Sunday, March 3, 2013

Konosé bo Isla 2013-03: Lekker eten


Vraag: Hoe heet het pompoengerecht (in het Papiamentu) dat zijn naam ontleent aan het geluid dat het maakt bij het opscheppen?

Sluitingsdatum: zondag 7 april 2013

Prijs: een cadeaubon van boekhandel Mensing.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

royevers@gmail.com

of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2013-02: antwoord

Antwoord: Het standbeeld staat op het plein naast de Basilica Santa Ana  

Er zijn 14 inzendingen, waarvan 13 goed.


Reginald Römer
Max Martina
Lianne Leonora
H.A. Evertsz
Augusta Niels
Ethel Mercera
Eduardo Vlieg
Roel van der Velde
L. Blijden
Yolanda Chakoetoe
Joyce Mahabali
Iraima
Frans Kapteijns
Toos Smeulders



De winnares is Toos Smeulders

Iedereen bedankt voor het meedoen.

Bewegen

Ik heb goed nieuws voor de slenteraars onder ons. Een hele dag slenteren is beter voor de conditie dan een uur joggen. Dat blijkt uit een onderzoek van de universiteit van Maastricht onder gezonde studenten. In mijn studententijd onderzochten wij of je meer dronken werd van een fles jenever dan van een krat bier, maar ja, de tijden zijn veranderd.
   Toen mijn kinderen naar Nederland gingen om te studeren, heb ik ze twee dingen op het hart gedrukt: één, geef altijd een stevige hand en niet zo’n slap, klef handje zoals het hier de gewoonte is en twee, stap stevig door, niet slenteren, ook al ga je nergens heen. Nu kan ik ze amper bijhouden wanneer wij in de stad wandelen, eigen schuld. Moeten wij toch slenteren?
   Volgens het onderzoek gaat de vergelijking tussen joggen en slenteren alleen maar op als in beide gevallen evenveel calorieën verbruikt worden. Dat is nu juist het probleem, hoe weet je wanneer je à raison van één uur joggen geslenterd hebt? Bij onze dronkenschaptest was het criterium: je bent echt dronken wanneer je niet meer op je benen kan staan. Bij het slenteren kun je moeilijk zeggen: totdat je er bij neervalt.
   Dit wordt te ingewikkeld, laten wij het simpel houden. Ons probleem is niet dat wij moeten kiezen tussen joggen en slenteren, ons probleem is dat wij überhaupt te weinig bewegen.
   U staat ’s morgens op en doet een paar stappen in huis om te douchen en u aan te kleden. Misschien gaat u aan tafel zitten om te ontbijten, misschien ook niet (slechte gewoonte). U loopt naar de auto, die binnen een bereik van tien stappen in de tuin staat. Als u de avond tevoren te dronken was om de auto de tuin in te rijden, dan staat hij op straat. In dat geval moet u een eindje verder lopen.
   U rijdt naar het werk en stopt onderweg bij de snèk om twee pastechi’s en een rode limonade te kopen (slechte gewoonte). U stapt in de auto, bedenkt u en stapt weer uit om een johnny cake voor uw secretaresse te kopen. De johnny cakes zijn op, maar u hebt in ieder geval een paar extra stappen gelopen.
   U parkeert de auto zo dicht mogelijk bij de ingang van uw kantoor. Nu hangt het van de situatie af hoeveel u moet bewegen. Bij laagbouw bent u in een paar stappen op uw werkplek, bij hoogbouw gaat u met de lift
   De studenten die meededen aan het onderzoek moesten ook twee uur staan, want het staan verbruikt meer energie dan het zitten. Maar de moderne mens staat niet. De moderne mens zit. De moderne mens zit op zijn achterste. De moderne mens zit met zijn achterste op een bureaustoel met wielen. De moderne mens staat alleen maar op van zijn bureaustoel om naar het toilet te gaan. Over vijftig jaar heeft de moderne mens korte beentjes en een groot achterwerk. Sommige landgenoten zijn aardig op weg.
   Voor de lunch hoeft u ook niet op te staan. De lunch wordt op kantoor bezorgd, een groeiende markt. Wat staat er vandaag op het menu? Gisteren hadden zij bruine bonen met varkensstaart, u moest er de hele middag van scheetjes laten. Wat staat op het menu, vraagt u weer. Uw secretaresse weet het niet. Het maakt haar ook niets uit, zij eet wat de pot schaft. Zij weegt niet voor niets negentig kilo.
   Hè, hè, eindelijk, de klok slaat vijf uur. Tijd voor een borrel bij uw stamcafé, waar u voor de deur parkeert. En een lekkere kop erwtensoep, daar hebt u wel zin in. Na een stuk of wat borrels rijdt u huiswaarts, het moet ook niet te gek worden.
   Thuis aangekomen ploft u neer in de luie stoel voor de televisie en rust. In vrede.

