Sunday, February 3, 2013

Konosé bo Isla 2013-02: Standbeeld vroeger en nu



Dit is een oude foto. Het standbeeld staat nog steeds op dezelfde plaats.

Vraag: Waar staat het standbeeld?

Sluitingsdatum: zondag 3 maart 2013

Prijs: een cadeaubon van De Dames.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

  prijsvraag">royevers@gmail.com


of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)



Konosé bo Isla 2013-01: antwoord

Antwoord: Baster

Er zijn 12 inzendingen, waarvan 4 goed.

Niels Augusta
Max Martina
Terry Mijnster
Glyraine Celestina
Nancy van Heck
D.H. van de Weerd
Will Langenberg
E. Leito
Arelis Hurtado
Regina van der Biest
Julius Margaretha
Frans Kapteijns


De winnaar is E. Leito

Iedereen bedankt voor het meedoen.

Gewetensvol

De economie gaat slecht. De werkmieren klagen steen en been. De bouwsector ligt op zijn gat. Er worden geen nesten gebouwd. Waar er toch een nest gebouwd wordt, doet de familie dat zelf samen. Het grote trommelfeest komt eraan en daarna het grote verkleedfeest, dat moet een beetje soulaas bieden. Brood en spelen voor het volk. Wat brood? Want terwijl de Koning en zijn takenministers zich de hersens suf piekeren en de nieuwsschrijvende chuchubi’s met een grijns afwachten wie als eerste zijn nek breekt over de problemen, ja, onderwijl zit Nanzi op de stoep voor zijn voordeur met een knorrende maag voor zich uit te staren.
   “En Nanzi?” vraagt Shi Maria, “Heb je al iets bedacht?”
   Iets bedacht, denkt Nanzi bij zichzelf. Als ik iets bedacht had, dan zat ik niet hier met een lege maag voor mij uit te staren, dan lag ik heerlijk met een volle buik te snurken onder die tamarindeboom daar, wat denkt Shi Maria nou wel?
   “Als ik iets bedacht ...,” hij blijft plotseling stil, hij heeft zich bijna versproken. “Nee, wat valt er nog te bedenken? Ik heb alles al geprobeerd. Ik heb ... “
   “Hou je mond, Nanzi,” valt Shi Maria hem hysterisch in de rede. “Jij hebt niets geprobeerd. Je zit al de hele ochtend hier op de stoep voor je uit te staren. Er gaat niets van je uit. Ik moet hier voor het eten zorgen, ik moet koken, ik moet de was doen, ik moet het nest schoon houden. Als de kinderen poepen moet ik dat opruimen. De slavernij is honderdvijftig jaar geleden afgeschaft, maar niet in dit nest. Kijk maar naar Kompa Sese, hij is een voorbeeldige huisvader. Hij zorgt goed voor zijn gezin ... “
   “Basta!” schreeuwt Nanzi boos. Als er iets is waar hij een gruwelijke hekel aan heeft, dan is dat wel door zijn vrouw met een andere man vergeleken te worden. “Ik zorg ook voor mijn gezin. Hoe kom je anders aan al die kinderen? Kompa Sese heeft maar één kind, je moet hem niet met mij vergelijken.”
   “Ja, ja, van je hupsakee en hachikidee, en dat ook nog op een lege maag. Breek mij de bek niet open. Wie kinderen maakt, moet ze ook te eten geven. Kom op.” Shi Maria gaat naar de keuken en komt terug met een funchistok in haar hand. Nanzi springt overeind.
   “Wacht, wacht, ik ga al. Ik ga kijken wat ik kan vinden. Pegasaya, kom mee.”
   Pegasaya klampt zich vast aan de broek van zijn vader en samen gaan zij op stap. Zij lopen het bos in. Overal staan de dieren in groepjes de huidige situatie te bespreken. “De pensioenleeftijd wordt verhoogd,” zegt het schildpad. “Daar heb ik geen last van,” antwoordt de eendagsvlieg. “De belastingen op luxeartikelen worden schromelijk verhoogd,” zegt de sierparkiet. “Zal mij worst wezen, ik verkoop geen luxeartikel,” antwoordt de strontvlieg.
   Nanzi loopt door en zij komen aan bij de koninklijke weiden waar de koninklijke koeien grazen. Hij kijkt rond. “Ik heb een plan, wij komen vannacht terug,” zegt hij spontaan.
   Diezelfde nacht komen zij terug. Nanzi had overdag gezien waar de soldaten wacht hielden. Hij maakt een gat in de heg waar de soldaten hem niet kunnen horen. Het is ook pikkedonker, dus zij kunnen hem ook niet zien. Op de tast kiest hij een grote koe uit en stopt die in een zak.  Met de zak op zijn rug loopt hij naar huis. De volgende dag is het feest bij Nanzi thuis.
   Het ging zo makkelijk, dus de volgende nacht gaan zij weer met hun tweeën naar de wei. Zij kruipen door het gat en Nanzi vindt weer een grote koe. Maar eerder die dag had de Koning de diefstal gemerkt en de grote Cha Tiger ingehuurd om verkleed als koe in de wei te gaan liggen.
   Onderweg naar huis wordt het warm in de zak en Cha Tiger begint te zweten. Een druppel zweet valt op het gezicht van Nanzi en hij ruikt meteen wie in de zak zit.
   “Pegasaya,” roept Nanzi, “Kom hier, snel, je vader is moe, neem de zak van mij over.” Hij geeft de zak haastig aan Pegasaya en zet hem op een lopen.                 

