Monday, November 8, 2010

Konosé bo Isla 2010-10: Suriname, Berg en Dal



De geschiedenis van Berg en Dal begint met de stichting van een militaire post bij de Parnassus-berg, als bescherming tegen de indianen. Vervolgens — volgens schaarse en niet te controleren bronnen — werd er een "bergwerk" aangelegd met de naam Trouw-op-God. Dat was omstreeks 1717, en het doel was natuurlijk goudwinning. Een bezoek van gouverneur Temming bracht aan deze poging een einde. Temming achtte het gehele werk zinloos en zette de zaak onmiddelijk stop. Wel had de plaats een gunstige indruk op hem gewekt, want hij besloot 1500 akkers nabij de mijn aan zichzelf toe te kennen. In 1923 werd dit areaal vergroot tot 3000 akkers toen Temming het hoogste bod deed op de mijnconsessie. Vervolgens verwierf hij nog eens 2000 Akkers aan de overzijde der rivier, waarvan 1000 akkers op naam van zijn aanstaande vrouw, Charlotte van der Lith.

Hiermee hebben wij kennis gemaakt met de hoofdrolspelers in de geschiedenis van de plantage Berg en Dal : de gouverneur-generaal Hendrik Temming, maar toch vooral diens echtgenote Charlotte van der Lith. Charlotte arriveerde omstreeks 1722 in Suriname, en meldde zich aan als lidmaat van de gereformeerde kerk. Zij werd ingeschreven in het lidmaatregister van dat jaar :

".....1722 september 25 juff: Charlotta Elizabeth van der Lith met Attestatie van St.Hagen....."

Twee jaar later trad Charlotte in het huwelijk met de gouverneur Hendrik Temming. Het was haar eerste huwelijk in een serie van vijf, Charlotte heeft haar leven gedeeld met 3 gouverneurs en 2 predikanten.


Vraag: Hoe werd Charlotte van der Lith ook wel genoemd?

Sluitingsdatum: zondag 5 december 2010

Prijs: een cadeaubon van The Cinemas.

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2010-09: antwoord

Antwoord: Shimaruku

Er zijn 34 inzendingen, waarvan 33 goed:

Aida Geerman
Daisy Casimiri
Reginald Römer
Ariadne Faries
Guiselle de Kaster
Elaine Con
Madelyn Francisco
Max Martina
King Yen Yung
Solange Nijdam
Angélique Da Costa Gomez
L.J.Chr. Dee
Winsel Peney
Sijonara Maria
Jamila Romero
Flavia Vasco de Sousa
Yolanda Chakoetoe
Erseline Mauricio
Maria Montroos
Edgar de Palm
Elodie Heloise
Cheryl Coffi
Glyraine Jukema
Regina v/d Biest
Renny Albertus
Max Maria
Evelyn Aliff
Lina Engelhart-Gillen
Jan Philipsen
Niels Augusta
America Augusta
Siagnee Mariano
Ingrid R.
Frans Kapteijns

De winnares is Jamila Romero

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De laatste Antilliaan

Opgewonden rende Techi het café binnen. Daar zat Roro aan zijn vaste tafel. Techi ging zitten en snakte naar adem.
‘Wat is er aan de aan de hand?’ vroeg Roro bezorgd. ‘Heb je de duivel gezien?’
‘Nee, nog erger,’ pufte Techi, ‘Ik heb Hem gezien. De Antilliaan. Ik heb de Antilliaan gezien.’
Roro keek nog bezorgder, omdat hij begon te twijfelen aan de verstandelijke vermogens van Techi. Arme Techi, dacht hij. Zij werkt veel te hard. Van ’s morgens zes tot ’s avonds zes. De hele dag in de hitte van de stomerij. Daar krijg je ook wat van.

‘Wat heb je dan precies gezien?’ vroeg hij aan Techi, want hij had geleerd dat je gekken niet moest tegenspreken. ‘Hoe zag hij eruit, die Antilliaan?’
‘Hij had een witte mantel om met een rode en een blauwe streep erop. En boven zijn hoofd hing een aureool van zes, nee vijf sterren.’ Techi bleef stil en staarde voor zich uit.
‘En?’ vroeg Roro ongeduldig. ‘Hoe zag hij er verder uit. Was hij groot? Klein? Welke huidskleur had hij?’
‘Hij was niet groot en ook niet klein. Hij was niet zwart en niet wit. Hij was ...’

Techi kreeg het benauwd, het zweet brak haar uit. Haar handen beefden. Roro vreesde dat zij flauw zou vallen.
‘Water,’ riep hij tegen de barman. ‘Koud water. Snel.’ Maar Techi nam zelf een fles glacial uit haar tas en besprenkelde haar voorhoofd ermee. Dat deed haar goed. Zij kon weer spreken.
‘Wat was hij dan?’ vroeg Roro. Hij zat op het puntje van zijn stoel.
‘Hij was ...,’ hakkelde Techi. ‘Hij was ... transparant.’

‘Hij was transparant, laat mij niet lachen,’ zei een krakende stem. Zij keken verbaasd om. Daar zat een oude man aan het tafeltje achter hen. Zij hadden hem niet opgemerkt. Hij was geruisloos binnengekomen.
‘Een LV*,’ fluisterde Roro tegen Techi.
‘Helemaal geen LV,’ sprak de oude man, ‘jullie kunnen fluisteren wat jullie willen, ik hoor het allemaal. Ik ben niet doof. De Antilliaan heeft nooit bestaan. Hij is een verzinsel van de Hollanders, net als de Vliegende Hollander. Het verhaal werd vroeger ’s avonds voor het slapen gaan aan kinderen verteld en dan konden zij van de angst niet slapen. Zij pisten in hun broek. Aan stoute kinderen werd gezegd, ‘ik roep de Antilliaan voor je’, en dan werden zij stil. De Antilliaan was de boosdoener. Hij kreeg de schuld van alles wat de Hollanders verkeerd deden. Dat is heel lang geleden. Als je het nu over de Antilliaan hebt, lachen de kinderen je uit. Professor V. Marsje heeft een boek over geschreven.’

