je draaien,
recht voor je raap, mijn duifje.
Als je maar niet onder mijn duiven schiet.
Nee, hoor, recht in de roos,
een roos is een roos is een roos.
Zal ik jou bij de lurven pakken?
Nee, niet doen, hou op, laat los.
Wat flauw, ik ben toch jouw valentijn?
Jij bent mijn valentijntje, kom maar in mijn palankijntje.

K.

Valentine cadeau van Radio Paradise

Monday, February 9, 2009

Chapo Sapu

Chapo, un sapu gordo i rondó
di edat madurá
un tata di famia respetá
tin tres dia sin bini kas.

Esaki nunka no a pasa
e sa keda un dia fo’i kas
ora ku e kue mondi ku Enriki
pa bai kanta den orkesta di kriki
antó didia abri nan den mondi
pone ku nan no por krusa Sabana
i kue kaminda pa kas
pa nan no bin resultá
riba tayó di Shon Ki Kinikini
o den wea di Wa Warawara.

Bisiñanan ta bisa ku
Yubi Chuchubi a kanta
ku Chapo den mondi di mansaliña
a topa un dori mashá bunita
un hobensita ku wowo grandi
antó ku Chapo ta lokamente enamorá .

Chepa, kasá di Chapo, ama di kas desente
ku no ta bai niun kaminda
mama di dies kriatura
pa kolmo tur dies ta muhé
no ta den asuntu di redu
i no a kere loke Yubi a laga sa.

Pero pa su sorpresa
Chepa a haña notisia di Chapo
pa manda su pañanan mondi di mansaliña
pasobra ei el a topa un felisidat
ku e no konosé den Saliña.

Chepa a manda bis’é
ku si e ta asina machu
e mes bin buska su pañanan
i ku ora e dori kaba di plum’é
i santu sali for di su wowonan
e kòrda riba su kriaturanan.


Chapo a hari i a saka un prenda
ku el a kumpra ku e pago di su kanto
un kadena di oro i djamanta
kolog’é na garganta di su dori.

Mala lenganan ta bisa
ku e dori ta tuma Chapo hasi
i ku ora Chapo kue kabes pariba
e dori ta kue kabes pabou.

Un anochi Chapo a bai kanta
bou di lus di bichi di kandela
el a mira un hobensita tur na prenda
den sukú bon ganchá ku un sapu dèftu
un bista ku a lanta Chapo su sospecho.

El a puntra e weter si e konosé e hobensita
e weter a bisa ku su nòmber ta Chepita
parse ku su mama yama Chepa
e ta biba den Saliña, otro banda di Sabana
e sapu dèftu ta doño di marshe di pruga
ku ta bistié tur na prenda
basta e hasi tur loke e sapu bis’é.

Chapo a keda ketu i no a bisa nada
el a bandoná e sitio
kue e kaha di prenda di su dori
hink’é bou di su brasa
krusa Sabana un pia un pia.

Otro banda di Sabana el a bati na porta
Chepa a abri keriendo ku ta Chepita
keda boka abrí di sorpresa
Chapo a entreg’é e kaha di prenda
bira bai sin bisa un pi’e palabra.

Kompader

Saturday, February 7, 2009

Saturday, January 31, 2009

Konosé bo Isla 2009-02: Drank / Bebida



Vraag: Hoe heet de drank bereid uit tamarinde, water en bruine suiker, die men vroeger met funchi at? (Geen ‘awa di tamarein’ of ‘stropi di tamarein’)

Pregunta: Kon yama e bebida trahá di tamarein, awa i suku brùin, ku ántes tabata kom’é ku funchi? (No ‘awa di tamarein’ o ‘stropi di tamarein’)

Sluitingsdatum: zondag 1 maart 2009

Prijs: een cadeaubon van SouperExperience, Schottegatweg Oost.

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2009-01: antwoord



Antwoord: Dit is een Curaçaose marimba gemaakt door de musicus Richard Doest. Het instrument wordt bespeeld door erop te zitten en met de vingers op de toetsen, lenga genoemd, te tokkelen.

Kontesta: Esaki ta un marimba di Kòrsou fabriká pa e músiko Richard Doest. E tokadó ta kai sinta riba e instrumento i ranka e lenganan ku su dede.

Er zijn 4 inzendingen, allemaal goed:

Erich Rene
Jules Marchena
Flavia Vasco de Sousa
Clara Hooi

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnaar is Jules Marchena

Friday, January 30, 2009

John Updike dichtte over zijn dood (NRC HANDELSBLAD 30 januari 2009)


Vlak voor hij op dinsdag overleed, maakte de Amerikaanse schrijver John Updike een gedicht over zijn eigen dood.

Requiem

It came to me the other day:
Were I to die, no one would say,
„Oh, what a shame! So young, so full
Of promise - depths unplumbable!”