De mysterieuze hotspot

“Bedoelt u de mysterieuze hutspot? “ vraagt Google spottend. Nee! Ik bedoel wat ik zeg. Als ik A zeg, dan bedoel ik de eerste letter van het alfabet en niet de tweede, anders had ik B gezegd, zo ben ik wel.
   Wat is een hotspot? Dat is een plek waar wij gratis waifai krijgen en de Nederlanders gratis wiefie. Het maakt niet uit, als het maar gratis is.
   Wat is Wi-Fi? Nou ja, kijk, dat is zoiets als een draadloze internetverbinding. Wi-Fi staat voor wireless fidelity. Dat wireless is nog te begrijpen, want je hebt geen kabels nodig, maar die fidelity slaat natuurlijk nergens op. De naam is een beetje afgekeken van hi-fi, wat staat voor high fidelity. Uit de tijd toen wij nog naar de krakende singles van de Beatles luisterden. Wat de Beatles, Estrellas del Caribe, E Djaka. Toen werd er nog muziek gemaakt, wat je nu op radio hoort, heeft weinig met muziek te maken. Ik dwaal af.
   Ik had het dus over hotspots en draadloos internet. Wat is internet? Schei uit! Ga vissen. Leg de krant maar neer. Nu ben ik de draad kwijt. O ja, ik wilde het hebben over de tablets. Zoals u weet, zijn er verschillende soorten tablets op de markt, Zij komen in alle geuren en kleuren. De populairste zijn de tablets van Apple en van Samsung. Misschien hebt u zelf wel zo’n ding om mee te pronken. Gelijk hebt u, want zij zijn niet goedkoop. Als u zo’n ding hebt, dan weet u dat alles om apps draait. Alweer zo’n woord waarvan niemand precies weet wat het betekent. Het woord app staat voor application. Een application, applicatie in het Nederlands, is een programma dat iets voor je doet: muziek afspelen, een video draaien, foto’s bewaren, enzovoort. Op uw computer staan ook programma’s die dat soort dingen voor u doen, maar daar doen wij niet gewichtig over.
   Okay., dus apps zijn onmisbaar op de tablets. Als u zo’n ding niet hebt, dan moet u mij maar op mijn woord geloven. Nu doet zich het volgende geval voor. Als je op de Samsung een app wilt downloaden, dan geeft dat ding een foutmelding. Met andere woorden, wij kunnen geen apps meer downloaden op Samsung apparaten en dat is zwaar balen.  Dit probleem is ergens eind november, begin december van het afgelopen jaar begonnen. Een tablet zonder apps is even erg als een café zonder bier. Een chinees zonder chow mein. Netto bar zonder groene rum.
   Hoe heb ik het probleem ontdekt?. Een app op mijn tablet functioneerde naar mijn smaak niet goed. Ik heb hem gedeletet om opnieuw te installeren. Maar toen ik de nieuwe app wilde downloaden, kreeg ik een foutmelding. Ik dacht slim te zijn en heb de tablet gereset. Ik heb het geweten, ik was alles kwijt en het downloaden lukte nog steeds niet.
   Ik ben toen op het internet gaan kijken of nog meer mensen het probleem hadden. En ja hoor, gedeelde leed is halve leed. Het schijnt dat Google Curaçao geblokkeerd heeft voor het downloaden van apps. Zouden zij van de staatsgreep gehoord hebben? Maar dat is toch allang achter de rug?     
   Wat heeft dat met hotspots te maken? Daar kom ik nu op. Niet iedereen is geblokkeerd. Als bezitter van een tablet, weet je alle hotspots op Curaçao te vinden. Ik zat dus in McCafé met gratis wi-fi die niet werkte. Mijn tablet zag een ander netwerk en ik dacht, laat mij dat proberen. Dat deed ik en het lukte, ik kreeg verbinding. En nu komt het, ik probeerde apps te downloaden en tot mijn grote verbazing lukte dat ook. Het netwerk waarmee ik verbonden was, was een zogenaamde mobiele hotspot. Ik zat dus op het netwerk van iemand die ook in McCafé was met een open mobiele hotspot op zijn telefoon. Jammer genoeg realiseerde ik mij te laat dat ik die persoon moest traceren. Dus wil de weldoener met de mysterieuze hotspot zich melden?            

