Sunday, October 4, 2009

Konosé bo Isla 2009-09: Rats!



Vraag: Wat is de Papiamentse naam van het beleg dat men vroeger ‘rattengehakt’ noemde?

Pregunta: Kon ta e nòmber na papiamentu di e ko’i kome ku pan ku nan tabata yama ‘djaka mulá’?

Sluitingsdatum: zondag 1 november 2009

Prijs: een cadeaubon van The Movies.

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2009-08: antwoord

Antwoord: Elleboogstraat

Er zijn 10 inzendingen, waarvan 6 goed:

Imo Rosario
Rieke May
Ruthmilda Vos
Joan Augusta
Carol Dick
America Augusta
Winsel Peney
Regina v/d Biest
Reginald Romer
Frans Kapteijns

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnaar is America Augusta

Tuesday, September 22, 2009

Curaçao

waar kan ik heen
ik kan niet naar Saba
kan niet naar Saba
daar is het te stil
waar kan ik heen
ik kan niet naar Statia
kan niet naar Statia
daar doen ze zo kil

ik wil niet wonen in Aruba
in Aruba daar krijg je een mep
en wat Kralendijk betreft
kom je tussen flamingo’s terecht

waar kan ik heen
wil niet naar Sint Maarten
niet naar Sint Maarten
dat is me te link
waar kan ik heen
kan niet naar Bonaire
wil niet naar Bonaire
daar zijn zij niet flink

ik wil niet wonen in Den Haag
in Den Haag daar zijn ze bekakt
en op de Dam in Amsterdam
daar blowen zij zich lam

dan blijf ik wonen op Curaçao
drink een biertje bij de snèk
ik blijf wonen op Curaçao
dat lijkt mij lang niet zo gek

K.

Tuesday, September 15, 2009

Siman di Kulturismo


Filosofia sabano

Si bo mira bon, hinter un seru manera Saba
Tog n' tin nada mas aden ku pipita pipita
Di diabas k'a hala mara pa motibu di miedu
Bin ta forma un moketa di rabia den shelu.

Den algun mion di aña bo por pipitá pipitá
Tur e pipitanan aki bèk traha un otro seru su banda:

Tur kos den naturalesa di mundu ta pasenshi.

Pero bo rebolushon di algun mion di aña nobo
N' ta nada mas ku un nòmber so l'e por kambia:

E barankanan awor na kabes dje seru
Lo baha bin drumi abou na su pia
I esnan na su pia lo subi para na su kabes
I asina nòmber dje seru Saba lo zona A-bès.

Tur otro kos lo keda mes bèrdè bèrdè; bèrdè?


Frank Martinus Arion

Monday, September 14, 2009

Ik alleen

De Warranawonkongen kenden geen eigendom, alles was van iedereen. Behalve de vrouwen uiteraard, die waren van niemand in het bijzonder. Ook had iedereen zijn eigen tandenborstel. Dat waren de enige uitzonderingen.

Het Warranawonkongs, de taal van de Warranawonkongen, kende alleen het persoonlijk voornaamwoord ‘wij’. Als iemand moest kakken, zei hij ‘wij gaan kakken’ en bedoelde natuurlijk, in onze taal, ‘ik ga kakken’. Stel je voor, het zou anders een stinkboel worden.

De Warranawonkongen hadden betekenisvolle namen. Geen Witte Veder of Bruine Beer of andere flauwe kul uit Arendsoog, maar namen die een bijzondere eigenschap van hun karakter uitdrukten. Zo had je Enkoodabaoo, wat betekende: ‘Hij die alles aan zijn mocassin lapt.’ Zij noemden hem Enkie of Henkie. Straks meer over Henkie.

De mannen gingen jagen en de vrouwen bleven thuis met de kinderen en de ouderen. Wanneer de mannen een antilope geschoten hadden of als het even meezat een buffel, keerden zij huiswaarts en werden ontvangen door de vrouwen die al een vuur hadden aangestoken voor de barbecue. Het werd een feestmaaltijd: vooraf een heldere bouillon getrokken van antilopenkop, gevolgd door lichtgeroosterde antilopenribbetjes op een bedje van gepofte mais en maispap met honing na. Om te smullen.

Ieder nam zijn deel, nooit meer dan de anderen. Behalve Henkie. Hij probeerde altijd een extra ribbetje achterover te drukken of twee lepeltjes honing in plaats van één door de pap te roeren. Daarna trok hij zich terug en ging in zijn eentje zitten bikken, terwijl de anderen gezellig samen rond het vuur zaten.