Instead, a shrug and tearless eyes
Will greet my overdue demise;
The wide response will be, I know,
„I thought he died a while ago.”


For life’s a shabby subterfuge,
And death is real, and dark, and huge.
The shock of it will register
Nowhere but where it will occur.

Thursday, January 29, 2009

Ramsey Nasr nieuwe Dichter des Vaderlands (NRC HANDELSBLAD, donderdag 29 januari 2009)


Ramsey Nasr (35) is verkozen tot Dichter des Vaderlands. Nasr, ex-stadsdichter van Antwerpen, volgt Driek van Wissen op.

wonderbaarlijke maand

dat was in de wonderbaarlijke maand

van bloesemingen en overvloed

toen mijn borstkas opstoof als papaver

ribben in sierpennen uitwaaierden

mei mijn magere taal openbrak

vergelijkingen vrat als vuur water


ik schaamde mij diep naar poldergewoonte

in loden jas tussen druppel en wind

ongevoelig bij takken struikgewas doornen

had ik licht opgevat

ik wreef haar in

en doorzichtig vernederend fonkelniezen

kwam over mij o wonder daar ging ik

men zou van mij minder uit schamen gaan

maar dit was mijn ziekte baarlijke liefde

(Gedicht van Ramsey Nasr uit de bundel: ‘onhandig bloesemend’ (2004). )

Friday, January 23, 2009

Privilegio di un outor



(Reseta di Outor na Souperexperience, Siman di Kultura, sèptèmber 2007)

Wednesday, January 21, 2009

Gelijkenis

Ik reed het terrein van het gasolinestation op en stopte bij pomp vier. Aan de andere kant stond een oude Peugeot sportwagen, nummerplaat ‘WABI’ gevolgd door een nummer. De bestuurder knikte en groette met een glimlach. Ik kende hem niet, maar ik heb nu eenmaal een vriendelijk gezicht en schreef het daaraan toe. Ik groette terug en liep naar de kassa om te betalen, 50 gulden. Het bleek te veel, de tank was al vol bij 48 gulden en ik morste de rest op de grond. Gasoline is te goedkoop geworden. Daarna reed ik naar de luchtcompressor om mijn banden op te pompen. Daar stond de Peugeot weer.

‘Mag ik u iets vragen, meneer?’ vroeg de bestuurder. ‘Waar ken ik u van? Bent u vroeger geen gedeputeerde geweest?’
‘U vergist zich, kabayero, dat was mijn goede vriend wijlen Cedric Eisden.’
‘Ja, natuurlijk, u lijkt sprekend op hem.’
Ik beaamde dat en stapte in mijn auto. Daar zat hij.
‘Die meneer had het niet tegen jou.’
‘Tegen wie dan?’
‘Tegen mij.’
‘Dan had jij je mond open moeten doen.’
‘Jullie maken er wel een troep van.’
‘Nu overdrijf je, dat beetje benzine dat ik gemorst heb.’
‘Dat bedoel ik niet, ik bedoel het bestuur van het eiland. Sinds ik weg ben, is het er niet beter op geworden.’
‘Je hebt wel een hoge dunk van jezelf. Dan had je maar hier moeten blijven.’

Hij bleef stil. Ik keek opzij. Wij lijken op elkaar, zeggen ze. Ik dacht aan het voorval in de kapperszaak. Ik kwam binnen en ging op de kapstoel zitten. Meneer is dus niet tevreden met de coupe, zei de kapper in een Spaanse versie van het Papiaments. Ik glimlachte afwezig zoals ik altijd doe om het gesprek te frustreren. Normaal gesproken verwacht hij geen antwoord, maar toen blijkbaar wel. Ik heb u gisteren toch geknipt, vroeg hij aan zichzelf twijfelend. Ik ben soms traag van begrip, maar toen ging er een lichtje branden.

‘De kapper heeft mij het voorval verteld, toen ik weer was gaan knippen,’ zei hij terwijl hij mij aankeek. Ik schrok.
‘Dat is ongemanierd,’ sprak ik.
‘Wat?’
‘Gedachten lezen.’

De dame in de auto naast mij voor de verkeerslichten keek mij met bange oogjes aan. Die is hartstikke geschift, zou zij gedacht hebben, die zit in zijn eentje in de auto te praten. Zij was in staat de politie te bellen.
‘Waar moet je naar toe?’ vroeg ik.
‘Nergens, ik ben overal al geweest. Waar gaan jullie naar toe?’
‘Naar de filistijnen. Nee, grapje, Joost mag weten. Wat denk jij?’
‘Houd rekening met Wan Pueblo,’ antwoordde hij en weg was ie.
De auto slingerde van de weg af en kwam in de berm terecht.