Thursday, January 31, 2013

E gota di awa i e meeuwchi

Tabata un dia di hopi kalor i nubianan a disidí di habri nan brasa i laga
un labishán di awa kai riba e isla.
Mei mei di e gotanan di awa tabata tin un ku  no kera forma parti di e ciclo.
El a puntra su mes kon e por skapa di e otro gotanan, ku tabata tuma rumbo pa laman.
“No,no” e gota di awa a pensa “mi no ke perde den laman grandi ei, mi mester ta liber pa mi por siña konosé mi mes. Mi mester buska un manera di sali aki fó”.

Ku un salto el a libera su mes fo’i su kompañeronan i el a kai riba lomba di un meeuwchi.
“Hei, gota di awa, ta ki bo ta hasi aki bo so asina?” e meeuwchi a puntr’é asombrá.
E gota di awa a kont’é di kon el a bai laga e otronan i el a puntra e meeuwchi  ku si e por sigui bula ku né pa un temporada.
Mi ke siña konosé algu di mundu i mira kiko e hendenan ta hasi. Kisás asina mi por siña konosé mi mes”.

E meeuwchi di ta bon i huntu nan a sigui nan kaminda. Nan a bula asina serka di tera ku nan por a mira tur loke e hendenan tabata hasiendo riba e isla.
Después ku nan a bula pa bastante ora e meeuwchi a puntra e gota ku si e ta kla  pa sigui su kaminda huntu kun é.
“No, ahinda no”, e gota a kontestá. M’a ripará ku tur hende ta okupá nan mes  ku tur sorto di kos. Sin embargo m’a ripará tambe ku kasi tur ta sufri di un soledad inmenso”.
“Si, bo tin rasón” e meeuwchi a duna pa kontesta “I sibo ke keda mei mei di nan bo ta bai hasi meskos. Bo tambe lo buska tur sorto di distraikshon I abo tambe lo sinti e mes un soledad. Pero p’e otro banda lo ta un bon idea. Si ta bo deseo pa siña konosé bo mes, bo tambe mester pasa den e eksperensha ei. Loke bo mester hasi ora bo sinti e soledad den bo kurasón ta apartabu for di bo amigunan I buska silensio den naturalesa. Skuchando sonidu di laman I kanto di paranan. Tambe bo mester drenta te den bo mes I skucha e latido di bo propio kurasón.
Di e manera ei lo bo enkontrá bo mes. E dia ei lo bo sa tambe ken mi ta.

Den kumisamentu e gota di awa a buska tur sorto kos di hasi. Tur sorto di distraikshón pusibel. E tabata gosa ku smak, pero un dia el a sinti kon un kansá i un soledad inmenso a poderá di dje.
El a sinti un bashí tremendo den su kurasón ku a hasi’é hopi tristu.
Ora kasi e no por a wanta mas, el a korda kiko e meeuwchi a bis’é promé ku el a bula bai.
El a apartá su mes for di tur moveshón i pa tempu largu el a pasa den kompleto soledad.
Tabata un temporada hopi pisá pa e gota di awa. E no tabata tende nada mas sino kanto di paranan I sonidu di laman. El a drenta te den su mes i e por a skucha e latido di su kurasón. Kordando e palabranan di e meeuwchi e no a sukumbí i poko poko el a sinti kon un trankilat a kumisá drenta su kurasón. Un alegría inmenso a poderá di dje.
Kaminda un dia tabata tin intrankilidat, kaminda un tempu el a sinti soledat, el a sinti su mes, el a sinti pas.
Porfín el a komprené tambe ken e ta i ta ki ta e motibu di su eksistensia : E ta yuda perfekshoná lamán Sin dje laman no ta completo.
Ku e konosimentu ei e gota di awa a laga su mes kai den laman I trankilamente el a tuma su posishón mei mei di e otro gotanan.
El a enkontrá su mes I tambe e lugá kaminda e ta pertenesé. E no tin nodi di sigui buska mas. E dia ei tambe el a komprondé ken e meeuwchi ta : su propio alma.
PORFIN EL A YEGA KAS

Diana Márquez

Saturday, January 12, 2013

boordevol

je zit boordevol
liefde voor Kòrsou,
een voortrekkersrol

je manifesteert je
als soldaat
altijd paraat

zonder geweer
je wapen is taal

je bent de veroveraar
van recht op Papiaments
en recht op een zalig,
talig leven.

Frans Kapteijns
11 01 13

Sunday, January 6, 2013

Konosé bo Isla 2013-01: Barara


Vraag: Maak het rijtje af: kopa, oro, spada, ...

