Op de achtergrond speelde een heel oude plaat. Compadre Pedro Juan baile el merengue. Compadre Pedro Juan was de eerste merengue die door de hogere klasse van Santo Domingo gedanst werd. Trujillo wilde van de melodie zelfs het volkslied van de Dominicaanse Republiek maken.
Op het ontbijtbuffet stond van alles: allerlei soorten tropisch fruit, verse fruitsap, witte kaas, rijst met bonen, gestoofde kip, kleine ayaka’s, etc. En natuurlijk ook roerei met spek en toast. Ik liep langs een tafel waaraan een oudere man zat met twee piepjonge meisjes. De man sprak Duits en de meisjes Spaans, maar dat hinderde niet. De taal van prostitutie is universeel.
Ik had die ochtend een uur gejogd en had eerder dorst dan honger, dus nam ik wat fruit, een kop thee, toast en witte kaas. De meisjes hadden het eten hoog opgestapeld op hun borden, de toren van Pisa. Zij knoeiden wat met een vork in het ei en schoven de borden aan de kant. De Duitser at voor drie, zijn buik loog er niet om.
Na het ontbijt gingen mijn vrouw en ik even wandelen in het centrum van het stadje Boca Chica waar wij verbleven. Het stadje ontwaakte. Een jongetje kwam naast mij lopen. Ik negeerde hem. Hij trok aan mijn broekspijp. ‘Señor, señor.’ Mijn vrouw kreeg medelijden met hem en maakte de fout haar portemonnee tevoorschijn te halen en hem een dollar te geven. Vanuit het niets verschenen er zeker twintig jongens. ‘Americano, Americano,’ riepen zij in koor. Wij versnelden onze pas en één voor één bleven zij achter.
Wij liepen langs een internetcafé en wilden onze mail checken, maar er was geen stroom. Het personeel stond buiten. Ieder half uur valt de stroom uit, legden zij uit. In het cafetaria ernaast bediende het vriendelijkste meisje van de stad. Haar gezicht was rond als de volle maan, haar ogen zwart, haar glimlach breder dan die van de Cheshire kat uit Alice in Wonderland. Zij leek zo sprekend op een Curaçaose, dat ik onwillekeurig Papiaments tegen haar begon te praten. Haar glimlach werd nog breder. Ja, ze heeft wel van Curaçao gehoord. Nee, zij is er nooit geweest. Ik maakte een foto van haar, een close-up.
Voor de volgende dag hadden wij een safaritour geboekt naar het platteland. Wij vertrokken ’s ochtends vroeg in een oude omgebouwde vrachtwagen. Na een uur rijden begon het pijpenstelen te regenen. De tourleider trok een zeil, zo lek als een zeef, over onze hoofden. Niet erg, vond ik, wij hadden een duik in de rivier op het programma, dus wij zouden sowieso nat worden.
Na een half uur bereikten wij het eerste dorpje. De wagen stopte bij een winkeltje en wij stapten uit. De eigenaar was voorbereid. Ik kocht twee flessen water. Het viel mij op dat de andere passagiers allemaal zakjes snoep kochten. Toen wij wegreden werden wij achtervolgd door een horde jongens. ‘Americano, Americano,’ schreeuwden zij. Mijn medepassagiers schaterlachten en gooiden snoepjes voor hen. ‘Americano, Americano.’ Dit herhaalde zich in ieder dorp dat wij passeerden. Ik vond het gênant.
Plotseling verlieten wij de hoofdweg en sloegen een zandweg in, door de regen meer een modderweg. Al schokkend probeerde de chauffeur de ergste gaten in de weg te omzeilen. Na een poosje reden wij een erf op waarop een bouwvallig houten huisje stond. Een vijftal halfnaakte kinderen rende de vrachtwagen tegemoet. Ik begreep er niets van. Misschien profiteerde de chauffeur van de reis om een familiebezoek af te leggen. De wagen stopte en wij moesten uitstappen. Een jong meisje diende zich aan als gids. Wij sprongen over de modderplassen heen en gingen het huis binnen. In een hoek zat een oud vrouwtje met een pijp in haar mond. Wij mochten foto’s maken. Weer buiten, legde het meisje uit hoe zij leefden. Voordat wij in de wagen stapten, kreeg zij van ieder van ons een dollar. Armoede als toeristisch product. Baile, Compadre Juan.
K.
Saturday, June 19, 2010
Saturday, June 12, 2010
Zomerliefde
Ga je mee?
De hertjes drinken.
Zo is dan het begin.
Vannacht om twaalf
Dan licht de zee !
Je zit er middenin.
Niveageur
en zout in ’t haar
en hollen door de zee.
Die eerste zoen
hete beloftes
het trekt je met zich mee.
En dan gaat daar
de laatste boot,
en voert hem overzee.
Dan wacht je op
die eerste brief.
Die telkens maar niet komt.
Terwijl jij alleen
op je lege bed
de liefkozingen somt.
Refrein.
Ik hou van jou...
Ik blijf je trouw...
Ik laat je nooit alleen.
Ria Evers-Dokter, 3 juni 2010. ©. Hollum Ameland.
De hertjes drinken.
Zo is dan het begin.
Vannacht om twaalf
Dan licht de zee !
Je zit er middenin.
Niveageur
en zout in ’t haar
en hollen door de zee.
Die eerste zoen
hete beloftes
het trekt je met zich mee.
En dan gaat daar
de laatste boot,
en voert hem overzee.
Dan wacht je op
die eerste brief.
Die telkens maar niet komt.
Terwijl jij alleen
op je lege bed
de liefkozingen somt.
Refrein.
Ik hou van jou...
Ik blijf je trouw...
Ik laat je nooit alleen.
Ria Evers-Dokter, 3 juni 2010. ©. Hollum Ameland.
Wednesday, June 9, 2010
Lied voor een kind bang in donker (Boudewijn de Groot)
Binnen lig ik in mijn bed
met gedachten aan daarbuiten
waar kabouters vrolijk fluiten,
want die hebben altijd pret.
Binnen in mijn warme hol
hoor ik mijn gedachten lopen,
die tevoorschijn zijn gekropen
en ik voel me boordevol.
Vol verwarring en plezier
om de koude nacht daarbuiten,
klamme handjes op de ruiten
van het een of andere dier.
Vast een soort van chimpansee.
Zal ik hem eens binnenlaten?
Nee, in godsnaam laat maar praten,
ik zit genoeg in de puree.
Lekker is het hier in bed.
'k Heb mijn allermooiste dromen
nu vanavond laten komen
en de wekker afgezet.
Maar des nachts om twaalf uur
komt een kerel van de zolder
met een grote zak vol kolder
en een fles vol apezuur.
Daarvan ben ik toch wel bang,
maar gelukkig gaan mijn kleren
dan elkaar weer mores leren
en ze rennen door de gang.
En ik hoor de hoge hoed
op de kapstok somber klagen
want alleen om hem te plagen,
doen ze hem vol suikergoed.
Maar ik voel me wat alleen
en een meisje komt me kussen.
Wel wat lastig ondertussen
al die vlinders om me heen.
Maar nu heb ik dan mijn schat
lekker in mijn warme bedje.
Lekker dier, vooruit wat let je.
Heb je al een zoen gehad?
Leiden is nog steeds in last
maar dat kan me niet veel schelen,
want de maan, die ronde gele,
houdt de hemel toch wel vast.
Maar helaas de goede fles
waaruit ik mijn zoete dromen
glanzend in mijn glas zag stromen,
is nu leeg, een harde les.
En die fles is tot mijn spijt
't middelpunt van heel mijn leven.
Met de wekker op half zeven
zak ik door een eeuwigheid.
Oh het leven is een last
met het werk van zeven weken
onberoerd en onbekeken
doelloos liggend in de kast.
Oh wat heb ik reuze spijt,
niets dan tranen is het leven
en ik zucht met Van het Reve:
't is weer niks als narigheid.