Hij is te vroeg weggegaan. Hij wist waar hij het over had, hij was de beste ontwikkelingseconoom die Curaçao gekend heeft. Men zegt dat je een onderwerp pas echt begrijpt, als je het aan een leek kan uitleggen. Hij kon het verschil tussen vraag en aanbod zelfs aan politici uitleggen. Het is misschien het overwegen waard om aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen, waar hij jarenlang gedoceerd heeft, een Cedric Eisden Instituut op te richten, om richting te geven aan Pais Kòrsou.

K.

Tuesday, January 20, 2009

Citaat

"Je kunt de zee niet oversteken door alleen naar het water te staren."

- Rabindranath Tagore Indisch mysticus en dichter 1861-1941

Saturday, January 10, 2009

Driemaal is scheepsrecht

Perucho is een opperbeste kerel, hij is altijd goed geluimd. Wanneer hij lacht, dan schudt zijn dikke buik en slaat hij jou met zijn grote, met olie besmeurde hand op de schouder.
‘Heb je deze al gehoord, Kampion?’
Hij noemt iedereen Kampion en dan vertelt hij een mop die hij al duizend keer heeft verteld. Toch moet je schaterlachen, want hij vertelt hem telkens anders.

Wanneer je zijn erf oprijdt, herkent hij je auto van verre en begint hij alvast een technisch verhaal te verzinnen waar kop noch staart aan zit.
‘Kampion, de bezinksel van de gasoline in de tank verstopt de leidingen, daardoor hapert de gasolinepomp en slaat de motor af, jij rijdt te weinig. Parkeer hem naast die witte Toyota daar.’

Zijn erf is bezaaid met autowrakken waar hij onderdelen uit haalt om andere auto’s mee aan de praat te krijgen. Hij heeft de magische kracht om klanten aan zich te binden. Wie een keer zijn auto voor reparatie bij hem brengt, blijft terugkomen, al is het voor het ijskoude bier dat zijn Colombiaanse vrouw aan het raam verkoopt. Maar eerder omdat Perucho het ene defect verwisseld heeft voor een ander.

Onderweg oefen je de volzinnen waarmee je hem naar zijn grootje gaat sturen en hem duidelijk gaat maken dat dit de laatste keer is dat je de auto brengt voor hetzelfde mankement en dat hij anders een claim aan zijn broek kan verwachten. Maar wanneer hij je met zijn lach begroet en zijn vrouw je omhelst dan vervluchtigen de boze woorden en verwijt je jezelf dat je zo ongeduldig van aard bent.

‘Kampion, que toma, mi amor? Una cerveza bien fría?’
Ik bedank vriendelijk, want de vorige keer ben ik na tien biertjes met Perucho op stap gegaan en in de ochtenduren thuisgekomen, terwijl mijn auto een week lang op zijn erf was blijven staan zonder te starten. Dit overkomt mij geen tweede keer.

‘Kampion, komt er een vrouwtje in Pizza Hut en bestelt een kleine pizza. “Moet ik de pizza in vier of zes stukken snijden, mevrouw?” vraagt de bediende. “Doe maar vier, want zes krijg ik nooit op,” antwoordt het vrouwtje.’
Hij valt bijna om van het lachen. ‘Snap je hem? Zes stukken krijgt zij niet op, mi tata dushi,’ proest hij uit. Zijn vrouw komt aanrennen met een glas water. ‘Perucho, doe rustig aan, denk aan je bloeddruk.’

‘Kampion, jij rijdt nog steeds rond met een gekleurde nummerplaat. Je moet hem inruilen anders riskeer je dat je aangehouden wordt.’
Ik antwoord dat ik daar nog geen tijd voor heb gehad en dat ik die hele toestand met de nummerplaten heel belachelijk vind.
‘Je hebt gelijk, Kampion, het is te gek om los te lopen. Ik heb uren in de rij gestaan om voor de hele buurt nummerplaten op te halen. Deze mensen betalen altijd heel vroeg en voor het hele jaar, net als jij, Kampion.’

De garage van Perucho staat midden in een chique wijk en onder normale omstandigheden was hij allang weggepest door de bewoners. Maar niet in het geval van Perucho. Hij verricht hand-en-spandiensten voor de buren en zij kunnen hem op ieder uur van de dag bellen wanneer zij motorpech of een lekke band hebben.

‘Ja,’ vervolgt Perucho, ‘nu mag ik weer in de rij gaan staan. Al die gestudeerde koppen bij de overheid, kunnen zij hun verstand niet gebruiken? De mensen die op tijd hebben betaald worden nu gestraft omdat zij zo braaf zijn geweest. Begrijp je nu waarom ik pas op het laatste moment betaal en ook maar voor een half jaar. Ik kan mijn geld voor betere dingen gebruiken.’

