Sunday, May 5, 2013

Konosé bo Isla 2013-05: een gedicht

DE TUIN

Vroeger bastion, werd het een luxe-tuin
met tegels van grijs zandsteen en arduin.
De troepiaal zingt van haar lief en leed.
Het uitzicht is nog steeds een stad in puin.

Vraag: Hoe heet de dichter?

Sluitingsdatum: zondag 2 juni 2013

Prijs: een cadeaubon van de Cinemas

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord gebeurt via e-mail:


of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2013-04: antwoord

Antwoord: … toen dronken zij met tachtig, ja acht maal achtentachtig uit enen vingerhoed …

Er zijn 10 inzendingen, waarvan 9 goed.

Flavia
M2C Architects
Regina van der Biest
Julius Margaretha
Augusta Niels
Yolanda Chakoetoe
Iraima
Madelyn Francisco
Toos Smeulders
Frans Kapteijns


De winnaar is M2C Architects.

Iedereen bedankt voor het meedoen.

Koning Nanzi I

Shon Arei ging abdiceren en Nanzi was de troonopvolger. Vraag niet hoe dat kwam, maar het was zo. De dag van de kroning was Nanzi vroeg opgestaan. Hij trilde op zijn zes poten.
   “Shi Maria, mijn geliefde eega,” zei hij op een plechtige toon, “vandaag wordt gij koningin. Koningin Shi Maria, nee, zonder de Shi, Koningin Maria en ik Koning Nanzi I.”
   “Dat zal wel zo zijn,” antwoordde Shi Maria. “Koning of geen koning, of de Paus voor mijn part, eenvoud siert het dier. Blijf jij met je zes poten stevig op de grond staan.”
   “Jij snapt er niets van,” diende Nanzi haar van repliek. “Iets anders, Kompa Sese is Heraut van Wapenen, ga kijken of hij al klaar is.”
   Kompa Sese kwam net aanlopen, met een tabberd aan die hem veel te wijd stond.
   “Waarde heer Sese,” sprak Nanzi hem toe, “dit is geen gezicht, je ziet eruit als een aap in een toga. Maar allez, wij moeten opschieten, wij moeten naar Fort Amsterdam waar de ceremonie plaatsvindt.”
   En wat voor een ceremonie, iedereen was er. De Burgemeester van Banda Bou, de Schatkisthouder van Trai Seru, de Fraudeur van Den Kobá, Capo di tutti capi van Steenrijk, zelfs Ali Ben Salami van Arabië.
   Shon Arei las de Akte van Abdicatie voor.
   "Heden, den tweeëntwintigste april 2013 des voormiddags te elf en een half ure op het Koninklijk Paleis te Fort Amsterdam heb ik, Arei, Koning der Eilanden, enz., enz., enz., in tegenwoordigheid van mijn geliefde vrouw, dochters en zonen, bijeengeroepen: bla, bla, bla ... , voornemen mijn langdurige regering te beëindigen en afstand van de Kroon te doen ten behoeve van Nanzi. God spare U.” Toen klonk onverwachts het trompetgeschal van honderd olifanten ingehuurd uit India.
   Shon Arei ondertekende de akte waardoor alle titels overgingen op Nanzi: Koning der Eilanden, Prins van Mundu Nobo, Jonkheer van Dòmi, Graaf van Ser’i Plasa, Markies van Awasá, Erf-Burggraaf van Kralendijk, Vrijheer van Netto Bar.
   Een hele zwik. Nanzi sleepte al die titels in een grote zak mee naar huis. Kompa Sese hielp hem. Onderweg overlegden zij over het regeerprogramma.
   “Sire, zeg me eerlijk, met zoveel problemen op dit eiland, bent u in de aap gelogeerd.”
   Nanzi bleef stil en liet zijn schouders zakken. Een donkere wolk daalde over hem heen, hij werd heel bedroefd. Plotseling keek hij op en klonk weer opgepept.
   “Sese,’’ zei hij, “als je niets beters te zeggen hebt, hou dan je snuit. Laten wij positief blijven. Hoeveel dieren wonen hier in het bos? Op de kop af 136,197. Okay, minus tien, van de familie Hermelijn hebben wij een mantel gemaakt. Denk je niet dat wij de problemen van pakweg 140.000 dieren kunnen oplossen?”
   “Ik voel twijfel in uw stem, Sire. U bent zelf niet overtuigd. Wij zijn een klein land met grote problemen. Een zwakbegaafd kind met een waterhoofd.”
   Zodra wij in het paleis zijn, laat ik hem ophangen, peinsde Nanzi. Hij werd weer mismoedig.
   In de verte zagen zij een stofwolk die in een hoog tempo dichterbij kwam. De centaurs, de lijfwachten van de koning. Zij hielden halt vlak voor Nanzi en Sese.
   “Sire, de geldkoets is op brutale wijze overvallen. Gemaskerde dieren met zeer geavanceerde wapens. Heel waarschijnlijk pijl en boog.”
   “En? Hebben jullie de boeven gepakt?”
   “Nee Sire, wij wachten op uw instructies.”
   “Weten jullie waar zij naartoe zijn gegaan?”
   “Ja, Sire.”
   “Ga ze dan pakken, verdomme,” bulderde Nanzi onmajesteitelijk.
De centaurs draaiden zich om en reden in galop terug. Nanzi werd badend in het zweet wakker.