‘Heb je Henkie gezien, Sien?’ vroeg Henkie’s vader aan zijn moeder, want hij maakte zich zorgen om zijn zoon.
‘Ach, maak je geen zorgen, Dode Eik,’ antwoordde moeder Sien, ‘alle jongens liggen een beetje dwars op die leeftijd.’

Henkie was zes. Hij werd geboren negen maanden na de dag waarop Sien kleren aan het wassen was aan de oever van de Hudson rivier en Peter Minuit aan wal kwam met zestig gulden op zak.

Toen Henkie acht was, bedacht hij een heel raar spelletje. Hij naderde ongemerkt een ander kind in het dorp met gekruiste vingers en riep plotseling: ‘Samen delen.’ Het kind moest dan alles wat hij bij zich had met Henkie delen. Geen vuiltje aan de lucht, alles werd toch gedeeld. Maar wanneer Henkie zelf verrast werd door een medespeler, kruiste hij vlug zijn vingers en antwoordde: ‘Ik alleen.’ Dat betekende dat hij niets hoefde te delen.

Dode Eik vond dat het de spuigaten uitliep. Ook de andere dorpsvaders trokken hun wenkbrauwen op. Hij besloot om de jongen naar de dorpspsychiater te brengen, ondanks de protesten van Sien. De dorpspsychiater zat op dat moment voor zijn spreekhut zelfingenomen aan zijn pijp te lurken, omdat hij net had uitgedokterd dat de bleekgezichten gedreven worden door twee driften: seks en agressie. Hij was van plan dit tijdens het eerstvolgende congres van medicijnmannen wereldkundig te maken. Een onderscheiding van de American Psychiatric Association zat er dik in.

‘Heer Dokter, dit is mijn zoon Enkoodabaoo, hij lapt alles aan zijn mocassins,’ sprak Dode Eik bedeesd.
‘Dat had ik al begrepen,’ antwoordde de dokter terwijl hij zijn pijp uitklopte. ‘Wat scheelt hem?’
‘Al vanaf kleins gedraagt hij zich raar. Hij wilt altijd meer dan de anderen en denkt alleen aan zichzelf. De laatste tijd spreekt hij een vreemd taaltje. Hij roept ‘ik alleen’, wat voor hem betekent dat hij niet hoeft te delen.’
‘Wat roept hij?’ vroeg de dokter geschrokken.
‘Ik alleen,’ antwoordde Dode Eik bezorgd. ‘Is het ernstig?’
‘Nogal,’ mompelde de dokter in gedachten verzonken. ‘Hij is besmet met het hebzuchtvirus. Het virus zal zich langzaam, maar zeker verspreiden. Er is geen vaccin.’

K.

Wednesday, September 9, 2009

Een eiland zo klein

wie heeft het nou voor het zeggen?
op het eiland zo klein
wie heeft iets in de pap te brokkelen?
op het eiland zo fijn
velen hebben daar in hun leven
één keer Abraham gezien
hun kinderen hebben daar met plezier
Sint Nicolaas gevierd
nu slaan wij onze kamp op
op het eiland zo klein
heije Henkie gezien, Sien
op dat eiland zo fijn

de flamingo’s vliegen westwaarts
ayó, ons eiland te klein
kijk, ooievaars uit het oosten
verrek, een eiland, wat fijn
de mariachi speelt Ole Ana
op dat eiland zo klein
het koor zingt booi, hoi, hoi
op het eiland zo fijn
gis wie ginds Ank een kus geeft
op het eiland zo klein
godsamme Popi Jopi
wat vindt die het eiland toch fijn

wat zeggen de nederige inwoners?
al is het eiland nog zo klein
wij eisen respect en gelijkheid
dan blijft het eiland nog lang fijn
dan keren de flamingo’s huiswaarts
naar hun eiland zo klein
en leggen eieren in ooievaarsnesten
het eiland is zo verrekte fijn

K.

den hòfi

de hitte van de dag
hangt nog aan de bomen
heb ik geluk
of blijft het dromen?

donkere tamarinden
vormen een koepel
in de zwoele nacht
mijn hart breekt
hier heb ik op gewacht

langzaam ga ik
tot het plots gebeurt
de “dama di anochi’
geurt en kleurt!


Frans Kapteijns 020909.

Sunday, September 6, 2009

Konosé bo Isla 2009-08: Otrobanda



Vraag: Welke straat of steeg in Otrobanda werd vroeger ‘Hanchi di Bata’ genoemd?

