verbaas je niet
vandaag
over coalitie
in de oppositie
verheug je maar
op overleg
en toezicht
en weer overleg
voorlopig zal er
niets veranderen
maar dat is
juist zo slecht
de uitslag is
een cocktail
veel zoet
maar ook veel zuur
gevaarlijk op den duur !
Frans Kapteijns mei 2009
Monday, May 18, 2009
Sunday, May 17, 2009
Dòktor Palabrua
Dòktor Palabrua, ilustre katedrátiko
profesor den astronomia
a pèrdè strea di nòrt.
El a buska na firmamento
anochi tras di anochi
di pariba te pabou
strea di nòrt no ta aparesé.
Ta for di dia ku Mèmi
a kuminsá traha komo kriá
na nèshi di Palabrua
den palu di flamboyan.
Mèmi, un galiña gueni di Isla Ariba
bèl diki, atras pará, ankrá manera betòn
pluma pretu birá lombrante
símbolo di sensualidat .
Dòktor Palabrua, soltero semper di su bida
te na grandi den kas di su mama
semper buki tabata su refugio
ta loko di su kabes.
Kada be ku Mèmi bùk
pa piki kualke potoshi
para riba su tenchi
pa pone kualke kos riba rèki
Palabrua su kurason
ta falta dos sla.
El a bishitá tur biblioteka
tur libreria den Saliña
buska den tur ensiklopedia
kon ta konkistá
Mèmi su amor.
E ta resitá poesia
deklamá poema
skirbi karta amoroso
kanturiá bolero
Mèmi no ta bisa ni bu ni ba.
Anochi e no por sera wowo
e ta oria kada sonido
kada rosea, kada suspiro
ku ta bini for di Mèmi su kuarto
miéntras e ta sofoká den kalor.
Komo último refugio
el a bai pidi konseho
serka su amigu Wa Warawara
di un reputashon diskutibel
pero no tin otro moda di hasi.
Dòk, un hòmber sabí manera abo
ku por konta tur strea na shelu
katedrátiko supremo den Saliña
ta pidi yudansa serka un bobo manera ami?
No preokupá, mi ta papia ku bo galiña gueni
splik’é bo sintimentu sinsero
preparábo pa un matrimonio
si bo ke mi ta para komo testigu.
Wa a desaparesé den kuarto di Mèmi
un ora, dos ora, tres ora a pasa
Palabrua ta pensa: ta un kòmbersashon profundo
Wa sin duda lo tin éksito.
Ata Wa a sali for di e kuarto
su plumanan manera un wantomba
su patanan ta tembla
ta zeilu manera un buraché:
Dòk, bo por peña saka, sigui konta strea numa
lógika di un galiña gueni, hamas abo lo por komprendé.
Kompader
profesor den astronomia
a pèrdè strea di nòrt.
El a buska na firmamento
anochi tras di anochi
di pariba te pabou
strea di nòrt no ta aparesé.
Ta for di dia ku Mèmi
a kuminsá traha komo kriá
na nèshi di Palabrua
den palu di flamboyan.
Mèmi, un galiña gueni di Isla Ariba
bèl diki, atras pará, ankrá manera betòn
pluma pretu birá lombrante
símbolo di sensualidat .
Dòktor Palabrua, soltero semper di su bida
te na grandi den kas di su mama
semper buki tabata su refugio
ta loko di su kabes.
Kada be ku Mèmi bùk
pa piki kualke potoshi
para riba su tenchi
pa pone kualke kos riba rèki
Palabrua su kurason
ta falta dos sla.
El a bishitá tur biblioteka
tur libreria den Saliña
buska den tur ensiklopedia
kon ta konkistá
Mèmi su amor.
E ta resitá poesia
deklamá poema
skirbi karta amoroso
kanturiá bolero
Mèmi no ta bisa ni bu ni ba.
Anochi e no por sera wowo
e ta oria kada sonido
kada rosea, kada suspiro
ku ta bini for di Mèmi su kuarto
miéntras e ta sofoká den kalor.
Komo último refugio
el a bai pidi konseho
serka su amigu Wa Warawara
di un reputashon diskutibel
pero no tin otro moda di hasi.
Dòk, un hòmber sabí manera abo
ku por konta tur strea na shelu
katedrátiko supremo den Saliña
ta pidi yudansa serka un bobo manera ami?
No preokupá, mi ta papia ku bo galiña gueni
splik’é bo sintimentu sinsero
preparábo pa un matrimonio
si bo ke mi ta para komo testigu.
Wa a desaparesé den kuarto di Mèmi
un ora, dos ora, tres ora a pasa
Palabrua ta pensa: ta un kòmbersashon profundo
Wa sin duda lo tin éksito.
Ata Wa a sali for di e kuarto
su plumanan manera un wantomba
su patanan ta tembla
ta zeilu manera un buraché:
Dòk, bo por peña saka, sigui konta strea numa
lógika di un galiña gueni, hamas abo lo por komprendé.
Kompader
Op eigen benen staan
Palu Fè is veertig en woont in het ouderlijk huis. Zijn vader is tachtig en zijn moeder heeft pas haar zeventigste verjaardag gevierd. Fè heeft achter het huis een eigen kamertje bijgebouwd van cementstenen muren en daarop een zinken dak. Om het dak te verstevigen tegen rukwinden heeft hij op alle hoekpunten betonblokken geplaatst. Het kamertje staat verborgen achter een grote tamarindeboom die de hele dag schaduw geeft, zodat het binnen altijd lekker koel is. In het kamertje staat een eenpersoonsbed, een oude kast waarin een paar hemden hangen en een ladekast vol met rommel. Er staat ook een radiootje waar Fè ’s avonds naar luistert als er een voetbal- of een honkbalwedstrijd uitgezonden wordt. In de hoek staat een groen aangeslagen koperen trompet die Fè in geen twintig jaar heeft aangeraakt, een overblijfsel van de blauwe maandag waarop hij in een orkestje speelde. Op de grond liggen oude nummers van Playboy waaruit hele pagina’s zijn uitgescheurd.
Palu Fè werkt niet, althans niet vast, hoewel er voldoende vraag is naar zijn vakmanschap. Fè is een uitstekende draaier, geen draaikont, maar een tovenaar aan de draaibank. Er is niets wat hij niet kan repareren als hij maar in de juiste stemming is. Hij raakt in de juiste stemming op de momenten waarop hij om geld verlegen zit. Veel heeft hij niet nodig. Hij heeft hier en daar ook een paar vriendinnetjes, die hem af en toe wat zakgeld geven.
Pa Ròrò, de vader van Fè, staat elke ochtend om half vijf op en vertrekt precies om vijf uur van huis om te gaan vissen. Dat doet hij sinds mensenheugenis. Zijn weg kruist die van Fè soms, maar dan in de tegenoverstelde richting.
‘Ik rij mee, ik ga je helpen,’ zegt Fè.
‘Om de dooie dood niet,’ antwoordt Pa.
Fè loopt door richting huis en ruikt van verre de verse koffie die Ma gezet heeft. In de keuken staat zijn kopje al klaar, zwart met veel suiker.
‘Je zoon blijft je zoon,’ mompelt Ma tegen een denkbeeldige Pa.
Fè drinkt zijn koffie, eet een broodje en ruimt de keuken op om Ma een plezier te doen. Om zes uur sluit hij zich op in zijn kamer, want dan staat Diana op. Hij blijft in zijn kamer tot acht uur, wanneer Diana vertrokken is naar haar werk en komt dan weer tevoorschijn.
Diana is de oudste dochter van zijn oudste zus, zij is vijfentwintig. Zij heeft in Amsterdam kunst of zoiets gestudeerd en is pas een half jaar terug uit Nederland. Toen zij klein was, was zij een heel joviaal en energiek meisje dat alles durfde. Zij ging vaak met Oom Fè mee naar de mondi om te jagen op totolika’s, tot ongenoegen van haar moeder.