Alles is relatief

Het transitiekabinet of overgangskabinet of tijdelijk kabinet -het leven zelf is ook tijdelijk- of hoe je het ook wilt noemen, zit nu, het weekend niet meegerekend, precies een maand. Wat hebben zij in die maand bereikt? Een maand is te kort, zou u zeggen, maar kort is relatief. Een normaal kabinet zou verhoudingsgewijs nu acht maanden zitten.
   Wat zou een normaal kabinet in acht maanden hebben kunnen doen? Regeren? Met nog drie jaar en vier maanden voor de boeg, is daar geen haast mee. Acht maanden is een beetje het einde van de periode waarin de coalitiepartners aan elkaar snuffelen om uit te vinden wat zij aan elkaar hebben. De huidige coalitiepartners hebben daar zes maanden voor uitgetrokken, de zittingsperiode van het takenkabinet. Juist, zo heet het, het schoot mij net te binnen.
   Na acht maanden breekt ook langzamerhand de tijd aan dat de nieuwe regering moet ophouden de vorige regering de schuld van alles te geven en de hand in eigen boezem beginnen te steken. Immers, het volk heeft een nieuwe regering gekozen omdat het vond dat de vorige het niet zo best heeft gedaan.
   Inmiddels zijn de kaarten ook geschud in het ambtenarenapparaat. Wie eerst een grote mond had, piept nu een toontje lager en vraagt een overplaatsing aan of meldt zich voorlopig ziek in de hoop dat de nieuwe regering vandaag of morgen valt.
   Dat alles gebeurt niet binnen een maand. Een regering valt niet binnen een maand, hoewel de Grieken dat bijna geflikt hebben. In de eerste maand maakt men kennis met elkaar en met anderen, leest men dossiers door, probeert men uit te vinden wie vriend en wie vijand is, verkent men de valkuilen, heeft men de beste voornemens, is men optimistisch gestemd en groeit de schare verre familieleden.
   Maar ... in een maand broedt een kip, dus alles is relatief. Over relativiteit gesproken, die wijsheid wordt toegeschreven aan Einstein, hoewel Galileo Galilei en Isaac Newton die eeuwen eerder al hadden ontdekt. Wij gebruiken allemaal die uitdrukking zonder precies te weten waar wij het over hebben.
   Relativiteit betekent simpel gezegd dat iets een betekenis krijgt ten opzichte van de betekenis van iets anders en vice versa. Niet simpel? Onze natuurkundeleraar gaf altijd als voorbeeld dat je schoen schoonmaken met een doek hetzelfde is als het doek vuil maken met je schoen. Denk daar eens over na. Wij keken hem met glazige ogen aan en de moed zonk hem in de schoenen.
   Wie in een trein gezeten heeft, kent wel het vreemde gevoel dat wanneer een andere trein naast uw trein komt rijden, het lijkt alsof uw trein achteruit rijdt in plaats van vooruit. Wie kan dat verklaren?
   Het schijnt dus dat wij verschijnselen waarnemen die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Want een ding is zeker, uw trein rijdt vooruit en niet achteruit. Eng, hè?  Hoe weet u nu of iets werkelijkheid is of dat Einstein u niet een poets bakt met zijn relativiteit? Waar ligt de grens?
   Hebt u al een verklaring gevonden voor de treinen? Het heeft te maken met het gegeven dat snelheid een relatief begrip is. Als uw auto een snelheid heeft van tachtig kilometer per uur, dan is dat de snelheid ten opzichte van de stilstaande omgeving. Komt er nu een auto naast u rijden met ook een snelheid van tachtig kilometer per uur, dan staan de twee auto’s stil ten opzichte van elkaar en kunt u gezellig babbelen met de andere bestuurder.
   Herinnert u zich de oude cowboyfilms waarin de wielen van de karren in de tegenovergestelde richting draaiden? Hoe kwam dat?
   Wacht eens even. Nu zijn we wel heel erg afgedwaald. Laten wij terugkeren tot de oorspronkelijke vraag. Is een maand te kort? Voor een takenkabinet wel, voor een broedende kip niet.
  

Sunday, February 3, 2013

Konosé bo Isla 2013-02: Standbeeld vroeger en nu



Dit is een oude foto. Het standbeeld staat nog steeds op dezelfde plaats.

Vraag: Waar staat het standbeeld?

Sluitingsdatum: zondag 3 maart 2013

Prijs: een cadeaubon van De Dames.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

  prijsvraag">royevers@gmail.com


of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)



Konosé bo Isla 2013-01: antwoord

Antwoord: Baster

Er zijn 12 inzendingen, waarvan 4 goed.