Pregunta: Kua hanchi den Otrobanda nan tabata yama ‘Hanchi di Bata’?

Sluitingsdatum: zondag 4 oktober 2009

Prijs: een cadeaubon van Boekhandel Mensing.

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2009-07: antwoord

Antwoord: Kuskus

Er zijn 15 inzendingen, waarvan 8 goed:

Papi Lareine
Imo Rosario
Erich Rene
Angelique Da Costa Gomez
R.V. Romer
Norman Levens
Regina v/d Biest
H.M.Evers-Dokter
Yolanda Chakoetoe
Donna De Castro
Joan Augusta
America Augusta
Flavia.Vasco de Sousa
Frans Kapteijns
Aliden Dalila


Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Imo Rosario

Sunday, August 30, 2009

‘’Come’’ back party.

In halfdonker dansen zij
in streepjesjurk met afrohaar.
Wiegende koppels, zij groter dan hij
in glimmend pak.... en dansen maar.

In bloem gehulde billen deinen
prachtige lichamen, zwart en zacht.
Duizend dagelijkse zorgen verdwijnen
‘’Come back ‘’ muziek, de hele nacht.

Gepoetst, gepoederd, opgemaakt...
Het ritme heeft hun hart geraakt.
Ik vind het mooi, het maakt me blij.
Het grijpt mij ook.... kom dans met mij.

Hollum Ameland, 4 maart 2008.
©Ria Evers-Dokter


(Ik heb hier gekozen voor een
Zeefdruk van Edwin Maria, Curaçao 1969.

2 innig dansende paartjes.)

Saturday, August 22, 2009

"Ku mi mama na bida" (Un kantika bieu di Jaime Abrahams)

Ai di dia ta largu mi ta konformá mi ku Dios
pero e ora di anochi mi n’ por ser’e porta mi so
Ai di dia ta largu mi ta konformá mi ku Dios
pero e ora di anochi mi n’ por ser’e porta mi so

Refran:
Ku mi mama na bida mi n’ por kana bebe ròm
Ku mi mama na bida mi n’ por bira un buraché

Ser’e porta ta nada pero ser’e porta mi so
Ora mi subi e kama mi n’ por hasi grasia mi so
Ser’e porta ta nada pero ser’e porta mi so
Ora mi subi e kama mi n’ por hasi grasia mi so

Refran

Ya di dia ta nada mi a konformámi mi so
Ma t’e ora di anochi mi n’ por sera e porta mi so
Ya di dia ta nada mi a kustumbrámi mi so
Ma t’e ora di anochi mi n’ por sera e porta mi so

Refran

Enemigu del alma ku tin rabia riba mi
Warda dia mi muri bin tir’e brua riba mi graf
Enemigu del alma ku tin rabia riba mi
Warda dia mi muri bin tir’e brua riba mi graf

Refran

(Kortesia di Max Martina)

Monday, August 17, 2009

Hé patu



Hé patu ta janga
Hé patu ta rondia
Hun tiki cuminda
Pa su muchanan

Hé pa ki
Hé pa ya
Hé pa ki
Hé pa ya

Hé patu ta zoja
Su yiunan den fila
Nan rabu ta zoja
Mesco cu mamá

Hé pa ki
Hé pa ya
Hé pa ki
Hé pa ya

Hé patu ta mira
Hun tiki cuminda
Pone den un bleki
Den huki cura

Hé pa ki
Hé pa ya
Hé pa ki
Hé pa ya

Hé patu ta come
Su yiunan ta come
Te ora nan laga
Hé bleki bashi

Kiko ta muchanan
Kiko ta?
Hé baricanan tur
Ta jená?

Hé patu ta canga
Su saja di patu
Su yiunan ta sigi
Den fila su tras

Hé pa ki
Hé pa ya
Hé pa ki
Hé pa ya

Elis Juliana
Flor di Datu 1956

(Nota e uso di lèter ‘h’ na komienso di e palabranan ‘hé’ i ‘hun’. Nota tambe e 'bridge':Kiko ta muchanan/Kiko ta?/Hé baricanan tur/Ta jená? )

De betoverde prinses

Asina tabata

De schepen verschenen aan de horizon. ‘Daar komen ze,’ zei de priester tegen de halfnaakte Indiaanse. ‘Wie komen?’ vroeg de Indiaanse, ‘vriend of vijand?’ De priester tuurde naar de verte, met de rechterhand boven zijn wenkbrauwen om zijn ogen te beschermen tegen de felle middagzon. Hij liet zijn arm zakken en zuchtte. ‘Hollanders.’