Nu is zij een vreselijke etter, vindt Palu Fè. Zij heeft hem een keer een parasiet genoemd. Fè heeft het woord opgezocht in het schoolwoordenboek van Juny. ‘Iemand die ten koste van anderen leeft’. Fè zou haar een draai om haar oren gegeven hebben, als hij het toen meteen begrepen had.
Diana is er overal mee oneens, als je A zegt, zegt zij B en als je B zegt, zegt zij A. Daar valt geen land mee te bezeilen. En zij weet altijd alles beter dan iedereen. Zij weet hoe de armoede aangepakt moet worden, zij weet hoe je een einde kunt maken aan de corruptie, zij weet hoe de criminaliteit teruggedrongen moet worden. Maar zij weet niet eens haar haren te kammen. Die zien eruit als een ragebol.
‘Ga je haren maar eens kammen, in plaats van te ouwehoeren,’ had Fè laatst tegen haar gezegd.
‘U bent mijn oom en ik respecteer u als zodanig, maar u bent een schande voor de familie. Op uw leeftijd kunt u niet eens op eigen benen staan.’
‘Als Curaçao niet eens op eigen benen kan staan, waarom moet ik het kunnen?’
Zij was des duivels.
K.
Palu Fè werkt niet, althans niet vast, hoewel er voldoende vraag is naar zijn vakmanschap. Fè is een uitstekende draaier, geen draaikont, maar een tovenaar aan de draaibank. Er is niets wat hij niet kan repareren als hij maar in de juiste stemming is. Hij raakt in de juiste stemming op de momenten waarop hij om geld verlegen zit. Veel heeft hij niet nodig. Hij heeft hier en daar ook een paar vriendinnetjes, die hem af en toe wat zakgeld geven.
Pa Ròrò, de vader van Fè, staat elke ochtend om half vijf op en vertrekt precies om vijf uur van huis om te gaan vissen. Dat doet hij sinds mensenheugenis. Zijn weg kruist die van Fè soms, maar dan in de tegenoverstelde richting.
‘Ik rij mee, ik ga je helpen,’ zegt Fè.
‘Om de dooie dood niet,’ antwoordt Pa.
Fè loopt door richting huis en ruikt van verre de verse koffie die Ma gezet heeft. In de keuken staat zijn kopje al klaar, zwart met veel suiker.
‘Je zoon blijft je zoon,’ mompelt Ma tegen een denkbeeldige Pa.
Fè drinkt zijn koffie, eet een broodje en ruimt de keuken op om Ma een plezier te doen. Om zes uur sluit hij zich op in zijn kamer, want dan staat Diana op. Hij blijft in zijn kamer tot acht uur, wanneer Diana vertrokken is naar haar werk en komt dan weer tevoorschijn.
Diana is de oudste dochter van zijn oudste zus, zij is vijfentwintig. Zij heeft in Amsterdam kunst of zoiets gestudeerd en is pas een half jaar terug uit Nederland. Toen zij klein was, was zij een heel joviaal en energiek meisje dat alles durfde. Zij ging vaak met Oom Fè mee naar de mondi om te jagen op totolika’s, tot ongenoegen van haar moeder.
Nu is zij een vreselijke etter, vindt Palu Fè. Zij heeft hem een keer een parasiet genoemd. Fè heeft het woord opgezocht in het schoolwoordenboek van Juny. ‘Iemand die ten koste van anderen leeft’. Fè zou haar een draai om haar oren gegeven hebben, als hij het toen meteen begrepen had.
Diana is er overal mee oneens, als je A zegt, zegt zij B en als je B zegt, zegt zij A. Daar valt geen land mee te bezeilen. En zij weet altijd alles beter dan iedereen. Zij weet hoe de armoede aangepakt moet worden, zij weet hoe je een einde kunt maken aan de corruptie, zij weet hoe de criminaliteit teruggedrongen moet worden. Maar zij weet niet eens haar haren te kammen. Die zien eruit als een ragebol.
‘Ga je haren maar eens kammen, in plaats van te ouwehoeren,’ had Fè laatst tegen haar gezegd.
‘U bent mijn oom en ik respecteer u als zodanig, maar u bent een schande voor de familie. Op uw leeftijd kunt u niet eens op eigen benen staan.’
‘Als Curaçao niet eens op eigen benen kan staan, waarom moet ik het kunnen?’
Zij was des duivels.
K.
Friday, May 15, 2009
Ons tegen ons
Sí tegen nò
Tili tegen Tala
Zwart tegen wit
Rijk tegen arm
Miramondi tegen Miramar
Zoon tegen vader
Baas tegen knecht
Nanzi tegen Sese
Wan tegen Jan
Rum tegen wijn
Kroes tegen kuif
Masbangu tegen haring
Hetero tegen homo
Macho tegen mietje
Pot tegen poot
Nènèn tegen Rèkèntèn
Vriend tegen vriend
Broeder tegen broeder
Blousana tegen blòblò
Ons tegen ons
K.
Tili tegen Tala
Zwart tegen wit
Rijk tegen arm
Miramondi tegen Miramar
Zoon tegen vader
Baas tegen knecht
Nanzi tegen Sese
Wan tegen Jan
Rum tegen wijn
Kroes tegen kuif
Masbangu tegen haring
Hetero tegen homo
Macho tegen mietje
Pot tegen poot
Nènèn tegen Rèkèntèn
Vriend tegen vriend
Broeder tegen broeder
Blousana tegen blòblò
Ons tegen ons
K.
Sunday, May 3, 2009
Konosé bo Isla 2009-05: Suriname

De gids van de tour in Suriname is een bekende schrijfster.
Vraag: Hoe heet de schrijfster?
E guia di e eskurshon na Sürnam ta un eskritor konosí.
Pregunta: Kon yama e eskritor?
Sluitingsdatum: zondag 7 juni 2009
Prijs: een cadeaubon van The Movies.
Sponsor: Datelnet n.v.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2009-04: antwoord
Antwoord: Papi Kar’i Apel
Er zijn 37 inzendingen, waarvan 25 goed:
Imo Rosario
Max Martina
M Brooks
Reginald Römer
Edward Nahar
Ethel Mercera
Erich Rene
Levens, Norman
L.J.Chr. Dee
Yolanda Chakoetoe
Debbie Fleming
Winsel Peney
Mayra Griejaloe
Pauline Alfonso
Erwin Sophia
Sharine Martina
Elaine Con
Solange Nijdam
Flavia Vasco de Sousa
Lianne Leonora
Aimee L. Kleinmoedig
Ethleen Alders
Joan Augusta
A Poolen
Daya Lindeborg
Regina v/d Biest
Niels Augusta
Loeki Peters
Carol Dick
Henk L. Braam
Rick Voges
Viola Statia
Madelyn Francisco
Frans Kapteijns
Ini Statia
Verna Lopez
Jules Marchena
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnares is Elaine Con
Er zijn 37 inzendingen, waarvan 25 goed:
Imo Rosario
Max Martina
M Brooks
Reginald Römer
Edward Nahar
Ethel Mercera
Erich Rene
Levens, Norman
L.J.Chr. Dee
Yolanda Chakoetoe
Debbie Fleming
Winsel Peney
Mayra Griejaloe
Pauline Alfonso
Erwin Sophia
Sharine Martina
Elaine Con
Solange Nijdam
Flavia Vasco de Sousa
Lianne Leonora
Aimee L. Kleinmoedig
Ethleen Alders
Joan Augusta
A Poolen
Daya Lindeborg
Regina v/d Biest
Niels Augusta
Loeki Peters
Carol Dick
Henk L. Braam
Rick Voges
Viola Statia
Madelyn Francisco
Frans Kapteijns
Ini Statia
Verna Lopez
Jules Marchena
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnares is Elaine Con
De armoedegrens
Dèdè staat pontificaal in de deuropening met een sigaret in haar mond, op de uitkijk naar een slachtoffertje. Ik zie haar en glip een zijsteegje in. Te laat, zij heeft mij gezien.
‘Hé, jij daar, kwajongen, kom eens hier.’