Niels Augusta
Max Martina
Terry Mijnster
Glyraine Celestina
Nancy van Heck
D.H. van de Weerd
Will Langenberg
E. Leito
Arelis Hurtado
Regina van der Biest
Julius Margaretha
Frans Kapteijns


De winnaar is E. Leito

Iedereen bedankt voor het meedoen.

Gewetensvol

De economie gaat slecht. De werkmieren klagen steen en been. De bouwsector ligt op zijn gat. Er worden geen nesten gebouwd. Waar er toch een nest gebouwd wordt, doet de familie dat zelf samen. Het grote trommelfeest komt eraan en daarna het grote verkleedfeest, dat moet een beetje soulaas bieden. Brood en spelen voor het volk. Wat brood? Want terwijl de Koning en zijn takenministers zich de hersens suf piekeren en de nieuwsschrijvende chuchubi’s met een grijns afwachten wie als eerste zijn nek breekt over de problemen, ja, onderwijl zit Nanzi op de stoep voor zijn voordeur met een knorrende maag voor zich uit te staren.
   “En Nanzi?” vraagt Shi Maria, “Heb je al iets bedacht?”
   Iets bedacht, denkt Nanzi bij zichzelf. Als ik iets bedacht had, dan zat ik niet hier met een lege maag voor mij uit te staren, dan lag ik heerlijk met een volle buik te snurken onder die tamarindeboom daar, wat denkt Shi Maria nou wel?
   “Als ik iets bedacht ...,” hij blijft plotseling stil, hij heeft zich bijna versproken. “Nee, wat valt er nog te bedenken? Ik heb alles al geprobeerd. Ik heb ... “
   “Hou je mond, Nanzi,” valt Shi Maria hem hysterisch in de rede. “Jij hebt niets geprobeerd. Je zit al de hele ochtend hier op de stoep voor je uit te staren. Er gaat niets van je uit. Ik moet hier voor het eten zorgen, ik moet koken, ik moet de was doen, ik moet het nest schoon houden. Als de kinderen poepen moet ik dat opruimen. De slavernij is honderdvijftig jaar geleden afgeschaft, maar niet in dit nest. Kijk maar naar Kompa Sese, hij is een voorbeeldige huisvader. Hij zorgt goed voor zijn gezin ... “
   “Basta!” schreeuwt Nanzi boos. Als er iets is waar hij een gruwelijke hekel aan heeft, dan is dat wel door zijn vrouw met een andere man vergeleken te worden. “Ik zorg ook voor mijn gezin. Hoe kom je anders aan al die kinderen? Kompa Sese heeft maar één kind, je moet hem niet met mij vergelijken.”
   “Ja, ja, van je hupsakee en hachikidee, en dat ook nog op een lege maag. Breek mij de bek niet open. Wie kinderen maakt, moet ze ook te eten geven. Kom op.” Shi Maria gaat naar de keuken en komt terug met een funchistok in haar hand. Nanzi springt overeind.
   “Wacht, wacht, ik ga al. Ik ga kijken wat ik kan vinden. Pegasaya, kom mee.”
   Pegasaya klampt zich vast aan de broek van zijn vader en samen gaan zij op stap. Zij lopen het bos in. Overal staan de dieren in groepjes de huidige situatie te bespreken. “De pensioenleeftijd wordt verhoogd,” zegt het schildpad. “Daar heb ik geen last van,” antwoordt de eendagsvlieg. “De belastingen op luxeartikelen worden schromelijk verhoogd,” zegt de sierparkiet. “Zal mij worst wezen, ik verkoop geen luxeartikel,” antwoordt de strontvlieg.
   Nanzi loopt door en zij komen aan bij de koninklijke weiden waar de koninklijke koeien grazen. Hij kijkt rond. “Ik heb een plan, wij komen vannacht terug,” zegt hij spontaan.
   Diezelfde nacht komen zij terug. Nanzi had overdag gezien waar de soldaten wacht hielden. Hij maakt een gat in de heg waar de soldaten hem niet kunnen horen. Het is ook pikkedonker, dus zij kunnen hem ook niet zien. Op de tast kiest hij een grote koe uit en stopt die in een zak.  Met de zak op zijn rug loopt hij naar huis. De volgende dag is het feest bij Nanzi thuis.
   Het ging zo makkelijk, dus de volgende nacht gaan zij weer met hun tweeën naar de wei. Zij kruipen door het gat en Nanzi vindt weer een grote koe. Maar eerder die dag had de Koning de diefstal gemerkt en de grote Cha Tiger ingehuurd om verkleed als koe in de wei te gaan liggen.
   Onderweg naar huis wordt het warm in de zak en Cha Tiger begint te zweten. Een druppel zweet valt op het gezicht van Nanzi en hij ruikt meteen wie in de zak zit.
   “Pegasaya,” roept Nanzi, “Kom hier, snel, je vader is moe, neem de zak van mij over.” Hij geeft de zak haastig aan Pegasaya en zet hem op een lopen.                 