Johan stond op het voorschip en bewoog zijn verrekijker langzaam naar links en dan weer naar rechts, liet hem zakken en zette hem nu aan zijn linkeroog. ‘Wat zie je?’ vroeg de dominee die naast hem stond. ‘Een priester en een halfnaakte Indiaanse,’ antwoordde Johan. Tieten, dacht de dominee. ‘Spanjaarden,’ zuchtte hij.

De Tachtigjarige Oorlog woedt voort.

Toen van Walbeeck de haven binnenvoer en aanmeerde op dezelfde plek als zijn voorganger meneer de Ojeda een kleine anderhalve eeuw eerder, had de priester zijn koffers al ingepakt. Hij kreeg vrije aftocht naar Coro. De Indiaanse moest ook mee, want behalve dat zij halfnaakt rondliep, was zij ook niet te vertrouwen.

Het viel Johan bar tegen, er was geen zout, er was geen verfhout, er was geen moer. ‘Wegwezen jongens,’ schreeuwde hij tegen zijn kornuiten, ‘voor het donker nog kunnen wij in Pernambuco zijn en een caipirinha pakken bij Ronaldinho.’ Niks van dat alles, kwam het bericht van de Kamer Amsterdam, die het eiland uiterst geschikt vond als oorlogsplaats om van daaruit de Spaanse koloniën en schepen het leven zuur te maken.

De Hollanders bleven, maar hadden niet veel om handen. Bij toeval kreeg een Hollandse plantagehouder op St. Kitts te horen dat er zich op Curaçao slaven bevonden die van de Spanjaarden waren afgepakt en kocht ze op. Toen ging er een lichtje branden bij Directeur Tolck. Wat stom dat hij er niet eerder aan had gedacht, natuurlijk, slavenhandel. En met vooruitziende blik voorspelde hij een lucratieve business: de driehoekshandel. Wapens en goedkope handelswaar vanuit Holland naar Afrika, slaven vanuit Afrika naar Brazilië en Curaçao, suiker, koffie, cacao, katoen, tabak en rum terug naar Holland.

De vrede van Utrecht wordt getekend.

Er kwam een eind aan de pret. Curaçao had last van de lorredraaiers, illegale slavenhandelaars. Maar de genadeslag kwam door het verlies van het asiento, de vergunning om slaven te verhandelen. Er zat dus niets anders op dan smokkelhandel met Coro, Puerto Cabello en La Guaira. Iedereen in Venezuela deed mee: planters, slaven, handelaren, ambtenaren en geestelijken. Een corrupte boevenbende, die Hollanders en de Venezolanen.

Tula nog niet verwekt.

De Curaçaose slaven hadden het goed. ‘De behandeling der slaven heeft over het geheel niet te wenschen overgelaten op het eiland.’ Zij waren verwend en hadden een slechte naam op de markt. Niks nieuws dus onder de zon. Nanzi hield iedereen voor de gek.

Ha die Tula.

Vrijheid, gelijkheid en broederschap. Van Uytrecht begreep niets van al die onzin. Slaven moeten werken, vooral op maandagochtend nadat zij de halve zondag geluierd hebben. Dat vond gouverneur De Veer in Willemstad ook. ‘Ik zeg maar zo, ik zeg nog meer, slaven die niet werken moeten een kopje kleiner gemaakt worden.’ Zo gezegd, zo gedaan.

Buchi Fil maakt bonje.

Eindelijk, als laatste in de rij, sloeg koning Willem III, in zijn onmetelijke goedheid, de zwarte bladzijde in onze koninkrijksgeschiedenis om. Ieder individu kon voortaan gaan en staan waar hij wilde. In principe.

Iemand recentelijk nog een shon gezien?

K.

Monday, August 10, 2009

Verdienen aan gokken

Wanneer mijn oma met een wit doek, doorweekt met awa maravia, om haar hoofd in de schommelstoel zit en kreunt van een trekkende pijn die vanaf haar voorhoofd achter langs de oogbal tot aan haar achterhoofd reikt, en de radio uit moet, dan is er geen rooie cent in huis. Mijn moeder kijkt voor zich uit met een gezicht van ik ben geen dokter, want die aap wilt zij niet op haar schouders. Wij zitten stilletjes in een hoek in afwachting van wat er gaat gebeuren.