Er zit niets anders op. ‘Goedemiddag, Dèdè.’
Dèdè is een rijzige zwarte vrouw van Engelse afkomst. Zij heeft een lange halfdoorzichtige jurk aan, gescheurd aan de ene kant. De jurk stinkt naar vettige afwaswater. Zij draagt geen beha en haar tieten hangen slap tot op haar buik. Haar grijze vlechtjes wijzen alle kanten uit. Zij praat met de sigaret in haar mond.
‘Waar ga je naar toe?’ vraagt zij, maar wacht niet op antwoord. Zij stopt een kwartje in mijn hand. ‘Koop een kwartje slaolie.’ Ik knik en wil wegrennen.
‘Kwajongen!’ Ik blijf staan. Zij geeft mij een stuiver. ‘Koop ook een snoepje voor jezelf.’
‘Ja, Dèdè,’ antwoord ik blij en ik ren weg.
‘Goede middag’, roep ik al tien minuten aan het venster, maar er is geen teken van leven in het winkeltje. ‘Goede middag, mevrouw,’ roep ik weer.
‘Ja, ja, ik kom, wie schreeuwt daar zo ongeduldig, kan een mens niet even rusten?’ De oude Chichita komt aansloffen. Blijkbaar heb ik haar in haar middagdutje gestoord. Zij kijkt nors. ‘Wat moet het zijn?’
‘Een kwartje slaolie.’
‘Geef mij de fles.’
‘De fles?’ vraag ik met geveinsde verbazing.
‘Waar moet ik de olie anders in doen? In je handen, misschien? Voor wie is de olie?’
‘Voor Dèdè,’ biecht ik op.
‘Dèdè?’ schreeuwt Chichita, ‘die zwarte schurk. Zij is mij meer dan een maand vijf gulden schuldig. Daarom komt zij niet zelf en stuurt onschuldige jongetjes. Zeg haar dat zij zelf moet komen, dan kan ik haar de waarheid vertellen. Het land waar zij vandaan komt, dáár kan zij de mensen bestelen, hier niet. Hier zijn wij niet achterlijk. Hier hebben wij allemaal scholing gehad en eten met mes en vork. Wij lopen ook niet in gescheurde jurken rond...’
Ik hoor haar stem nagalmen in de verte. Zij heeft het kwartje niet teruggeven.
Het belletje van de ijscokar komt dichterbij.
‘Ik heb een stuiver,’ zeg ik tegen Ronnie, de buurjongen.
Ronnie denkt even na en voelt diep in zijn broekzak. ‘Ik heb een dubbeltje,’ zegt hij weifelend en tovert een muntstukje tevoorschijn. Ik bekijk het geldstuk.
‘Dit is een vals dubbeltje,’ zeg ik, ‘van karton.’
‘De Portugees merkt er niks van, hij kan niet eens tellen,’ zegt Ronnie stoer, ‘het is mij eerder gelukt. Probeer jij het maar.’
‘Ik niet,’ antwoord ik, een held op sokken.
‘Kompader, stop,’ roept Ronnie, ‘een ijslolly.’
‘Welke smaak?’ vraagt de ijscoman.
‘Drie kleuren,’ zegt Ronnie en geeft het kartonnen dubbeltje aan de Portugees.
Deze gooit het muntje in het geldbakje, maar hoort niet het vertrouwde rinkelend geluid. Ronnie is al verdwenen. De Portugees grijpt mij in de kraag. ‘Bastardos!’
‘Ik heb een stuiver,’ piep ik, ‘een echte.’
‘Waar ben je al die tijd gebleven?’ vraagt mijn moeder, wanneer ik thuis kom. ‘Dèdè vroeg naar jou. Jij bent slaolie voor haar gaan kopen. Wat is er gebeurd?’
Ik antwoord niet en loop door naar de keuken. Er staat een flesje slaolie op tafel.
‘Breng dit naar Dèdè,’ zegt mijn moeder.
‘Nee, dat doe ik niet,’ antwoord ik vastberaden.
Wanneer ontstijgen wij de armoedegrens?
K.
‘Hé, jij daar, kwajongen, kom eens hier.’
Er zit niets anders op. ‘Goedemiddag, Dèdè.’
Dèdè is een rijzige zwarte vrouw van Engelse afkomst. Zij heeft een lange halfdoorzichtige jurk aan, gescheurd aan de ene kant. De jurk stinkt naar vettige afwaswater. Zij draagt geen beha en haar tieten hangen slap tot op haar buik. Haar grijze vlechtjes wijzen alle kanten uit. Zij praat met de sigaret in haar mond.
‘Waar ga je naar toe?’ vraagt zij, maar wacht niet op antwoord. Zij stopt een kwartje in mijn hand. ‘Koop een kwartje slaolie.’ Ik knik en wil wegrennen.
‘Kwajongen!’ Ik blijf staan. Zij geeft mij een stuiver. ‘Koop ook een snoepje voor jezelf.’
‘Ja, Dèdè,’ antwoord ik blij en ik ren weg.
‘Goede middag’, roep ik al tien minuten aan het venster, maar er is geen teken van leven in het winkeltje. ‘Goede middag, mevrouw,’ roep ik weer.
‘Ja, ja, ik kom, wie schreeuwt daar zo ongeduldig, kan een mens niet even rusten?’ De oude Chichita komt aansloffen. Blijkbaar heb ik haar in haar middagdutje gestoord. Zij kijkt nors. ‘Wat moet het zijn?’
‘Een kwartje slaolie.’
‘Geef mij de fles.’
‘De fles?’ vraag ik met geveinsde verbazing.
‘Waar moet ik de olie anders in doen? In je handen, misschien? Voor wie is de olie?’
‘Voor Dèdè,’ biecht ik op.
‘Dèdè?’ schreeuwt Chichita, ‘die zwarte schurk. Zij is mij meer dan een maand vijf gulden schuldig. Daarom komt zij niet zelf en stuurt onschuldige jongetjes. Zeg haar dat zij zelf moet komen, dan kan ik haar de waarheid vertellen. Het land waar zij vandaan komt, dáár kan zij de mensen bestelen, hier niet. Hier zijn wij niet achterlijk. Hier hebben wij allemaal scholing gehad en eten met mes en vork. Wij lopen ook niet in gescheurde jurken rond...’
Ik hoor haar stem nagalmen in de verte. Zij heeft het kwartje niet teruggeven.
Het belletje van de ijscokar komt dichterbij.
‘Ik heb een stuiver,’ zeg ik tegen Ronnie, de buurjongen.
Ronnie denkt even na en voelt diep in zijn broekzak. ‘Ik heb een dubbeltje,’ zegt hij weifelend en tovert een muntstukje tevoorschijn. Ik bekijk het geldstuk.
‘Dit is een vals dubbeltje,’ zeg ik, ‘van karton.’
‘De Portugees merkt er niks van, hij kan niet eens tellen,’ zegt Ronnie stoer, ‘het is mij eerder gelukt. Probeer jij het maar.’
‘Ik niet,’ antwoord ik, een held op sokken.
‘Kompader, stop,’ roept Ronnie, ‘een ijslolly.’
‘Welke smaak?’ vraagt de ijscoman.
‘Drie kleuren,’ zegt Ronnie en geeft het kartonnen dubbeltje aan de Portugees.
Deze gooit het muntje in het geldbakje, maar hoort niet het vertrouwde rinkelend geluid. Ronnie is al verdwenen. De Portugees grijpt mij in de kraag. ‘Bastardos!’
‘Ik heb een stuiver,’ piep ik, ‘een echte.’
‘Waar ben je al die tijd gebleven?’ vraagt mijn moeder, wanneer ik thuis kom. ‘Dèdè vroeg naar jou. Jij bent slaolie voor haar gaan kopen. Wat is er gebeurd?’
Ik antwoord niet en loop door naar de keuken. Er staat een flesje slaolie op tafel.
‘Breng dit naar Dèdè,’ zegt mijn moeder.