‘Una cerveza, mi amor?’
Ik kan de verleiding niet weerstaan en bestel ook eentje voor Perucho.
‘Ik begrijp het niet, Kampion. Waarom moeten de mensen hier altijd iets twee keer verkeerd doen, voordat zij het de derde keer goed doen. Waarom kan het niet meteen de eerste keer goed?’
Dat bedoel ik maar net, antwoord ik, driemaal is scheepsrecht.

K.

Sunday, January 4, 2009

Konosé bo Isla 2009-01: muziekinstrument



Dit is een marimba.

Op Curaçao wordt echter een ander muziekinstrument ‘marimba’ genoemd.

Vraag: Beschrijf het instrument dat men op Curaçao ‘marimba’ noemt.


Esaki ta un marimba.

Na Kòrsou sinembargo nan ta yama un otro instrumento ‘marimba’.

Pregunta: Deskribí e instrumento ku nan ta yama ‘marimba’ na Kòrsou.


Sluitingsdatum: zondag 1 februari 2009

Prijs: een cadeaubon van theater Luna Blou .

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2008-12: antwoord

Antwoord: frater M. Radulphus

Het oude volkslied van Curaçao:

Den tur nashon
nos patria ta poko konosí
Den di laman inmenso
e ta pará skondí
Ma tòg nos ta stimele
ariba tur nashon
Su gloria nos ta kanta
di henter nos kurason.

Nos tera ta baranka
i solo ta kima
Pobresa ta nos suerte
i bida ta pisá
Ma dushi ta di biba
trankil i sosegá
gosando di fabornan
di un tera respetá.


Muziek: frater M. Candidus
Tekst: frater M. Radulphus

Er zijn 5 inzendingen, waarvan 2 goed:

Frans Kapteijns
L.J.Chr. Dee
Niels Augusta
Tilly Peters
Yolanda Chakoetoe-Trotman

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Tilly Peters

Tuesday, December 30, 2008

Ja, Tante

Als kind word je geleerd om beleefd te zijn wanneer je tegen ouderen praat. Nu zijn de beleefdheidsvormen in het Papiaments heel subtiel en soms ook ingewikkeld. De grootste boosdoener is het persoonlijk voornaamwoord ‘bo’. Hoe vaak hebben wij een draai om onze oren gehad als kind wanneer wij dat woord gebruikten? Het gebruik van ‘bo’ is verboden. Dit kan leiden tot zeer omslachtige conversaties: ‘Meneer Evers, ik wilde meneer Evers vragen of meneer Evers zo goed wilt zijn om... etc.’ Je wordt er tureluurs van. In het Nederlands gebruikt men ‘jij’ of ‘u’, en de Engelsen hebben zich er makkelijk van afgedaan, zij kennen alleen maar ‘you’.

Wat het gebruik van ‘jij’ of ‘jou’ betreft, zijn de Surinamers erg streng: het mag niet, punt uit, geen discussie. Zo gaat het verhaal van een jongetje dat in een Chinese winkel een broodje wilt bestellen. De jongen, welopgevoed, stapt de winkel binnen en wacht zijn beurt rustig af.
‘Wat moet het zijn, mi boi?’ vraagt de oude Chinees. De jongen aarzelt even.
‘Goede middag, Omoe,’ spreekt hij schuchter, ‘mag ik van u een broodje bakkeljauw, pardon, bakkelu.’

Oudere mensen noem je nooit bij hun echte naam, Maria wordt Iya, Hosé wordt Djo, Elena wordt Nena. De peettante wordt Dina van madrina, of Pepe van peet. Van sommige vrouwen uit de buurt weet niemand hoe zij eigenlijk heten: Yaya, Koma, Chichi. Opmerkelijk is dat alle Surinaamse vrouwen Mevrouw heten en alle Engelse vrouwen Mammy. De titulatuur Shon duidt op een zekere status: Shon Ka, Shon Guillermina, Shon Fil. (Shon Fia, maar die is dood.)

Zo had ik een grootoom die wij Oom Ie noemden. Nu realiseer ik me dat ik nooit heb geweten hoe Oom Ie werkelijk heette. Was het Isaac? Maar de naam Isaac was in die tijd voorbestemd voor blanke joden en Oom Ie had niets van een blanke jood. Hij was een korte zwarte man met hoepelbenen. Het enige wat wit aan hem was, waren zijn haren en zijn tanden. Misschien heette hij wel Federico, een naam die paste bij die tijd. In ieder geval zat er een ‘i’ in zijn naam. Dat zijn naam verkort werd, hoorde zo, hoe ouder hoe korter de aanspreeknaam. Bij Oom Ie kon het niet korter.

Iemand niet direct bij zijn naam noemen heeft niet alleen te maken met beleefdheid. Bij kinderen is het een soort van liefkozing: Poempi, Mamita, Boiki. Of gemakzucht: Broertje, Zusje. Bij sommige figuren is het een eufemisme: Dalakochi, Lagadishi, Blòblò.