  

   


De goede Curaçaoënaar

Elke ochtend om half zeven hijst hij de vlag van Curaçao. Om half zeven en niet om zes uur, omdat het om zes uur in de wintermaanden nog donker is. Hij moet lachen om het woord ‘wintermaanden’. In december is het wel fris ’s ochtends, maar winters is het beslist niet. Hij kan zich de koude winterdagen nog goed voor de geest halen uit de tijd toen hij in de Rotterdamse haven werkte. Hij was toen een jaar of twintig. Naarmate het kwik daalde, steeg de liefde voor zijn vaderland.
   Hij zingt zacht het volkslied terwijl hij de vlag hijst. Nu is hijsen een groot woord voor het vastknopen van de twee uiteinden van de vlag aan een stuk hout dat aan de zijkant van zijn huis is vast getimmerd. Lanta nos bos ban kanta. Iedere keer weer zegt zijn intuïtie hem dat die zin niet goed is. ‘Verhef onze stemmen ...’ Moet het niet ‘lanta bo bos ...’ zijn? Je gebiedt toch een ander en niet jezelf?
   Hij kijkt naar de vlag die hij gehesen heeft en ziet dat het goed is. Vanaf de heuvel waarop zijn huisje staat, ziet hij de nieuwe villa’s beneden in het dal. De een nog groter en protseriger dan de andere. Gisteren heeft hij een brief in de bus gehad met de eis van de buurtbewoners om geen vuil meer in zijn tuin te verbranden. Reden: de bewoners hebben last van de rook. Aan mijn hoela, die lui komen`helemaal uit het koude kikkerland hem de wet voorschrijven. Hij verbrandt al veertig jaar af en toe de dorre bladeren en takken uit zijn tuin en niemand heeft er ooit last van gehad. Het geurt zelfs lekker, vindt hij zelf. Vanaf dezelfde heuvel ziet hij in de verte de rook van de raffinaderij. Laten zij het daar eens over hebben.
   Maar er moet veel gebeuren om hem echt boos te krijgen. Hij wordt wel boos, maar niet voor lang. Het leven is te kort om de hele dag met een boos gezicht rond te lopen. Wij moeten de hemel bedanken dat de zon elke dag opkomt in het oosten en neergaat in het westen.
   Genoeg geouwehoerd, het is al kwart voor zeven en hij heeft nog geen boterhammen gesmeerd voor de kinderen. Hij moet opschieten, want zij komen over tien minuten langs, onderweg naar school. Vandaag is het vrijdag en dan heeft hij altijd een verrassing voor ze. Gisteren heeft hij lekkere krentenbollen gehaald bij Mangusá supermarkt en een pot aardbeienjam. Dat gaat hij nu voor de kinderen smeren: krentenbollen met jam. Het zal een feest worden.
   Hij heeft met de kinderen afgesproken dat zij de zakjes niet openmaken voordat zij op school zijn en de kinderen hebben plechtig beloofd dat zij dat niet zullen doen. Maar hij weet dat zij, zodra ze om de hoek zijn, de zakken zullen opscheuren en de krentenbollen zullen verorberen nog voordat zij op school zijn.
   Het zijn de kinderen van de twee jonge moeders die aan de andere kant van de heuvel wonen. Hij heeft het op zich genomen om de kinderen iedere ochtend eten mee te geven naar school. In het weekend haalt hij soms twee porties chow mein en brengt die voor de moeders. Geld geeft hij ze niet, want hij weet wat ermee gebeurt.
   Vorige week was hij jarig en hebben de kinderen hem een stropdas cadeau gedaan. Hij was zeer ontroerd, hij had het niet verwacht. Nu draagt hij allang geen stropdas meer, een enkele keer bij een begrafenis. Hij zal deze bewaren voor zijn eigen begrafenis.
   Hij hoort gerommel in de keuken. De kinderen komen nooit via de keukendeur binnen. Hij gaat kijken wie daar is en botst tegen een jongen op. Hij herkent hem, een van de jonge knullen die de hele dag voor de snèk van de Chinees rondhangen. Hij wil vragen wat die in zijn keuken te zoeken heeft, maar ziet de ijzeren staaf in zijn hand. De woorden blijven steken in zijn keel. De staaf zweeft boven zijn hoofd. Kòrsou nos ta stimabo. Wij bidden voor de ziel van de goede Curaçaoënaar.       
     

Sunday, April 7, 2013

Konosé bo Isla 2013-04: Een feest

Zij vierden feest en dronken met zijn velen uit ene vingerhoed.

Vraag: Met hoeveel dronken zij uit een vingerhoed ?

Sluitingsdatum: zondag 5 mei 2013

Prijs: een cadeaubon van Candy Barrel.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

royevers@gmail.com

of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2013-03: antwoord

Antwoord: Vlátap (spelling Regi Römer) 

Er zijn 12 inzendingen, allemaal goed.


Reginald Romer
Sheila Payne
Max Martina
Lianne Leonora
Glyraine Celestina
Jamila Romero
Arelis Hurtado
Winsel Peney
Eduardo Vlieg
Regina van der Biest
Iraima
Julius Margaretha


De winnares is Lianne Leonora

Iedereen bedankt voor het meedoen.