De mysterieuze hotspot

“Bedoelt u de mysterieuze hutspot? “ vraagt Google spottend. Nee! Ik bedoel wat ik zeg. Als ik A zeg, dan bedoel ik de eerste letter van het alfabet en niet de tweede, anders had ik B gezegd, zo ben ik wel.
   Wat is een hotspot? Dat is een plek waar wij gratis waifai krijgen en de Nederlanders gratis wiefie. Het maakt niet uit, als het maar gratis is.
   Wat is Wi-Fi? Nou ja, kijk, dat is zoiets als een draadloze internetverbinding. Wi-Fi staat voor wireless fidelity. Dat wireless is nog te begrijpen, want je hebt geen kabels nodig, maar die fidelity slaat natuurlijk nergens op. De naam is een beetje afgekeken van hi-fi, wat staat voor high fidelity. Uit de tijd toen wij nog naar de krakende singles van de Beatles luisterden. Wat de Beatles, Estrellas del Caribe, E Djaka. Toen werd er nog muziek gemaakt, wat je nu op radio hoort, heeft weinig met muziek te maken. Ik dwaal af.
   Ik had het dus over hotspots en draadloos internet. Wat is internet? Schei uit! Ga vissen. Leg de krant maar neer. Nu ben ik de draad kwijt. O ja, ik wilde het hebben over de tablets. Zoals u weet, zijn er verschillende soorten tablets op de markt, Zij komen in alle geuren en kleuren. De populairste zijn de tablets van Apple en van Samsung. Misschien hebt u zelf wel zo’n ding om mee te pronken. Gelijk hebt u, want zij zijn niet goedkoop. Als u zo’n ding hebt, dan weet u dat alles om apps draait. Alweer zo’n woord waarvan niemand precies weet wat het betekent. Het woord app staat voor application. Een application, applicatie in het Nederlands, is een programma dat iets voor je doet: muziek afspelen, een video draaien, foto’s bewaren, enzovoort. Op uw computer staan ook programma’s die dat soort dingen voor u doen, maar daar doen wij niet gewichtig over.
   Okay., dus apps zijn onmisbaar op de tablets. Als u zo’n ding niet hebt, dan moet u mij maar op mijn woord geloven. Nu doet zich het volgende geval voor. Als je op de Samsung een app wilt downloaden, dan geeft dat ding een foutmelding. Met andere woorden, wij kunnen geen apps meer downloaden op Samsung apparaten en dat is zwaar balen.  Dit probleem is ergens eind november, begin december van het afgelopen jaar begonnen. Een tablet zonder apps is even erg als een café zonder bier. Een chinees zonder chow mein. Netto bar zonder groene rum.
   Hoe heb ik het probleem ontdekt?. Een app op mijn tablet functioneerde naar mijn smaak niet goed. Ik heb hem gedeletet om opnieuw te installeren. Maar toen ik de nieuwe app wilde downloaden, kreeg ik een foutmelding. Ik dacht slim te zijn en heb de tablet gereset. Ik heb het geweten, ik was alles kwijt en het downloaden lukte nog steeds niet.
   Ik ben toen op het internet gaan kijken of nog meer mensen het probleem hadden. En ja hoor, gedeelde leed is halve leed. Het schijnt dat Google Curaçao geblokkeerd heeft voor het downloaden van apps. Zouden zij van de staatsgreep gehoord hebben? Maar dat is toch allang achter de rug?     
   Wat heeft dat met hotspots te maken? Daar kom ik nu op. Niet iedereen is geblokkeerd. Als bezitter van een tablet, weet je alle hotspots op Curaçao te vinden. Ik zat dus in McCafé met gratis wi-fi die niet werkte. Mijn tablet zag een ander netwerk en ik dacht, laat mij dat proberen. Dat deed ik en het lukte, ik kreeg verbinding. En nu komt het, ik probeerde apps te downloaden en tot mijn grote verbazing lukte dat ook. Het netwerk waarmee ik verbonden was, was een zogenaamde mobiele hotspot. Ik zat dus op het netwerk van iemand die ook in McCafé was met een open mobiele hotspot op zijn telefoon. Jammer genoeg realiseerde ik mij te laat dat ik die persoon moest traceren. Dus wil de weldoener met de mysterieuze hotspot zich melden?            

Thursday, January 31, 2013

E gota di awa i e meeuwchi

Tabata un dia di hopi kalor i nubianan a disidí di habri nan brasa i laga
un labishán di awa kai riba e isla.
Mei mei di e gotanan di awa tabata tin un ku  no kera forma parti di e ciclo.
El a puntra su mes kon e por skapa di e otro gotanan, ku tabata tuma rumbo pa laman.
“No,no” e gota di awa a pensa “mi no ke perde den laman grandi ei, mi mester ta liber pa mi por siña konosé mi mes. Mi mester buska un manera di sali aki fó”.