‘Nee, dat doe ik niet,’ antwoord ik vastberaden.
Wanneer ontstijgen wij de armoedegrens?
K.
Friday, May 1, 2009
Wednesday, April 29, 2009
Sansaña den Sabana, het nieuwste boek van Kompader (Roy Evers)
‘Sansaña den Sabana’ bevat twee spannende verhalen waar herkenbare figuren in voorkomen. De prachtige foto’s zijn alweer van de bekende kunstenares Ariadne Faries. De redactie was in handen van de taalkundige Reginald Römer.
Het boek is te koop op donderdag 30 april (Koninginnedag) op de vrijmarkt in Punda. Bezoek de kraam van Kompader op de Sha Caprileskade ten westen van de barkjes, tegenover Plasa Jojo Correa.
Het leven van de dieren in Sabana verloopt rustig tot de dag dat Shon Dalia, de rijkste en machtigste papegaai van Sabana, sterft. Zij laat een kist met tien goudklompjes achter. In haar testament staat duidelijk vermeld wat met het goud moet gebeuren. Sabana raakt in rep en roer. Met het goud in het vooruitzicht komt de ware aard van de dieren naar boven. De gebeurtenissen in Sabana lijken verdacht veel op de wereld om ons heen.
In het tweede verhaal in het boek beleeft Shon Ka Kakalaka de schrik van haar leven, wanneer zij onderweg naar huis van haar werk twee vreemde dieren ziet. Zij lopen allebei op twee poten. Het ene dier is langer en forser gebouwd dan het andere. Alleen op hun kop hebben zij haren. Zij houden elkaar vast met de voorpoten en wrijven hun snuiten tegen elkaar. Het kortere dier met lang haar wauwelt aan een stuk door. De dieren in Sabana lachen Shon Ka uit wanneer zij vertelt wat zij gezien heeft, maar sindsdien gebeuren er zeer desastreuze voorvallen in Sabana. Hier moet een eind aan komen.
Het boek is te koop op donderdag 30 april (Koninginnedag) op de vrijmarkt in Punda. Bezoek de kraam van Kompader op de Sha Caprileskade ten westen van de barkjes, tegenover Plasa Jojo Correa.
Het leven van de dieren in Sabana verloopt rustig tot de dag dat Shon Dalia, de rijkste en machtigste papegaai van Sabana, sterft. Zij laat een kist met tien goudklompjes achter. In haar testament staat duidelijk vermeld wat met het goud moet gebeuren. Sabana raakt in rep en roer. Met het goud in het vooruitzicht komt de ware aard van de dieren naar boven. De gebeurtenissen in Sabana lijken verdacht veel op de wereld om ons heen.
In het tweede verhaal in het boek beleeft Shon Ka Kakalaka de schrik van haar leven, wanneer zij onderweg naar huis van haar werk twee vreemde dieren ziet. Zij lopen allebei op twee poten. Het ene dier is langer en forser gebouwd dan het andere. Alleen op hun kop hebben zij haren. Zij houden elkaar vast met de voorpoten en wrijven hun snuiten tegen elkaar. Het kortere dier met lang haar wauwelt aan een stuk door. De dieren in Sabana lachen Shon Ka uit wanneer zij vertelt wat zij gezien heeft, maar sindsdien gebeuren er zeer desastreuze voorvallen in Sabana. Hier moet een eind aan komen.
Saturday, April 18, 2009
KulturA
KulturA ondersteunt projecten die de culturele infrastructuur op de Nederlandse Antillen en Aruba en de (internationale) uitwisseling versterken. Ook projecten die de uitwisseling tussen de eilanden en Nederland bevorderen en activiteiten die de internationale positie van de eilanden in de Caribische regio versterken kunnen worden ondersteund.
In april worden informatiebijeenkomsten georganiseerd op Bonaire, Aruba, Sint-Maarten en Curaçao over KulturA. Graag nodigen wij u uit voor een van deze bijeenkomsten. Er is uitgebreid gelegenheid om kennis te maken met de aanwezige fondsmedewerkers. De bijeenkomsten beginnen om 16.00 uur (ontvangst vanaf 15.30 uur) en duren tot 18.00 uur.
Bonaire
20 april: Museo Boneriano
Kaya J. van der Ree 7, Kralendij
Aruba
22 april: Archeologisch Museum Aruba
J. Irausquinplein 2a, Oranjestad
Sint-Maarten
24 april: Philipsburg Culture & Community Centre
Philipsburg
Curaçao
27 april: Teatro Luna Blou
hoek Havenstraat / De Rouvilleweg, Otrobanda
KulturA is een samenwerking van de Mondriaan Stichting, het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst, het Fonds voor Cultuurparticipatie, het Fonds voor de Letteren, het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ en het Nederlands Literair Productieen Vertalingenfonds. KulturA is een aanvulling op de reguliere ondersteuningsmogelijkheden van deze fondsen.
Meer informatie: KulturA
In april worden informatiebijeenkomsten georganiseerd op Bonaire, Aruba, Sint-Maarten en Curaçao over KulturA. Graag nodigen wij u uit voor een van deze bijeenkomsten. Er is uitgebreid gelegenheid om kennis te maken met de aanwezige fondsmedewerkers. De bijeenkomsten beginnen om 16.00 uur (ontvangst vanaf 15.30 uur) en duren tot 18.00 uur.
Bonaire
20 april: Museo Boneriano
Kaya J. van der Ree 7, Kralendij
Aruba
22 april: Archeologisch Museum Aruba
J. Irausquinplein 2a, Oranjestad
Sint-Maarten
24 april: Philipsburg Culture & Community Centre
Philipsburg
Curaçao
27 april: Teatro Luna Blou
hoek Havenstraat / De Rouvilleweg, Otrobanda
KulturA is een samenwerking van de Mondriaan Stichting, het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst, het Fonds voor Cultuurparticipatie, het Fonds voor de Letteren, het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ en het Nederlands Literair Productieen Vertalingenfonds. KulturA is een aanvulling op de reguliere ondersteuningsmogelijkheden van deze fondsen.
Meer informatie: KulturA
Monday, April 13, 2009
Moeder en zoon
‘Primu!’
Ik zat al in mijn auto toen het tot mij doordrong dat de persoon die riep mij bedoelde. Ik stapte weer uit en zag een vrouw naar de auto toelopen.
‘Primu, kunt u ons een lift geven?’
Ik stemde in zonder te vragen waar zij naartoe ging. Zij draaide zich om en riep naar iemand anders.
‘Schiet op, deze meneer geeft ons een lift.’
Toen pas realiseerde ik mij dat zij ‘ons’ gezegd had. Een jonge vent van ongeveer vijfentwintig jaar kwam aanlopen vanuit de richting van de vissershaven aan de Caracasbaai. Hij droeg een witte emmer, die kennelijk vrij zwaar was want hij helde iets naar rechts.. Ik deed de deur open aan de passagierskant en schoof de stoel naar voren. De vrouw kroop naar binnen en ging op de achterbank zitten.
‘Mama, kom eruit!’ schreeuwde de jongeman. ‘Waarom ga je op de achterbank zitten? Dat hoort toch niet. Ik moet achterin zitten. Kom eruit!’ Hij had de emmer op de grond gezet en liep boos op en neer.
‘Rustig, rustig’, zei de vrouw, ‘ik kom al, ik dacht dat jij voorin wilde zitten.’
De vrouw, ik schatte haar een jaar of vijftig, stapte weer uit en wij stonden met zijn drieën naast de auto. De witte emmer stond op de grond, gevuld met glimmende zilverkleurige visjes, masbangu’s.
‘Zal ik de emmer in de achterbak zetten?’ vroeg ik en tilde de emmer, die inderdaad zwaar was, op. De zoon kroop achterin en de moeder ging op de passagiersstoel naast mij zitten. Ik startte de auto en reed weg van de parkeerplaats van de Caracasbaai. De klok wees zeven uur en de zon stond al hoog aan de hemel. Taffi de Jongh las de honkbaluitslagen voor op de radio. De moeder keek naar mijn natte T-shirt.