Voedselfraude

Je zou denken dat voedsel bestemd is om de mens en het dier te voeden, in acht nemende dat het dier zelf vaak tot voedsel dient en de mens bij tijd en wijle ook opgepeuzeld dreigt te worden, zoals bijvoorbeeld in Hans en Grietje. Maar niets is minder waar.
   Voedsel wordt gebruikt om oneerlijke winsten te maken door de consument knollen voor citroenen te verkopen, in figuurlijke zin dan, want in werkelijkheid wordt paardenvlees in pastasaus en varkensvlees in lamsshoarma verkocht.
   “Lekker toch,” zegt Mahboobe uit Mali, die krom loopt van de honger, maar daar hebben wij het nu niet over. Wij hebben het over voedselfraude en die moet hard aangepakt worden, vinden de Nederlandse politici. Lekker of niet, de consument moet vertrouwen hebben in het voedsel dat hij koopt. Als men paardenvlees door de pasta draait, moet de consument dat weten en als je varkensvlees slijt voor lamsvlees, dan moet je met goed fatsoen Ali daarvan op de hoogte stellen.
   “Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat het voedsel dat op hun bord ligt ook daadwerkelijk datgene is wat er op het etiket vermeld staat,” zegt Jesse Klaver van, even spieken, GroenLinks. Ik zou zeggen, plak een errata op het etiket.
   Professor Tiny van Boekel van de Universiteit van Wageningen stelt ons gerust, voedselfraude is van alle tijden. Paardenvlees dat verkocht wordt als rundvlees, biologische eieren die niets biologisch hebben, halalvlees dat niet echt halal is. Eerlijk gezegd, ik zou niet weten hoe ik aan de buitenkant kan zien of een ei biologisch is of dat een lap vlees halal is. Ik zou er met mijn grote voeten instinken.
   Maar de professor heeft gelijk, voedselfraude is van alle tijden. Ik kan mij nog herinneren dat toen ik op het Radulphus College zat, een Chinees restaurant daar in de buurt gesloten werd door de autoriteiten, omdat zij kattenvlees verkochten aan satéstokjes. En wij kochten elke middag een portie saté ku batata voor een gulden bij die goede man, met extra veel saus.  
   Nu leert de waarschijnlijkheidsleer dat als eentje het doet, de kans groot is dat er nog meer zijn die het doen. Ik bedoel chinezen die kattenvlees verkopen aan satéstokjes. Wie kan deze redenering doortrekken? Wat zegt u? De verhalen zijn verzonnen, er zijn niet genoeg katten op Curaçao?
   Meer fantasie had een Zaandammer afkomstig uit Suriname die het over een andere boeg gooide, hij verstopte cocaïne in zoute vis. Hij werd aangehouden op Schiphol omdat hij zich verdacht gedroeg.
   Wat als die arme man niet was opgepakt? Ziet u het al voor u? Het hele gezelschap zit aan tafel te genieten van een heerlijke moksi alesi met zoute vis en kousenband, veel peper, en plotseling: wam! Oma’s grijze haren gaan stijl overeind staan en zij tuimelt achterover van haar stoel. Oom Henk springt plotseling op en sjouwt Tante Lies mee. De twee beginnen te zingen en te dansen: “Als hier een pot met bonen staat en daar een pot met brie. Dan laat ik brie en bonen staan en dans ik met Marie.” Mi Gado.
   Minder sympathiek zijn de gasten die scheermesjes hadden verstopt in donuts om zo zichzelf te verwonden en de fabrikant te claimen. Hoe ziek kun je zijn? Het erge van de zaak is dat zij de donuts aan andere mensen gegeven hadden, die zich wel verwond hadden. Is er een psychiater in de zaal?
   Nog steeds pesticide in Europees voedsel, kopt de krant. In voedsel op de Europese markt zit nog steeds pesticiden. Die komen het vaakst voor in haver, sla en aardbeien. Het is maar dat u het weet, u proeft er niets van.
   En hoe zit het met het magnesium in uw voedsel of hebt u zin in een hartaanval? U moet het zelf weten.
   Zo, nu lust ik best een lekker broodje aap.       