Narrig snurkend in mijn slaap
ligt ik hier tot kwart voor achten
op de dageraad te wachten,
morgen sta ik weer voor aap.
met gedachten aan daarbuiten
waar kabouters vrolijk fluiten,
want die hebben altijd pret.
Binnen in mijn warme hol
hoor ik mijn gedachten lopen,
die tevoorschijn zijn gekropen
en ik voel me boordevol.
Vol verwarring en plezier
om de koude nacht daarbuiten,
klamme handjes op de ruiten
van het een of andere dier.
Vast een soort van chimpansee.
Zal ik hem eens binnenlaten?
Nee, in godsnaam laat maar praten,
ik zit genoeg in de puree.
Lekker is het hier in bed.
'k Heb mijn allermooiste dromen
nu vanavond laten komen
en de wekker afgezet.
Maar des nachts om twaalf uur
komt een kerel van de zolder
met een grote zak vol kolder
en een fles vol apezuur.
Daarvan ben ik toch wel bang,
maar gelukkig gaan mijn kleren
dan elkaar weer mores leren
en ze rennen door de gang.
En ik hoor de hoge hoed
op de kapstok somber klagen
want alleen om hem te plagen,
doen ze hem vol suikergoed.
Maar ik voel me wat alleen
en een meisje komt me kussen.
Wel wat lastig ondertussen
al die vlinders om me heen.
Maar nu heb ik dan mijn schat
lekker in mijn warme bedje.
Lekker dier, vooruit wat let je.
Heb je al een zoen gehad?
Leiden is nog steeds in last
maar dat kan me niet veel schelen,
want de maan, die ronde gele,
houdt de hemel toch wel vast.
Maar helaas de goede fles
waaruit ik mijn zoete dromen
glanzend in mijn glas zag stromen,
is nu leeg, een harde les.
En die fles is tot mijn spijt
't middelpunt van heel mijn leven.
Met de wekker op half zeven
zak ik door een eeuwigheid.
Oh het leven is een last
met het werk van zeven weken
onberoerd en onbekeken
doelloos liggend in de kast.
Oh wat heb ik reuze spijt,
niets dan tranen is het leven
en ik zucht met Van het Reve:
't is weer niks als narigheid.
Narrig snurkend in mijn slaap
ligt ik hier tot kwart voor achten
op de dageraad te wachten,
morgen sta ik weer voor aap.
Sunday, June 6, 2010
Konosé bo Isla 2010-06: Under Construction
Vraag: Hoe gaat dit gebouw straks heten?
Pregunta: Kon e edifisio aki ta bai yama aki ratu?
Sluitingsdatum: zondag 1 augustus 2010
Prijs: een cadeaubon van boekhandel Mensing.
Sponsor: ESCRIBA N.V.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2010-05: antwoord
Antwoord: Palu Kalòis uit Wazu riba ròndu, Elis Juliana
Er zijn 4 inzendingen, waarvan geen goed:
Jules Marchena
Joan Augusta
America Augusta
Madelyn Francisco
Iedereen bedankt voor het meedoen.
Er zijn 4 inzendingen, waarvan geen goed:
Jules Marchena
Joan Augusta
America Augusta
Madelyn Francisco
Iedereen bedankt voor het meedoen.
BESC
Ik werd vanochtend om vijf uur wakker. Op zich niets bijzonders, ik word iedere ochtend om vijf uur wakker. Ik kan mijn betoog dus beter beginnen met: Zoals gewoonlijk werd ik vanochtend om vijf uur wakker. Er is tennis op televisie. Ik vraag mij af hoe het komt dat al die meisjes uit Oost-Europa mooi zijn en ook nog kunnen tennissen. Zou dat iets te maken hebben met natuurlijke selectie? In de Nederlandse kranten staat wel dat zij in het Westen hebben leren tennissen, dat kan niet missen. Waarom leert het Westen zijn eigen meisjes niet tennissen? Mooi zijn zij in ieder geval niet in het Westen geworden. Ook hun moeders zijn mooi, die komen vaak in beeld. Ik verdenk de cameramensen van ESPN ervan bepaalde voorkeuren te hebben.
De ochtendkrant is er ook al. Daarin lees ik dat in verband met Cems men de correcte oplossing heeft bedacht voor het verkeerde probleem. Is dat niet om moedeloos van te worden. Bedenkt men een keertje voor de afwisseling een oplossing, blijkt het voor het verkeerde probleem te zijn. Men zegt er niet bij voor welk probleem dan wel. Misschien voor de BOO? Want daar is het ook al tranen met tuiten huilen. Bouwt men een splinternieuwe fabriek om het stroomprobleem op het eiland voor eens en voor altijd op te lossen, heeft dat gevaarte amper één megawatt geleverd en het staat al op instorten. Het stroomprobleem is erger geworden en de raffinaderij ligt al maanden plat. Ik heb er tien jaar gewerkt in de Shell tijd. Ik kan mij geen dag herinneren dat er geen stroom was.
Een Antilliaanse makker van mij in Nederland vroeg mij laatst: ‘Makker uit Curaçao, waar zijn jullie mee bezig? Jullie brouwen er niets van aan die zijde van de oceaan. Zelfs Dòktor is niet meer veilig op zijn sokkel.’
‘Makker uit Nederland,’ antwoordde ik, ‘in de eerste plaats moet je wij zeggen en niet jullie, want je hoort er ook bij. En in de tweede plaats ben ik er niet zo zeker van of je na de verkiezingen van 9 juni nog welkom bent in Nederland. Begin je oude moeder maar te berichten om het oude tuinhuisje op te ruimen en alle troep eruit te halen, want je komt hier voor een tijdje bivakkeren totdat de wind draait en het klimaat gunstiger is.’
Wacht, er wordt getoeterd. Ik ga even kijken, leg de krant niet neer.
Ik ben terug, het was de postbode. Hij kwam een pakje afleveren. Een boek dat ik bij bol.com besteld heb. Regeren voor dummies, het leek mij een aardige titel.
Maar goed, laat mij niet afdwalen. Ergens heeft mijn makker wel gelijk. Ergens zijn wij wel een stelletje sukkels. Ik hou mijn hart vast voor 10-10-10. Hardop denkend, komen de volgende gedachten bij mij op. Nu moet u niet meteen schreeuwen dat wat ik nu ga zeggen als een tang op een varken slaat. U moet eerst verder lezen.
Ik dacht zo dat alles wat de mens bedacht heeft, de mens ook kan veranderen. Zelfs de Bijbel wordt geherinterpreteerd naarmate de mens wijzer wordt, of denkt te worden. Een psycholoog vroeg laatst aan mij: ‘Roy, wie ben je liever? De beste speler van de verliezende ploeg of de slechtste speler van de winnende ploeg.’
Nou, het antwoord was natuurlijk gauw gegeven. Dat bedoel ik maar net.
Dat de scheidsrechter iedere keer van zijn stoel af moet klimmen, om aan te wijzen waar de bal uit is. Dit even terzijde.
Wat ik bedoel is, waarom sluiten wij ons niet aan bij de BES? Een soort BESC dus. Onzin? Gepasseerd station? Wat moet ik doen? Mijn moeder? Nee, die heeft er niets mee te maken. Niet emotioneel worden, laten wij rationeel blijven. Waarom is dat niet mogelijk? Ank for president. Ik ga douchen.
K.
De ochtendkrant is er ook al. Daarin lees ik dat in verband met Cems men de correcte oplossing heeft bedacht voor het verkeerde probleem. Is dat niet om moedeloos van te worden. Bedenkt men een keertje voor de afwisseling een oplossing, blijkt het voor het verkeerde probleem te zijn. Men zegt er niet bij voor welk probleem dan wel. Misschien voor de BOO? Want daar is het ook al tranen met tuiten huilen. Bouwt men een splinternieuwe fabriek om het stroomprobleem op het eiland voor eens en voor altijd op te lossen, heeft dat gevaarte amper één megawatt geleverd en het staat al op instorten. Het stroomprobleem is erger geworden en de raffinaderij ligt al maanden plat. Ik heb er tien jaar gewerkt in de Shell tijd. Ik kan mij geen dag herinneren dat er geen stroom was.