‘Bent u gaan rennen, primu?’ vroeg ze.
‘Dat zie je toch’, antwoordde de zoon, ‘de meneer is helemaal bezweet, val hem niet lastig.’
‘Hou je mond, ik mag het toch zeker vragen. Hoe heet u, primu?’ Ik gaf antwoord.
‘Die naam heb ik vaker gehoord. Ik ben zelf oorspronkelijk van Boca Sami, maar ik ben daar in geen jaren geweest, ik ken er niemand meer. Het is niet meer aan mij te horen dat ik van Boca ben.’
‘Waar moeten jullie naar toe?’ vroeg ik.
‘Wij moeten naar Otrobanda,’ antwoordde de zoon. ‘Daar gaan wij de vissen verkopen, naast Artis Supermarkt. Voor twaalf uur vanmiddag hebben wij alles verkocht, de vissen brengen zeker tweehonderd gulden op.’
‘Ja, dat hoop je maar. Die vissers zijn grote boeven, iedere keer wordt de vis duurder. Een emmer kost al tachtig gulden, wie kan dat nu betalen. Brengt u ons naar Otrobanda, primu?’
‘Zo ver kan ik niet komen, ik moet naar het werk. Ik zet jullie af op Saliña, daar kunnen jullie de bus nemen.’
Het verkeer liep vast op de Caracasbaaiweg, ik remde om een auto een kans te geven.
‘Dat moet u niet doen, meneer,’ zei de zoon ongeduldig, ‘zo komen wij niet vooruit, u moet niemand een kans geven.’ Hij keek naar rechts en merkte dat het autoraam opengeschoven kon worden.
‘Geweldig, meneer, u had eerder moeten zeggen dat het raam open kan.’ Hij stak zijn hoofd naar buiten en floot naar twee Colombiaanse meisjes die bij de bushalte stonden. ‘Alle Spaanse meisjes zijn mooi, meneer, vindt u niet?’
Het bleef een poosje stil. De moeder keek naar mij vanuit haar ooghoeken.
‘Waarom kan ik geen goede man krijgen, primu? Wat scheelt er aan mij, ik zie er toch niet onaantrekkelijk uit? Ik wil ook in zo’n mooi huis wonen als dat daar. U bent zeker getrouwd, primu?’
Ik zette ze af op Saliña ter hoogte van bakkerij Majestic. Zij stapten uit, pakten de witte emmer op en stopten de auto achter mij. Zij waren mij alweer vergeten.
K.
Ik zat al in mijn auto toen het tot mij doordrong dat de persoon die riep mij bedoelde. Ik stapte weer uit en zag een vrouw naar de auto toelopen.
‘Primu, kunt u ons een lift geven?’
Ik stemde in zonder te vragen waar zij naartoe ging. Zij draaide zich om en riep naar iemand anders.
‘Schiet op, deze meneer geeft ons een lift.’
Toen pas realiseerde ik mij dat zij ‘ons’ gezegd had. Een jonge vent van ongeveer vijfentwintig jaar kwam aanlopen vanuit de richting van de vissershaven aan de Caracasbaai. Hij droeg een witte emmer, die kennelijk vrij zwaar was want hij helde iets naar rechts.. Ik deed de deur open aan de passagierskant en schoof de stoel naar voren. De vrouw kroop naar binnen en ging op de achterbank zitten.
‘Mama, kom eruit!’ schreeuwde de jongeman. ‘Waarom ga je op de achterbank zitten? Dat hoort toch niet. Ik moet achterin zitten. Kom eruit!’ Hij had de emmer op de grond gezet en liep boos op en neer.
‘Rustig, rustig’, zei de vrouw, ‘ik kom al, ik dacht dat jij voorin wilde zitten.’
De vrouw, ik schatte haar een jaar of vijftig, stapte weer uit en wij stonden met zijn drieën naast de auto. De witte emmer stond op de grond, gevuld met glimmende zilverkleurige visjes, masbangu’s.
‘Zal ik de emmer in de achterbak zetten?’ vroeg ik en tilde de emmer, die inderdaad zwaar was, op. De zoon kroop achterin en de moeder ging op de passagiersstoel naast mij zitten. Ik startte de auto en reed weg van de parkeerplaats van de Caracasbaai. De klok wees zeven uur en de zon stond al hoog aan de hemel. Taffi de Jongh las de honkbaluitslagen voor op de radio. De moeder keek naar mijn natte T-shirt.
‘Bent u gaan rennen, primu?’ vroeg ze.
‘Dat zie je toch’, antwoordde de zoon, ‘de meneer is helemaal bezweet, val hem niet lastig.’
‘Hou je mond, ik mag het toch zeker vragen. Hoe heet u, primu?’ Ik gaf antwoord.
‘Die naam heb ik vaker gehoord. Ik ben zelf oorspronkelijk van Boca Sami, maar ik ben daar in geen jaren geweest, ik ken er niemand meer. Het is niet meer aan mij te horen dat ik van Boca ben.’
‘Waar moeten jullie naar toe?’ vroeg ik.
‘Wij moeten naar Otrobanda,’ antwoordde de zoon. ‘Daar gaan wij de vissen verkopen, naast Artis Supermarkt. Voor twaalf uur vanmiddag hebben wij alles verkocht, de vissen brengen zeker tweehonderd gulden op.’
‘Ja, dat hoop je maar. Die vissers zijn grote boeven, iedere keer wordt de vis duurder. Een emmer kost al tachtig gulden, wie kan dat nu betalen. Brengt u ons naar Otrobanda, primu?’
‘Zo ver kan ik niet komen, ik moet naar het werk. Ik zet jullie af op Saliña, daar kunnen jullie de bus nemen.’
Het verkeer liep vast op de Caracasbaaiweg, ik remde om een auto een kans te geven.
‘Dat moet u niet doen, meneer,’ zei de zoon ongeduldig, ‘zo komen wij niet vooruit, u moet niemand een kans geven.’ Hij keek naar rechts en merkte dat het autoraam opengeschoven kon worden.
‘Geweldig, meneer, u had eerder moeten zeggen dat het raam open kan.’ Hij stak zijn hoofd naar buiten en floot naar twee Colombiaanse meisjes die bij de bushalte stonden. ‘Alle Spaanse meisjes zijn mooi, meneer, vindt u niet?’
Het bleef een poosje stil. De moeder keek naar mij vanuit haar ooghoeken.
‘Waarom kan ik geen goede man krijgen, primu? Wat scheelt er aan mij, ik zie er toch niet onaantrekkelijk uit? Ik wil ook in zo’n mooi huis wonen als dat daar. U bent zeker getrouwd, primu?’
Ik zette ze af op Saliña ter hoogte van bakkerij Majestic. Zij stapten uit, pakten de witte emmer op en stopten de auto achter mij. Zij waren mij alweer vergeten.
K.
Sunday, April 5, 2009
Konosé bo Isla 2009-04: Politieke geschiedenis

Dr. Moises Da Costa Gomez en Dr. Efrain Jonckheer zijn de twee meest prominente figuren in de politieke geschiedenis van de Nederlandse Antillen.
Dr. Moises Da Costa Gomez was onder het volk bekend als Dòktor.
Dr. Moises Da Costa Gomez i Dr. Efrain Jonckheer ta e dos figuranan mas prominente den istoria polítiko di Antia.
Dr. Moises Da Costa Gomez tabata konosí den boka di pueblo komo Dòktor.
Vraag: Wat was de koosnaam van Dr. Efrain Jonckheer in de volksmond?
Pregunta: Kiko tabata e nòmber di kariño di Dr. Efrain Jonckheer den boka di pueblo?
Sluitingsdatum: zondag 3 mei 2009
Prijs: een cadeaubon van Delifrance.