Sluitingsdatum: zondag 3 februari 2013

Prijs: een cadeaubon van the Cinemas.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

  prijsvraag">royevers@gmail.com

of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2012-11: antwoord

Antwoord: Makuaku of fregatvogel

Er zijn 15 inzendingen, waarvan 8 goed.

L.J.Chr. Dee
Siagnee Mariano
Elodie Heloise
Arelis Hurtado
Leendert J.J. Pengel
Reginald Romer
Max Martina
Winsel Peney
Glyraine Celestina
Julius Margaretha
L. Blijden
Eduardo Vlieg
Ethel Mercera
O. Koeiman
Frans Kapteijns


De winnaar is Julius Margaretha

Iedereen bedankt voor het meedoen.

Funchi

In mijn optiek spreekt de echte Curaçaoënaar Papiaments en is hij grootgebracht met funchi: funchi met gebakken vis, funchi met okersoep, funchi met karnemelk. Dat laatste behoeft toelichting. De karnemelk was niet waterig, maar nogal aan de dikke kant. Dus volgens mij was het eerder yoghurt dan karnemelk. De funchi met karnemelk werd op kamertemperatuur met suiker gegeten, lekker en voedzaam. Volledigheidshalve moet ik hier opmerken dat niet alle gerechten met funchi gegeten worden. Mondongosoep eet je met brood, kip met rijst en bloed met brood.
   Hoe bereidt men funchi? Men brenge een pan water aan de kook. Men voege voorzichtig het funchimeel toe. Men roere de brij met een pollepel. Men smijte de troep voor de hond omdat hij vol klonters zit.
   Als kind schaamde ik mij voor alles: dat ik ’s nachts op een matje op de grond sliep, dat ik vis op brood mee naar school kreeg, dat ik het schoolgeld nooit op tijd betaalde; maar dat wij thuis funchi aten, daar was ik trots op.
   De fraters aten geen funchi. Wat zij wel aten, heb ik nooit geweten, maar het moesten wel lekkere gerechten zijn geweest, want zij hadden allemaal een ronde buik. Hoe ik het weet dat zij geen funchi aten? Ik heb het een keer gevraagd aan frater Dismas. “Nee,” was het resolute antwoord. De fraters daalden onmiddellijk in aanzien bij mij. Later heb ik het weer gevraagd, maar toen aan een Surinaamse leerkracht. “Ik eet het wel eens, maar  alleen gebakken.” Nou, dat was tenminste iets.
   Mijn twee buurmeisjes aten geen funchi. Van funchi raken je hersenen verstopt en blijf je dom, zei hun moeder. Om dom te blijven, hadden de meisjes geen funchi nodig. Hun moeder kookte aardappelen, spaghetti en ander voedsel dat wij alleen maar aan het eind van de maand een keertje voorgeschoteld kregen. De meisjes waren lichtgekleurd en hadden lang zwart haar. Zij waren dus per definitie mooi en het was hun vergeven dat zij geen funchi aten.
   Wanneer een klasgenoot na school met mij meekwam naar huis om te spelen, kookte mijn moeder nooit funchi voor hem, dat hoorde niet. Zij bakte dan frietjes die zij zelf met een apparaatje in mooie staafjes sneed en diende die op met een kippenbout en appelmoes, tot grote jaloezie van mijn broers die wel funchi met Libby’s worstjes uit blik te eten kregen. Verschil moest er wezen..  
   In mijn onnozelheid dacht ik vroeger dat alleen op Curaçao funchi gegeten werd. Tijdens de aardrijkskundelessen en andere vakken, kwam nooit ter sprake dat men in andere landen ook funchi at. Trouwens ook geen varkensstaart, varkensoren, bokking, kabeljauw, ... Wacht eens even, ik lieg, ik wist wel dat de Venezolanen in de kersttijd funchi gebruikten om ayakas te maken. De funchimeel stalen zij zeker van ons, want alle Venezolanen waren dieven, dat zei mijn oma altijd. “Die Venezolanen van de barkjes zijn allemaal dieven. Zij bestelen je waar je bij staat.”
   Later begreep ik dat de Italianen ook funchi aten, maar in Italië heet het polenta. Mais is afkomstig uit Midden-Amerika. Columbus heeft de mais meegenomen naar Spanje, waar de plant goed bleek te groeien. Doordat het gewas weinig zorg nodig had en goedkoop verbouwd kon worden, was het ideaal als basisvoedsel voor de arme lagen van de bevolking. Spanje was niet arm in die tijd, Italië wel, vandaar.
   Afgelopen zomer, op de KLM-vlucht naar Nederland, was er ‘funchi met stobá’ op het menu. Het heette natuurlijk niet zo, het heette deftig ‘in madeirasaus dubbelgestoofde rundvlees met polenta’, maar funchi met stobá was het, geen twijfel aan. Ik vond het lekker, maar miste wel de gebakken banaan. De Nederlanders aan boord namen allemaal pasta Napolitana.
   De lezers onder u die lessen Papiaments volgen, zullen zeker geleerd hebben dat veel Papiamentse  woorden met uitgang ‘chi’, Nederlandse verkleinwoorden als herkomst hebben: pòpchi – poppetje, bòrchi – bordje, blachi – blaadje, buskuchi – biscuitje, klechi – kleedje, lamchi – lammetje, enzovoort. Maar funchi hoort niet thuis in het rijtje. Het Nederlands kent geen ‘foen’, laat staan ‘foentje’. Wel ‘poen’, maar daar hebben de Surinamers iets vies van gemaakt.
   Wij naderen kerst en op Kerstdag eet niemand funchi. Kindje Jezus is op 25 december geboren om een paar maanden later, na karnaval, aan het kruis te sterven voor de zondaars die op Kerstdag funchi gegeten hebben. Bon Funchi, pardon, Bon Pasku.