Wan was zeer verontrust. Hij wist zeker dat de vrouw hem gezien had. Al die jaren had hij zich schuil kunnen houden. Niemand wist dat hij nog bestond. En al had hij aan hen verklapt dat hij een Antilliaan was, dan nog hadden zij hem uitgelachen. Niemand geloofde meer in de Antilliaan. Maar nu liep hij gevaar. De vrouw had hem herkend, dat had hij aan haar reactie gezien. En zij ging het rondbazuinen. En dan kwam de RST.

Midden in de nacht werd op de deur van Techi’s huis gebonsd. ‘Doe open. De RST.’ zei een zware stem. Techi deed met bevende handen open.
‘U bent Techi en u heeft de Antilliaan gezien?’ sprak de Blonde Reus. ‘Kunt u ons naar de plek des onheils brengen?’
Techi kreeg geen tijd om zich aan te kleden. Tussen drie grote mannen in liep zij naar de plaats waar zij die middag de gedaante gezien had. Het was volle maan, maar zij vonden niets. Heel in de verte zagen zij de witte mast van een zeilschip wegvaren richting Coro.
Dat was Wan, de laatste Antilliaan. Maar zij konden dat niet weten.

*LV: de LuisterVinken, de geheime dienst van de Geheime Leider.

Een speld

Ik ben een kinderboek aan het schrijven en ging op het internet op zoek naar informatie over het gedrag van kinderen in de verschillende leeftijdscategorieën. Wat vinden zij leuk om te lezen? Wat voor soort humor houden zij van? Hoe stellen zij de wereld om hun heen voor? Nou, het lijkt wel alsof je een doctortitel in de psychologie moet hebben om een kind te begrijpen. Toch heeft mijn moeder elf kinderen grootgebracht en zij was een doodgewone huisvrouw. Dus zo ingewikkeld als het in de internetartikelen staat, is het ook weer niet. Als je goed luistert en kijkt, zijn kinderen best te begrijpen. Getuige het verhaal dat ik een keer gehoord heb van een leerkracht.

‘Wat zijn jullie stil, jongens,’ zei mevrouw Martina, onderwijspsychologe bij het Departement van Onderwijs, tegen de kinderen in de klas, terwijl zij in een strakke spijkerbroek en met naaldhakken - tak, tak, tak - op en neer liep. Johnny vond haar meteen lief, in ieder geval leuker dan die vervelende Juf Ivonne.

‘Jazeker,’ viel Juf Ivonne haar trots in de rede. ‘Je hebt geen kind aan ze. In mijn klas kun je een speld horen vallen.’

Daar zegt ze het weer, dacht Johnny. Hij had vanochtend een speld meegebracht van huis en die laten vallen, maar niemand hoorde iets. Juf Ivonne het minst, want die is zo doof als een kwartel. Dat zei zijn moeder een keer na een ouderavond.
‘Die juffrouw van jullie is zo doof als een kwartel. Zij hoort gewoon niet als je iets tegen haar zegt.’
Johnny kon dat niet weten, want hij had nooit een kwartel gezien. ‘Dat is een soort vogel,’ had zijn moeder uitgelegd.
Hij kon zich wel voorstellen dat die kwartels makkelijk te vangen waren. Makkelijker dan totolikas, de kleine duifjes die ’s ochtends bij hem op het erf broodkruimels kwamen pikken. Die waren verre van doof, bij het minste geluid vlogen zij weg.

‘U moet juist een kind aan ze hebben, daarom staat u voor de klas, juffrouw Ivonne,’ merkte mevrouw Martina luchtig op. ‘De kinderen moeten zich kunnen uiten.’

Wat denkt dat wijf nou wel, dacht Juf Ivonne, zij is amper vijfentwintig en die komt mij de les lezen. Zij vergeet dat ik al meer dan dertig jaar voor de klas sta.

‘Hoor je dat,’ fluisterde Johnny tegen Nathalie die naast hem zat, ‘Juf Ivonne moet een kind van ons krijgen. Dat kan helemaal niet.’
‘Stil,’ siste Nathalie, ‘wij moeten van Juf Ivonne stil zijn.’
‘Trut,’ zei Johnny en stak haar met het speldje in de bil.
‘Au,’ schreeuwde Nathalie en buitelde van haar stoel.

‘Johnny!’ gilde Juf Ivonne boos, ‘zit je weer te klieren? Kom hier!’
Mevrouw Martina had binnenpret, nu werd het spannend. Johnny liep aarzelend naar voren en bleef met gebogen hoofd voor Juf Ivonne staan.
‘Johnny! Kijk mij in de ogen.’ Dat was mevrouw Martina.
Johnny keek haar met vragende ogen aan.
‘Vertel mij eens, wat doe je met een speld op school?’
Johnny keek even naar de boze Juf Ivonne en toen weer naar mevrouw Martina.
‘En?’ vroeg mevrouw Martina en streelde hem over zijn kaalgeknipte kop.
‘Ik...’ hakkelde Johnny, ‘wij... wij moesten van Juf Ivonne heel stil zijn wanneer u op bezoek kwam. Zo stil dat je een speld kon horen vallen. Ik heb vanochtend een speld laten vallen, maar niemand hoorde iets. Ik...’
Geen speld tussen te krijgen, dacht mevrouw Martina.

Monday, October 25, 2010

Sunday, October 3, 2010

Konosé bo Isla 2010-09: Vruchten



Vraag: Welke vrucht is deze?

Pregunta: Kua fruta esaki?

Sluitingsdatum: zondag 7 november 2010

Prijs: een cadeaubon van Boekhandel Mensing.

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2010-08: antwoord

Antwoord:
Nanzi heeft 9 kinderen. (Bron: Hoe Nanzi de koning beetnam en andere Antilliaanse verhalen over de slimme spin. Nilda Pinto. Tweede druk 2006)


Er zijn 7 inzendingen, waarvan 3 goed:

Regina v/d Biest
Elaine.Con
Frans Kapteijns
Yolanda Chakoetoe
Loeki Peters
Leendert J.J. Pengel
Flavia Vasco de Sousa

De winnaar is Leendert Pengel

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De redding

Het is zaterdag en al bijna twaalf uur ’s middags. Er is geen bedrijvigheid in de keuken. De geur van gebakken bananen vullen de steegjes van Otrobanda. Het is stil en somber in huis. Oma Polita heeft een wit doek om haar hoofd gebonden dat zij telkens nat maakt met awa maravia, wonderwater. Zij heeft koppijn van de kopzorgen.