Maar wij kunnen ook onbeleefd zijn. ’s Morgens om half acht stappen wij de stampvolle bakkerij annex broodjeszaak binnen en beginnen bij de deur al te schreeuwen: ‘Een broodje mortodella, twee broodjes salami en een met leverworst, aan deze kant juffrouw, voor mij.’
Of wij gooien de deur van het Chinese restaurant open: ‘Chino, porkchop mitar mitar, karbonade met een halve portie rijst en een halve portie patat, en schiet op want mijn auto staat verkeerd geparkeerd.’
De brave Chinees sloft naar de keuken.
‘Chief!’
De Chinees houdt halt bij de klapdeur.
‘Veel saus!’
De Chinees komt na een poosje terug en opent het witte foambakje.
‘Wat wilt u erop, meneer?’
‘Alles!’
(Schud, strooi, schep.)
‘Geen pika!’
‘U zei alles, meneer.’
‘Ja, alles, maar geen pika.’
Wanneer leren wij meneer zeggen tegen de Chinees?

Zo vind ik ook dat wij beleefder moeten zijn tegen mevrouw Bijleveld, zij deelt per slot van rekening de lakens uit. Ik vind dat wij moeten leren om voortaan op alles wat zij zegt welgemanierd te antwoorden. ‘Ja, Tante. Dank u wel, Tante.’

K.

Friday, December 19, 2008

Jat Schildpad

Jat, de wereldwijze schildpad
en groot redenaar
weegt elke toespraak
op de weegschaal van’t geduld

het is …. voor mij … een …gro..te …eer
om … tel … kens … maar weer … in de
ge. le. gen … heid ……..

Elk woordje rekt hij op …
- het sterkste elastiekje valt hierbij in het niet! -
en op de helft van zijn rede
is zelfs zijn trouwste publiek al weer thuis.

Jat heeft vele bestuurszetels ‘be-ze-ten’
van Commissaris van de Molenaars, via
Voorzitter van de stichting: Het Rus-ti-ge Leven
tot zelfs Minister van Onthaasting.

“Ik ben een wijsgeer van formaat”,
zoals hij zelf zei
en filosofeerde dan oneindig lang
over ….. de eeuwigheid.

Voor zijn mede-dieren bedenkt hij
plannen en voert die uit.
Komen er problemen
dan wordt een commissie samengesteld.

Jat maakt op iedereen indruk
-op het gewone volk het meest-
met zwaargewicht-woorden
die niemand begrijpt.

Maar ruzie heeft hij met Dokter Uil
die hem een kale opschepper,
een filosoof van de kouwe grond noemt.
Nee, die twee kunnen niet door één deur.

Jat, in zijn almachtige wijsheid
vermijdt elk contact met Uil,
want de Dokter heeft als doel
Jats ontmaskering gesteld.

Wat nu moet gebeuren is niet makkelijk …
Wanneer doet de gelegenheid zich voor, en…
hoe langzamer Jat praat
hoe sneller zijn hersens werken !

Maar …

Ergens is Jat kwetsbaar, heeft hij
een niet te overwinnen slechte gewoonte
want, zo schertst de schelle ekster …
‘Jat is gokverslaafd!’

Op zekere avond ontmoet Jat zijn maatjes
in het Grote Brandnetelbos
onder een lijsterbesboom
om samen te gaan dobbelen.

Als Jat gaat verliezen, begint hij te filosoferen :

Lieve mensen, denk er wel aan, geld maakt niet gelukkig,
Geld zaait tweedracht, geld werkt corruptie in de hand.
We zijn bijeen om samen een moment van geluk te beleven,
maar ik geloof dat het beter is dat ik vertrek.

Jat staat op en vertrekt … zonder te betalen.
Het dobbelen is voorbij, alle dieren gaan naar huis
en de vrienden blijven sprakeloos achter:

DIT ONRECHT MOET STOPPEN ! NU !

Wanhopig gaan ze naar Dokter Uil:
Dok, zo en zo is gebeurd, u moet ons helpen.

Wel, beste mensen, geldspelletjes zijn tegen mijn principes,
maar omdat het om Jat Schildpad gaat: Ik ben er klaar voor!

Voldaan vertrokken de vrienden
en spraken af dat ze Jat
hetzelfde zouden flikken
als Jat met hun had gedaan.

Aanstaande zondag is onze Koning jarig
er is vanaf ’s morgens vroeg feest.
Het officiële gedeelte is ’s middags,
Jat Schildpad voert ook het woord.

De Koning heeft met al zijn genodigden plaatsgenomen.
Dokter Uil zit op de eretribune.
Als Jat zijn toespraak heeft beëindigd
geeft de dokter een teken aan een van de vrienden.

Majesteit, zou ik een vraag mogen stellen?

Natuurlijk, mijn geliefde onderdaan, vraag wat je wil.