Een Antilliaanse makker van mij in Nederland vroeg mij laatst: ‘Makker uit Curaçao, waar zijn jullie mee bezig? Jullie brouwen er niets van aan die zijde van de oceaan. Zelfs Dòktor is niet meer veilig op zijn sokkel.’
‘Makker uit Nederland,’ antwoordde ik, ‘in de eerste plaats moet je wij zeggen en niet jullie, want je hoort er ook bij. En in de tweede plaats ben ik er niet zo zeker van of je na de verkiezingen van 9 juni nog welkom bent in Nederland. Begin je oude moeder maar te berichten om het oude tuinhuisje op te ruimen en alle troep eruit te halen, want je komt hier voor een tijdje bivakkeren totdat de wind draait en het klimaat gunstiger is.’
Wacht, er wordt getoeterd. Ik ga even kijken, leg de krant niet neer.
Ik ben terug, het was de postbode. Hij kwam een pakje afleveren. Een boek dat ik bij bol.com besteld heb. Regeren voor dummies, het leek mij een aardige titel.
Maar goed, laat mij niet afdwalen. Ergens heeft mijn makker wel gelijk. Ergens zijn wij wel een stelletje sukkels. Ik hou mijn hart vast voor 10-10-10. Hardop denkend, komen de volgende gedachten bij mij op. Nu moet u niet meteen schreeuwen dat wat ik nu ga zeggen als een tang op een varken slaat. U moet eerst verder lezen.
Ik dacht zo dat alles wat de mens bedacht heeft, de mens ook kan veranderen. Zelfs de Bijbel wordt geherinterpreteerd naarmate de mens wijzer wordt, of denkt te worden. Een psycholoog vroeg laatst aan mij: ‘Roy, wie ben je liever? De beste speler van de verliezende ploeg of de slechtste speler van de winnende ploeg.’
Nou, het antwoord was natuurlijk gauw gegeven. Dat bedoel ik maar net.
Dat de scheidsrechter iedere keer van zijn stoel af moet klimmen, om aan te wijzen waar de bal uit is. Dit even terzijde.
Wat ik bedoel is, waarom sluiten wij ons niet aan bij de BES? Een soort BESC dus. Onzin? Gepasseerd station? Wat moet ik doen? Mijn moeder? Nee, die heeft er niets mee te maken. Niet emotioneel worden, laten wij rationeel blijven. Waarom is dat niet mogelijk? Ank for president. Ik ga douchen.
K.
Saturday, June 5, 2010
De oude man
Bij de bushalte zat hij elke dag
de bruine zak half op zijn schoot
met daarin zo bedacht ik dat
een halve pan franses
soms met kaas, soms met worst
en een overrijpe banaan.
Ik groet hem en hij groet terug
ik heb een naam voor hem bedacht
geschat zijn leeftijd vroeg ik mij af
waarom Chapè nog werken moest
maar ja wat moet hij anders doen
met zo’n armoedig pensioen?
Ik heb hem deze week niet gezien
hij begint wat later of misschien
ben ik te vroeg, komt vaker voor
maar vanochtend las ik in de krant
bij toeval onder kop el señorial:
Chapè is heengegaan.
K.
de bruine zak half op zijn schoot
met daarin zo bedacht ik dat
een halve pan franses
soms met kaas, soms met worst
en een overrijpe banaan.
Ik groet hem en hij groet terug
ik heb een naam voor hem bedacht
geschat zijn leeftijd vroeg ik mij af
waarom Chapè nog werken moest
maar ja wat moet hij anders doen
met zo’n armoedig pensioen?
Ik heb hem deze week niet gezien
hij begint wat later of misschien
ben ik te vroeg, komt vaker voor
maar vanochtend las ik in de krant
bij toeval onder kop el señorial:
Chapè is heengegaan.
K.
Monday, May 31, 2010
vaarwel Driek
(Driek van Wissen -1943- van januari 2005 tot
januari 2009 Dichter des Vaderlands, overleed
op 21 mei 2010)
ik leerde verzen van Cats, Hooft en Aafjes
braafjes uit het hoofd
genoot van Bredero en Marsman
en dacht dan
‘taalkunstenaars’
maar weet je wat ik toch zal missen?
de light verse van Driek van Wissen
Frans Kapteijns 280510
januari 2009 Dichter des Vaderlands, overleed
op 21 mei 2010)
ik leerde verzen van Cats, Hooft en Aafjes
braafjes uit het hoofd
genoot van Bredero en Marsman
en dacht dan
‘taalkunstenaars’
maar weet je wat ik toch zal missen?
de light verse van Driek van Wissen
Frans Kapteijns 280510
Thursday, May 20, 2010
De tijd
De tijd heelt alle wonden
De tijd wordt zelf een wond
Met de tijd gaat alles rotten
En verdwijnt dan onder de grond
De tijd is slecht geschonken
Weinig heeft de een
Velen hebben zeeën
De ander heeft er geen
Aan tijd is tijd niet gebonden
Maar alleen de ouwe is goed
De nieuwe zullen wij betreuren
En doden als het moet
Waar is de tijd gebleven?
Voorbij en wel voorgoed
Wij kunnen geen vat op krijgen
Het is het leven dat er toe doet
K.
De tijd wordt zelf een wond
Met de tijd gaat alles rotten
En verdwijnt dan onder de grond
De tijd is slecht geschonken
Weinig heeft de een
Velen hebben zeeën
De ander heeft er geen
Aan tijd is tijd niet gebonden
Maar alleen de ouwe is goed
De nieuwe zullen wij betreuren
En doden als het moet
Waar is de tijd gebleven?
Voorbij en wel voorgoed
Wij kunnen geen vat op krijgen
Het is het leven dat er toe doet
K.
Monday, May 17, 2010
Porkeria
Mainta tempran, promé ku tur hende a lanta, un nave espasial a aterisá na sabana di Hato na altura di San Pedro. Un porta a habri i un trapi di metal lombrante a baha. Kouteloso dos marsiano a saka nan kabes wak pariba, wak pabou. Ora nan a sigurá nan mes ku no tin niun moveshon, nan a baha for di e trapi.
‘Laga nos skonde e nave den e kueba parti pariba,’ e marsiano mas altu a bisa e otro, ‘i despues nos ta kue kabes pabou, pa nos ta kla promé ku mèrdia ku nos investigashon. Bo tin bo kos di nota?’ ‘Si, e ta den mi kabes,’ e otro a kontestá.
Nan ta forma parti di un ekspedishon sientífiko for di Mars i nan a haña e enkargo di nan Granman Marsiano pa studia e naturalesa di e isla i kustumber di e habitantenan. Nan a move rápido i na Playa Kenepa nan a para riba un baranka mira e awa blou transparente ei bou.
‘Esta bunita no,’ esun a bisa, ‘bo por mira fondo di laman. Mira un bestia ta landa.’ ‘Ta un turtuga,’ e otro a kontestá, ‘kòrda hasi notashon.’
Nan a kana den Parke Kristòf i a mira matanan bèrdè i flornan di tur koló. Asta un biná a kore pasa di repente nan dilanti, spanta nan tur dos. Na Santa Cruz nan a hasi un eror kardinal. Promé ku nan por a skonde, Carlos piskadó, ku a lanta e mainta ei un ora mas tempran, a mira nan. Carlos a ba na katuna, pasa un pasá te Soto, drenta kas sera su kurpa den kamber sin ke sali mas. Mirna, su kasá, a keda tur preokupá. ‘Awor si Kai tin ku bai dòkter pa kontrolá su preshon, at’é ta mira marsiano kant’i awa na Santa Cruz,’ el a remarká.
E marsianonan a sigui nan kaminda i nan a mira kasnan grandi i mahestuoso. Asta nan a mira kas mas grandi ku e palasio di nan Granman na Mars. Di otro banda nan a mira hopi kas dekaí. Nan no a komprendé. Si a usa ménos blòki pa esun i mas blòki pa e otro, lo ta tin mas igualdat, nan a pensa.