‘Sarajulia,’ roept zij.
Sarajulia is mijn moeder, maar niemand weet dat zij zo heet. Iedereen noemt haar Julia. Als Oma haar Sarajulia noemt, dan is dat een teken dat zij ruzie zoekt. Oma Polita zoekt een zondebok.
‘Sarajulia, heb je al een bloemetje gezet bij het beeld van Sint Antonius?’ vraagt Oma klaaglijk.

Mijn moeder reageert niet, zij heeft geen bloemetje gezet want zij gelooft niet in die onzin. Mijn moeder gelooft nergens in, behalve dan in goed geluk. De dingen komen vanzelf goed. Oma Polita ergert zich hier mateloos aan, zij is het goed geluk.

‘Ga jij een bloemetje plukken,’ zegt zij tegen mij.
Ik sta lusteloos op. Ik heb honger, wil ik zeggen, maar ik pas ervoor op. Voor het beeld van Sint Antonius ligt een hard saladebroodje, half opgevreten door de kakkerlakken.
‘Moet ik dit weggooien?’ vraag ik.
‘Nee, laat maar liggen en zet het bloemetje een beetje netter. Zet het rechtop tegen het beeld aan.’ Ik snap ook niet hoe Sint Antonius door dit eerbetoon voor eten kan zorgen.

Iemand hoest opzichtig in het kamertje naast de kast waar het beeldje op staat. Oom Romoldo ligt op bed en staart naar het plafond. Als er iemand recht heeft op eten, dan is hij het wel. Hij heeft het huishoudgeld netjes op tijd afgedragen aan Oma Polita. Dat gehoest van hem maakt Oma Polita nog ongeduriger.

Het is vaker gebeurd dat er geen eten in huis was. Maar op de een of ander manier kwam er toch manna uit de hemel vallen. Vandaag lijkt de situatie echter uitzichtloos. Oma heeft nergens meer krediet. Geld lenen lukt ook niet. De belofte om morgen terug te betalen, daar trapt niemand in. Het is pas de helft van de maand.

Voor de deur van de overburen klinkt een luidruchtige stem. Oma springt op.
‘Dat is Freddie,’ roept zij, ‘roep hem binnen.’ Het komt plotseling in haar op dat Freddie haar tien gulden schuldig is. Iets uit het grijze verleden, zij weet niet precies meer wat. Zij pakt de schoenendoos waar zij haar papieren in bewaart en begint te zoeken. Maar zij vindt alleen maar oude rekeningen en aanmaningen. Toch weet zij het zeker van die tien gulden. Iedere week heeft zij een tekort van tien gulden op haar budget, dat moet het zijn.

Freddie komt binnen, joviaal zoals altijd. Normaal duldt Oma Polita geen bezoek tegen etenstijd. Na veel omwegen en vragen naar de gezondheid van alle familieleden en aanverwanten van Freddie, brengt Oma de tien gulden ter sprake. Natuurlijk kan Freddie zich daar niets van herinneren en het is trouwens haast onmogelijk, want in de eerste plaats leent hij nooit iets van niemand, en mocht dat toch onverhoeds een keer het geval zijn, dan betaalt hij de volgende dag het geleende meteen terug, dus Polita vergist zich. Oma wordt boos: wil Freddie met andere woorden zeggen dat zij liegt?

Freddie wordt voorzichtig, Polita is niet iemand om ruzie mee te krijgen, wil je je doopceel niet gelicht hebben. Hij is degene die zich vergist, geeft hij toe, maar het probleem is dat hij geen geld bij zich heeft en het thuis moet gaan halen. Daar trapt Oma niet in, eenmaal weg komt hij niet meer terug. Oma kijkt strak naar zijn bestofte schoenen. Freddie begrijpt haar blik. Hij bukt en tovert een tientje tevoorschijn uit zijn rechtersok.

K.

Le pays gris

De volgende dag was alles grijs. De regenboog was verdwenen.

Tony ging zijn vriendin Ellie ophalen. Zij hadden afgesproken om samen te gaan ontbijten. Hij toeterde en zij kwam naar buiten. Zij ziet er anders uit vanochtend, dacht Tony, haar haren glanzen niet en zij heeft geen lippenstift gezet.

‘Je hebt geen lippenstift gezet,’ zei Tony aarzelend toen Ellie in de auto stapte.
‘Ik heb wél lippenstift gezet,’ antwoordde Ellie gepikeerd. Zij raakte altijd geïrriteerd wanneer Tony opmerkingen maakte over haar uiterlijk. Moest zij er de hele dag als een miss bij lopen?

Het verkeer bij de grote kruising van Biesheuvel zat muurvast. Alle auto’s toeterden luidruchtig.
‘Wat is hier nou aan de hand?’ vroeg Ellie verbaasd.
‘Er zal wel een ongeluk gebeurd zijn. Een kettingbotsing of zo. Ik zal even kijken.’
Tony ging op de rand van het autoportier staan om over de andere auto’s heen te kunnen kijken.
‘A... alle verkeerslichten staan op grijs,’ stotterde hij.
‘Neem jij mij in de maling?’ reageerde Ellie boos. ‘Hoe kunnen de verkeerslichten nou op grijs staan?’
‘Kijk zelf maar,’ antwoordde Tony. ‘Rood staat op grijs, oranje staat op grijs en groen staat op grijs.’

Inderdaad.
Na handig manoeuvreren, konden zij doorrijden. Zij gingen bij Denny’s ontbijten.
‘Mogen wij de menukaart?’ vroeg Tony aan de serveerster.
‘Wij hebben geen menukaart, meneer,’ antwoordde het meisje. ‘Wij serveren maar één gerecht. Spek en bonen.’
‘Jij bent niet grappig, hoor,’ kwam Ellie tussenbeide, ‘ga de menukaart halen en breng ook twee glazen water voor ons mee.’

Het meisje ging weg en kwam niet meer terug.
‘Zij is ons vergeten,’ zei Ellie na een poosje. ‘Daar loopt zij. Hallo, jij daar, je bent ons vergeten. Zitten er ook hersens in die mooie kop?’
‘Ik heb u niet bediend, mevrouw,’ antwoordde het meisje en liep naar een andere klant.