Zeer geachte heer Jat Schildpad,
allesweter en wereldwijd filosoof,
kunt u mij zeggen
wat u onder een dief verstaat?

Jat vindt de vraag wel vreemd
maar zijn geest werkt op topsnelheid:

Een dief neemt iets af van een ander.
Dat hem niet toebehoort.

En als je iets hebt
waar een ander recht op heeft
en je geeft hem dat niet,
ben je dan ook een dief?

Op dat moment kijkt Jat op
ziet Dokter Uil op de tribune
en weet meteen hoe laat het is.

Hij verontschuldigt zich en verdwijnt,
voordat onze Majesteit de Koning begrijpt
wat die trouwe onderdaan eigenlijk bedoelt.


Ja, beter blode Jat dan dode Jat.


(Moi Morkoi, vertaald door Frans Kapteijns)

Tuesday, December 16, 2008

BON PASKU I FELIS AÑA 2009


Moi Morkoi

Moi Morkoi, un sabio riba tur tereno
un orador na tur okashon
ta pisa kada diskurso
riba balansa di pasenshi.

P’ami... ta un gran... pla-ser... i tam-be...
un gran... ho-nor... di a haña... e o-por-tu-ni-dat...

E ta rèk kada palabra
ku asta kakiña ta haña bèrgwensa
i promé ku e yega na mitar kaminda
dia bieu skuchadónan a laga kai pa kas.

Moi a okupá tur puesto den Sabana
komisario di Molina pa Mula Maishi
presidente di Fundashon pa Bon Bida
asta minister di Asuntunan ku no tin purá.

Moi ta un filósofo di taya
esei ta e mes ta bisa
e por sinta oranan largu
filosofiá tokante eternidat.

E ta traha plannan ekselente
pa otro bestia ehekutá
ora problema surgi
e ta forma un komishon.

Moi ta impreshoná tur bestia
mas tantu esunnan humilde
ku palabranan di peso
ku niun no ta komprendé.

El a pega ku Dòktor Palabrua
ku a yam’é un fantochi
un filósofo di awa dushi
nan dos no ta parti un pan.

Moi den su sabiduria profundo
ta evitá tur kontakto ku Palabrua
Dòktor a pone komo meta
pa un dia kita e maskarada di Moi.

Loke a resultá di no ta fásil
niun okashon no ta surgi
mes pokopoko ku Moi ta papia
mes rápido su serebro ta traha.

Pero Moi tin un punto débil
un bisio ku e no por kita
chuchubi a papia den Sabana
ku e ta adikto na wega di plaka.

Anochi den Kunuku di Bringamosa
skondí bou di palu di kibrahacha
e ta topa ku su kompinchinan
pa nan start un wega di dou.

Ora Moi pèrdè, e ta kuminsá filosofiá:

Rumannan kòrda bon, sèn no ta tur kos
sèn ta trese desunion, sèn ta korumpí
nos a bini huntu pa pasa un ratu kontentu
mi ta kere ku ora a yega pa mi retirá.

Moi ta lanta bai sin paga
wega a kaba, tur bestia bai nan kas
e kompinchinan ta keda mira otro:

E abusu akí tin ku stòp awor.

Desesperá nan a bai serka Palabrua:

Dòk tal kos ta pasando, bo tin ku yuda nos.

Wèl, shonnan, wega di plaka ta kontra mi prinsipio
pero komo ta Moi Morkoi, mi ta kooperá.

E kompinchinan a keda satisfecho
nan a bai pa traha nan plan
e anochi ei Moi a hasi mes triki
nos ta hañ’é, e kompinchinan a palabrá.

Djadumingu ta dia di Rei su aña
tin fiesta for di mainta tempran
e parti ofisial ta tuma lugá mèrdia
Moi Morkoi tambe ta un orador.

Shon Rei ta sintá ku tur su invitadonan
Dòktor Palabrua ta den tribuna di honor
ora Moi a kaba ku su diskurso
Dòktor a duna seña na un di e kompinchinan.

Shon Rei ta permití hasi pregunta?

Sigur, mi bon siudadano, puntra loke bo ke.

Distinguido señor Moi Morkoi,
sabio riba tur tereno, filósofo di taya
kon bo ta definí un ladron?

Moi a haña e pregunta straño
pero su mente ta traha ku rapides:

Un ladron ta kita kos for di un otro
ku no ta pertenesé na dje.

Awor si bo tin kos ku un otro
tin derecho riba dje i bo no ta dun’é
tambe bo ta un ladron?

E momento ei Moi a hisa kara
mira Dòktor Palabrua den tribuna
mesora e ta sa kuant’or tin.

El a pidi diskulpa i somentá
promé ku Shon Rei komprendé
kiko e bon siudadano ke men.
Mihó na awa ku pechu ariba.