Durf

De eerste echte durftest waaraan je als kind van zeven, acht jaar werd onderworpen, vond plaats in het rifzwembad waar je van Bennie Leito, naar wie het zwembad nu genoemd is, onder een strak gespannen touw door moest kruipen, op zich geen probleem, ware het niet dat het touw zich vlak onder de oppervlakte van het water bevond.
   “Ik kan niet,” huilde je echte tranen, terwijl je bedoelde: “Ik durf niet.” Je huilde natuurlijk in het Papiaments en het Papiamentse woord voor durf kwam niet voor in je vocabulaire. Ik moet het eerste kind nog tegenkomen dat huilt: “Mi no tin kurashi.”
   Voor sommige kinderen was die test ook einde verhaal. De volgende woensdag kwamen zij met een brief van hun ouders waarin stond dat zij om reden x en reden y niet meer naar zwemles mochten. Zou Churandy Martina daarom niet kunnen zwemmen? Nee, onzin.
   Het hoogtepunt van durf in de mij bekende geschiedenis was de gebeurtenis die plaats vond op 1 december 1955 in Montgomery, Alabama.
   Op die bewuste donderdagavond stapte mevrouw Rosa Parks, mijn groottante heette ook Rosa, na het werk op de bus naar huis. Zij ging op een plaats zitten vlak achter de tien zitplaatsen die voor blanken gereserveerd waren. Voor de duidelijkheid, mevrouw Rosa Parks was zwart.
   De bus raakte vol en alle zitplaatsen waren bezet, toen een blanke man instapte. De buschauffeur eiste, zoals het toen gebruikelijk was onder de segregatiewetten, dat de vier zwarte passagiers die achter de blanke sectie zaten, zouden opstaan om hun plaatsen af te staan aan de blanke man. Rosa Parks was een van de vier zwarte passagiers en weigerde haar zitplaats af te staan. Zij werd gearresteerd en veroordeeld omdat zij de segregatiewetten,  de zogenaamde Jim Crow wetten, overtreden had.
   Rosa Parks was niet zomaar de eerste de beste zwarte passagier. Zij was een actief lid van de NAACP, de National Association for the Advancement of Colored People. Niettemin was haar actie spontaan en niet van te voren beraamd.
   “Toen ik weigerde op te staan, wist ik dat ik de kracht van mijn voorvaderen in mij had,” zei zij later in een interview.
   Rosa Parks ging in beroep tegen haar veroordeling en tegelijkertijd startten de burgerrechtenactivisten een boycot van het bussysteem van Montgomery. Dit betekende een flinke aderlating voor het busbedrijf, omdat 75 procent van de passagiers zwart was. Tot leider van de boycot werd een jonge Baptist predikant gekozen: Martin Luther King Jr. De boycot duurde 381 dagen, tot december 1956 toen de segregatie onwettelijk werd verklaard.
   Vorige week heeft president Barack Obama op Capitol Hill een beeld onthuld van Rosa Parks. “Met een simpel gebaar hielp zij Amerika en de wereld te veranderen, “ zei Obama. Simpel nu, toen niet.
   Laten wij terugkeren naar het rifzwembad. Je had ook kunnen huilen dat je bang was, wat dichter bij de waarheid kwam. Bang zijn. Angst hebben. Volgens professor Valdemar Marcha staat onze cultuur stijf van de angst. Wij durven zowat niets. Wat zou er gebeurd zijn als de bus hier gereden had?
   Toen ik mijn website pas gelanceerd had, had ik een rubriek waaronder ik profielen van minder bekende landgenoten plaatste. Ik vroeg aan de personen om iets over henzelf te vertellen en ik publiceerde de verhalen met hun foto’s erbij. Toen was Facebook niet zo populair. Zo publiceerde ik ook het verhaal van een student. Een paar maanden later stuurde hij mij een mail met het verzoek om zijn profiel van de site af te halen. Hij ging solliciteren, zei hij, en je kon nooit weten wie het verhaal zou lezen. Ik snapte er niets van. Waar was hij bang voor? Er stonden alleen maar positieve dingen in zijn verhaal. Angst. Hij blijft bij voorbaat staan in de bus.         

Sunday, March 3, 2013

Konosé bo Isla 2013-03: Lekker eten


Vraag: Hoe heet het pompoengerecht (in het Papiamentu) dat zijn naam ontleent aan het geluid dat het maakt bij het opscheppen?

Sluitingsdatum: zondag 7 april 2013

Prijs: een cadeaubon van boekhandel Mensing.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

royevers@gmail.com

of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2013-02: antwoord

Antwoord: Het standbeeld staat op het plein naast de Basilica Santa Ana  

Er zijn 14 inzendingen, waarvan 13 goed.


Reginald Römer
Max Martina
Lianne Leonora
H.A. Evertsz
Augusta Niels
Ethel Mercera
Eduardo Vlieg
Roel van der Velde
L. Blijden
Yolanda Chakoetoe
Joyce Mahabali
Iraima
Frans Kapteijns
Toos Smeulders



De winnares is Toos Smeulders

Iedereen bedankt voor het meedoen.