‘Daar loopt ons meisje,’ zei Tony, ‘Nee, zij is het niet. Zij lijken allemaal sprekend op elkaar.’
‘Laten wij weggaan,’ opperde Ellie ongedurig.
Zij liepen naar de auto. Er kwam een groep schoolkinderen langs op weg naar het sportveld naast het gebouw. Tony stond perplex.

‘Verdorie nog aan toe,’ sprak hij als in een roes, ‘deze kinderen zijn gekloond. Er is geen verschil tussen het ene en het andere kind. Zij hebben allemaal hetzelfde gezicht, dezelfde lengte, dezelfde haren. Zij lopen allemaal hetzelfde. En, zij zijn allemaal... grijs.’

‘Stap snel in de auto,’ schreeuwde Ellie, ‘wij zien geesten.’
In de auto stond de radio aan. Het ochtendnieuws. Een politieke bestuurder was aan het woord.
‘Er bestaat geen multiculturele samenleving. De andere culturen proberen de ene echte cultuur te overwoekeren en te vernietigen. Er bestaat maar één cultuur. Er is maar één oorspronkelijke cultuur. De monocultuur. De grijze...’ Ellie had de radio uitgezet.

‘Die man praat onzin,’ zei ze. ‘De monkeycultuur bedoelt hij.’
Tony bleef stil, hij was diep in gedachten verzonken.
‘Wat scheel je?’ vroeg Ellie. ‘Jij voelt je toch niet verantwoordelijk voor de problemen in deze wereld? Daar hebben wij Obama voor. Wake up, schat.’

Zij liepen een dure dameszaak in de Renaissance Mall binnen. Een schoonheid stond achter de toonbank. Ellie bekeek de jurken die aan de rekken hingen.
‘Is dit de nieuwste mode?’ vroeg zij aan de dame achter de toonbank. Deze knikte bevestigend.
‘Waarom zijn alle jurken grijs?’ vroeg Tony en verstijfde.

K.

Sunday, September 5, 2010

Konosé bo Isla 2010-08: Nanzi



Vraag: Hoeveel kinderen heeft Nanzi?

Pregunta: Kuantu yu Nanzi tin?


Sluitingsdatum: zondag 3 oktober 2010

Prijs: een cadeaubon van The Movies.

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2010-07: antwoord

Antwoord:
‘Lili ta tra li lila pa Lala.’
‘Lilita, tra' li lila pa Lala!’ (Oplossing van Frans Kapteijns)


Er zijn 11 inzendingen, allemaal goed:


Frans Kapteijns
Joan Augusta
Elodie Heloise
Ariadne Faries
Aileen Looman
Edith Wal
Yolanda Chakoetoe
Regina v/d Biest
Jet Gruning
Niels Augusta
Max Maria

De winnares is Edith Wal

Iedereen bedankt voor het meedoen.

Saturday, September 4, 2010

Schildpaddensoep

Nanzi zit op de stoep van zijn voordeur en staart voor zich uit. Hij is ten einde raad. Vandaag is het al de vierde dag dat er niets te eten is in huis. Niets, nada, niet eens een houtje om op te bijten. Hij had die ochtend voorgesteld om soep te trekken van Pegasaya, hun jongste zoon, maar dat was Shi Maria, zijn vrouw, in het verkeerde keelgat geschoten.

‘Nanzi, ben je nou helemaal van lotje getikt? Van onze jongste soep trekken? Zal ik jou een kopje kleiner maken?’ schreeuwde zij en kwam met haar grotere lijf dreigend op Nanzi af.
‘Wacht,’ probeerde Nanzi zich te verdedigen, ‘Pegasaya heeft nog maar weinig gezien van de wereld en zal dus niet veel missen.’
‘Hou je kop en ga eten voor ons zoeken,’ snauwde Shi Maria, ‘spring desnoods zelf in de pan.’

Nanzi tuurt naar een kudde geiten die in het cactusveld aan het grazen is. Een malse geitenbout aan het spit zal hem nu heerlijk smaken, denkt hij. Hij begint ervan te watertanden. Een geit kan best op drie poten lopen, redeneert hij. In Santa Maria heeft hij een hond op drie poten zien rondhuppelen, waarom zou een geit dat niet kunnen. Het probleem is wel: hoe hak je een geit een poot af, zonder dat zij doodbloedt?

In de verte ziet hij Tante Leguaan aan komen waggelen, hoog op haar poten.
‘Dag Tante Leguaan,’ zegt Nanzi wanneer zij dichterbij is, ‘waar waggelt de reis naartoe?’
‘Dat gaat jou niks aan,’ antwoordt Tante Leguaan bits. ‘Trouwens wat kijk jij flauwtjes uit je ogen. Ik zou haast zweren dat je vier dagen niet gegeten hebt.’

Leguanenstaartsoep zal nu niet slecht smaken, peinst Nanzi. ‘Tante Leguaan,’ zegt hij met een slijmerige stem, ‘men beweert dat u het meest begenadigde onder de dieren bent.’
‘Is dat zo?’ antwoordt de leguaan ijdel, ‘en waarom dan wel?’
‘Zij zeggen dat als u uw staart kwijtraakt, er weer een nieuwe aangroeit. Zoveel wilskracht heeft u.’
‘Ja, ja, ja,’ kirt Tante Leguaan.
‘Maar ik geloof er niets van,’ spreekt Nanzi met een ernstig gezicht, ‘volgens mij bent u een oplichtster. Ik wil het met mijn eigen ogen zien.’ En terwijl hij dat zegt, loopt hij op de leguaan af. In een flits ziet deze de bijl in Nanzi’s hand glinsteren in het zonlicht en zet hem op een lopen.

‘Nanzi, de duivel zal je ziel halen,’ schreeuwt zij vanuit de verte.
Nanzi gooit de bijl aan de kant en gaat weer moedeloos zitten. Er zit niets anders op, denkt hij. Hij moet gaan werken om aan eten te komen. Hij zal de eerste telg zijn uit het oude geslacht Araña die gaat werken. Een grote schande, hij breekt met de traditie. Dan maar liever sterven. Hij zal zich opofferen voor zijn vrouw en kinderen.