Monday, December 8, 2008

Obesitas

Meme staat in de deuropening van het huisje op de heuvel en ziet de schoolbus krakend stoppen op de hoofdweg. Een jongen en een meisje stappen uit. Zij gooien hun schooltassen over de greppel, springen die achterna en beginnen aan de klim over de zandweg naar het huisje. Zij zien Meme en beginnen te hollen. Als gazellen springen zij met hun spillebeentjes over de cactussen. Meme ziet ze aan komen rennen en is bang dat zij struikelen. In haar linkerarm draagt zij een vederlichte baby en in haar rechterhand houdt zij een zuigfles vast gevuld met suikerwater die zij in de mond van de baby probeert te stoppen. De baby weigert de fles. Het is de derde fles suikerwater die zij hem voert die dag. Het groene snot loopt uit zijn neus.

De jongen en het meisje zijn gestopt met hollen, iets tussen de cactussen trekt hun aandacht. Een leguaan zeker, denkt Meme. Zij kijkt naar de contouren van haar afgezakte buik onder de slonzige jurk en naar haar hangende borsten. Verschrikkelijk vindt zij haar figuur, maar wat wil je van een vrouw die al voor haar vijfentwintigste vijf kinderen heeft gebaard. Zij woont met drie kinderen in het huisje. De twee andere kinderen wonen bij hun oma’s. Johnny is de oudste, hij is tien, en dan komt Melitsa, zij wordt negen. Plotseling overvalt haar een diepe droefenis. Wat heeft het leven voor zin? Over enkele minuten komen de kinderen binnen en wat moet zij tegen hen zeggen? Zij heeft niets in huis, maar dan ook niets. Een potje met suiker in een schotel met water tegen de mieren is het enige eetbaars in de keuken.

‘Dag Mammie,’ zegt Johnny, ‘wij hebben bijna een leguaan gevangen.’
‘Dag Mammie,’ hijgt Melitsa, ‘ik heb honger.’
Meme antwoordt niet. De twee kinderen lopen door naar de keuken. Meme slikt, zij kan haar tranen niet bedwingen. De baby begint te krijsen. Zij voelt de opwelling om hem in het struikgewas te slingeren. Meme schrikt van haar eigen gedachten.

Johnny komt uit de keuken, uit zijn broekzak steekt een stuk hout. ‘Kom,’ commandeert hij Melitsa, ‘neem een plastic zak mee.’ Meme vraagt niet waar zij naar toe gaan.
Zij verlaten het huis via de keukendeur en dalen de heuvel af. Zij komen langs het huis van Bòisi, de buurjongen van ongeveer vijftien jaar. Hij zit op de stoep voor zijn huis. ‘Waar gaan jullie naar toe in deze hitte?’ Johnny en Melitsa doen alsof zij hem niet horen en versnellen hun pas.

Bij een grote tamarindeboom houdt Johnny halt. ‘Hier zijn de nestjes,’ spreekt hij.
‘Welke nestjes?’ vraagt Melitsa.
‘Van de totolika’s,’ antwoordt Johnny en haalt de katapult uit zijn zak. ‘Ga jij aan die kant staan.’ Nu pas dringt het tot Melitsa door wat Johnny van plan is.
Zij schieten acht totolika’s en doen die in de plastic zak.
‘Wij moeten omlopen,’ zegt Johnny.
‘Als wij omlopen, komen wij te laat thuis,’ antwoordt Melitsa zorgelijk. ‘Ik weet iets.’
Zij haalt zes totolika’s uit de zak en stopt die onder haar jurk. ‘Laten wij gaan,’ zegt ze.

Bòisi ziet hen van verre aankomen en loopt hen tegemoet. ‘Wat hebben jullie in die zak?’
‘Het gaat je niets aan,’ antwoordt Johnny en houdt de zak achter zijn rug. Melitsa loopt door. Bòisi rukt de zak uit Johnny’s hand en schudt die leeg op de grond. ‘Stommeriken, al die tijd hebben jullie maar twee totolika’s geschoten?’ Een hond komt blaffend aanrennen.

Johnny haalt Melitsa in, zij nemen een kortere weg over een geitenpadje tussen de infrou’s. Plots zien zij iets geels onder de struiken. Een grote pompoen. Johnny duwt voorzichtig de infrou’s weg met een stok.

Na het eten zitten zij met zijn allen in de schaduw van het huis uit te rusten, de baby slaapt voldaan.
’s Avonds leest Meme in de krant dat Curaçao een alarmerend hoog aantal inwoners met overgewicht en obesitas heeft. Zij snapt er niets van.

K.

Sunday, December 7, 2008

Konosé bo Isla 2008-12: Een lied / un kantika

Nos tera ta baranka
i solo ta kima
Pobresa ta nos suerte
i bida ta pisá


Vraag: Bovenstaande tekst is onderdeel van een lied. Wie heeft het lied geschreven?

Pregunta: E teksto ariba ta parti di un kantika. Ken a skirbi e kantika?