Taal

Ik zou heel graag een boek willen schrijven met als titel: ‘Papiamentu, een slimme taal’, maar ik ben bang dat de linguïsten op hun achterste poten gaan staan en gaan roepen: “Wat weet jij van taal, wijsneus.”
   Als wetenschapper, wat ik trouwens niet ben, niets, maar als gebruiker, iets. Dus, ledige lezer, ik spreek u toe als spreker van de Papiamentse taal. In het Papiaments: ‘Mi ta papia komo papiadó di Papiamentu’. Klinkt dat niet mooi?
   “Papiamentu moet met kleine letter p, vriend.”
   “Dat weet ik ook wel, waarde linguïst, maar ik vind dat denigrerend. Jullie moeten de regels veranderen.”
   Goed, geachte lezer, we gaan door. Ik hoop dat de linguïst verder zijn mond houdt. Wij kijken naar de volgende uiting:
(1a) Mi   a       duna       e    mata   awa.
(2a) Ik   heb  gegeven  het  plant  water.
(3a) Ik heb het plant water gegeven.
   Dit is duidelijk een mededeling. Ik heb het plant water gegeven. Als je dat nog niet wist, dan weet je het nu, en als je twijfelde, dan is dit een affirmatie. Wij kijken nu naar de volgende zinnen:
(1b) Bo   a       duna       e    mata   awa.
(2b) Jij  hebt  gegeven  het  plant  water.
(3b) Jij hebt het plant water gegeven.
   “Ha, ha, ha, wat een flauwe kul, je hebt gewoon ik in jij veranderd. What’s the point?” Het punt is dat in negen van de tien gevallen de spreker van zin (1b) een vraag stelt en geen mededeling doet. Waarom zou ik als spreker iets voor jou mededelen als jij dat zelf kunt? Dus:
(1c) Bo   a       duna       e    mata   awa   (kaba)?
(2c) Jij  hebt  gegeven  het  plant  water    (al)?
   ‘Jij hebt gegeven het plant water al?’, is Sjors en Sjimmie Nederlands. De correcte zin is natuurlijk:
(3c) Heb jij het plant al water gegeven?
   Wij zien allerlei ingewikkelde dingen gebeuren in het Nederlands: woorden verschuiven van plaats, werkwoordsvorm verandert; terwijl je in het Papiaments eenvoudigweg een vraagteken achter de zin zet en klaar is Kayus.
   “Wat is daar voor slims aan? Het is eerder een teken van luiheid.” “Zwijg!”
   Er is een oud liedje dat gaat over: ‘E sangura malunan ta pikabo mata.’ De slechte muggen steken je dood. Nu moet u dat doodsteken natuurlijk niet letterlijk opvatten, op school zeiden de kinderen ook tegen elkaar dat zij elkaar dood zouden slaan. Het is een manier van overdrijven. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het hebben over de meervoudsvorm in de tekst van het liedje. Ik hoor Regi Römer al kreunen: “Buikpijn. Ik krijg buikpijn van dit soort monsters.”
   Wat is er aan de hand? Letterlijk staat er in de tekst: ‘De mug slechten ...’ Dat wil zeggen dat de meervoudsuitgang ‘nan’ niet is toegevoegd aan het zelfstandig naamwoord ‘sangura’ maar aan het bijvoeglijk naamwoord ‘malu’. Regi snelt naar het toilet, gevolgd door zijn vrienden linguïsten.          
   Formeel hebben zij gelijk, maar ‘E sanguranan malu ta pikabo mata’ klinkt van geen kanten.
   En wat dacht u van de volgende woordgroepen: mucha hòmbernan – jongens, mucha muhénan – meisjes, mamanan kalakuna – moeders die hun kinderen verwaarlozen. Hier hebben wij te maken met het meervoud van woorden die bestaan uit twee zelfstandige naamwoorden. Welk van de twee moet nu de uitgang ‘nan’ krijgen?
   Wat wilde ik eigenlijk zeggen? Ik ben even de kluts kwijt. O ja, Papiamentu is een slimme taal. Met eenvoudige regels weet zij het maximum te bereiken. Als u begrijpt wat ik bedoel.