Nan a gusta e isla i nan lo tabata dispuesto pa duna un relato positivo, si un asuntu grave no a impedí nan. Esta, komportashon di e habitantenan. E habitantenan di e isla ta komportá nan mes meskos ku e bestia ku snùit largu i ku ta lora den lodo. Kada bes ku e marsianonan kita for di kaminda grandi, drenta un kaminda solitario, nan ta topa ku un monton di sushi, desperdisio i bestia morto. Porkeria, esun marsiano a nota.
Kompader
‘Laga nos skonde e nave den e kueba parti pariba,’ e marsiano mas altu a bisa e otro, ‘i despues nos ta kue kabes pabou, pa nos ta kla promé ku mèrdia ku nos investigashon. Bo tin bo kos di nota?’ ‘Si, e ta den mi kabes,’ e otro a kontestá.
Nan ta forma parti di un ekspedishon sientífiko for di Mars i nan a haña e enkargo di nan Granman Marsiano pa studia e naturalesa di e isla i kustumber di e habitantenan. Nan a move rápido i na Playa Kenepa nan a para riba un baranka mira e awa blou transparente ei bou.
‘Esta bunita no,’ esun a bisa, ‘bo por mira fondo di laman. Mira un bestia ta landa.’ ‘Ta un turtuga,’ e otro a kontestá, ‘kòrda hasi notashon.’
Nan a kana den Parke Kristòf i a mira matanan bèrdè i flornan di tur koló. Asta un biná a kore pasa di repente nan dilanti, spanta nan tur dos. Na Santa Cruz nan a hasi un eror kardinal. Promé ku nan por a skonde, Carlos piskadó, ku a lanta e mainta ei un ora mas tempran, a mira nan. Carlos a ba na katuna, pasa un pasá te Soto, drenta kas sera su kurpa den kamber sin ke sali mas. Mirna, su kasá, a keda tur preokupá. ‘Awor si Kai tin ku bai dòkter pa kontrolá su preshon, at’é ta mira marsiano kant’i awa na Santa Cruz,’ el a remarká.
E marsianonan a sigui nan kaminda i nan a mira kasnan grandi i mahestuoso. Asta nan a mira kas mas grandi ku e palasio di nan Granman na Mars. Di otro banda nan a mira hopi kas dekaí. Nan no a komprendé. Si a usa ménos blòki pa esun i mas blòki pa e otro, lo ta tin mas igualdat, nan a pensa.
Nan a gusta e isla i nan lo tabata dispuesto pa duna un relato positivo, si un asuntu grave no a impedí nan. Esta, komportashon di e habitantenan. E habitantenan di e isla ta komportá nan mes meskos ku e bestia ku snùit largu i ku ta lora den lodo. Kada bes ku e marsianonan kita for di kaminda grandi, drenta un kaminda solitario, nan ta topa ku un monton di sushi, desperdisio i bestia morto. Porkeria, esun marsiano a nota.
Kompader
bònchá
koriente a bai
bankonan a kai
ketel di flùit a pèrdè su pitu
skuridat: ta mas ku klaritu
menos mal: un ladron
a fia mi faha di karson
pues, un kos sigur ta keda
mi n’por hala faha sera.
Frans Kapteijns 160510
bankonan a kai
ketel di flùit a pèrdè su pitu
skuridat: ta mas ku klaritu
menos mal: un ladron
a fia mi faha di karson
pues, un kos sigur ta keda
mi n’por hala faha sera.
Frans Kapteijns 160510
Sunday, May 9, 2010
Koninklijk Besluit
De Koning staat op zijn balkon en ziet Nanzi vrolijk fluitend over het Gouvernementsplein lopen richting Otrobanda. Kijk die Nanzi daar, denkt hij, op dit uur van de dag is iedereen aan het werk en hij loopt vrolijk te lanterfanten. En als de Koning ergens een hekel aan heeft, dan is dat aan lanterfanten (mensen die lanterfanten).
Nanzi loopt naar een hotdogkarretje. ‘Ha, die ouwe baas,’ zegt hij met een brede glimlach, ‘doe mij een van die lekkere hotdogs van jou. Met zuurkool graag.’ Hij neemt het broodje aan.
‘En hoe gaan de zaken vandaag?’ vraagt hij met belangstelling. ‘Heb je al veel broodjes verkocht?’
‘Jij bent de eerste,’ antwoordt de hotdogman melancholisch.
‘Geef mij er nog eentje dan, met veel mosterd.’ De hotdogman overhandigt hem de hotdog.
‘Nee,’ zegt Nanzi, ‘die is voor jou, die krijg je van mij. Hoeveel ben ik je schuldig?’
‘Dat is samen vijf gulden.’
Nanzi haalt een kaartje tevoorschijn. ‘Wat is dat?’ vraagt de man. ‘Dit is een credit kaart,’ verklaart Nanzi. ‘Die neem ik niet aan,’ zegt de man. ‘O, dat is niet slim,’ antwoordt Nanzi, ‘ik ben je dan vijf gulden schuldig.’
De Koning ziet Nanzi het hotdogbroodje opeten en ergert zich blauw. Hier ga ik een eind aan maken, denkt hij en laat de Wetgever roepen. Hij geeft de Wetgever de opdracht om een wet te maken die als volgt luidt: ‘Iedereen in het Koninkrijk moet werken. Wie niet werkt en toch geld op zak heeft, heeft het gestolen en is strafbaar.’ De wet treedt per direct in werking. De Wetgever buigt en verdwijnt. Tien minuten later komt hij terug met een kantenklare wet.
‘Goed zo,’ zegt de Koning, ‘roep nu de twee snelste soldaten.’ De soldaten treden aan. Zij krijgen de opdracht om Nanzi te arresteren. ‘En zorg dat hij jullie niet te snel af is,’ besluit de Koning. ‘Wij zijn de snelste,’ antwoorden de soldaten.
Nanzi ziet de soldaten aan komen lopen en duikt een zijsteegje in, maar de soldaten halen hem snel in. ‘Stop, in de naam van de Koning. Is uwer naam Nanzi?’ ‘Uw nederige dienaar,’ antwoordt Nanzi. ‘Wat doet u op dit uur op straat?’ ‘Wat doen júllie op dit uur op straat, als ik dat vragen mag?’ verweert Nanzi zich. ‘Wij zijn soldaten van de Koning, wij bewaken de stad.’ ‘Ik ben een burger, ik bewaak de bewakers.’
De soldaten brengen rapport uit aan de Koning. Uilskuikens, mompelt de Koning. Hij laat zijn twee erudietste ministers roepen, de Minister van Wetenschappen en de Minister van Technologie.
‘Excellenties,’ spreekt de Koning, ‘u verkleedt zich als soldaat en u gaat Nanzi arresteren. En rap.’ De ministers verdwijnen snel.
Nanzi ziet de twee soldaten en gaat op een bank uit zijn neus zitten peuteren. De soldaten komen dichterbij en een van hen spreekt. ‘Heer Nanzi, wij komen u arresteren, want u werkt niet.’ ‘En of ik werk, ik peuter uit mijn neus.’ ‘Dat is geen werken, waarde heer Nanzi,’ spreekt nu de andere. ‘O nee,’ antwoordt Nanzi verontwaardigd, ‘de Koning zegt iedere keer dat het hele Kabinet de hele dag niets anders doet dan uit hun neus zitten peuteren.’
Ten einde raad verkleedt de Koning zelf zich als soldaat en treft Nanzi aan onder het viaduct in Otrobanda een biertje aan het drinken. ‘Nanzi, u staat onder arrest, ik sla u in de boeien.’ ‘Ho, ho, meester, niet zo fanatiek. Bent u geen dienaar van de Koning?’ ‘Dat ben ik zeker.’ ‘En betaalt de Koning u niet goed?’ ‘Redelijk.’ ‘Dus de Koning heeft veel geld. Waar werkt de Koning, als ik dat vragen mag?’ Nanzi bestelt nog een biertje.