Maar Oma zit nooit lang bij de pakken neer. Zij springt op, scheurt een vel gelinieerd papier uit mijn schoolschrift, ongevoelig voor mijn protesten, en schrijft keurig de cijfers 1 tot en met 100 in twee kolommen neer. In de eerste kolom de cijfers 1 tot en met 50, en in de tweede de cijfers 51 tot en met 100, zodat de cijfers paren vormen: 01 – 51, 02 – 52, ... , 50 – 00. Helemaal onderaan schrijft zij met achterover hellende letters: ‘Eerste prijs: een groot blik olijfolie van het merk Argo. Trekking: Tachira vanavond.’ De aanduiding ‘eerste’ is overbodig, want er zijn geen tweede en derde prijs. De lootjes kosten een kwartje per paar, dus heeft de koper een dubbele kans om te winnen.

Zij trekt het witte doek van haar hoofd, neemt een bad, besprenkelt haar lichaam met gelukswater en trekt een groene jurk aan, de kleur van de hoop. Zij verlaat het huis via de voordeur, maakt een kruisteken, oriënteert zich en slaat linksaf, richting Sebastopolstraat waar Tan Ka woont. Zij kijkt recht voor zich uit en is doof voor de groet van de buurvrouw.
‘Nou zeg, Polita, vanwaar zo’n haast, zit de duvel achter je aan? Je bent mij nog iets schuldig.’

Ik loop achter haar aan. Via allerlei omwegen, om andere schuldeisers te ontlopen, bereikt zij de Sebastopolstraat. Tan Ka is altijd de eerste klant, zij brengt geluk. Zij koopt voor een gulden aan lootjes en als zij wint, mag Oma de prijs behouden. Tan Ka, zij heet eigenlijk Carmen, is een dikke witte vrouw en woont in een herenhuis. Zij is altijd goedgehumeurd en schaterlacht om het minste en geringste. Je kan haar stem tot op het Rif horen.

‘Polita, mijn schat, wat heb je vandaag een mooie jurk aan. Groen is mijn lievelingskleur. Kom binnen. Waar heb ik jou bezoek aan te danken? Kijk eens aan, jij hebt mijn mannetje meegenomen.’ Zij lacht luid. Om de een of ander duistere reden heeft Tan Ka een zwak voor Oma. Misschien was zij zelf zwart in haar vorige leven. Zij danst de tambú als geen ander. ‘Ik heb net verse koffie gezet. Zwart, zonder suiker? Ik mag ook al geen suiker. Ik moet afvallen van de dokter. Mijn knieën deugen niet meer. Maar als je alleen woont moet je alles zelf doen, er is niemand die je helpt. En als je een keer bezoek krijgt, dan is het altijd om te halen, nooit om te brengen.’

Oma krimpt ineen. Voor hoeveel staat zij al in het krijt bij Tan Ka? Zij is de tel kwijt. Straks, buiten, zal zij het papiertje verscheuren.
‘Wat is er Polita? Heb je krampen in je buik? Het komt van de koffie, ik heb hem te lang laten pruttelen. Neem een slok water.’
Oma neemt een slok water.
‘Ja, dat helpt. Trouwens, je hebt mij al een tijdje geen lootjes aangeboden.’
Oma’s gezicht klaart op. Tan Ka koopt voor een gulden. Ik krijg een kwartje. Tan Ka brengt geluk. In een mum van tijd verkoopt Oma alle lootjes. Twee houdt zij voor haarzelf. Een blik olijfolie kost drie vijftig. Tel uit je winst.

Dat was vroeger. Wij weten allemaal dat het gokken op Curaçao alarmerende vormen aanneemt Ik ken van dichtbij schrijnende gevallen van gokverslaving. Familiebedrijven die ten onder gaan. Gezinnen die verwoest worden. De overheid wilt verdienen aan het gokken en heeft er dientengevolge baat bij dat er nog meer gegokt wordt. Wellicht kunnen de opbrengsten gebruikt worden om de gokverslaving tegen te gaan. Een contradictie?

K.

Saturday, August 1, 2009

Konosé bo Isla 2009-07: Kòrsou limpi



Het illegaal storten van vuil is altijd een probleem geweest op ons mooi eiland.

Vraag: Hoe heette de vroegere ongecontroleerde vuilstortplaats te Marie Pompoen?

Tiramentu di sushi ilegal riba nos bunita isla semper tabata un problema.

Pregunta: Kon tabata yama e lugá di tira sushi no kontrolá na Marie Pompoen.

Sluitingsdatum: zondag 6 september 2009

Prijs: een cadeaubon van Candy Barrel.

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2009-06: antwoord

Antwoord: Diabel ta suta su muhé ku pal’i funchi (pariba di kas).