Sponsor: Datelnet n.v.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2009-03: antwoord
Antwoord: Markoni of Markonia
Er zijn 8 inzendingen, waarvan 5 goed:
Erich Rene
Reginald Römer
Leendert J.J. Pengel
Papi La Reine
Yolanda Chakoetoe – Trotman
Regina van der Biest
Mayra Griejaloe
Ethel Mercera-Schoobaar
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnares is Regina van der Biest
Er zijn 8 inzendingen, waarvan 5 goed:
Erich Rene
Reginald Römer
Leendert J.J. Pengel
Papi La Reine
Yolanda Chakoetoe – Trotman
Regina van der Biest
Mayra Griejaloe
Ethel Mercera-Schoobaar
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnares is Regina van der Biest
Monday, March 23, 2009
NL
kijk ons dushi Kòrsou
regengroen
vruchtbaar land
en daarboven
de hemel is blauw
prenataal blauw
ons wacht de geboorte van NL
op weg naar meer geluk
een kwestie van doen
niet gelaten
alles laten
voor wat het is
onafhankelijkheid is verandering
autonoom is geen droom
15 mei: panta rhei
alles stroomt, alles in wording
in het licht van NL (Nieuw Land)
Frans Kapteijns [frans.kapteijns@home.nl]
regengroen
vruchtbaar land
en daarboven
de hemel is blauw
prenataal blauw
ons wacht de geboorte van NL
op weg naar meer geluk
een kwestie van doen
niet gelaten
alles laten
voor wat het is
onafhankelijkheid is verandering
autonoom is geen droom
15 mei: panta rhei
alles stroomt, alles in wording
in het licht van NL (Nieuw Land)
Frans Kapteijns [frans.kapteijns@home.nl]
Friday, March 20, 2009
Schrijven is schrappen
Lambik heeft een viszaak geopend en plaatst een bord bij de ingang van de winkel.
HIER
VERSE
VIS
TE KOOP
Jerom komt net langs en merkt op:
‘Hier? Hoezo hier? Je winkel staat niet ginder.’
Lambik geeft hem gelijk.
VERSE
VIS
TE KOOP
Sidonia kijkt toe en mompelt als hij klaar is:
‘Te koop? Niemand verwacht dat je de vis weggeeft.’
Lambik zucht.
VERSE
VIS
Suske komt aanhuppelen.
‘Vers? Hebt u ook bedorven vis?’
Lambik schrapt.
VIS
Suske wenkt Wiske. Zij kijkt in de etalage en zit de vissen liggen op ijs.
‘Vis? Dat zie ik toch?’
HIER
VERSE
VIS
TE KOOP
Jerom komt net langs en merkt op:
‘Hier? Hoezo hier? Je winkel staat niet ginder.’
Lambik geeft hem gelijk.
VERSE
VIS
TE KOOP
Sidonia kijkt toe en mompelt als hij klaar is:
‘Te koop? Niemand verwacht dat je de vis weggeeft.’
Lambik zucht.
VERSE
VIS
Suske komt aanhuppelen.
‘Vers? Hebt u ook bedorven vis?’
Lambik schrapt.
VIS
Suske wenkt Wiske. Zij kijkt in de etalage en zit de vissen liggen op ijs.
‘Vis? Dat zie ik toch?’
De vrije val
Een vallend lichaam nadert de aarde sneller naarmate het dichter bij de grond is, omdat het zich verheugt in het weerzien met zijn Schepper.
Aristoteles, Metafysica
Aristoteles, Metafysica
Wednesday, March 18, 2009
African Kid

When I born, I black
When I grow up, I black
When I go in sun, I black
When I scared, I black
When I sick, I black
And when I die, I still black
And you white fellow
When you born, you pink
When you grow up, you white
When you go in sun, you red
When you cold, you blue
When you scared, you yellow
When you sick, you green
And when you die, you gray
And you calling me colored?
(Thanks to Raichel Virginie for sharing)
Friday, March 13, 2009
Gewoon hard werken
De charme van Curaçao toont zich al bij het ontbijt. Je staat zaterdagochtend vroeg in de rij in de Nieuwe Markt om bij Morena en Poppy een broodje te bestellen en je wordt aangesproken door de klant die achter je staat.
‘Het wordt een warme dag vandaag meneer, het is pas zeven uur en de zon staat al hoog aan de hemel. En alles wordt duurder, de gewone man houdt geen cent meer over. Wie kan dat allemaal betalen? Water, elektriciteit, gasoline, alles wordt duurder en de overheid staat dit allemaal toe. Begrijpelijk ook want zij hoeven zelf niets te betalen, alles krijgen zij gratis.’
Ik hoef alleen maar te knikken om de conversatie gaande te houden. Zijn mobiele telefoon gaat, zo te horen plaatst iemand een bestelling. Hij herhaalt steeds wat de persoon aan de andere kant van de lijn zegt, maar schrijft niets op. Dat wordt dus ruzie straks. Ik merk niet dat ik aan de beurt ben.
‘Een broodje zoutvlees met een beetje peper, dushi?’ vraagt Morena.
Morena snijdt de broodjes en Poppy schenkt koffie en thee in en rekent af. Zij staan met hun tweeën al twintig jaar op dezelfde plek in de Nieuwe Markt belegde broodjes te verkopen, elke dag behalve op zondag. Iedere dag staat er een lange rij klanten bij hun kraampje geduldig te wachten, eind van de maand is de rij iets langer. Morena herkent ieder gezicht en weet welk broodje bij welk gezicht hoort. Op de tafel staan wel twintig potten, je kunt van alles op brood krijgen: kip, rundvlees, karbonade, salades, zoutvlees, gebakken vis, bakkeljauw, bokking, advocaat. Combinaties zijn ook mogelijk: een broodje met advocaat en zoutvlees.
In de rij staan dames die in de winkels in Punda werken. Zij zien er allemaal netjes en verzorgd uit, mooie jurken en nette kapsels. Een enkeling heeft een strakke spijkerbroek aan die haar stevige billen, kenmerkend voor het negroïde ras, accentueert. Een genot voor het oog. En ook voor de neus, want allemaal gebruiken zij dure parfums.
‘Kruidenthee zonder suiker?’ vraagt Poppy. ‘Hoe gaat het met de kinderen, komen zij met vakantie?’
Zij verwacht geen antwoord, want zij heeft de thee al ingeschonken en is bezig met een andere klant. Iedere week vraagt zij naar de kinderen. Ik hoef niet meteen te betalen, pas als ik het broodje en de thee op heb. Het privilege van een vaste klant. Ik mag ook plaatsnemen op het bankje dat zij clandestien onder de tafel heeft geschoven. Ik reken af, vier gulden vijftig. Voor dat bedrag koop je in Nederland een reepje chocola, geen ontbijt.
Er staan nog meer kraampjes met etenswaar. Een mevrouw zit achter een tafeltje vol thermosflessen. Zij verkoopt pap. Havermoutpap met kaneel en veel suiker en ook gortepap (puspas). Naast haar verkoopt een mevrouw taart en Curaçaose lekkernijen. Haar tafel met taarten zou je eerder op een Heilige Communiefeest verwachten. De stukjes taart gaan als warme broodjes.
Wat hebben al die vrouwen met elkaar gemeen? Allemaal moeten ’s ochtends vroeg opstaan. Om vier uur of misschien zelfs om drie uur, om eten te koken, pap te maken, taart te bakken. Zij moeten op tijd in de markt zijn om alles uit te stallen. Zij moeten vriendelijk zijn en hun klanten snel helpen. ’s Middags moeten zij alles opruimen en afwassen. Zij moeten inkopen doen, transportkosten betalen en iets overhouden voor hun onderhoud.
Zij hebben ook met elkaar gemeen dat zij nooit van microbusiness gehoord hebben of van microlending. Zij werken gewoon hard en letten op de centjes. Misschien is dat het wel wat op de cursussen voor kleine ondernemers onderricht moet worden. Boekhoudcursussen en computercursussen zijn nooit weg natuurlijk, maar dat is niet de essentie. Ik heb veel karretjes op straat gezien die verse sinaasappelsap verkochten en die na een tijdje weer verdwenen zijn, zo ook hotdogkarretjes en nu vruchtensapkarretjes (batido). De vrouwen in de Nieuwe Markt staan er al twintig jaar.