Sunday, December 2, 2012

Konosé bo Isla 2012-11: Vogels

Als kinderen zittend op de rotsen van het Rif in Otrobanda zagen wij de zwarte silhouetten van vogels die hoog in de lucht zweefden en die wij op school tekenden als twee kleine boogjes; wij noemden ze warawara.

Vraag: Wat is de echte naam van de vogels?

Sluitingsdatum: zondag 6 januari 2013

Prijs: een cadeaubon van Boekhandel Mensing.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:


of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2012-10: antwoord

 Antwoord: Wasmashin

Er zijn 18 inzendingen, waarvan 14 goed.

Elodie Heloise
Piel Canela
Willy Maal
Max Martina
Elaine Con
Erich Rene
Angélique Christine Lourdes Da Costa Gomez
Reginald Romer
Winsel Peney
Arnolda Hous
Ethel Mercera
Frans Kapteijns
Eduardo Vlieg
Yolanda Chakoetoe
O. Koeiman
D.Fleming
Ariadne Faries
Siagnee Mariano


De winnares is Ethel Mercera

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De buurman

Ik ga ’s ochtends de krant halen en zie de buurman ook in zijn brievenbus kijken – hij krijgt geen krant maar doet alsof – en ik probeer weg te duiken achter de bloeiende Faya Lobi, te laat, hij heeft mij al gezien. Ik raap een dorre tak op en gooi die een eindje verder weg.
   “Goedemorgen, buurman,” zegt hij met een praatlust die ik zo vroeg op de ochtend niet kan opbrengen. “Waar moet het heen met dit land? Leerkrachten moeten hun eigen toiletpapier mee naar school brengen om hun derrière mee te schonen. En wat moeten die arme kindertjes, een stukje krantenpapier gebruiken? Er is met deze mensen geen land te bezeilen. Vind je ook niet?”
   Ik weet niet over welke mensen hij het heeft.
   “Waarvoor zijn wij gaan stemmen? Toch  niet voor de hond zijn klo...? Je stemt op iemand om het land vooruit te helpen. En wat zie je, ze maken er een enorme puinzooi van en wanneer er opgeruimd moet worden, geeft niemand thuis. Ik heb mijn kinderen altijd geleerd: wie op de stoep poept, moet ‘m zelf opruimen.”
   Zijn vrouw roept iets.
   “Ja, het hek is dicht,” roept hij terug. “Nee, laat de honden nog niet los.”
   Twee honden komen kwispelstaartend aanrennen. Hij geeft de een een schop, de andere rent preventief weg.
   “In plaats van te gaan stemmen, was ik liever gaan vissen met Mayón en Momón. Die bofkonten hebben die dag twee mulá’s en drie buní’s gevangen. Wanneer ik meega, vangen wij een paar verdwaalde masbangu’s na drie flessen rum soldaat te hebben gemaakt. Ik heb twee koppen van hen gehad voor de soep, ze liggen nog steeds in de vriezer.”
   Ik pluk een bloem van de Faya Lobi. Een roos is een roos is een roos, speelt plotseling door mijn hoofd.
   “Vind je ook niet, buurman?” Ik kijk hem vragend aan.
   “Het zijn een stelletje runden.” “Runderen.” “Sorry, runderen.”
   “Een rund is een rund is een rund,” zeg ik onwillekeurig.
   “Nu je het zegt, buurman, van die kant heb ik het nog nooit bekeken, maar het is een waarheid als een koe. Die moet ik onthouden. Momón kent alle uitdrukkingen uit zijn hoofd, maar deze kent hij zeker niet. Jeetje buurman, wat ben jij welbespraakt. Ik zou mij ook zo willen uitdrukken over de politiek, maar ik mag niet van mijn vrouw. Jij kunt beter je mond houden, zegt zij tegen mij, bemoei je er niet mee. Straks krijgen de kinderen geen baan wanneer zij terug willen keren na hun studie.”
   Er zoeft een auto voorbij.
   ´Zie je dat, buurman? Onze straat is drukker dan de hoofdweg. Ik ben langs alle instanties geweest voor drempels in onze straat, maar wij zijn blijkbaar van de verkeerde politieke kleur. Ze zetten overal drempels neer, te pas en te onpas. Op de meest afgelegen weggetjes moet je plotseling remmen voor die nutteloze ondingen.” 
    De Faya Lobi verwelkt.
   “En wat vind je van Obama?” Wat moet ik nou van die beste man vinden?
   “Ik vroeg mij af of de wereld wel klaar was voor een zwarte president van de Verenigde Staten. Toen hij de eerste keer gekozen werd, bedoel ik. Toen vroeg ik mij dat af. Ik dacht toen, nu is het een zwarte, straks is het een vrouw en dan weet je niet meer waar het met deze wereld naartoe gaat. Nu denk ik er anders over, hadden wij maar hier een Obama. Yes we can. Wij kunnen geen moer. Klagen, ja. Er de kantjes af lopen, ja. Op anderen leunen, ja.”
   Zijn vrouw gilt iets. Hij rent weg en komt even snel terug.
   “Buurman, vlug. Heb je een rolletje toiletpapier voor mij?”