Er zijn 29 inzendingen, waarvan 11 goed:

Renny Maduro
Erich Rene
Max Martina
Islelly.Pikerie
Elaine Con
Edner Chap
Tamira La Cruz
Ruthmilda Vos
Madelyn Francisco
Nadine Henriquez
Erwin Sophia
Winsel Peney
Daryanani Istatia
Ethleen Alders
Solange Nijdam
Loulla Blijden
Ethel Mercera
Donna de Castro-Maduro
Regina v/d Biest
Flavia Vasco de Sousa
Niels Augusta
L.J.Chr. Dee
Sharine Martina
Rudy Hollander
Edith Bouthisma
Joan Augusta
Carolina Nicolaas
Frans Kapteijns
R.Riedel


Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Ruthmilda Vos

Monday, July 20, 2009

Eerlijkheidshalve

Ik vond haar erg lief toen zij mij vroeg hoeveel broodjes in het zakje zaten, de juffrouw aan de kassa. De andere juffrouw die inpakte kletste aan een stuk door, aan haar bolle gezicht en dikke vingers kon je zien dat zij van gezelligheid hield. Alleen op Curaçao worden je inkopen voor je ingepakt, in Nederland worden zij door de kassière terzijde geschoven met een gebaar van rot-op-met-die-troep.

De kassajuffrouw keek weer naar het zakje. Er borrelde een duivels verlangen in mij op om een broodje te verzwijgen. Om tijd te winnen, sloeg de juffrouw mijn andere boodschappen aan, twee mislukte blokken brokkelkaas.

Ik vroeg de juffrouw van de kaasafdeling om overjarige kaas. Zij keek mij aan alsof ik vroeg naar haar oma van tachtig die in een schommelstoel met een teil op haar schoot boontjes zit te pellen voor de kala of naar haar oudoom van negentig die stinkt naar plasje en de hele dag met zijn piemel zit te spelen. Zij zocht plichtsmatig tussen de grote ronde kazen, te zwaar om met één hand getild te worden en hief toen het hoofd. Haar ogen keken mij smekend aan. Overjarig is ouder dan oud, hielp ik. Er kwam een uitdrukking van walging op haar gezicht, ogenblikkelijk gevolgd door verbazing. Ouder dan oud is immers de dood zelve. Hebben wij niet, zei ze aarzelend, deze zijn de oude kazen, hoe harder hoe ouder. Onderwijl pulkte zij in de kazen. Geef mij een stukje van die, ik wees naar een Old Amsterdam. Deze? Ja, die. Zij tilde de zware kaas uit de vitrine en haalde een kaassnijmes. De cellofaanverpakking wilde niet snel verwijderd worden, zij mompelde een verontschuldiging. Die stomme chef wikkelt de kazen altijd alsof zij mummies zijn. Snijd door de verpakking heen, gaf ik haar deskundig advies. Dat deed zij. Zij keek op. ‘Het is mislukt meneer.’ Zij deed mij denken aan de aangever van Toon Hermans die zei: ‘De duif is dood, meneer.’ Geef niks, antwoordde ik, snijd een nieuw stuk.

Bij de kassa drong een klant voor en vroeg of zij ook choco prins hadden in de winkel, hij kon ze in de rekken niet vinden. Choco prins, herhaalden de twee dames bezorgd. Zij wisten niet wat het was, maar het klonk wel lekker, de dikke inpakster watertandde. De klant legde uit: twee krokante biscuits met ertussen een vanillecrèmelaag omhuld met heerlijke melkchocolade. De inpakster kwijlde. Natuurlijk hebben wij dat, antwoordde de kassière, in de rek achter u. Het kon ook niet missen, in deze tijden op Curaçao, Holland at home.

Achter de toonbank bij de broodafdeling stond een meisje zich te vervelen, zij keek mij met lodderige ogen aan. Ik vond ze mooi, die ogen. Ik glimlachte naar haar. Ze lachte verlegen en werd meteen actief. Zij poetste de toonbank die al glom en fatsoeneerde de blikjes die al netjes op een stapel stonden. Ik kon niets bedenken om haar aan te spreken, het brood moest je zelf pakken en inpakken. Zij moest broodjes beleggen als erom gevraagd werd.

Er lagen verschillende soorten bruin brood op de schappen. Maanzaad, zonnebloempitten, pompoenpitten, allemaal zaken die niets met brood uit te staan hadden. Vroeger was er maar een soort bruin brood te krijgen en dat was bij Zuikertuintje supermarkt. Bruin brood was bruin brood. De Arubanen namen ladingen mee naar Aruba, daar kenden zij alleen pan batí.