K.
Nanzi loopt naar een hotdogkarretje. ‘Ha, die ouwe baas,’ zegt hij met een brede glimlach, ‘doe mij een van die lekkere hotdogs van jou. Met zuurkool graag.’ Hij neemt het broodje aan.
‘En hoe gaan de zaken vandaag?’ vraagt hij met belangstelling. ‘Heb je al veel broodjes verkocht?’
‘Jij bent de eerste,’ antwoordt de hotdogman melancholisch.
‘Geef mij er nog eentje dan, met veel mosterd.’ De hotdogman overhandigt hem de hotdog.
‘Nee,’ zegt Nanzi, ‘die is voor jou, die krijg je van mij. Hoeveel ben ik je schuldig?’
‘Dat is samen vijf gulden.’
Nanzi haalt een kaartje tevoorschijn. ‘Wat is dat?’ vraagt de man. ‘Dit is een credit kaart,’ verklaart Nanzi. ‘Die neem ik niet aan,’ zegt de man. ‘O, dat is niet slim,’ antwoordt Nanzi, ‘ik ben je dan vijf gulden schuldig.’
De Koning ziet Nanzi het hotdogbroodje opeten en ergert zich blauw. Hier ga ik een eind aan maken, denkt hij en laat de Wetgever roepen. Hij geeft de Wetgever de opdracht om een wet te maken die als volgt luidt: ‘Iedereen in het Koninkrijk moet werken. Wie niet werkt en toch geld op zak heeft, heeft het gestolen en is strafbaar.’ De wet treedt per direct in werking. De Wetgever buigt en verdwijnt. Tien minuten later komt hij terug met een kantenklare wet.
‘Goed zo,’ zegt de Koning, ‘roep nu de twee snelste soldaten.’ De soldaten treden aan. Zij krijgen de opdracht om Nanzi te arresteren. ‘En zorg dat hij jullie niet te snel af is,’ besluit de Koning. ‘Wij zijn de snelste,’ antwoorden de soldaten.
Nanzi ziet de soldaten aan komen lopen en duikt een zijsteegje in, maar de soldaten halen hem snel in. ‘Stop, in de naam van de Koning. Is uwer naam Nanzi?’ ‘Uw nederige dienaar,’ antwoordt Nanzi. ‘Wat doet u op dit uur op straat?’ ‘Wat doen júllie op dit uur op straat, als ik dat vragen mag?’ verweert Nanzi zich. ‘Wij zijn soldaten van de Koning, wij bewaken de stad.’ ‘Ik ben een burger, ik bewaak de bewakers.’
De soldaten brengen rapport uit aan de Koning. Uilskuikens, mompelt de Koning. Hij laat zijn twee erudietste ministers roepen, de Minister van Wetenschappen en de Minister van Technologie.
‘Excellenties,’ spreekt de Koning, ‘u verkleedt zich als soldaat en u gaat Nanzi arresteren. En rap.’ De ministers verdwijnen snel.
Nanzi ziet de twee soldaten en gaat op een bank uit zijn neus zitten peuteren. De soldaten komen dichterbij en een van hen spreekt. ‘Heer Nanzi, wij komen u arresteren, want u werkt niet.’ ‘En of ik werk, ik peuter uit mijn neus.’ ‘Dat is geen werken, waarde heer Nanzi,’ spreekt nu de andere. ‘O nee,’ antwoordt Nanzi verontwaardigd, ‘de Koning zegt iedere keer dat het hele Kabinet de hele dag niets anders doet dan uit hun neus zitten peuteren.’
Ten einde raad verkleedt de Koning zelf zich als soldaat en treft Nanzi aan onder het viaduct in Otrobanda een biertje aan het drinken. ‘Nanzi, u staat onder arrest, ik sla u in de boeien.’ ‘Ho, ho, meester, niet zo fanatiek. Bent u geen dienaar van de Koning?’ ‘Dat ben ik zeker.’ ‘En betaalt de Koning u niet goed?’ ‘Redelijk.’ ‘Dus de Koning heeft veel geld. Waar werkt de Koning, als ik dat vragen mag?’ Nanzi bestelt nog een biertje.
K.
Thursday, May 6, 2010
Mama
Un ser bendishoná ku a sinti doló pa ponebu na mundu,
ta priva su mes di dibertishon,
pa kuida un ser presioso.
Ku a pèrdè soño,
sali for di proporshon i subi di peso,
keda sin kumpra algu p’e mes, pa e komplasé abo.
Kada bes ku bo yora
kuminda na boka.
Tur ora ku bo susha,
limpiabu mesora.
Mama, no tin pa igual’é,
nunka lo bo por paga molèster,
ni amor ku E a ofresé.
P’esei dun’é su balor ora e ta na bida,
pa abo por bisa ora e sosegá,
ku trankilidat i satisfakshon den bo kurason
... ami si a stima i kuida mi mama!
Saká for di buki di poesia Divino 2
Outor Bianca Neman
ta priva su mes di dibertishon,
pa kuida un ser presioso.
Ku a pèrdè soño,
sali for di proporshon i subi di peso,
keda sin kumpra algu p’e mes, pa e komplasé abo.
Kada bes ku bo yora
kuminda na boka.
Tur ora ku bo susha,
limpiabu mesora.
Mama, no tin pa igual’é,
nunka lo bo por paga molèster,
ni amor ku E a ofresé.
P’esei dun’é su balor ora e ta na bida,
pa abo por bisa ora e sosegá,
ku trankilidat i satisfakshon den bo kurason
... ami si a stima i kuida mi mama!
Saká for di buki di poesia Divino 2
Outor Bianca Neman
wie in de Cariben is geweest
wie in de Cariben is geweest
en daar een tijd verbleef
die weet dat nooit de wond geneest
de wond die heimwee heet
en zit hij ’s avonds op de bank
met boek of soms tv
dan kijkt hij in zijn eigen ik
en denkt aan overzee
in zijn ‘nieuwe’ tuin
met conifeer en linde
mist hij de tamarinde
pas heel laat
slaapt hij in
op muziek
van de passaat
Frans Kapteijns
en daar een tijd verbleef
die weet dat nooit de wond geneest
de wond die heimwee heet
en zit hij ’s avonds op de bank
met boek of soms tv
dan kijkt hij in zijn eigen ik
en denkt aan overzee
in zijn ‘nieuwe’ tuin
met conifeer en linde
mist hij de tamarinde
pas heel laat
slaapt hij in
op muziek
van de passaat
Frans Kapteijns
Saturday, May 1, 2010
Konosé bo Isla 2010-05: Eloquentie
‘Si enkasiamente mes un hòmber manera Chandi akí por ehèmpel, mustra e lokual ku e tin sintimentunan di hòmber pa demostrá, nos tur mester apresiá i tuma e lokual ta su derecho, komo pasobra kada hòmber pará riba su mes propiomente, humanidatmente ta sinti ku e tin derecho di deshogá su paden.
Pasobra tòg sinembargo no tin nada ku por konkluí ni kibra ku lei di omnipotensia.Mi ke men di, komprondémi bon, nos tur akí ta un i mi punta di bista ta ku hamas den sentro di bida sosialidat por pasa kasonan manera sa pasa na paisnan, por ehèmpel, laga nos bisa un lugá manera oksidente...’
Vraag: Wie houdt deze eloquente toespraak?
Pregunta: Ken ta tene e diskurso elokuente akí?
Sluitingsdatum: zondag 6 juni 2010
Prijs: een cadeaubon van Delifrance
Sponsor: ESCRIBA N.V.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Pasobra tòg sinembargo no tin nada ku por konkluí ni kibra ku lei di omnipotensia.Mi ke men di, komprondémi bon, nos tur akí ta un i mi punta di bista ta ku hamas den sentro di bida sosialidat por pasa kasonan manera sa pasa na paisnan, por ehèmpel, laga nos bisa un lugá manera oksidente...’
Vraag: Wie houdt deze eloquente toespraak?
Pregunta: Ken ta tene e diskurso elokuente akí?