Bewegen

Ik heb goed nieuws voor de slenteraars onder ons. Een hele dag slenteren is beter voor de conditie dan een uur joggen. Dat blijkt uit een onderzoek van de universiteit van Maastricht onder gezonde studenten. In mijn studententijd onderzochten wij of je meer dronken werd van een fles jenever dan van een krat bier, maar ja, de tijden zijn veranderd.
   Toen mijn kinderen naar Nederland gingen om te studeren, heb ik ze twee dingen op het hart gedrukt: één, geef altijd een stevige hand en niet zo’n slap, klef handje zoals het hier de gewoonte is en twee, stap stevig door, niet slenteren, ook al ga je nergens heen. Nu kan ik ze amper bijhouden wanneer wij in de stad wandelen, eigen schuld. Moeten wij toch slenteren?
   Volgens het onderzoek gaat de vergelijking tussen joggen en slenteren alleen maar op als in beide gevallen evenveel calorieën verbruikt worden. Dat is nu juist het probleem, hoe weet je wanneer je à raison van één uur joggen geslenterd hebt? Bij onze dronkenschaptest was het criterium: je bent echt dronken wanneer je niet meer op je benen kan staan. Bij het slenteren kun je moeilijk zeggen: totdat je er bij neervalt.
   Dit wordt te ingewikkeld, laten wij het simpel houden. Ons probleem is niet dat wij moeten kiezen tussen joggen en slenteren, ons probleem is dat wij überhaupt te weinig bewegen.
   U staat ’s morgens op en doet een paar stappen in huis om te douchen en u aan te kleden. Misschien gaat u aan tafel zitten om te ontbijten, misschien ook niet (slechte gewoonte). U loopt naar de auto, die binnen een bereik van tien stappen in de tuin staat. Als u de avond tevoren te dronken was om de auto de tuin in te rijden, dan staat hij op straat. In dat geval moet u een eindje verder lopen.
   U rijdt naar het werk en stopt onderweg bij de snèk om twee pastechi’s en een rode limonade te kopen (slechte gewoonte). U stapt in de auto, bedenkt u en stapt weer uit om een johnny cake voor uw secretaresse te kopen. De johnny cakes zijn op, maar u hebt in ieder geval een paar extra stappen gelopen.
   U parkeert de auto zo dicht mogelijk bij de ingang van uw kantoor. Nu hangt het van de situatie af hoeveel u moet bewegen. Bij laagbouw bent u in een paar stappen op uw werkplek, bij hoogbouw gaat u met de lift
   De studenten die meededen aan het onderzoek moesten ook twee uur staan, want het staan verbruikt meer energie dan het zitten. Maar de moderne mens staat niet. De moderne mens zit. De moderne mens zit op zijn achterste. De moderne mens zit met zijn achterste op een bureaustoel met wielen. De moderne mens staat alleen maar op van zijn bureaustoel om naar het toilet te gaan. Over vijftig jaar heeft de moderne mens korte beentjes en een groot achterwerk. Sommige landgenoten zijn aardig op weg.
   Voor de lunch hoeft u ook niet op te staan. De lunch wordt op kantoor bezorgd, een groeiende markt. Wat staat er vandaag op het menu? Gisteren hadden zij bruine bonen met varkensstaart, u moest er de hele middag van scheetjes laten. Wat staat op het menu, vraagt u weer. Uw secretaresse weet het niet. Het maakt haar ook niets uit, zij eet wat de pot schaft. Zij weegt niet voor niets negentig kilo.
   Hè, hè, eindelijk, de klok slaat vijf uur. Tijd voor een borrel bij uw stamcafé, waar u voor de deur parkeert. En een lekkere kop erwtensoep, daar hebt u wel zin in. Na een stuk of wat borrels rijdt u huiswaarts, het moet ook niet te gek worden.
   Thuis aangekomen ploft u neer in de luie stoel voor de televisie en rust. In vrede.

Alles is relatief

Het transitiekabinet of overgangskabinet of tijdelijk kabinet -het leven zelf is ook tijdelijk- of hoe je het ook wilt noemen, zit nu, het weekend niet meegerekend, precies een maand. Wat hebben zij in die maand bereikt? Een maand is te kort, zou u zeggen, maar kort is relatief. Een normaal kabinet zou verhoudingsgewijs nu acht maanden zitten.
   Wat zou een normaal kabinet in acht maanden hebben kunnen doen? Regeren? Met nog drie jaar en vier maanden voor de boeg, is daar geen haast mee. Acht maanden is een beetje het einde van de periode waarin de coalitiepartners aan elkaar snuffelen om uit te vinden wat zij aan elkaar hebben. De huidige coalitiepartners hebben daar zes maanden voor uitgetrokken, de zittingsperiode van het takenkabinet. Juist, zo heet het, het schoot mij net te binnen.
   Na acht maanden breekt ook langzamerhand de tijd aan dat de nieuwe regering moet ophouden de vorige regering de schuld van alles te geven en de hand in eigen boezem beginnen te steken. Immers, het volk heeft een nieuwe regering gekozen omdat het vond dat de vorige het niet zo best heeft gedaan.
   Inmiddels zijn de kaarten ook geschud in het ambtenarenapparaat. Wie eerst een grote mond had, piept nu een toontje lager en vraagt een overplaatsing aan of meldt zich voorlopig ziek in de hoop dat de nieuwe regering vandaag of morgen valt.
   Dat alles gebeurt niet binnen een maand. Een regering valt niet binnen een maand, hoewel de Grieken dat bijna geflikt hebben. In de eerste maand maakt men kennis met elkaar en met anderen, leest men dossiers door, probeert men uit te vinden wie vriend en wie vijand is, verkent men de valkuilen, heeft men de beste voornemens, is men optimistisch gestemd en groeit de schare verre familieleden.
   Maar ... in een maand broedt een kip, dus alles is relatief. Over relativiteit gesproken, die wijsheid wordt toegeschreven aan Einstein, hoewel Galileo Galilei en Isaac Newton die eeuwen eerder al hadden ontdekt. Wij gebruiken allemaal die uitdrukking zonder precies te weten waar wij het over hebben.
   Relativiteit betekent simpel gezegd dat iets een betekenis krijgt ten opzichte van de betekenis van iets anders en vice versa. Niet simpel? Onze natuurkundeleraar gaf altijd als voorbeeld dat je schoen schoonmaken met een doek hetzelfde is als het doek vuil maken met je schoen. Denk daar eens over na. Wij keken hem met glazige ogen aan en de moed zonk hem in de schoenen.
   Wie in een trein gezeten heeft, kent wel het vreemde gevoel dat wanneer een andere trein naast uw trein komt rijden, het lijkt alsof uw trein achteruit rijdt in plaats van vooruit. Wie kan dat verklaren?
   Het schijnt dus dat wij verschijnselen waarnemen die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Want een ding is zeker, uw trein rijdt vooruit en niet achteruit. Eng, hè?  Hoe weet u nu of iets werkelijkheid is of dat Einstein u niet een poets bakt met zijn relativiteit? Waar ligt de grens?
   Hebt u al een verklaring gevonden voor de treinen? Het heeft te maken met het gegeven dat snelheid een relatief begrip is. Als uw auto een snelheid heeft van tachtig kilometer per uur, dan is dat de snelheid ten opzichte van de stilstaande omgeving. Komt er nu een auto naast u rijden met ook een snelheid van tachtig kilometer per uur, dan staan de twee auto’s stil ten opzichte van elkaar en kunt u gezellig babbelen met de andere bestuurder.
   Herinnert u zich de oude cowboyfilms waarin de wielen van de karren in de tegenovergestelde richting draaiden? Hoe kwam dat?
   Wacht eens even. Nu zijn we wel heel erg afgedwaald. Laten wij terugkeren tot de oorspronkelijke vraag. Is een maand te kort? Voor een takenkabinet wel, voor een broedende kip niet.
  