Hij heeft gelezen van een religie waarvan gelovigen die zich opofferen in het hiernamaals beloond worden. Hij kijkt in de telefoongids, pakt de telefoon en bekeert zich. Hierna zet hij een pan water op het vuur. Hij zal in de pan springen en soep trekken van zichzelf. Hij zal een brief achterlaten waarin hij Shi Maria en de kinderen smakelijk eten wenst.

Nanzi gaat met zijn kop tussen zijn poten op de stoep zitten wachten totdat het water kookt.
‘Zo Nanzi,’ hoort hij een lijzige stem, ‘wat blik jij somber, is je laatste uur geslagen?’
Nanzi kijkt op. Het is Paddie Schildpad, helemaal onder de modder. ‘Donder op,’ zegt hij tegen Paddie, ‘je stinkt, maak dat je wegkomt, ga baden.’
‘Baden, baden,’ jammert Paddie, ‘waar kan ik op dit moment een warm bad nemen?’
Nanzi springt op. ’s Avonds komen Shi Maria en de kinderen thuis en worden onthaald op een bord heerlijke schildpaddensoep.

K.

Monday, August 23, 2010

Dies florin ku dies sèn

Benisio di Ma Keta
mainta promé ku solo sali
a lanta gloria su kurpa
bisti su wayabera blanku
sali kue kaminda pa Punda
promé ku Ma Keta hole sa.

Ta ayera Lunita di tra’i seru
a bin ta konta kuchikuchi
ku gobièrnu tin un plan sekreto
pa regalá tur penshonado
den kuadro di pais nobo
dies florin ku dies sèn.

Ta sèn ku nan a haña den un saku
den kantor di Bestuurscollege
makambanan ku a bishitá nos isla
a laga tras pa nos.

Benisio sintá den sala di espera
esun promé ta bebe awa limpi
diputado ta drenta otro ta sali
unu bistí manera un keke
fragansia di perfume karu
ta wal bo stoma bashí.

Porfin un señorita amabel
a bin atendé Benisio
skirbi number di buki di banko
pa asina ku elekshon pasa
depositá e sèn riba su kuenta.

Benisio a keda mashá kontentu
i a hura e damita bunita
na nòmber di su mama difuntu
ku e lo vota pa e Lider Máksimo
ku tin Benisio i Ma Keta na kurason.

Kompader

Thursday, August 19, 2010

Taal

Op het moment dat de rector van het Radulphus College zich zorgen maakt over de beheersing van de Nederlandse taal op zijn school, lees ik De Kapellekensbaan, de anti-roman van Louis Paul Boon, het meest onorthodoxe boek geschreven in de Nederlandse taal waarvan de beginzin al twaalf regels telt en de tangconstructies je om de oren vliegen, uit. Niettemin wordt dit meesterwerk van ‘Boontje’ beschouwd als een van de absolute hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur van de afgelopen eeuw. Je moet er wel wakker bij blijven, maar dat geldt voor ieder goed boek.

Wat bedoelt de rector nu met beheersing van de Nederlandse taal? Zal een VWO eindexamenkandidaat voor het vak Nederlands De Kapellekensbaan op zijn lijst moeten kunnen zetten als hij daar zijn goesting in heeft? Of voor mijn part om meer bij de tijd te blijven de Godverdomse dagen op een godverdomse bol van Dimitri Verhulst, ook al een Vlaamse schrijver verdorie, en kom nu niet met Herman Brusselmans aanzetten.

De rector kan zich om de beheersing van om het even welke taal zorgen maken. Alle talen worden slecht beheerst. Hij heeft gekozen voor het Nederlands, historisch, omdat wij in het Nederlands taalgebied van de Koninkrijk der Nederlanden liggen en praktisch, omdat onze jongens en meisjes na de middelbare school in Nederland gaan studeren. De tegenvallende schoolresultaten hier en het falen tijdens de studie daar, worden toegeschreven aan de gebrekkige kennis van de Nederlandse taal. Ik meen te weten dat de studieresultaten van de Marokkaanse studenten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam tot de beste behoren, zij spreken Marokkaans thuis en onderling.

Zouden ook andere factoren een rol kunnen spelen? Bijvoorbeeld een gebrek aan inzet en studiezin, en een laag ambitieniveau bij de leerlingen hier en aanpassingsproblemen, weinig doorzettingsvermogen en te veel afleiding bij de studenten daar? De deskundigen kunnen dat weten.

Maar laten wij terugkeren naar het taalprobleem. Om het probleem te vereenvoudigen maak ik onderscheid tussen de beheersing van de taal in een vakgebied, bijvoorbeeld informatica, economie, psychologie, vaktaal dus en het gebruik van taal in een dialoog, mondeling of schriftelijk.

Vaktaal is een middel om kennis van het vak over te brengen. Een student moet in de eerste plaats de vaktaal goed leren beheersen. De meeste disciplines volgen een min of meer standaard patroon om kennis over te brengen: een conclusie (stelling, bewering) die volgt uit een verzameling gegevens (feiten) en aannemelijk gemaakt wordt door middel van een redenering (betoog). Om het betoog te kunnen houden, moet de student de vaktaal beheersen. De vakdocent moet hier zorg voor dragen, maakt niet uit in welke taal. In de wiskunde gebruikt men symbolen. De Egyptenaren gebruikten hiërogliefen. Consistentie is het belangrijkste.

Taal als een middel voor het voeren van een dialoog is een probleem van een andere orde. De studenten kunnen niet uit hun woorden komen. De studenten kunnen hun gedachten niet op papier zetten. Deze zijn de veel gehoorde klachten. Deze problemen treden op zodra men het veilige patroon van gegevens, redenering en conclusie verlaat en van de student verwacht om zelf zijn gedachten te structureren. Dit vergt oefening en begeleiding. Ik stam zelf uit de tijd van opstellen schrijven en spreekbeurten houden. Maar dit beperkte zich tot de taalvakken. Het had eigenlijk ook voor de andere vakken gemoeten.