K.
‘Het wordt een warme dag vandaag meneer, het is pas zeven uur en de zon staat al hoog aan de hemel. En alles wordt duurder, de gewone man houdt geen cent meer over. Wie kan dat allemaal betalen? Water, elektriciteit, gasoline, alles wordt duurder en de overheid staat dit allemaal toe. Begrijpelijk ook want zij hoeven zelf niets te betalen, alles krijgen zij gratis.’
Ik hoef alleen maar te knikken om de conversatie gaande te houden. Zijn mobiele telefoon gaat, zo te horen plaatst iemand een bestelling. Hij herhaalt steeds wat de persoon aan de andere kant van de lijn zegt, maar schrijft niets op. Dat wordt dus ruzie straks. Ik merk niet dat ik aan de beurt ben.
‘Een broodje zoutvlees met een beetje peper, dushi?’ vraagt Morena.
Morena snijdt de broodjes en Poppy schenkt koffie en thee in en rekent af. Zij staan met hun tweeën al twintig jaar op dezelfde plek in de Nieuwe Markt belegde broodjes te verkopen, elke dag behalve op zondag. Iedere dag staat er een lange rij klanten bij hun kraampje geduldig te wachten, eind van de maand is de rij iets langer. Morena herkent ieder gezicht en weet welk broodje bij welk gezicht hoort. Op de tafel staan wel twintig potten, je kunt van alles op brood krijgen: kip, rundvlees, karbonade, salades, zoutvlees, gebakken vis, bakkeljauw, bokking, advocaat. Combinaties zijn ook mogelijk: een broodje met advocaat en zoutvlees.
In de rij staan dames die in de winkels in Punda werken. Zij zien er allemaal netjes en verzorgd uit, mooie jurken en nette kapsels. Een enkeling heeft een strakke spijkerbroek aan die haar stevige billen, kenmerkend voor het negroïde ras, accentueert. Een genot voor het oog. En ook voor de neus, want allemaal gebruiken zij dure parfums.
‘Kruidenthee zonder suiker?’ vraagt Poppy. ‘Hoe gaat het met de kinderen, komen zij met vakantie?’
Zij verwacht geen antwoord, want zij heeft de thee al ingeschonken en is bezig met een andere klant. Iedere week vraagt zij naar de kinderen. Ik hoef niet meteen te betalen, pas als ik het broodje en de thee op heb. Het privilege van een vaste klant. Ik mag ook plaatsnemen op het bankje dat zij clandestien onder de tafel heeft geschoven. Ik reken af, vier gulden vijftig. Voor dat bedrag koop je in Nederland een reepje chocola, geen ontbijt.
Er staan nog meer kraampjes met etenswaar. Een mevrouw zit achter een tafeltje vol thermosflessen. Zij verkoopt pap. Havermoutpap met kaneel en veel suiker en ook gortepap (puspas). Naast haar verkoopt een mevrouw taart en Curaçaose lekkernijen. Haar tafel met taarten zou je eerder op een Heilige Communiefeest verwachten. De stukjes taart gaan als warme broodjes.
Wat hebben al die vrouwen met elkaar gemeen? Allemaal moeten ’s ochtends vroeg opstaan. Om vier uur of misschien zelfs om drie uur, om eten te koken, pap te maken, taart te bakken. Zij moeten op tijd in de markt zijn om alles uit te stallen. Zij moeten vriendelijk zijn en hun klanten snel helpen. ’s Middags moeten zij alles opruimen en afwassen. Zij moeten inkopen doen, transportkosten betalen en iets overhouden voor hun onderhoud.
Zij hebben ook met elkaar gemeen dat zij nooit van microbusiness gehoord hebben of van microlending. Zij werken gewoon hard en letten op de centjes. Misschien is dat het wel wat op de cursussen voor kleine ondernemers onderricht moet worden. Boekhoudcursussen en computercursussen zijn nooit weg natuurlijk, maar dat is niet de essentie. Ik heb veel karretjes op straat gezien die verse sinaasappelsap verkochten en die na een tijdje weer verdwenen zijn, zo ook hotdogkarretjes en nu vruchtensapkarretjes (batido). De vrouwen in de Nieuwe Markt staan er al twintig jaar.
K.
NOSTALGIA
wat trekt me zo aan
in dit gebied
‘t bruine van mensen
‘t blauwe van de zee
de leguaan, een pelikaan
of de van oorsprong Afrikaan
nee, dat is het niet
dat is het niet alleen
is het de kleur
en de geur
van de keuken
en van de Isla-rook
ja, dat is het ook
is ‘bon’ Papiaments
voor mij een wens
ja, zeker als mens
alle herinneringen
wil ik bezingen
op muziek van tumba
mazurka of de wals
maar de ritmische patroontjes
komen nooit als echte kloontjes
en het wordt dan vals
al is mijn bloed bourgondisch
vaak sneller aan ’t stromen
in dromen
van overvloed
aan ‘kalor’ en ‘amor’
ik ga soms aan mezelf teloor
is het de kwinkslag naar het leven
het ongerept behept zijn
met humor, puur natuur
(een lach van wel een uur)
dit alles is cultuur
een beetje mijn cultuur
om te strelen
en te delen
niemand pakt dat van me af.
Frans Kapteijns [frans.kapteijns@home.nl]
in dit gebied
‘t bruine van mensen
‘t blauwe van de zee
de leguaan, een pelikaan
of de van oorsprong Afrikaan
nee, dat is het niet
dat is het niet alleen
is het de kleur
en de geur
van de keuken
en van de Isla-rook
ja, dat is het ook
is ‘bon’ Papiaments
voor mij een wens
ja, zeker als mens
alle herinneringen
wil ik bezingen
op muziek van tumba
mazurka of de wals
maar de ritmische patroontjes
komen nooit als echte kloontjes
en het wordt dan vals
al is mijn bloed bourgondisch
vaak sneller aan ’t stromen
in dromen
van overvloed
aan ‘kalor’ en ‘amor’
ik ga soms aan mezelf teloor
is het de kwinkslag naar het leven
het ongerept behept zijn
met humor, puur natuur
(een lach van wel een uur)
dit alles is cultuur
een beetje mijn cultuur
om te strelen
en te delen
niemand pakt dat van me af.
Frans Kapteijns [frans.kapteijns@home.nl]
Thursday, March 12, 2009
Vrouwen en literatuur
Willemstad – In het kader van de maand van de literatuur en van het Jaar van de Cultuur organiseert de Fundashon pa Planifikashon di Idioma (FPI) in samenwerking met Landhuis Bloemhof een literaire talkshow: Vrouwen en literatuur. Dit evenement zal op zaterdag 21 maart plaatsvinden tussen 10 uur ‘s morgens en 1 uur ‘s middags in de tuin van Landhuis Bloemhof. De Openbare Bibliotheek zal een kleine tentoonstelling verzorgen over de deelnemende auteurs. Daarnaast zijn er andere kunstwerken in de zalen van Landhuis Bloemhof te bewonderen.
Gastvrouw Diana Lebacs zal praten met vrouwelijke auteurs van allerlei generaties. In vier sessies zal Lebacs steeds twee of drie auteurs interwiewen, waaronder Maria Diwan, Liane Maal, Gladys do Rego (60 tot 80+), Mimi Cordilia, Bernadette Heiligers, Iona Taylor (40 tot 60 jaar), Nifa Ansano en Mishenu Osepa-Cicilia (20+). Alle auteurs zullen ook iets uit hun werk voordragen. En als kroon op het geheel zullen Judith Hooi en Laura Quast een paar van hun verhalen vertellen.