Sluitingsdatum: zondag 6 juni 2010
Prijs: een cadeaubon van Delifrance
Sponsor: ESCRIBA N.V.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2010-04: antwoord
Antwoord: Don Pancho Picaflor
Er zijn 29 inzendingen, waarvan 27 goed:
R. Bulbaai
Solange Nijdam
Erich Rene
Angélique Da Costa Gomez
Madelyn Francisco
Winsel Peney
Meredith Gouverneur
L.J.Chr. Dee
Guiselle de Kaster
Willy Maal
Daianhara Coeriel
Lucinda Martha
Kenneth
Raichel Virginie
Flavia Vasco de Sousa
Mirene Bentoera
Aida Geerman
Yolanda Chakoetoe
Joyce Plaate
Clara Un
Nanny Kramer
Niels Augusta
Joan Augusta
America Augusta
Ria Evers
Meulen van der, Isabella
Tin-Fong Wong
Frans Kapteijns
Eduardo Vlieg
De winnares is Aida Geerman.
Iedereen bedankt voor het meedoen.
Er zijn 29 inzendingen, waarvan 27 goed:
R. Bulbaai
Solange Nijdam
Erich Rene
Angélique Da Costa Gomez
Madelyn Francisco
Winsel Peney
Meredith Gouverneur
L.J.Chr. Dee
Guiselle de Kaster
Willy Maal
Daianhara Coeriel
Lucinda Martha
Kenneth
Raichel Virginie
Flavia Vasco de Sousa
Mirene Bentoera
Aida Geerman
Yolanda Chakoetoe
Joyce Plaate
Clara Un
Nanny Kramer
Niels Augusta
Joan Augusta
America Augusta
Ria Evers
Meulen van der, Isabella
Tin-Fong Wong
Frans Kapteijns
Eduardo Vlieg
De winnares is Aida Geerman.
Iedereen bedankt voor het meedoen.
Saturday, April 17, 2010
Un poema
pa motibu di ekonomia
nos a kambia destino di nos isla
lubidando su puresa i noblesa
nos ta hib'é den un kaminda di tristesa
Diana Marquez
nos a kambia destino di nos isla
lubidando su puresa i noblesa
nos ta hib'é den un kaminda di tristesa
Diana Marquez
Thursday, April 15, 2010
Het verhaal… Een schaal vol prullaria
Het was tijd.
Tijd om de spullen uit te zoeken en op te bergen of weg te geven.
Op de tafel stond een schaal van keramiek. Groen , in stervorm.
Die had ze zelf ooit gemaakt.
Op het haltafeltje stond ie. En iedereen die thuiskwam of wegging legde er iets in of haalde er iets uit.
Het haltafeltje was er niet meer. Het huis was leeg.
De zon scheen door het raam en liet in zijn stralen zien dat de hele inhoud stoffig was.
Zou ik het allemaal weggooien? Had iemand nog iets aan een oud kompas, een mes…?
Waarom had ze dit allemaal bewaard? Ze kan het me nu niet meer vertellen, ze is oud en moe en weet nog weinig meer.
Dat vilten klimopblad, was het een deel van een corsage, opgespeld door haar eerste liefde?
Die sleutel… toegang tot welke deur?
Oude klos handgaren. Degelijk, ruikt zelf nog net zoals vroeger.
Ik sta op. Besluit de hete schaal met inhoud mee te nemen en naar haar toe te gaan.
Ik zal haar vragen: “Mamma, van wie was die veer“?
Ik hoop dat ze het nog weet. Veel is ze vergeten, maar af en toe veert ze op, lichten haar ogen als bij een binnenpretje en mompelt ze een naam….
Ze neemt al haar verhalen en namen mee. Terug.
Terug naar toen?
H.M.Evers-Dokter
Tijd om de spullen uit te zoeken en op te bergen of weg te geven.
Op de tafel stond een schaal van keramiek. Groen , in stervorm.
Die had ze zelf ooit gemaakt.
Op het haltafeltje stond ie. En iedereen die thuiskwam of wegging legde er iets in of haalde er iets uit.
Het haltafeltje was er niet meer. Het huis was leeg.
De zon scheen door het raam en liet in zijn stralen zien dat de hele inhoud stoffig was.
Zou ik het allemaal weggooien? Had iemand nog iets aan een oud kompas, een mes…?
Waarom had ze dit allemaal bewaard? Ze kan het me nu niet meer vertellen, ze is oud en moe en weet nog weinig meer.
Dat vilten klimopblad, was het een deel van een corsage, opgespeld door haar eerste liefde?
Die sleutel… toegang tot welke deur?
Oude klos handgaren. Degelijk, ruikt zelf nog net zoals vroeger.
Ik sta op. Besluit de hete schaal met inhoud mee te nemen en naar haar toe te gaan.
Ik zal haar vragen: “Mamma, van wie was die veer“?
Ik hoop dat ze het nog weet. Veel is ze vergeten, maar af en toe veert ze op, lichten haar ogen als bij een binnenpretje en mompelt ze een naam….
Ze neemt al haar verhalen en namen mee. Terug.
Terug naar toen?
H.M.Evers-Dokter
Thursday, April 8, 2010
GOUDDRUPPELTJE
Ergens hier ver vandaan in de blauwe oceaan ligt het mooie maar droge eiland Stimasolo. Boven Stimasolo dreven op een dag twee grijze wolken. Ze keken naar het droge eiland en zeiden: ‘We gaan het laten regenen’. Ze spreidden hun armen wijd open en honderden liters regenwater stortten naar beneden. Dat zijn honderdduizenden regendruppels!
Eén van die ontelbare regendruppels heet Diana Druppel. Een heel gewone naam zul je zeggen, maar haar troetelnaam is: Gouddruppeltje, een bijzondere naam, een naam om trots op te zijn. Zij wilde niet, zoals de meeste van haar mededruppels, in de oceaan terechtkomen.
Op dat moment vloog een zilvermeeuw voorbij! “Hé zilveren vogel, mag ik een lift?” Gouddruppeltje schrok van zichzelf. Normaal gesproken was ze juist heel verlegen.
“Spring maar achterop!” riep de zilvermeeuw en met een sierlijke salto zat Gouddruppeltje bij Zilvermeeuw op zijn rug.. Maar waarom wil je eigenlijk meerijden, ik bedoel, meevliegen?“
“Nou,” zei Gouddruppeltje spontaan, “Ik wil niet verloren lopen in die grote oceaan. Ik wil vrij zijn en mezelf leren kennen. En niet allemaal dingen doen die iedereen doet.”
“Oké!” zei Zilvermeeuw en ze vlogen verder.
Ze vlogen laag over land, zodat ze goed konden zien wat iedereen aan het doen was. Na enkele uren vliegen vroeg Zilvermeeuw: “Zeg, Gouddruppeltje, denk je dat je het verder zonder mij kunt? Net zoals de eilandbewoners!’
“Nee, nog niet”, zei Gouddruppeltje. “Ik zie dat iedereen met van alles en nog wat bezig is, met allerlei zaken druk doende is, maar tegelijkertijd zie ik dat ze heel eenzaam zijn. Hoe komt dat toch”
“Ja, je hebt gelijk”, zei Zilvermeeuw, “en als je tussen hen in leeft, ga je hetzelfde doen. Je gaat ook allerlei dingen doen om jezelf af te leiden en je zult je ook eenzaam voelen.”
“Maar als het je wens is jezelf te leren kennen, dan moet je dit ook meemaken. En voel je je op een dag echt eenzaam, dan moet je de stilte van de natuur gaan opzoeken. Luisteren naar de geluiden van de zee en het gezang van de vogels. En terwijl je luistert kijk je bij jezelf naar binnen en hoor je het kloppen van je eigen hart. Eigenlijk kom je dan jezelf tegen, kom je erachter wie je echt bent.”
En toen vloog Zilvermeeuw weg.