In het Amerikaans onderwijs worden veel papers geschreven en wordt er veel gediscussieerd. Een eigen mening hebben, argument en tegenargument, volzinnen gebruiken. Maakt niet uit in welke taal. Maar ook hier weer is consistentie belangrijk. Als men eenmaal een keuze gemaakt heeft, dan moet men zich aan die taal houden. Maar waarom die aversie tegen het Nederlands? Tja, hierover misschien een andere keer.

K.

Sunday, August 1, 2010

Konosé bo Isla 2010-07: Taal

lilitatralililapalala

Hierboven staat een zin in het Papiaments zonder hoofdletters, spaties en leestekens.

Vraag: Wat zegt de zin?

Pregunta: Kiko e frase ta bisa?



Sluitingsdatum: zondag 5 september 2010

Prijs: een cadeaubon van Candy Barrel.

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2010-06: antwoord

Antwoord: Palapa Hotel

Er zijn 7 inzendingen, allemaal goed:

Erich Renee
Eduardo Vlieg
America Augusta
Joan Augusta
Regina v/d Biest
Yolanda Chakoetoe
Flavia Vasco de Sousa

De winnaar is Eduardo Vlieg

Iedereen bedankt voor het meedoen.

Een genie

Nanzi komt thuis en ziet nieuwe gordijnen hangen voor de ramen. Zo, denkt hij, Shi Maria heeft nieuwe gordijnen gekocht, dus zij heeft geld. Hij kijkt op zijn horloge en ziet dat het pas drie uur is. Shi Maria zal niet voor vijven thuis zijn, hij heeft alle tijd om naar het geld te zoeken.

Nanzi zoekt overal, maar kan niets vinden. Waar heeft Shi Maria het geld in hemelsnaam verborgen, vraagt hij zich af. Hij zoekt zelfs onder de losse plank in de badkamer, waar hij zijn eigen spullen verstopt.

Om klokslag vijf uur komt Shi Maria thuis met de kinderen.
‘Ha, daar is mijn lieve vrouw,’ zegt Nanzi met een slijmerige stem, ‘ik zie dat je heel mooie gordijnen gekocht hebt. Die hebben zeker een paar centjes gekost.’
‘En je hebt naar die centjes gezocht en kon ze niet vinden,’ antwoordt Shi Maria vinnig, ‘heb je ook onder de losse plank in de badkamer gekeken? Als je het weten wil, ik heb ze op afbetaling gekocht bij Arie Bier.’

Nanzi kent Arie heel goed. Zij komen allebei in dezelfde kroeg. Arie verkoopt van alles op afbetaling en wordt er rijk van, terwijl vrijwel niemand iets afbetaalt. Nanzi heeft nooit begrepen hoe Arie dat doet, daar moet hij eens achter zien te komen.

Tot zijn geluk komt hij Arie diezelfde middag nog tegen in hun stamkroeg.
‘Ha die Arie,’ roept Nanzi opgewekt, ‘als je aan de duivel denkt, neem een biertje van mij.’
‘Mijn goede vriend Nanzi,’ reageert Arie met een beetje argwaan. ‘Waar heb je de duivel voor nodig? Jij komt vanzelf wel in de hel, ha, ha, ha.’ Zijn dikke buik schudt.
‘O, niets bijzonders,’ antwoordt Nanzi, ‘neem er nog eentje.’

Na tien biertjes raakt Arie’s tong los. ‘Ik zal je uitleggen hoe ik dat doe, Nanzi,’ zegt hij, ‘maar kop dicht. Ik koop de gordijnen in voor drie gulden per stuk en verkoop ze voor tien. Ik laat de mensen vijf gulden aanbetalen en de rest mogen zij afbetalen hoe zij dat willen. Ieder kwartje is meegenomen. Gesnopen?’
‘Arie, je bent een genie,’ schreeuwt Nanzi uit.

De volgende ochtend zit Nanzi op een bank naast de keukendeur te peinzen hoe hij ook een genie kan worden. Het gekakel van een kip doet hem opschrikken.

‘Ga weg,’ schreeuwt hij tegen het dier, ‘ga ergens anders herrie maken.’
‘Schreeuw niet zo, Nanzi,’ roept Shi Maria vanuit de keuken, ‘zij heeft een ei gelegd, ga dat liever zoeken.’

Een ei. Nanzi springt op. Nu weet hij het. Hij weet precies wat hij gaat doen. Hij gaat eieren verkopen.

Nanzi opent een winkeltje en verkoopt eieren, acht cent per stuk. Hij koopt ze in voor tien cent. Hij is de goedkoopste van het eiland en iedereen komt bij hem kopen. De andere eierenverkopers doen hun beklag bij de Koning. De Koning snapt er niets van en roept de ministerraad bijeen. De Minister van Economische Zaken leest het AD, de Minister van Technologie twittert en de rest is ingedommeld. ‘Honderd heilige hagedissen in een hoenderhok,’ schreeuwt de Koning, ‘wordt er hier nog geregeerd of niet. Wat doen wij met het dossier Nanzi? Hij koopt de eieren in voor tien cent en verkoopt ze voor acht cent met winst.’ ‘O, economische zaken,’ zegt de Minister van Technologie en twittert door.

‘Nu moet je mij toch wel vertellen hoe je dat doet, Nanzi,’ zegt Arie. ‘Goed,’ antwoordt Nanzi, ‘maar kop dicht. Ik koop tien eieren in Barber en tien in Soto. Ik maak er vijf van kapot en laat die in Barber zien. Ik krijg de helft van mijn geld terug. Daarna laat ik de kapotte eieren in Soto zien en krijg daar ook mijn geld terug. De vijftien eieren verkoop ik en van de andere vijf maak ik een stevige omelet.’ ‘Geniaal,’ schreeuwt Arie uit.

Saturday, June 19, 2010

Baile, Compadre Juan

Op de achtergrond speelde een heel oude plaat. Compadre Pedro Juan baile el merengue. Compadre Pedro Juan was de eerste merengue die door de hogere klasse van Santo Domingo gedanst werd. Trujillo wilde van de melodie zelfs het volkslied van de Dominicaanse Republiek maken.