Sluitingsdatum: zondag 4 januari 2009

Prijs: een cadeaubon van boekhandel Mensing

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2008-11: antwoord

Antwoord:

‘Kombitu sin noi, ta fiesta di kachó’

Een ongenode gast die niet welkom is.

Un persona ku ta presentá na un fiesta sin invitashon.


Er zijn 8 inzendingen, waarvan 6 goed:

Marreline Schoop
Farienne
Tony Soliana
L.J.Chr. Dee
Frans Kapteijns
Yolanda Chakoetoe-Trotman
Joan Augusta
Niels Augusta

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Marreline Schoop

Monday, December 1, 2008

De nieuwe allochtoon

Ton, de nieuwe allochtoon
een gastpersoon op eigen rots
zit voor zich uit te dromen in Rincon
van vroeger, arm maar trots.

Nu is er rijkdom en overvloed
bedrijvigheid, groei, het kan niet op
maar Ton’s eigenheid is bankroet
wat dan nog, denkt hij hardop.

Ton, zit niet zo te maffen man
schiet op, de boot moet rap te water
ik moet varen naar Ispahan
roep Bubuchi, die is zeker zo zat als een ladder.

Straks verwijs ik jullie allebei
naar de index dagdromerij
zo komen jullie nooit vooruit
maar Ton heeft inmiddels een leguanenhuid.

K.

Dosente, mi ta konta ku bo

Dosente,

Mi’n sa
Pero mi ke sa
P’esei mi ta serka bo
P’esei mi ke bo yuda mi

Edukashon ta mi úniko speransa
Edukashon lo hisa mi nivel
Edukashon lo yuda mi kumpli
Edukashon ta base pa progreso di un pueblo

No wak mi aparensia
No wak mi fam
No wak mi bario
Wak mi deseo pa progresá

Mi ta konfia den bo
Mi ta sigui bo instrukshon
Mi ta duna tur ku tin
Pa mi progresá

Duna mi guia, sin manipulá mi
Motivá mi, si mi mester desha
Komprondé pa mi, ora mi faya
Sostené mi semper, pa mi logra

Inspirá mi ku bo ehèmpel i dedikashon
Demostrá mi bo atenshon
Pa asina mi komprondé bo pashon
Di e forma ei nos ta krea huntu un mihó nashon

(2008.04.16)

Hensley F. Koeiman
Kaya Moises 7
568-8709

Wednesday, November 5, 2008

Don Gayo Lindo

Yubi Chuchubi, lenga largu, ta kana konta
ku Don Gayo Lindo mainta ta kanta kokoyoko
antó anochi ta zoya merengue ku Patricia Patu
i ta pesei galiña no a sobra orea.

Doña Poyo, un galiña di bon famia
ku no ta permití mal papiá di su kasá
a kunsumí mashá i a informá
Don Gayo Lindo kiko Yubi a laga sa.

Don Gayo Lindo, un gai kòrá potente
su plumanan nèchi striká
un reputashon indiskutibel
di antesedente aristokrátiko
ku un bos severo a kontestá:

Mi ta pon’é paga pa su piká, yama Shon Ki Kinikini
pa mi palabrá kon ta duna e malditu chuchubi un bon sutá.

Shon Ki a presentá i Don Gayo Lindo a instruí:

Shon Ki, awe nochi bo ta bai den mondi di kadushi
huntu ku mi kasá Doña Poyo, boso tur dos disfrasá
bai buska e malditu chuchubi ku ta daña
mi reputashon i bo ta dun’é un bon sutá.

Bo ta puntra e promé para ku bo topa
bou di palu di indju pabou di kurá
ta unda e demoño su nèshi ta.
Ora bo ta bèk bo ta haña
dos webu di chòk pa bo saboriá.

(Pa kasualidat Yubi
sintá den un palu pariba di kurá
a tende tur detaye di e plan.)

Anochi Shon Ki i Doña Poyo, disfrasá
a topa un para den sukú bou di palu di indju
i nan a puntr’é unda e nèshi di Yubi Chuchubi ta.

Ku un bos fini e para a kontestá:


Paranan disfrasá, Yubi Chuchubi
no ta den su nèshi awe nochi
pa e no haña un halá di sota
el a bai den mondi di infrou
bai siña kanta kokoyoko pa kamuflá su bos.
Sigui e sonido i boso ta yega di mes.

Bèrdat, mas aleu nan a tende
kantamentu di kokoyoko pa bai dilanti
nan a sigui e sonido i a yega serka kuchikuchi
pa no avisá Yubi Chuchubi i reda nan mes.

Di repente nan a bula sali, kla pa gara e chuchubi
i dun’é un bon sutá, topa ku Don Gayo Lindo
i Patricia Patu pechu ariba ta zoya
un merengue ku Dios di ta basta.

Kompader