Eerst ging Gouddruppeltje van alles zoeken om ook maar bezig te zijn. Van alles om maar een beetje afleiding te hebben. Op een dag echter voelde zij zich erg moe en leek het alsof eenzaamheid de baas over haar was. Ze voelde zich zo … leeg en behoorlijk triest.
Op dat moment dacht ze aan de woorden van Zilvermeeuw, vlak voordat hij wegvloog. Gouddruppeltje liet alle drukte achter zich en lange tijd bracht ze in volledige eenzaamheid door. Geen gemakkelijke tijd. Ze hoorde niets anders dan het gezang van vogels en de geluiden van de golven van de zee.
Soms dacht ze waar ben ik aan begonnen, maar ze hield vol, en ze hoorde haar eigen hart kloppen. Ze dacht alleen nog maar aan de wijze woorden van Zilvermeeuw. Dat hield haar op de been.
Op zeker moment voelde ze een bepaalde rust van binnen, ze werd van binnen blij. Waar eerst droevige eenzaamheid was, voelde ze nu plezier. Ze was helemaal gelukkig. Bovendien snapte ze nu beter wie ze was en waarom ze op de wereld was.
Ze hielp de zee om zee te blijven en droomde: “Zonder mij is de zee niet kompleet.”
En met een ferme duik dook Gouddruppeltje de zee in, tussen de andere regendruppels.
Gouddruppeltje werd met gejuich ontvangen.
En ze zwommen nog lang en gelukkig.
Frans Kapteijns, 250210.
Eén van die ontelbare regendruppels heet Diana Druppel. Een heel gewone naam zul je zeggen, maar haar troetelnaam is: Gouddruppeltje, een bijzondere naam, een naam om trots op te zijn. Zij wilde niet, zoals de meeste van haar mededruppels, in de oceaan terechtkomen.
Op dat moment vloog een zilvermeeuw voorbij! “Hé zilveren vogel, mag ik een lift?” Gouddruppeltje schrok van zichzelf. Normaal gesproken was ze juist heel verlegen.
“Spring maar achterop!” riep de zilvermeeuw en met een sierlijke salto zat Gouddruppeltje bij Zilvermeeuw op zijn rug.. Maar waarom wil je eigenlijk meerijden, ik bedoel, meevliegen?“
“Nou,” zei Gouddruppeltje spontaan, “Ik wil niet verloren lopen in die grote oceaan. Ik wil vrij zijn en mezelf leren kennen. En niet allemaal dingen doen die iedereen doet.”
“Oké!” zei Zilvermeeuw en ze vlogen verder.
Ze vlogen laag over land, zodat ze goed konden zien wat iedereen aan het doen was. Na enkele uren vliegen vroeg Zilvermeeuw: “Zeg, Gouddruppeltje, denk je dat je het verder zonder mij kunt? Net zoals de eilandbewoners!’
“Nee, nog niet”, zei Gouddruppeltje. “Ik zie dat iedereen met van alles en nog wat bezig is, met allerlei zaken druk doende is, maar tegelijkertijd zie ik dat ze heel eenzaam zijn. Hoe komt dat toch”
“Ja, je hebt gelijk”, zei Zilvermeeuw, “en als je tussen hen in leeft, ga je hetzelfde doen. Je gaat ook allerlei dingen doen om jezelf af te leiden en je zult je ook eenzaam voelen.”
“Maar als het je wens is jezelf te leren kennen, dan moet je dit ook meemaken. En voel je je op een dag echt eenzaam, dan moet je de stilte van de natuur gaan opzoeken. Luisteren naar de geluiden van de zee en het gezang van de vogels. En terwijl je luistert kijk je bij jezelf naar binnen en hoor je het kloppen van je eigen hart. Eigenlijk kom je dan jezelf tegen, kom je erachter wie je echt bent.”
En toen vloog Zilvermeeuw weg.
Eerst ging Gouddruppeltje van alles zoeken om ook maar bezig te zijn. Van alles om maar een beetje afleiding te hebben. Op een dag echter voelde zij zich erg moe en leek het alsof eenzaamheid de baas over haar was. Ze voelde zich zo … leeg en behoorlijk triest.
Op dat moment dacht ze aan de woorden van Zilvermeeuw, vlak voordat hij wegvloog. Gouddruppeltje liet alle drukte achter zich en lange tijd bracht ze in volledige eenzaamheid door. Geen gemakkelijke tijd. Ze hoorde niets anders dan het gezang van vogels en de geluiden van de golven van de zee.
Soms dacht ze waar ben ik aan begonnen, maar ze hield vol, en ze hoorde haar eigen hart kloppen. Ze dacht alleen nog maar aan de wijze woorden van Zilvermeeuw. Dat hield haar op de been.
Op zeker moment voelde ze een bepaalde rust van binnen, ze werd van binnen blij. Waar eerst droevige eenzaamheid was, voelde ze nu plezier. Ze was helemaal gelukkig. Bovendien snapte ze nu beter wie ze was en waarom ze op de wereld was.
Ze hielp de zee om zee te blijven en droomde: “Zonder mij is de zee niet kompleet.”
En met een ferme duik dook Gouddruppeltje de zee in, tussen de andere regendruppels.
Gouddruppeltje werd met gejuich ontvangen.
En ze zwommen nog lang en gelukkig.
Frans Kapteijns, 250210.
Wednesday, April 7, 2010
E GOTA DI AWA I E MEUWCHI
Tabata un dia di hopi kalor i nubianan a disidí di habri nan brasa i laga un labishán di awa kai riba e isla.
Mei mei di e gotanan di awa tabata tin un ku no kera forma parti di e siklo i el a puntra su mes kon e por a skapa di e otro gotanan, ku tabata tuma rumbo pa lamán ku tabata warda nan aya bou.
"No, no" e gota di awa a pensa " mi no ke perde den e lamn grandi ei, mi mester ta liber pa mi por siña konosé mi mes. Mi mester buska un manera pa sal aki fo" i ku un salto el a libra su mes for di su kompañeronan i el a kai riba lomba di un meuwchi.
"Hei, gota di awa, ta ki bo ta hasi aki bo so asina?" e meuwchi a puntr'é asombrá.
E gota di awa a kont'é di kon el a bai laga e otro gotanan i el a puntr'é ku si e por sigui bula ku ne pa un temporada.
"Mi ke siña konosé mundu i mira kiko e hendenan ta hasi. Kisás asina mi por siña konosé mi mes".
E meuwchi di ta bon i huntu nan a sigui nan kaminda. Nan a bula asina serka di tera ku nan por a mira tur loke e hendenan tabata hasiendo riba e isla.
Después ku nan a bula pa basta ora e meuwchi a puntra e gota di awa ku si e ta kla pa sigui su kaminda huntu ku ne.
"No, ahinda no" e gota a kontestá. "M'a ripará ku tur hende ta okupá ku tur sorto di kos . Sin embargo mi a ripará tambe ku kasi tur ta sufri di un soledat inmenso".
"Si, bo tin rasón" e meuwchi a kontestá "i si bo keda mei mei di nan bo t bai hasi mes kos. Bo tambe lo buska tur sorto di distraikshon i abo tambe lo sinti e mes un soledat. Pero p'e otro banda lo ta un bon idea. Si ta bo deseo pa siña konosé bo mes, bo tambe mester pasa den e eksperensia ei i ora bo kumisá sinti e soledat te den bo alma a yega ora pa bo apartabu for di bo amigunan i buska silensio den naturalesa.Skuchando sonidu di laman i e kanto di paranan. Tambe drenta te den bo mes i skucha e latido di bo propio kurason. Lo bo enkontra bo mes i e dia ei lo bo haña sa tambe ken mi ta.
Ku e palabranan ei e meuwchi a bula bai.
Den kumisamentu e gota di awa a buska tur sorto di ko'i hasi i tambe tur sorto di distraikshon pusibel. E tabata gosa na smaak. Te un dia el a sinti kon poko poko un kansansio i un tristesa ta drent'é.
El a sinti un bashí tremendo den su kurason i un soledat inmenso a poderá di dje. Ora kasi e no por a want'é mas el a korda kiko e meuchi a bisé promé ku el a bula bai.