Ku un salto el a libera su mes fo’i su kompañeronan i el a kai riba lomba di un meeuwchi.
“Hei, gota di awa, ta ki bo ta hasi aki bo so asina?” e meeuwchi a puntr’é asombrá.
E gota di awa a kont’é di kon el a bai laga e otronan i el a puntra e meeuwchi  ku si e por sigui bula ku né pa un temporada.
Mi ke siña konosé algu di mundu i mira kiko e hendenan ta hasi. Kisás asina mi por siña konosé mi mes”.

E meeuwchi di ta bon i huntu nan a sigui nan kaminda. Nan a bula asina serka di tera ku nan por a mira tur loke e hendenan tabata hasiendo riba e isla.
Después ku nan a bula pa bastante ora e meeuwchi a puntra e gota ku si e ta kla  pa sigui su kaminda huntu kun é.
“No, ahinda no”, e gota a kontestá. M’a ripará ku tur hende ta okupá nan mes  ku tur sorto di kos. Sin embargo m’a ripará tambe ku kasi tur ta sufri di un soledad inmenso”.
“Si, bo tin rasón” e meeuwchi a duna pa kontesta “I sibo ke keda mei mei di nan bo ta bai hasi meskos. Bo tambe lo buska tur sorto di distraikshon I abo tambe lo sinti e mes un soledad. Pero p’e otro banda lo ta un bon idea. Si ta bo deseo pa siña konosé bo mes, bo tambe mester pasa den e eksperensha ei. Loke bo mester hasi ora bo sinti e soledad den bo kurasón ta apartabu for di bo amigunan I buska silensio den naturalesa. Skuchando sonidu di laman I kanto di paranan. Tambe bo mester drenta te den bo mes I skucha e latido di bo propio kurasón.
Di e manera ei lo bo enkontrá bo mes. E dia ei lo bo sa tambe ken mi ta.

Den kumisamentu e gota di awa a buska tur sorto kos di hasi. Tur sorto di distraikshón pusibel. E tabata gosa ku smak, pero un dia el a sinti kon un kansá i un soledad inmenso a poderá di dje.
El a sinti un bashí tremendo den su kurasón ku a hasi’é hopi tristu.
Ora kasi e no por a wanta mas, el a korda kiko e meeuwchi a bis’é promé ku el a bula bai.
El a apartá su mes for di tur moveshón i pa tempu largu el a pasa den kompleto soledad.
Tabata un temporada hopi pisá pa e gota di awa. E no tabata tende nada mas sino kanto di paranan I sonidu di laman. El a drenta te den su mes i e por a skucha e latido di su kurasón. Kordando e palabranan di e meeuwchi e no a sukumbí i poko poko el a sinti kon un trankilat a kumisá drenta su kurasón. Un alegría inmenso a poderá di dje.
Kaminda un dia tabata tin intrankilidat, kaminda un tempu el a sinti soledat, el a sinti su mes, el a sinti pas.
Porfín el a komprené tambe ken e ta i ta ki ta e motibu di su eksistensia : E ta yuda perfekshoná lamán Sin dje laman no ta completo.
Ku e konosimentu ei e gota di awa a laga su mes kai den laman I trankilamente el a tuma su posishón mei mei di e otro gotanan.
El a enkontrá su mes I tambe e lugá kaminda e ta pertenesé. E no tin nodi di sigui buska mas. E dia ei tambe el a komprondé ken e meeuwchi ta : su propio alma.
PORFIN EL A YEGA KAS

Diana Márquez

Saturday, January 12, 2013

boordevol

je zit boordevol
liefde voor Kòrsou,
een voortrekkersrol

je manifesteert je
als soldaat
altijd paraat

zonder geweer
je wapen is taal

je bent de veroveraar
van recht op Papiaments
en recht op een zalig,
talig leven.

Frans Kapteijns
11 01 13

Sunday, January 6, 2013

Konosé bo Isla 2013-01: Barara


Vraag: Maak het rijtje af: kopa, oro, spada, ...

Sluitingsdatum: zondag 3 februari 2013

Prijs: een cadeaubon van the Cinemas.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

  prijsvraag">royevers@gmail.com

of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2012-11: antwoord

Antwoord: Makuaku of fregatvogel

Er zijn 15 inzendingen, waarvan 8 goed.

L.J.Chr. Dee
Siagnee Mariano
Elodie Heloise
Arelis Hurtado
Leendert J.J. Pengel
Reginald Romer
Max Martina
Winsel Peney
Glyraine Celestina
Julius Margaretha
L. Blijden
Eduardo Vlieg
Ethel Mercera
O. Koeiman
Frans Kapteijns


De winnaar is Julius Margaretha

Iedereen bedankt voor het meedoen.