Sunday, February 3, 2013

Konosé bo Isla 2013-02: Standbeeld vroeger en nu



Dit is een oude foto. Het standbeeld staat nog steeds op dezelfde plaats.

Vraag: Waar staat het standbeeld?

Sluitingsdatum: zondag 3 maart 2013

Prijs: een cadeaubon van De Dames.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

  prijsvraag">royevers@gmail.com


of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)



Konosé bo Isla 2013-01: antwoord

Antwoord: Baster

Er zijn 12 inzendingen, waarvan 4 goed.

Niels Augusta
Max Martina
Terry Mijnster
Glyraine Celestina
Nancy van Heck
D.H. van de Weerd
Will Langenberg
E. Leito
Arelis Hurtado
Regina van der Biest
Julius Margaretha
Frans Kapteijns


De winnaar is E. Leito

Iedereen bedankt voor het meedoen.

Gewetensvol

De economie gaat slecht. De werkmieren klagen steen en been. De bouwsector ligt op zijn gat. Er worden geen nesten gebouwd. Waar er toch een nest gebouwd wordt, doet de familie dat zelf samen. Het grote trommelfeest komt eraan en daarna het grote verkleedfeest, dat moet een beetje soulaas bieden. Brood en spelen voor het volk. Wat brood? Want terwijl de Koning en zijn takenministers zich de hersens suf piekeren en de nieuwsschrijvende chuchubi’s met een grijns afwachten wie als eerste zijn nek breekt over de problemen, ja, onderwijl zit Nanzi op de stoep voor zijn voordeur met een knorrende maag voor zich uit te staren.
   “En Nanzi?” vraagt Shi Maria, “Heb je al iets bedacht?”
   Iets bedacht, denkt Nanzi bij zichzelf. Als ik iets bedacht had, dan zat ik niet hier met een lege maag voor mij uit te staren, dan lag ik heerlijk met een volle buik te snurken onder die tamarindeboom daar, wat denkt Shi Maria nou wel?
   “Als ik iets bedacht ...,” hij blijft plotseling stil, hij heeft zich bijna versproken. “Nee, wat valt er nog te bedenken? Ik heb alles al geprobeerd. Ik heb ... “
   “Hou je mond, Nanzi,” valt Shi Maria hem hysterisch in de rede. “Jij hebt niets geprobeerd. Je zit al de hele ochtend hier op de stoep voor je uit te staren. Er gaat niets van je uit. Ik moet hier voor het eten zorgen, ik moet koken, ik moet de was doen, ik moet het nest schoon houden. Als de kinderen poepen moet ik dat opruimen. De slavernij is honderdvijftig jaar geleden afgeschaft, maar niet in dit nest. Kijk maar naar Kompa Sese, hij is een voorbeeldige huisvader. Hij zorgt goed voor zijn gezin ... “
   “Basta!” schreeuwt Nanzi boos. Als er iets is waar hij een gruwelijke hekel aan heeft, dan is dat wel door zijn vrouw met een andere man vergeleken te worden. “Ik zorg ook voor mijn gezin. Hoe kom je anders aan al die kinderen? Kompa Sese heeft maar één kind, je moet hem niet met mij vergelijken.”
   “Ja, ja, van je hupsakee en hachikidee, en dat ook nog op een lege maag. Breek mij de bek niet open. Wie kinderen maakt, moet ze ook te eten geven. Kom op.” Shi Maria gaat naar de keuken en komt terug met een funchistok in haar hand. Nanzi springt overeind.
   “Wacht, wacht, ik ga al. Ik ga kijken wat ik kan vinden. Pegasaya, kom mee.”
   Pegasaya klampt zich vast aan de broek van zijn vader en samen gaan zij op stap. Zij lopen het bos in. Overal staan de dieren in groepjes de huidige situatie te bespreken. “De pensioenleeftijd wordt verhoogd,” zegt het schildpad. “Daar heb ik geen last van,” antwoordt de eendagsvlieg. “De belastingen op luxeartikelen worden schromelijk verhoogd,” zegt de sierparkiet. “Zal mij worst wezen, ik verkoop geen luxeartikel,” antwoordt de strontvlieg.
   Nanzi loopt door en zij komen aan bij de koninklijke weiden waar de koninklijke koeien grazen. Hij kijkt rond. “Ik heb een plan, wij komen vannacht terug,” zegt hij spontaan.
   Diezelfde nacht komen zij terug. Nanzi had overdag gezien waar de soldaten wacht hielden. Hij maakt een gat in de heg waar de soldaten hem niet kunnen horen. Het is ook pikkedonker, dus zij kunnen hem ook niet zien. Op de tast kiest hij een grote koe uit en stopt die in een zak.  Met de zak op zijn rug loopt hij naar huis. De volgende dag is het feest bij Nanzi thuis.
   Het ging zo makkelijk, dus de volgende nacht gaan zij weer met hun tweeën naar de wei. Zij kruipen door het gat en Nanzi vindt weer een grote koe. Maar eerder die dag had de Koning de diefstal gemerkt en de grote Cha Tiger ingehuurd om verkleed als koe in de wei te gaan liggen.
   Onderweg naar huis wordt het warm in de zak en Cha Tiger begint te zweten. Een druppel zweet valt op het gezicht van Nanzi en hij ruikt meteen wie in de zak zit.
   “Pegasaya,” roept Nanzi, “Kom hier, snel, je vader is moe, neem de zak van mij over.” Hij geeft de zak haastig aan Pegasaya en zet hem op een lopen.                 