Op het ontbijtbuffet stond van alles: allerlei soorten tropisch fruit, verse fruitsap, witte kaas, rijst met bonen, gestoofde kip, kleine ayaka’s, etc. En natuurlijk ook roerei met spek en toast. Ik liep langs een tafel waaraan een oudere man zat met twee piepjonge meisjes. De man sprak Duits en de meisjes Spaans, maar dat hinderde niet. De taal van prostitutie is universeel.

Ik had die ochtend een uur gejogd en had eerder dorst dan honger, dus nam ik wat fruit, een kop thee, toast en witte kaas. De meisjes hadden het eten hoog opgestapeld op hun borden, de toren van Pisa. Zij knoeiden wat met een vork in het ei en schoven de borden aan de kant. De Duitser at voor drie, zijn buik loog er niet om.

Na het ontbijt gingen mijn vrouw en ik even wandelen in het centrum van het stadje Boca Chica waar wij verbleven. Het stadje ontwaakte. Een jongetje kwam naast mij lopen. Ik negeerde hem. Hij trok aan mijn broekspijp. ‘Señor, señor.’ Mijn vrouw kreeg medelijden met hem en maakte de fout haar portemonnee tevoorschijn te halen en hem een dollar te geven. Vanuit het niets verschenen er zeker twintig jongens. ‘Americano, Americano,’ riepen zij in koor. Wij versnelden onze pas en één voor één bleven zij achter.

Wij liepen langs een internetcafé en wilden onze mail checken, maar er was geen stroom. Het personeel stond buiten. Ieder half uur valt de stroom uit, legden zij uit. In het cafetaria ernaast bediende het vriendelijkste meisje van de stad. Haar gezicht was rond als de volle maan, haar ogen zwart, haar glimlach breder dan die van de Cheshire kat uit Alice in Wonderland. Zij leek zo sprekend op een Curaçaose, dat ik onwillekeurig Papiaments tegen haar begon te praten. Haar glimlach werd nog breder. Ja, ze heeft wel van Curaçao gehoord. Nee, zij is er nooit geweest. Ik maakte een foto van haar, een close-up.

Voor de volgende dag hadden wij een safaritour geboekt naar het platteland. Wij vertrokken ’s ochtends vroeg in een oude omgebouwde vrachtwagen. Na een uur rijden begon het pijpenstelen te regenen. De tourleider trok een zeil, zo lek als een zeef, over onze hoofden. Niet erg, vond ik, wij hadden een duik in de rivier op het programma, dus wij zouden sowieso nat worden.

Na een half uur bereikten wij het eerste dorpje. De wagen stopte bij een winkeltje en wij stapten uit. De eigenaar was voorbereid. Ik kocht twee flessen water. Het viel mij op dat de andere passagiers allemaal zakjes snoep kochten. Toen wij wegreden werden wij achtervolgd door een horde jongens. ‘Americano, Americano,’ schreeuwden zij. Mijn medepassagiers schaterlachten en gooiden snoepjes voor hen. ‘Americano, Americano.’ Dit herhaalde zich in ieder dorp dat wij passeerden. Ik vond het gênant.

Plotseling verlieten wij de hoofdweg en sloegen een zandweg in, door de regen meer een modderweg. Al schokkend probeerde de chauffeur de ergste gaten in de weg te omzeilen. Na een poosje reden wij een erf op waarop een bouwvallig houten huisje stond. Een vijftal halfnaakte kinderen rende de vrachtwagen tegemoet. Ik begreep er niets van. Misschien profiteerde de chauffeur van de reis om een familiebezoek af te leggen. De wagen stopte en wij moesten uitstappen. Een jong meisje diende zich aan als gids. Wij sprongen over de modderplassen heen en gingen het huis binnen. In een hoek zat een oud vrouwtje met een pijp in haar mond. Wij mochten foto’s maken. Weer buiten, legde het meisje uit hoe zij leefden. Voordat wij in de wagen stapten, kreeg zij van ieder van ons een dollar. Armoede als toeristisch product. Baile, Compadre Juan.

K.

Saturday, June 12, 2010

Zomerliefde

Ga je mee?
De hertjes drinken.
Zo is dan het begin.

Vannacht om twaalf
Dan licht de zee !
Je zit er middenin.

Niveageur
en zout in ’t haar
en hollen door de zee.

Die eerste zoen
hete beloftes
het trekt je met zich mee.

En dan gaat daar
de laatste boot,
en voert hem overzee.

Dan wacht je op
die eerste brief.
Die telkens maar niet komt.

Terwijl jij alleen
op je lege bed
de liefkozingen somt.

Refrein.
Ik hou van jou...
Ik blijf je trouw...
Ik laat je nooit alleen.


Ria Evers-Dokter, 3 juni 2010. ©. Hollum Ameland.

Wednesday, June 9, 2010

Lied voor een kind bang in donker (Boudewijn de Groot)

Binnen lig ik in mijn bed
met gedachten aan daarbuiten
waar kabouters vrolijk fluiten,
want die hebben altijd pret.

Binnen in mijn warme hol
hoor ik mijn gedachten lopen,
die tevoorschijn zijn gekropen
en ik voel me boordevol.

Vol verwarring en plezier
om de koude nacht daarbuiten,
klamme handjes op de ruiten
van het een of andere dier.

Vast een soort van chimpansee.
Zal ik hem eens binnenlaten?
Nee, in godsnaam laat maar praten,
ik zit genoeg in de puree.

Lekker is het hier in bed.
'k Heb mijn allermooiste dromen
nu vanavond laten komen
en de wekker afgezet.

Maar des nachts om twaalf uur
komt een kerel van de zolder
met een grote zak vol kolder
en een fles vol apezuur.

Daarvan ben ik toch wel bang,
maar gelukkig gaan mijn kleren
dan elkaar weer mores leren
en ze rennen door de gang.

En ik hoor de hoge hoed
op de kapstok somber klagen
want alleen om hem te plagen,
doen ze hem vol suikergoed.

Maar ik voel me wat alleen
en een meisje komt me kussen.
Wel wat lastig ondertussen
al die vlinders om me heen.

Maar nu heb ik dan mijn schat
lekker in mijn warme bedje.
Lekker dier, vooruit wat let je.
Heb je al een zoen gehad?

Leiden is nog steeds in last
maar dat kan me niet veel schelen,
want de maan, die ronde gele,
houdt de hemel toch wel vast.