Funchi

In mijn optiek spreekt de echte Curaçaoënaar Papiaments en is hij grootgebracht met funchi: funchi met gebakken vis, funchi met okersoep, funchi met karnemelk. Dat laatste behoeft toelichting. De karnemelk was niet waterig, maar nogal aan de dikke kant. Dus volgens mij was het eerder yoghurt dan karnemelk. De funchi met karnemelk werd op kamertemperatuur met suiker gegeten, lekker en voedzaam. Volledigheidshalve moet ik hier opmerken dat niet alle gerechten met funchi gegeten worden. Mondongosoep eet je met brood, kip met rijst en bloed met brood.
   Hoe bereidt men funchi? Men brenge een pan water aan de kook. Men voege voorzichtig het funchimeel toe. Men roere de brij met een pollepel. Men smijte de troep voor de hond omdat hij vol klonters zit.
   Als kind schaamde ik mij voor alles: dat ik ’s nachts op een matje op de grond sliep, dat ik vis op brood mee naar school kreeg, dat ik het schoolgeld nooit op tijd betaalde; maar dat wij thuis funchi aten, daar was ik trots op.
   De fraters aten geen funchi. Wat zij wel aten, heb ik nooit geweten, maar het moesten wel lekkere gerechten zijn geweest, want zij hadden allemaal een ronde buik. Hoe ik het weet dat zij geen funchi aten? Ik heb het een keer gevraagd aan frater Dismas. “Nee,” was het resolute antwoord. De fraters daalden onmiddellijk in aanzien bij mij. Later heb ik het weer gevraagd, maar toen aan een Surinaamse leerkracht. “Ik eet het wel eens, maar  alleen gebakken.” Nou, dat was tenminste iets.
   Mijn twee buurmeisjes aten geen funchi. Van funchi raken je hersenen verstopt en blijf je dom, zei hun moeder. Om dom te blijven, hadden de meisjes geen funchi nodig. Hun moeder kookte aardappelen, spaghetti en ander voedsel dat wij alleen maar aan het eind van de maand een keertje voorgeschoteld kregen. De meisjes waren lichtgekleurd en hadden lang zwart haar. Zij waren dus per definitie mooi en het was hun vergeven dat zij geen funchi aten.
   Wanneer een klasgenoot na school met mij meekwam naar huis om te spelen, kookte mijn moeder nooit funchi voor hem, dat hoorde niet. Zij bakte dan frietjes die zij zelf met een apparaatje in mooie staafjes sneed en diende die op met een kippenbout en appelmoes, tot grote jaloezie van mijn broers die wel funchi met Libby’s worstjes uit blik te eten kregen. Verschil moest er wezen..  
   In mijn onnozelheid dacht ik vroeger dat alleen op Curaçao funchi gegeten werd. Tijdens de aardrijkskundelessen en andere vakken, kwam nooit ter sprake dat men in andere landen ook funchi at. Trouwens ook geen varkensstaart, varkensoren, bokking, kabeljauw, ... Wacht eens even, ik lieg, ik wist wel dat de Venezolanen in de kersttijd funchi gebruikten om ayakas te maken. De funchimeel stalen zij zeker van ons, want alle Venezolanen waren dieven, dat zei mijn oma altijd. “Die Venezolanen van de barkjes zijn allemaal dieven. Zij bestelen je waar je bij staat.”
   Later begreep ik dat de Italianen ook funchi aten, maar in Italië heet het polenta. Mais is afkomstig uit Midden-Amerika. Columbus heeft de mais meegenomen naar Spanje, waar de plant goed bleek te groeien. Doordat het gewas weinig zorg nodig had en goedkoop verbouwd kon worden, was het ideaal als basisvoedsel voor de arme lagen van de bevolking. Spanje was niet arm in die tijd, Italië wel, vandaar.
   Afgelopen zomer, op de KLM-vlucht naar Nederland, was er ‘funchi met stobá’ op het menu. Het heette natuurlijk niet zo, het heette deftig ‘in madeirasaus dubbelgestoofde rundvlees met polenta’, maar funchi met stobá was het, geen twijfel aan. Ik vond het lekker, maar miste wel de gebakken banaan. De Nederlanders aan boord namen allemaal pasta Napolitana.
   De lezers onder u die lessen Papiaments volgen, zullen zeker geleerd hebben dat veel Papiamentse  woorden met uitgang ‘chi’, Nederlandse verkleinwoorden als herkomst hebben: pòpchi – poppetje, bòrchi – bordje, blachi – blaadje, buskuchi – biscuitje, klechi – kleedje, lamchi – lammetje, enzovoort. Maar funchi hoort niet thuis in het rijtje. Het Nederlands kent geen ‘foen’, laat staan ‘foentje’. Wel ‘poen’, maar daar hebben de Surinamers iets vies van gemaakt.
   Wij naderen kerst en op Kerstdag eet niemand funchi. Kindje Jezus is op 25 december geboren om een paar maanden later, na karnaval, aan het kruis te sterven voor de zondaars die op Kerstdag funchi gegeten hebben. Bon Funchi, pardon, Bon Pasku.