Nomofobie

Zij heeft al tien minuten niets van hem gehoord en dat kan zij niet uitstaan. Zijn laatste bericht was dat hij in Centrum Supermarkt brood was gaan halen. Zij blijft naar de telefoon staren. Er komen allerlei berichten binnen, maar niet van hem. Zij beantwoordt snel de berichten. Haar andere mobiel speelt een salsa in haar tas, van de zenuwen kan zij het zo snel niet vinden. Hij belt nooit op dit nummer, hij kent dit nummer niet eens.
   Er komt een ping binnen: “Er is geen magere yoghurt.” Zij heeft hem gevraagd om een pakje magere yoghurt voor haar mee te nemen. Zij drinkt helemaal geen yoghurt, maar hij is erg op de gezondheidstour en zij doet maar een beetje mee. Dus hij is het niet die op de andere telefoon belde. Nu is zij toch wel nieuwsgierig naar wie het was. Gisteravond heeft zij het nummer in De Heeren aan een vent gegeven. Dat had zij niet moeten doen, dit is haar geheime nummer. Zij kende die vent niet eens, maar zij had een paar borrels op en pakte per ongeluk het verkeerde toestel om nummers uit te wisselen. Zij kijkt naar de missed call, maar herkent het nummer niet. Het kan best die vent zijn, want zij had zijn naam niet ingetoetst, daar was ze te dronken voor.
   “Moet je iets anders dan?” verschijnt op het scherm van het ene mobiel. Zij moet niks, nu is het zijn beurt om te wachten. De andere telefoon speelt weer een Oscar D’Leon, hetzelfde telefoonnummer.
   “Hallo,” zegt zij kortaf.
   “Met mij,” klinkt een geparfumeerde mannenstem.
   “Met mij wie? Ik ken geen met mij.”
   “Wij hebben elkaar gisteravond ontmoet in De Heeren en ik zou je vandaag rond deze tijd bellen.”
   “Ik was gisteravond niet in De Heeren, je vergist je, verkeerd nummer,” en zij drukt de rode knop in. Dit betekent twee weken geen De Heeren.
   Nu moet zij wel een bericht sturen. “Breng jezelf maar mee, ha, ha, ha,” toetst zij in. Hoe zal hij reageren, vraagt zij zich af. Zij hoopt dat hij haar humor kan waarderen. Zij drukt ‘send’ in, maar er gebeurt niets, het bericht blijft op haar scherm. Zij drukt de groene knop weer in, het toestel blijft hangen. Zij raakt in paniek en drukt de groene knop een heleboel keren in. Na een tijdje verschijnt er een bericht op het scherm: ‘network not available’. Zij begint te schelden, in alle toonaarden. Onze nationale aanbieder moet het ontgelden, van de directeur tot de monteur. Zij moeten ze allemaal naar huis sturen, nee opsluiten, dat is beter, van hoog tot laag. Wat heb je aan een netwerk dat niet beschikbaar is, dat kunnen ze toch beter in hun achterste stoppen.
   Zij haalt haar tweede mobiel uit haar tas, geen bereik. Nu is zij werkelijk in alle staten. Zij heeft zin om allebei de telefoons tegen de grond te smijten, maar zij bedenkt op tijd dat zij voor ieder zeshonderd dollar heeft betaald, een Samsung Galaxy S3 en een iPhone 5.         
   Gelukkig heeft zij nog een derde telefoon, van een andere aanbieder, voor gevallen als dit. Die heeft wel geen internetverbinding. Zij toetst zijn nummer in en wacht. De telefoon gaat één keer af en dan hoort zij: “The number you just dialed is not available, try again later.” Nu smijt zij wel de telefoon tegen de grond, een goedkope Nokia.
   Zij krijgt plotseling een vreselijke koppijn. Zij gaat in een schommelstoel op het balkon van het weekendhuis zitten en probeert rustig adem te halen, zij voelt dat zij gaat hyperventileren. Dan staat zij op, stapt in haar auto en rijdt regelrecht naar de praktijk van haar ex-man. Zonder zich iets aan te trekken van de secretaresse, doet zij de deur van de dokterskamer open en loopt naar binnen.
   “Jij lijdt aan nomofobie,” zegt de dokter na haar aangehoord te hebben.
   “Is dat dodelijk?” vraagt zij.
   “Hopelijk wel,” verspreekt de dokter zich freudiaans. 
  