Behalve de verschillen in generaties en leefijd, is er nog meer variatie: bekende auteurs naast debutanten, verschillende stijlen en soorten tekst, die over indringende onderwerpen gaan als vrouwenrechten, hoogtepunten in de Curaçaose (vrouwen)literatuur, vrouwelijke auteurs, lezers en personages; liefde, passie, relaties met ouders en geliefden; vaderlandsliefde; de wereld van kinderen en jongeren, normen en waarden; misbruik, incest en huiselijk geweld.
De diverse uitgevers als FPI, Fundashon Sembra Buki, Kas di Kultura en Poetic Colours zullen ook vertegenwoordigd zijn.
Na elke sessie zal de jonge kunsternares Chardienne Girgorie gezongen poëzie ten gehore brengen, begeleid door gitaarmuziek. De groep Dolce Musica met Martha van Bergen (viool), Ilya Huang (piano) en Judy Sprock (kwarta) zal Antilliaanse muziek spelen. En natuurlijk zijn er hapjes en drankjes verkrijgbaar. Iedereen is van harte welkom. Landhuis Bloemhof ligt aan het begin van de Santa Rosaweg, en men kan parkeren bij Tap maar in.
Voor meer informatie kunt u bellen naar 8691166 of mailen naar: i.statia@fpi.an
Gastvrouw Diana Lebacs zal praten met vrouwelijke auteurs van allerlei generaties. In vier sessies zal Lebacs steeds twee of drie auteurs interwiewen, waaronder Maria Diwan, Liane Maal, Gladys do Rego (60 tot 80+), Mimi Cordilia, Bernadette Heiligers, Iona Taylor (40 tot 60 jaar), Nifa Ansano en Mishenu Osepa-Cicilia (20+). Alle auteurs zullen ook iets uit hun werk voordragen. En als kroon op het geheel zullen Judith Hooi en Laura Quast een paar van hun verhalen vertellen.
Behalve de verschillen in generaties en leefijd, is er nog meer variatie: bekende auteurs naast debutanten, verschillende stijlen en soorten tekst, die over indringende onderwerpen gaan als vrouwenrechten, hoogtepunten in de Curaçaose (vrouwen)literatuur, vrouwelijke auteurs, lezers en personages; liefde, passie, relaties met ouders en geliefden; vaderlandsliefde; de wereld van kinderen en jongeren, normen en waarden; misbruik, incest en huiselijk geweld.
De diverse uitgevers als FPI, Fundashon Sembra Buki, Kas di Kultura en Poetic Colours zullen ook vertegenwoordigd zijn.
Na elke sessie zal de jonge kunsternares Chardienne Girgorie gezongen poëzie ten gehore brengen, begeleid door gitaarmuziek. De groep Dolce Musica met Martha van Bergen (viool), Ilya Huang (piano) en Judy Sprock (kwarta) zal Antilliaanse muziek spelen. En natuurlijk zijn er hapjes en drankjes verkrijgbaar. Iedereen is van harte welkom. Landhuis Bloemhof ligt aan het begin van de Santa Rosaweg, en men kan parkeren bij Tap maar in.
Voor meer informatie kunt u bellen naar 8691166 of mailen naar: i.statia@fpi.an
Monday, March 9, 2009
DILEMMA
waar woeste zeekracht
dondert op de Noordrots
zuigt Chus Octopus
zich vacuüm
kon ik maar verstenen
bij al het geraas
ruikt hij aas
helaas
aan een visserslijn
ben ik zo sterk
die de baas te zijn
ontgrendel ik mijn nappen
dat zul je snappen
dan word ik zelf aas
dit is mijn dilemma:
kies ik voor het hapje
dan hang ik aan de lijn
kiezen voor een napje
zal ook dodelijk zijn.
Frans Kapteijns [frans.kapteijns@home.nl]
dondert op de Noordrots
zuigt Chus Octopus
zich vacuüm
kon ik maar verstenen
bij al het geraas
ruikt hij aas
helaas
aan een visserslijn
ben ik zo sterk
die de baas te zijn
ontgrendel ik mijn nappen
dat zul je snappen
dan word ik zelf aas
dit is mijn dilemma:
kies ik voor het hapje
dan hang ik aan de lijn
kiezen voor een napje
zal ook dodelijk zijn.
Frans Kapteijns [frans.kapteijns@home.nl]
Tuesday, March 3, 2009
LUNA DI LITERATURA I BUKI PA CHIKITIN

Servisio pa Komunikashon i Informashon ta partisipá ku ya
pa di kuater aña konsekutivo, fundashon Biblioteka Públiko Kòrsou, ta selebrá
luna di buki pa chikitin.
Den aña di kultura a skohe luna di mart komo luna di literatura i esaki ta kuadra kompletamente ku e luna di buki pa chikitin kaminda fundashon Biblioteka Públiko ke pone mas énfasis riba importansia pa mucha kuminsá anda ku buki for di tempran.
Den kuadro di luna di literatura i tambe luna di buki pa chikitin, sra. Gezaghèber Lizanne Dindial a konta un kuenta pa e alumnonan di Kermit Peuterschool i asina duna inisio na e luna di literatura. Gezaghèber a gosa inmensamente di e interkambio ku e muchanan i e chikitinnan.
Pa medio di esaki e promé mandatario ta aportá na e proseso pa traha riba un aktitut positivo pa ku buki i lesamentu serka e chikitin. Ta den e fase promé ku lesa aki, ta lanta amor i interes pa buki.
Riba e portrèt por mira Gezaghebber sra. Lizanne Dindial ku ta konta un kuenta na e muchanan di Kermit Peuterschool.
Sunday, March 1, 2009
Konosé bo Isla 2009-03: Telecommunicatie

Hierboven ziet u een oude foto van het Brionplein, met op de achtergrond de telecommunicatiemasten van Radio Holland in het Riffort. Vroeger hadden de telefoonmasten ook zo’n vorm.
Vraag: Hoe werden de telefoonmasten vroeger genoemd?
Aki riba bo ta mira un potrèt bieu di Brionplein ku master di Radio Holland den fondo. Ántes master di telefon tabata tin mes forma.
Pregunta: Kon tabata yama master di telefon ántes?
Sluitingsdatum: zondag 5 april 2009
Prijs: een cadeaubon van boekhandel Mensing.
Sponsor: Datelnet n.v.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2009-02: antwoord
Antwoord: Warapa
Er zijn 36 inzendingen, waarvan 33 goed:
Maikel Bergland
Imo Rosario
Erich Rene
Elfride Osepa
Papi Lareine
J.T. Emers
Edward Nahar
Verna Lopez
Josephine Barbolina
Max Martina
Erwin Sophia
Jules Marchena
Ethel Mercera
Juwelries, Sahaira
Nuelette Adams
G. Jukema
Virlene de Lanoy
Solange Nijdam
Modianne Cathalina
Yolanda Chakoetoe
Da Costa Gomez, Angelique
Regina v/d Biest
M. Griejaloe
Daisy Mogen
Reginald
Carol Dick
Flavia Vasco de Sousa
Jefka Alberto
L.J.Chr. Dee
Joan Augusta
Clara Hooi
Frans Kapteijns
Niels Augusta
L. Blijden
Levens, Norman
Ini Statia
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnaar is Maikel Bergland
Er zijn 36 inzendingen, waarvan 33 goed:
Maikel Bergland
Imo Rosario
Erich Rene
Elfride Osepa
Papi Lareine
J.T. Emers
Edward Nahar
Verna Lopez
Josephine Barbolina
Max Martina
Erwin Sophia
Jules Marchena
Ethel Mercera
Juwelries, Sahaira
Nuelette Adams
G. Jukema
Virlene de Lanoy
Solange Nijdam
Modianne Cathalina
Yolanda Chakoetoe
Da Costa Gomez, Angelique
Regina v/d Biest
M. Griejaloe
Daisy Mogen
Reginald
Carol Dick
Flavia Vasco de Sousa
Jefka Alberto
L.J.Chr. Dee
Joan Augusta
Clara Hooi
Frans Kapteijns
Niels Augusta
L. Blijden
Levens, Norman
Ini Statia
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnaar is Maikel Bergland
Subscribe to:
Posts (Atom)