De mysterieuze hotspot

“Bedoelt u de mysterieuze hutspot? “ vraagt Google spottend. Nee! Ik bedoel wat ik zeg. Als ik A zeg, dan bedoel ik de eerste letter van het alfabet en niet de tweede, anders had ik B gezegd, zo ben ik wel.
   Wat is een hotspot? Dat is een plek waar wij gratis waifai krijgen en de Nederlanders gratis wiefie. Het maakt niet uit, als het maar gratis is.
   Wat is Wi-Fi? Nou ja, kijk, dat is zoiets als een draadloze internetverbinding. Wi-Fi staat voor wireless fidelity. Dat wireless is nog te begrijpen, want je hebt geen kabels nodig, maar die fidelity slaat natuurlijk nergens op. De naam is een beetje afgekeken van hi-fi, wat staat voor high fidelity. Uit de tijd toen wij nog naar de krakende singles van de Beatles luisterden. Wat de Beatles, Estrellas del Caribe, E Djaka. Toen werd er nog muziek gemaakt, wat je nu op radio hoort, heeft weinig met muziek te maken. Ik dwaal af.
   Ik had het dus over hotspots en draadloos internet. Wat is internet? Schei uit! Ga vissen. Leg de krant maar neer. Nu ben ik de draad kwijt. O ja, ik wilde het hebben over de tablets. Zoals u weet, zijn er verschillende soorten tablets op de markt, Zij komen in alle geuren en kleuren. De populairste zijn de tablets van Apple en van Samsung. Misschien hebt u zelf wel zo’n ding om mee te pronken. Gelijk hebt u, want zij zijn niet goedkoop. Als u zo’n ding hebt, dan weet u dat alles om apps draait. Alweer zo’n woord waarvan niemand precies weet wat het betekent. Het woord app staat voor application. Een application, applicatie in het Nederlands, is een programma dat iets voor je doet: muziek afspelen, een video draaien, foto’s bewaren, enzovoort. Op uw computer staan ook programma’s die dat soort dingen voor u doen, maar daar doen wij niet gewichtig over.
   Okay., dus apps zijn onmisbaar op de tablets. Als u zo’n ding niet hebt, dan moet u mij maar op mijn woord geloven. Nu doet zich het volgende geval voor. Als je op de Samsung een app wilt downloaden, dan geeft dat ding een foutmelding. Met andere woorden, wij kunnen geen apps meer downloaden op Samsung apparaten en dat is zwaar balen.  Dit probleem is ergens eind november, begin december van het afgelopen jaar begonnen. Een tablet zonder apps is even erg als een café zonder bier. Een chinees zonder chow mein. Netto bar zonder groene rum.
   Hoe heb ik het probleem ontdekt?. Een app op mijn tablet functioneerde naar mijn smaak niet goed. Ik heb hem gedeletet om opnieuw te installeren. Maar toen ik de nieuwe app wilde downloaden, kreeg ik een foutmelding. Ik dacht slim te zijn en heb de tablet gereset. Ik heb het geweten, ik was alles kwijt en het downloaden lukte nog steeds niet.
   Ik ben toen op het internet gaan kijken of nog meer mensen het probleem hadden. En ja hoor, gedeelde leed is halve leed. Het schijnt dat Google Curaçao geblokkeerd heeft voor het downloaden van apps. Zouden zij van de staatsgreep gehoord hebben? Maar dat is toch allang achter de rug?     
   Wat heeft dat met hotspots te maken? Daar kom ik nu op. Niet iedereen is geblokkeerd. Als bezitter van een tablet, weet je alle hotspots op Curaçao te vinden. Ik zat dus in McCafé met gratis wi-fi die niet werkte. Mijn tablet zag een ander netwerk en ik dacht, laat mij dat proberen. Dat deed ik en het lukte, ik kreeg verbinding. En nu komt het, ik probeerde apps te downloaden en tot mijn grote verbazing lukte dat ook. Het netwerk waarmee ik verbonden was, was een zogenaamde mobiele hotspot. Ik zat dus op het netwerk van iemand die ook in McCafé was met een open mobiele hotspot op zijn telefoon. Jammer genoeg realiseerde ik mij te laat dat ik die persoon moest traceren. Dus wil de weldoener met de mysterieuze hotspot zich melden?            