Taal

Ik zou heel graag een boek willen schrijven met als titel: ‘Papiamentu, een slimme taal’, maar ik ben bang dat de linguïsten op hun achterste poten gaan staan en gaan roepen: “Wat weet jij van taal, wijsneus.”
   Als wetenschapper, wat ik trouwens niet ben, niets, maar als gebruiker, iets. Dus, ledige lezer, ik spreek u toe als spreker van de Papiamentse taal. In het Papiaments: ‘Mi ta papia komo papiadó di Papiamentu’. Klinkt dat niet mooi?
   “Papiamentu moet met kleine letter p, vriend.”
   “Dat weet ik ook wel, waarde linguïst, maar ik vind dat denigrerend. Jullie moeten de regels veranderen.”
   Goed, geachte lezer, we gaan door. Ik hoop dat de linguïst verder zijn mond houdt. Wij kijken naar de volgende uiting:
(1a) Mi   a       duna       e    mata   awa.
(2a) Ik   heb  gegeven  het  plant  water.
(3a) Ik heb het plant water gegeven.
   Dit is duidelijk een mededeling. Ik heb het plant water gegeven. Als je dat nog niet wist, dan weet je het nu, en als je twijfelde, dan is dit een affirmatie. Wij kijken nu naar de volgende zinnen:
(1b) Bo   a       duna       e    mata   awa.
(2b) Jij  hebt  gegeven  het  plant  water.
(3b) Jij hebt het plant water gegeven.
   “Ha, ha, ha, wat een flauwe kul, je hebt gewoon ik in jij veranderd. What’s the point?” Het punt is dat in negen van de tien gevallen de spreker van zin (1b) een vraag stelt en geen mededeling doet. Waarom zou ik als spreker iets voor jou mededelen als jij dat zelf kunt? Dus:
(1c) Bo   a       duna       e    mata   awa   (kaba)?
(2c) Jij  hebt  gegeven  het  plant  water    (al)?
   ‘Jij hebt gegeven het plant water al?’, is Sjors en Sjimmie Nederlands. De correcte zin is natuurlijk:
(3c) Heb jij het plant al water gegeven?
   Wij zien allerlei ingewikkelde dingen gebeuren in het Nederlands: woorden verschuiven van plaats, werkwoordsvorm verandert; terwijl je in het Papiaments eenvoudigweg een vraagteken achter de zin zet en klaar is Kayus.
   “Wat is daar voor slims aan? Het is eerder een teken van luiheid.” “Zwijg!”
   Er is een oud liedje dat gaat over: ‘E sangura malunan ta pikabo mata.’ De slechte muggen steken je dood. Nu moet u dat doodsteken natuurlijk niet letterlijk opvatten, op school zeiden de kinderen ook tegen elkaar dat zij elkaar dood zouden slaan. Het is een manier van overdrijven. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het hebben over de meervoudsvorm in de tekst van het liedje. Ik hoor Regi Römer al kreunen: “Buikpijn. Ik krijg buikpijn van dit soort monsters.”
   Wat is er aan de hand? Letterlijk staat er in de tekst: ‘De mug slechten ...’ Dat wil zeggen dat de meervoudsuitgang ‘nan’ niet is toegevoegd aan het zelfstandig naamwoord ‘sangura’ maar aan het bijvoeglijk naamwoord ‘malu’. Regi snelt naar het toilet, gevolgd door zijn vrienden linguïsten.          
   Formeel hebben zij gelijk, maar ‘E sanguranan malu ta pikabo mata’ klinkt van geen kanten.
   En wat dacht u van de volgende woordgroepen: mucha hòmbernan – jongens, mucha muhénan – meisjes, mamanan kalakuna – moeders die hun kinderen verwaarlozen. Hier hebben wij te maken met het meervoud van woorden die bestaan uit twee zelfstandige naamwoorden. Welk van de twee moet nu de uitgang ‘nan’ krijgen?
   Wat wilde ik eigenlijk zeggen? Ik ben even de kluts kwijt. O ja, Papiamentu is een slimme taal. Met eenvoudige regels weet zij het maximum te bereiken. Als u begrijpt wat ik bedoel.

Sunday, December 2, 2012

Konosé bo Isla 2012-11: Vogels

Als kinderen zittend op de rotsen van het Rif in Otrobanda zagen wij de zwarte silhouetten van vogels die hoog in de lucht zweefden en die wij op school tekenden als twee kleine boogjes; wij noemden ze warawara.

Vraag: Wat is de echte naam van de vogels?