Het meisje volgde afwezig mijn bewegingen Ik pakte een half bruin zonder tierelantijntjes erop, twee puntjes bruin en een puntje wit. De puntjes deed ik in een zakje. Daarna ging ik voor de toonbank staan en hield mij van de domme. Kan ik bij jou afrekenen, vroeg ik. Zij glimlachte, op haar gouden tand zat een diamantje. U moet aan de kassa afrekenen, meneer. Jij bent mooi, had ik nog willen zeggen.

De juffrouw aan de kassa werd ongeduldig, zij had alle andere boodschappen al aangeslagen. Twee bruin... en een wit, zei ik.

K.

Vivian i Ariadne



Vivian ta un señora ku ta gusta lesa mashá. Ki ora ku e tin un momento liber, e ta kue un buki i kuminsá lesa. Sea na papiamentu o na hulandes.

Riba e potrèt Ariadne Faries ta entregá e buki 'Sansaña den Sabana' na Vivian.

Un regalo for di shelu

Tabata dia trinta di mèi 1969, entre 12.00 or i 12.30 or. Skol no a kaba ainda.
E promé notisia riba e revuelta a drenta skol. Hopi mayornan a bin buska nan yu kaba. Desórden i pániko tur kaminda.

Tres homber, deskonosí, grandi i fuerte a drenta kurá di skol, habri e porta di mi kantor, puntrando: ‘Mener ta e kabes di skol?’

‘Si’, tabata e uniko palabra ku mi por a saka.

Nan a remarka e miedu den mi wowo.
‘No spanta. Sigur, sigur, mener a tende notisia lokal tokante di e revuelta na nos isla. Nan ta molostiá hende blanku, makamba. Nan ta kima outo.’

E tres homber a hasi un oferta masha simpátiko: ‘Nos ta soru ku nada ta pasa ku mener, pesei ta mihó ku nos ta hibá mener kas. Si mener ta duna nos e yabi di mener su outo, nos dos ta bai kore mener su outo; mi primo aki ta kore tras di nos den nos mes outo. E or’ei mener ta foi peliger, sano i salvo na kas.’

Tòg m’a keda un tiki deskonfiá. Mi a duda di nan frankesa, pero danki Dios nan a introdusi nan mes: ‘Nos ta mayor di tres di mener su alumno’

Esei a kita un peso for di mi lomba.

‘Mener ta bùk dilanti di stul patras, nos ta pone plaid i ban mira, Stoppelweg nos ta bai.’

Un kuartu di ora despues nos a yega kas, drenta kurá i m’a keda ripiti:‘Masha, masha danki.’

Di nan banda un aviso serio: ‘Keda kas, keda paden, skucha radio. Pasa bon!’ I bai nan a bai!

Despues di 40 aña mi ke yama un danki kordial na e tres bienhechor.

Mi ta spera ku nan lo rekorda nan bon obra.


Frans Kapteijns, kabes di skol di Bernadette-College, 1967 – 1977.
(Sòri ku mi papiamentu ta menos melodioso)

frans.kapteijns@home.nl

Sunday, June 14, 2009

Lekker eten

Op de achtergrond, maar wel luid genoeg om het gonzen van de levendige gesprekken te overstemmen, zong Rudy Plaatte over ene Boeis die hard was weggerend tijdens de vliegtuigkaping op Hato een aantal jaren geleden. Niemand wist waar hij naartoe was gerend. De grotten van Hato? Een wat oudere man zat op zijn gemak diskjockey te spelen.

Een lekker briesje wedijverde met de felle middagzon en heel in de verte kwam een grijze wolk aanzetten, argwanend in de gaten gehouden door de prachtig gecoiffeerde dames. Zo’n kapsel kost algauw tweehonderd gulden en dat laat je niet verpesten door die gehate regendruppels.

Wat raar, want het thema van die zondagmiddag in het Tula Museum in Landhuis Knip was tuinbouw en visserij. ‘Kom leren hoe u uw eigen groenten in uw tuin kunt verbouwen,’ luidde het bericht in de kranten en daar hoorde wel een beetje regen bij, vond ik. In het bericht stond ook dat je kon leren hoe je vissen kon kweken voor eigen consumptie, maar daar had ik weinig fiducie in. Vissen komen uit de zee.