        
    

Sunday, November 4, 2012

Konosé bo Isla 2012-10: Taalkunde

Hieronder staan vier woorden in het Papiaments:

Frizjidèr, wasmashin, katapila, kèts.

Vraag: Welk van de vier woorden hoort taalkundig niet thuis in het rijtje?

Sluitingsdatum: zondag 2 december 2012

Prijs: een cadeaubon van Candy Barrel.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:


of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)


Konosé bo Isla 2012-09: antwoord

Antwoord: Sino America was de laundry gevestigd in het gebouw van Cinelandia

Er zijn 5 inzendingen, waarvan 2 goed.


Willy Maal
Reginald Römer
Yolanda Chakoetoe
America Augusta
Corinne Boye

De winnares is America Augusta

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De wind

‘De wind waait’ is een uitspraak vergelijkbaar met ‘de cirkel is rond’. De cirkel kan niets anders zijn dan rond, zo kan de wind niets anders doen dan waaien. In een strikt natuurkundige zin dan. De wind is het stromen van lucht van de ene plaats naar de andere, veroorzaakt door drukverschillen in de atmosfeer.
   “Daar heb ik geen boodschap aan,” zegt Bartholomeus de dichter en schrijver, “leg dat maar uit aan Lucretius mijn teckel of aan Maria Magdalena, de poes van mijn buurvrouw. Voor mij is de wind een poëtisch element, een bron van inspiratie, vooral door zijn afwezigheid bij achtendertig graden in de schaduw.”
   Bartholomeus ten spijt, de wind is niet stoffelijk, je kunt de wind niet in een doos stoppen.
   “Ho, ho, ho,” protesteert de poëet, “nu word ik even dichterlijk verontwaardigd. Als je de duvel in een doos kunt krijgen, dan kun je ook de wind in een doos krijgen. Je gaat mij toch niet vertellen dat de duvel niet stoffelijk is. En voor uw informatie, de wind kan ook huilen.” En alsof de duvel ermee speelt, begint buiten de wind te huilen. And the wind cries Mary.
  Wie een luchtstroom van plaats A naar plaats B zaait, zal een luchtstroom met een snelheid van honderd kilometer per uur oogsten. In zoverre heeft Bartholomeus gelijk dat dit niet zo gezegd wordt. Wie wind zaait zal storm oogsten. Het zaad brengt geen koren voort, en als het al vrucht draagt dan geeft het geen meel, en als het al meel geeft dan wordt het door vreemden verslonden.
   “En of ik gelijk heb, maar nu moet je als de sodemieter ophouden met dat Bijbelse geouwehoer, want ik word echt poëtisch boos. Niemand heeft hier wind gezaaid en niemand zal dientengevolge storm oogsten. Het volk heeft gekozen en de stem van God is de stem van het volk, of omgekeerd, ja omgekeerd. En daar kan geen enkele zuurpruim ook maar ene moer aan veranderen. De lezer vergeve mij mijn plebejische taalgebruik. Wie met pek omgaat, wordt ermee besmet. Ga maar schrijven over Nanzi en zijn kornuiten of zo, maar zit geen onzin uit te kramen waar Lucretius geen brood van lust.”
   Bartholomeus kan als dichter en als schrijver op het dak gaan zitten, ik ga verder. De wind die het hele jaar door vanuit dezelfde richting waait, is ook karakteristiek voor ons klimaat. De noordoostpassaat, waar je tenminste op kan rekenen, werd al door de fraters bezongen.
   “Wat bedoel je met het bijwoord tenminste?”
   Het antwoord aan een dwaas is zwijgen. Dus de wind werd al door de fraters bezongen in het bekende lied ‘Schoon is de West’.
   “Je geeft geen antwoord. Bedoel je dat je niet op het volk kan rekenen? Dat het volk niet standvastig is? Wat is er standvastiger dan de ingeslagen weg voort te zetten, als dat het is wat men wil. Wat doet je denken dat je het beter weet dan het volk?  Potentia ad populum.”
   Gewoon negeren. Dus de fraters bezongen de noordoostpassaat al in het liedje ‘Schoon is de West’.
Schoon is de West, is 't land mijner dromen,
Heerlijk omstuwd door de ruisende zee.
Ruw zijn de rotsen en grillig de bomen,
Krachtig de wind als hij waait langs de ree.
   “Hou op, ik word er kotsmisselijk van. Dit klinkt 24-karaats koloniaal. Als hij waait langs de ree. Waar is de t gebleven? Van wie is het lied, zei je? Van de fraters? Je maakt mij niet wijs dat je bij de fraters op school bent geweest, daar ben je te zwart voor. En nu moet ik een wind laten. Krachtig de wind als hij komt uit mijn ree.
   Het gaat hem voor de wind.