Maar helaas de goede fles
waaruit ik mijn zoete dromen
glanzend in mijn glas zag stromen,
is nu leeg, een harde les.

En die fles is tot mijn spijt
't middelpunt van heel mijn leven.
Met de wekker op half zeven
zak ik door een eeuwigheid.

Oh het leven is een last
met het werk van zeven weken
onberoerd en onbekeken
doelloos liggend in de kast.

Oh wat heb ik reuze spijt,
niets dan tranen is het leven
en ik zucht met Van het Reve:
't is weer niks als narigheid.

Narrig snurkend in mijn slaap
ligt ik hier tot kwart voor achten
op de dageraad te wachten,
morgen sta ik weer voor aap.

Sunday, June 6, 2010

Konosé bo Isla 2010-06: Under Construction



Vraag: Hoe gaat dit gebouw straks heten?

Pregunta: Kon e edifisio aki ta bai yama aki ratu?

Sluitingsdatum: zondag 1 augustus 2010

Prijs: een cadeaubon van boekhandel Mensing.

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2010-05: antwoord

Antwoord: Palu Kalòis uit Wazu riba ròndu, Elis Juliana

Er zijn 4 inzendingen, waarvan geen goed:

Jules Marchena
Joan Augusta
America Augusta
Madelyn Francisco

Iedereen bedankt voor het meedoen.

BESC

Ik werd vanochtend om vijf uur wakker. Op zich niets bijzonders, ik word iedere ochtend om vijf uur wakker. Ik kan mijn betoog dus beter beginnen met: Zoals gewoonlijk werd ik vanochtend om vijf uur wakker. Er is tennis op televisie. Ik vraag mij af hoe het komt dat al die meisjes uit Oost-Europa mooi zijn en ook nog kunnen tennissen. Zou dat iets te maken hebben met natuurlijke selectie? In de Nederlandse kranten staat wel dat zij in het Westen hebben leren tennissen, dat kan niet missen. Waarom leert het Westen zijn eigen meisjes niet tennissen? Mooi zijn zij in ieder geval niet in het Westen geworden. Ook hun moeders zijn mooi, die komen vaak in beeld. Ik verdenk de cameramensen van ESPN ervan bepaalde voorkeuren te hebben.

De ochtendkrant is er ook al. Daarin lees ik dat in verband met Cems men de correcte oplossing heeft bedacht voor het verkeerde probleem. Is dat niet om moedeloos van te worden. Bedenkt men een keertje voor de afwisseling een oplossing, blijkt het voor het verkeerde probleem te zijn. Men zegt er niet bij voor welk probleem dan wel. Misschien voor de BOO? Want daar is het ook al tranen met tuiten huilen. Bouwt men een splinternieuwe fabriek om het stroomprobleem op het eiland voor eens en voor altijd op te lossen, heeft dat gevaarte amper één megawatt geleverd en het staat al op instorten. Het stroomprobleem is erger geworden en de raffinaderij ligt al maanden plat. Ik heb er tien jaar gewerkt in de Shell tijd. Ik kan mij geen dag herinneren dat er geen stroom was.

Een Antilliaanse makker van mij in Nederland vroeg mij laatst: ‘Makker uit Curaçao, waar zijn jullie mee bezig? Jullie brouwen er niets van aan die zijde van de oceaan. Zelfs Dòktor is niet meer veilig op zijn sokkel.’
‘Makker uit Nederland,’ antwoordde ik, ‘in de eerste plaats moet je wij zeggen en niet jullie, want je hoort er ook bij. En in de tweede plaats ben ik er niet zo zeker van of je na de verkiezingen van 9 juni nog welkom bent in Nederland. Begin je oude moeder maar te berichten om het oude tuinhuisje op te ruimen en alle troep eruit te halen, want je komt hier voor een tijdje bivakkeren totdat de wind draait en het klimaat gunstiger is.’
Wacht, er wordt getoeterd. Ik ga even kijken, leg de krant niet neer.

Ik ben terug, het was de postbode. Hij kwam een pakje afleveren. Een boek dat ik bij bol.com besteld heb. Regeren voor dummies, het leek mij een aardige titel.

Maar goed, laat mij niet afdwalen. Ergens heeft mijn makker wel gelijk. Ergens zijn wij wel een stelletje sukkels. Ik hou mijn hart vast voor 10-10-10. Hardop denkend, komen de volgende gedachten bij mij op. Nu moet u niet meteen schreeuwen dat wat ik nu ga zeggen als een tang op een varken slaat. U moet eerst verder lezen.

Ik dacht zo dat alles wat de mens bedacht heeft, de mens ook kan veranderen. Zelfs de Bijbel wordt geherinterpreteerd naarmate de mens wijzer wordt, of denkt te worden. Een psycholoog vroeg laatst aan mij: ‘Roy, wie ben je liever? De beste speler van de verliezende ploeg of de slechtste speler van de winnende ploeg.’
Nou, het antwoord was natuurlijk gauw gegeven. Dat bedoel ik maar net.

Dat de scheidsrechter iedere keer van zijn stoel af moet klimmen, om aan te wijzen waar de bal uit is. Dit even terzijde.

Wat ik bedoel is, waarom sluiten wij ons niet aan bij de BES? Een soort BESC dus. Onzin? Gepasseerd station? Wat moet ik doen? Mijn moeder? Nee, die heeft er niets mee te maken. Niet emotioneel worden, laten wij rationeel blijven. Waarom is dat niet mogelijk? Ank for president. Ik ga douchen.

K.

Saturday, June 5, 2010

De oude man

Bij de bushalte zat hij elke dag
de bruine zak half op zijn schoot
met daarin zo bedacht ik dat
een halve pan franses
soms met kaas, soms met worst
en een overrijpe banaan.

Ik groet hem en hij groet terug
ik heb een naam voor hem bedacht
geschat zijn leeftijd vroeg ik mij af
waarom Chapè nog werken moest
maar ja wat moet hij anders doen
met zo’n armoedig pensioen?

Ik heb hem deze week niet gezien
hij begint wat later of misschien
ben ik te vroeg, komt vaker voor
maar vanochtend las ik in de krant
bij toeval onder kop el señorial:
Chapè is heengegaan.

K.