Thursday, January 31, 2013

E gota di awa i e meeuwchi

Tabata un dia di hopi kalor i nubianan a disidí di habri nan brasa i laga
un labishán di awa kai riba e isla.
Mei mei di e gotanan di awa tabata tin un ku  no kera forma parti di e ciclo.
El a puntra su mes kon e por skapa di e otro gotanan, ku tabata tuma rumbo pa laman.
“No,no” e gota di awa a pensa “mi no ke perde den laman grandi ei, mi mester ta liber pa mi por siña konosé mi mes. Mi mester buska un manera di sali aki fó”.

Ku un salto el a libera su mes fo’i su kompañeronan i el a kai riba lomba di un meeuwchi.
“Hei, gota di awa, ta ki bo ta hasi aki bo so asina?” e meeuwchi a puntr’é asombrá.
E gota di awa a kont’é di kon el a bai laga e otronan i el a puntra e meeuwchi  ku si e por sigui bula ku né pa un temporada.
Mi ke siña konosé algu di mundu i mira kiko e hendenan ta hasi. Kisás asina mi por siña konosé mi mes”.

E meeuwchi di ta bon i huntu nan a sigui nan kaminda. Nan a bula asina serka di tera ku nan por a mira tur loke e hendenan tabata hasiendo riba e isla.
Después ku nan a bula pa bastante ora e meeuwchi a puntra e gota ku si e ta kla  pa sigui su kaminda huntu kun é.
“No, ahinda no”, e gota a kontestá. M’a ripará ku tur hende ta okupá nan mes  ku tur sorto di kos. Sin embargo m’a ripará tambe ku kasi tur ta sufri di un soledad inmenso”.
“Si, bo tin rasón” e meeuwchi a duna pa kontesta “I sibo ke keda mei mei di nan bo ta bai hasi meskos. Bo tambe lo buska tur sorto di distraikshon I abo tambe lo sinti e mes un soledad. Pero p’e otro banda lo ta un bon idea. Si ta bo deseo pa siña konosé bo mes, bo tambe mester pasa den e eksperensha ei. Loke bo mester hasi ora bo sinti e soledad den bo kurasón ta apartabu for di bo amigunan I buska silensio den naturalesa. Skuchando sonidu di laman I kanto di paranan. Tambe bo mester drenta te den bo mes I skucha e latido di bo propio kurasón.
Di e manera ei lo bo enkontrá bo mes. E dia ei lo bo sa tambe ken mi ta.

Den kumisamentu e gota di awa a buska tur sorto kos di hasi. Tur sorto di distraikshón pusibel. E tabata gosa ku smak, pero un dia el a sinti kon un kansá i un soledad inmenso a poderá di dje.
El a sinti un bashí tremendo den su kurasón ku a hasi’é hopi tristu.
Ora kasi e no por a wanta mas, el a korda kiko e meeuwchi a bis’é promé ku el a bula bai.
El a apartá su mes for di tur moveshón i pa tempu largu el a pasa den kompleto soledad.
Tabata un temporada hopi pisá pa e gota di awa. E no tabata tende nada mas sino kanto di paranan I sonidu di laman. El a drenta te den su mes i e por a skucha e latido di su kurasón. Kordando e palabranan di e meeuwchi e no a sukumbí i poko poko el a sinti kon un trankilat a kumisá drenta su kurasón. Un alegría inmenso a poderá di dje.
Kaminda un dia tabata tin intrankilidat, kaminda un tempu el a sinti soledat, el a sinti su mes, el a sinti pas.
Porfín el a komprené tambe ken e ta i ta ki ta e motibu di su eksistensia : E ta yuda perfekshoná lamán Sin dje laman no ta completo.
Ku e konosimentu ei e gota di awa a laga su mes kai den laman I trankilamente el a tuma su posishón mei mei di e otro gotanan.
El a enkontrá su mes I tambe e lugá kaminda e ta pertenesé. E no tin nodi di sigui buska mas. E dia ei tambe el a komprondé ken e meeuwchi ta : su propio alma.
PORFIN EL A YEGA KAS

Diana Márquez

Saturday, January 12, 2013

boordevol

je zit boordevol
liefde voor Kòrsou,
een voortrekkersrol

je manifesteert je
als soldaat
altijd paraat

zonder geweer
je wapen is taal

je bent de veroveraar
van recht op Papiaments
en recht op een zalig,
talig leven.

Frans Kapteijns
11 01 13

Sunday, January 6, 2013

Konosé bo Isla 2013-01: Barara


Vraag: Maak het rijtje af: kopa, oro, spada, ...

Sluitingsdatum: zondag 3 februari 2013

Prijs: een cadeaubon van the Cinemas.  

Sponsor: ESCRIBA N.V.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

  prijsvraag">royevers@gmail.com

of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2012-11: antwoord

Antwoord: Makuaku of fregatvogel

Er zijn 15 inzendingen, waarvan 8 goed.

L.J.Chr. Dee
Siagnee Mariano
Elodie Heloise
Arelis Hurtado
Leendert J.J. Pengel
Reginald Romer
Max Martina
Winsel Peney
Glyraine Celestina
Julius Margaretha
L. Blijden
Eduardo Vlieg
Ethel Mercera
O. Koeiman
Frans Kapteijns


De winnaar is Julius Margaretha

Iedereen bedankt voor het meedoen.