Een dame legde uit aan een geïnteresseerd publiek hoe je zelf compost kon maken uit afval van groente en fruit, precies de twee componenten van de schijf van vijf die men hier weinig tot niet eet. Veel compost zal het wel niet worden. Toen zij ook nog benadrukte dat het hele zaakje een maand of wat lang zou stinken, zag ik de leveranciers van kunstmest grijnzen.

In een van de gebouwen op het terrein van het landhuis, kon je alles leren over vissen (wat vissers doen), vissen (die gevist worden) en vissers (die dus vissen). Het was een professioneel opgezette tentoonstelling met zelfs echte vissen in bakken met ijs voorzien van naamplaatjes zodat je voortaan weet wat je eet.

Ik had meer belangstelling voor de eettenten met allerlei Curaçaose lekkernijen en gerechten. Naast het huis, tuin en keuken snoepgoed dat je ook in de stad kunt kopen en waarmee de toeristen opgelicht worden, had men ook maiskoeken (maishi chikí), die haast nooit te krijgen zijn. Er was maismeel te koop, waarvan je pannenkoeken (arepa di maishi chikí) kunt bakken.

Het was lunchtijd. Na wat rondneuzen, bestelde ik een gestoofde papaya (papaya stobá). Spreek ik mijzelf tegen? Had ik niet gezegd dat men geen groente at? Goed, inderdaad, de meeste lokale groenten, zoals groene papaya, pompoen, kleine komkommers, etc., worden gestoofd met geitenvlees en gezouten varkensstaart. Om van te watertanden.

Terwijl ik wachtte, kwam er een meisje langs met een klein foambakje in haar hand. Zij ontmoette haar vriendin en toonde haar wat in het bakje zat. De vriendin trok een vies gezicht. ‘Wat is dat?’ vroeg zij. ‘Mangusá,’ antwoordde het meisje, ‘mijn moeder zei dat het lekker is.’

Mijn gedachten dwaalden af. Ik ben gedeeltelijk opgegroeid bij mijn oma in de kunuku. Mijn grootoom verbouwde groenten, mais, pinda’s, hij had papaya- en andere fruitbomen, hij hield geiten, schapen, kippen, eenden, ganzen, noem maar op. ’s Morgens moesten wij (broertjes en zusjes) eieren gaan zoeken onder de cactusstruiken voor het ontbijt. ‘Avonds aten wij gestoofde groente uit de tuin met rijst of funchi. Zondag aten wij kip of geitenvlees. Het kwam ons de neusgaten uit. Wij smachtten naar een karbonade of een stukje rundvlees, desnoods corned beef uit blik. Mijn oma vond dat allemaal overbodige luxe en geldverspilling. Wat zij kookte was niet alleen lekker, maar ook nog gezond, zei ze.

Na de oogst maakte zij mangusá klaar, een gerecht bestaande uit bonen, mais, pinda’s en gedroogde kokosvlees. Die dag at ik bij mijn moeder.

‘Meneer, wilt u witte rijst of aros moro?’ vroeg de baas van de eettent.
‘Laat maar zitten,’ antwoordde ik bijna.

K.

Monday, June 8, 2009

Albert'i shon Rica Tutuchi



Albert'i shon Rica Tutuchi
Un wowo so, un wowo so
Un wowo so é tin

E wowo ta mira tomati
E wowo ta mira siboyo
E wowo ta mira tur speserei
Pa tira den karni stobá, stobá

Kortesia di Frans Kapteijns

Sunday, June 7, 2009

Konosé bo Isla 2009-06: Spreekwoord



Vraag: Wat zegt men op Curaçao als het regent en de zon schijnt?

Pregunta: Kiko nan ta bisa na Kòrsou ora awa ta kai i solo ta sali?

Sluitingsdatum: zondag 2 augustus 2009 (In juli is Learnforfun met vakantie)

Prijs: een cadeaubon van The Cinemas.

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2009-05: antwoord

Antwoord: Cynthia Mc Leod

Er zijn 23 inzendingen, allemaal goed:

Erich Rene
Frans Kapteijns
Islelly. Pikerie
Elodie Heloise
Dominique Jong
Levens, Norman
Pauline Alfonso
Aimee L. Kleinmoedig
Fiba Romer
Madelyn Francisco
Max Martina
Yolanda Chakoetoe
L.J.Chr. Dee
Loeki Peters
Valda Lancelot
Jonathan Jukema
Joan Augusta
Solange Nijdam
Regina v/d Biest
Elaine Con
Mathilde van de Beek
Papi Lareine
Niels Augusta


Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Dominique Jong