El a apartá su mes for di tur moveshon i pa un temporada largu el a pasa den kompleto soledat. Un silensio kasi kompleto si no tabata pa e kanto di e paranan i e sonidu di laman. Tabata un temporada hopi pisá pa e gota di awa, pero kordando e palabranan di e meuchi e no a sukumbí i el a drenta mas i mas te den su mes i e por a skucha e latido di su kurason.
Poko poko e tabata sinti kon un un trankilidat a kumisá drenta su kurason i un alegría inmenso a drent'é.
Kaminda un dia tabata tin intrankilidat, kaminda un tempu el a sinti soledat, el a enkontrá su mes, el a sinti pas.
Porfín el a komprondé tambe ken e ta i ta ki ta e motibu di su eksistensia : E ta forma parti di e olanan. Ni mas ni menos. Sin dje lamán no ta kompleto. Ku e konosimentu ei e gota di awa a laga su mes kai den laman i den tur trankilidatmente el a bira unu ku naturalesa.
El a enkontrá su mes i e no tin nodi di sigui buska mas. E dia ei tambe el a komprondé ken e meuchi ta : su propio alma.
PORFIN EL A YEGA KAS DEN SU MES
Diana Marquez
Mei mei di e gotanan di awa tabata tin un ku no kera forma parti di e siklo i el a puntra su mes kon e por a skapa di e otro gotanan, ku tabata tuma rumbo pa lamán ku tabata warda nan aya bou.
"No, no" e gota di awa a pensa " mi no ke perde den e lamn grandi ei, mi mester ta liber pa mi por siña konosé mi mes. Mi mester buska un manera pa sal aki fo" i ku un salto el a libra su mes for di su kompañeronan i el a kai riba lomba di un meuwchi.
"Hei, gota di awa, ta ki bo ta hasi aki bo so asina?" e meuwchi a puntr'é asombrá.
E gota di awa a kont'é di kon el a bai laga e otro gotanan i el a puntr'é ku si e por sigui bula ku ne pa un temporada.
"Mi ke siña konosé mundu i mira kiko e hendenan ta hasi. Kisás asina mi por siña konosé mi mes".
E meuwchi di ta bon i huntu nan a sigui nan kaminda. Nan a bula asina serka di tera ku nan por a mira tur loke e hendenan tabata hasiendo riba e isla.
Después ku nan a bula pa basta ora e meuwchi a puntra e gota di awa ku si e ta kla pa sigui su kaminda huntu ku ne.
"No, ahinda no" e gota a kontestá. "M'a ripará ku tur hende ta okupá ku tur sorto di kos . Sin embargo mi a ripará tambe ku kasi tur ta sufri di un soledat inmenso".
"Si, bo tin rasón" e meuwchi a kontestá "i si bo keda mei mei di nan bo t bai hasi mes kos. Bo tambe lo buska tur sorto di distraikshon i abo tambe lo sinti e mes un soledat. Pero p'e otro banda lo ta un bon idea. Si ta bo deseo pa siña konosé bo mes, bo tambe mester pasa den e eksperensia ei i ora bo kumisá sinti e soledat te den bo alma a yega ora pa bo apartabu for di bo amigunan i buska silensio den naturalesa.Skuchando sonidu di laman i e kanto di paranan. Tambe drenta te den bo mes i skucha e latido di bo propio kurason. Lo bo enkontra bo mes i e dia ei lo bo haña sa tambe ken mi ta.
Ku e palabranan ei e meuwchi a bula bai.
Den kumisamentu e gota di awa a buska tur sorto di ko'i hasi i tambe tur sorto di distraikshon pusibel. E tabata gosa na smaak. Te un dia el a sinti kon poko poko un kansansio i un tristesa ta drent'é.
El a sinti un bashí tremendo den su kurason i un soledat inmenso a poderá di dje. Ora kasi e no por a want'é mas el a korda kiko e meuchi a bisé promé ku el a bula bai.
El a apartá su mes for di tur moveshon i pa un temporada largu el a pasa den kompleto soledat. Un silensio kasi kompleto si no tabata pa e kanto di e paranan i e sonidu di laman. Tabata un temporada hopi pisá pa e gota di awa, pero kordando e palabranan di e meuchi e no a sukumbí i el a drenta mas i mas te den su mes i e por a skucha e latido di su kurason.
Poko poko e tabata sinti kon un un trankilidat a kumisá drenta su kurason i un alegría inmenso a drent'é.
Kaminda un dia tabata tin intrankilidat, kaminda un tempu el a sinti soledat, el a enkontrá su mes, el a sinti pas.
Porfín el a komprondé tambe ken e ta i ta ki ta e motibu di su eksistensia : E ta forma parti di e olanan. Ni mas ni menos. Sin dje lamán no ta kompleto. Ku e konosimentu ei e gota di awa a laga su mes kai den laman i den tur trankilidatmente el a bira unu ku naturalesa.
El a enkontrá su mes i e no tin nodi di sigui buska mas. E dia ei tambe el a komprondé ken e meuchi ta : su propio alma.
PORFIN EL A YEGA KAS DEN SU MES
Diana Marquez
Tuesday, April 6, 2010
Konosé bo Isla 2010-04: Schoenmaker

Vraag: Hoe heette de schoenmaker die aan de Trapsteeg woonde?
Pregunta: Kon yama e sapaté ku tabata biba na Ser’i Trapi?
Sluitingsdatum: zondag 2 mei 2010
Prijs: een cadeaubon van Candy Barrel
Sponsor: ESCRIBA N.V.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2010-03: antwoord
Antwoord: De (houten) dominosteen die ‘dòbel blanku’ heet is helemaal zwart.
Kontesta: E piedra di dominó (di palu) ku yama ‘dòbel blanku’ ta kompletamente pretu.
Er zijn 9 inzendingen, waarvan 6 goed:
Oswin Koeiman
Niels Augusta
Jamila Romero
Winsel Peney
Aileen Looman
Solange Nijdam
Flavia Vasco de Sousa
Yolanda Chakoetoe
Regina v/d Biest
De winnares is Aileen Looman.
Iedereen bedankt voor het meedoen.
Kontesta: E piedra di dominó (di palu) ku yama ‘dòbel blanku’ ta kompletamente pretu.
Er zijn 9 inzendingen, waarvan 6 goed:
Oswin Koeiman
Niels Augusta
Jamila Romero
Winsel Peney
Aileen Looman
Solange Nijdam
Flavia Vasco de Sousa
Yolanda Chakoetoe
Regina v/d Biest
De winnares is Aileen Looman.
Iedereen bedankt voor het meedoen.
Monday, March 29, 2010
Thursday, March 25, 2010
Het afscheid
Voorin in het zwart gekleed
haar droge ogen op de kist gericht
na veertig jaar nu eindelijk vrij
pakt zij de uitgestoken hand vast
mompelt zacht ‘es ku Dios ke’.
Zij zit naast de zijdeur in het wit
haar lange haren glanzend zwart
in haar hand een rozenkrans waarop zij telt
het gat dat valt in haar budget
‘como voy a vivir sin el’ prevelt zij.
Achterin steunt zij tegen de muur
haar ogen rood haar zakdoek nat
veertig jaar lang was hij er elke dag
niemand weet van haar bestaan
zij loopt naar voren en zij valt.
K.
haar droge ogen op de kist gericht
na veertig jaar nu eindelijk vrij
pakt zij de uitgestoken hand vast
mompelt zacht ‘es ku Dios ke’.
Zij zit naast de zijdeur in het wit
haar lange haren glanzend zwart
in haar hand een rozenkrans waarop zij telt
het gat dat valt in haar budget
‘como voy a vivir sin el’ prevelt zij.
Achterin steunt zij tegen de muur
haar ogen rood haar zakdoek nat
veertig jaar lang was hij er elke dag
niemand weet van haar bestaan
zij loopt naar voren en zij valt.
K.
Subscribe to:
Posts (Atom)