Sluitingsdatum: zondag 6 januari 2013

Prijs: een cadeaubon van Boekhandel Mensing.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:


of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2012-10: antwoord

 Antwoord: Wasmashin

Er zijn 18 inzendingen, waarvan 14 goed.

Elodie Heloise
Piel Canela
Willy Maal
Max Martina
Elaine Con
Erich Rene
Angélique Christine Lourdes Da Costa Gomez
Reginald Romer
Winsel Peney
Arnolda Hous
Ethel Mercera
Frans Kapteijns
Eduardo Vlieg
Yolanda Chakoetoe
O. Koeiman
D.Fleming
Ariadne Faries
Siagnee Mariano


De winnares is Ethel Mercera

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De buurman

Ik ga ’s ochtends de krant halen en zie de buurman ook in zijn brievenbus kijken – hij krijgt geen krant maar doet alsof – en ik probeer weg te duiken achter de bloeiende Faya Lobi, te laat, hij heeft mij al gezien. Ik raap een dorre tak op en gooi die een eindje verder weg.
   “Goedemorgen, buurman,” zegt hij met een praatlust die ik zo vroeg op de ochtend niet kan opbrengen. “Waar moet het heen met dit land? Leerkrachten moeten hun eigen toiletpapier mee naar school brengen om hun derrière mee te schonen. En wat moeten die arme kindertjes, een stukje krantenpapier gebruiken? Er is met deze mensen geen land te bezeilen. Vind je ook niet?”
   Ik weet niet over welke mensen hij het heeft.
   “Waarvoor zijn wij gaan stemmen? Toch  niet voor de hond zijn klo...? Je stemt op iemand om het land vooruit te helpen. En wat zie je, ze maken er een enorme puinzooi van en wanneer er opgeruimd moet worden, geeft niemand thuis. Ik heb mijn kinderen altijd geleerd: wie op de stoep poept, moet ‘m zelf opruimen.”
   Zijn vrouw roept iets.
   “Ja, het hek is dicht,” roept hij terug. “Nee, laat de honden nog niet los.”
   Twee honden komen kwispelstaartend aanrennen. Hij geeft de een een schop, de andere rent preventief weg.
   “In plaats van te gaan stemmen, was ik liever gaan vissen met Mayón en Momón. Die bofkonten hebben die dag twee mulá’s en drie buní’s gevangen. Wanneer ik meega, vangen wij een paar verdwaalde masbangu’s na drie flessen rum soldaat te hebben gemaakt. Ik heb twee koppen van hen gehad voor de soep, ze liggen nog steeds in de vriezer.”
   Ik pluk een bloem van de Faya Lobi. Een roos is een roos is een roos, speelt plotseling door mijn hoofd.
   “Vind je ook niet, buurman?” Ik kijk hem vragend aan.
   “Het zijn een stelletje runden.” “Runderen.” “Sorry, runderen.”
   “Een rund is een rund is een rund,” zeg ik onwillekeurig.
   “Nu je het zegt, buurman, van die kant heb ik het nog nooit bekeken, maar het is een waarheid als een koe. Die moet ik onthouden. Momón kent alle uitdrukkingen uit zijn hoofd, maar deze kent hij zeker niet. Jeetje buurman, wat ben jij welbespraakt. Ik zou mij ook zo willen uitdrukken over de politiek, maar ik mag niet van mijn vrouw. Jij kunt beter je mond houden, zegt zij tegen mij, bemoei je er niet mee. Straks krijgen de kinderen geen baan wanneer zij terug willen keren na hun studie.”
   Er zoeft een auto voorbij.
   ´Zie je dat, buurman? Onze straat is drukker dan de hoofdweg. Ik ben langs alle instanties geweest voor drempels in onze straat, maar wij zijn blijkbaar van de verkeerde politieke kleur. Ze zetten overal drempels neer, te pas en te onpas. Op de meest afgelegen weggetjes moet je plotseling remmen voor die nutteloze ondingen.” 
    De Faya Lobi verwelkt.
   “En wat vind je van Obama?” Wat moet ik nou van die beste man vinden?
   “Ik vroeg mij af of de wereld wel klaar was voor een zwarte president van de Verenigde Staten. Toen hij de eerste keer gekozen werd, bedoel ik. Toen vroeg ik mij dat af. Ik dacht toen, nu is het een zwarte, straks is het een vrouw en dan weet je niet meer waar het met deze wereld naartoe gaat. Nu denk ik er anders over, hadden wij maar hier een Obama. Yes we can. Wij kunnen geen moer. Klagen, ja. Er de kantjes af lopen, ja. Op anderen leunen, ja.”
   Zijn vrouw gilt iets. Hij rent weg en komt even snel terug.
   “Buurman, vlug. Heb je een rolletje toiletpapier voor mij?”