Sunday, October 19, 2008

Zomercarnaval

De felle zon weerkaatst tegen de glazen wand van het hoge gebouw van de Nationale Nederlanden naast het station en schijnt vanuit twee richtingen in mijn gezicht. De echte zon staat in het westen. Een groep agenten overlegt voor het kantoor van het RET, het Rotterdamse openbaar vervoerbedrijf. Er is veel blauw op straat. Een bomvolle lijn vier stopt bij de tramhalte en stroomt leeg, niemand spreekt Nederlands. Er is veel zwart op straat. Op het pleintje voor het Westin hotel delen vijf lieftallige blonde tienermeisjes flesjes water uit. Een eindje verder duwt een bruin meisje met groene ogen en krulhaar mij een OLA ijslolly in de hand, gratis. Zij glimlacht tegen mij. Ik glimlach terug en blijf staan, maar zij glimlacht alweer tegen een andere voorbijganger.

Ik loop door en laat mij meesleuren met de stroom mensen in de richting van het centrum. Uit de verte klinkt muziek, geen hoempapa, maar salsa, of is het een steelband? Op de trottoirs zitten de mensen rustig te wachten, kinderen spelen. Ik ben nog in de alcoholvrije zone. Het nuttigen van alcoholische dranken is alleen toegestaan op het Stadhuisplein, de Coolsingel en omgeving. Een man loopt met een beker bier in zijn hand. Hij wordt aangesproken door twee agenten, een man en een vrouw. Hij reageert verongelijkt. ‘Ik mag toch drinken waar ik wil? Dit is toch een vrij land?’ De agenten weten hem te overtuigen. Hij gooit het bier op de schoenen van de mannelijke agent en smijt de beker op de grond. De agenten schudden het hoofd en lopen door.

Ik loop op de Lijnbaan, alle winkels zijn open, wat een drukte. Opeens ruikt het Surinaams lekker: kipsaté, nasi, bami, barra. Achter het kraampje staan twee Hindoestaanse vrouwen te zweten. Ik koop een portie satés en een fles water. Zes euro vijftig, jeetjemina. Het water is niet koud. Het verse sinaasappelsap van het kraampje ernaast ook niet.

Zonder er erg in te hebben arriveer ik bij de Erasmusbrug. Daar staan de groepen klaar om te vertrekken. De brassband van de eerste groep speelt al, weifelend nog. Het publiek staat te kijken alsof er een begrafenisstoet aankomt. In de groep helpt een vrouw met een dikke buik en een piercing in haar navel een andere vrouw met een nog dikkere buik een te kort rokje omhoog trekken. Haar bruine gezicht is mooi opgemaakt, het haarvet glinstert in de zon en druipt langs haar nek over haar naakte brede schouders bestrooid met glitters. Het startsein klinkt, de groepen zetten zich in beweging, het zomercarnaval van Rotterdam is begonnen.

Ik loop langs de kant mee, ‘second line’ heet dat in New Orleans. De dansers in de groepen doen hun best om gezellig te zijn, niet iedereen heeft het ritme te pakken. Er dansen ook robots mee. Het publiek kijkt koeltjes toe. Op de Coolsingel slaat het om, iedereen raakt plotseling los, de muziekgroepen komen op dreef. De mensenmassa staat tien rijen dik langs de weg te kijken, alleen de toppen van praalwagens zijn nog te zien. Ik kom bij McDonald’s aan en waan mij op Curaçao. Daar staat iedereen die ik in geen jaren gezien heb. ‘Kompader, ki tin, mi brò?’ ‘Chikí, ik dacht dat je dood was.’

Ik wil doorlopen, maar het gaat niet. Ik kan noch vooruit, noch achteruit. Dan maar een biertje drinken, ik bestel een Polar. Nee, die kennen ze niet. Een Antilliaanse vrouw verkoopt gebakken vis, mulá, vers uit Curaçao, vijftien euro, geen geld.

Plotseling moet ik aan de kant, een blinde Curaçaoënaar met een donkere bril op komt met zijn stok aanlopen. Tik, tik, tik. Ik schat hem een jaar of vijftig. Hij loopt naar het toilet, iedereen laat hem langs, hij hoeft ook niet te betalen. Na een poosje komt hij terug, zichtbaar opgelucht. Hij loopt naar zijn groep vrienden. Tik, tik, tik. Bij de groep aangekomen doet hij lachend de donkere bril af en fluit naar een meisje in hotpants dat net voorbijloopt. Heeft Rita Verdonk toch gelijk?

K.

1 comment:

Anastácio Soberbo said...

Hello, I like the blog.
It is very beautiful
Sorry not write more, but my English is bad writing.
A hug from Portugal