Tuesday, December 30, 2008

Ja, Tante

Als kind word je geleerd om beleefd te zijn wanneer je tegen ouderen praat. Nu zijn de beleefdheidsvormen in het Papiaments heel subtiel en soms ook ingewikkeld. De grootste boosdoener is het persoonlijk voornaamwoord ‘bo’. Hoe vaak hebben wij een draai om onze oren gehad als kind wanneer wij dat woord gebruikten? Het gebruik van ‘bo’ is verboden. Dit kan leiden tot zeer omslachtige conversaties: ‘Meneer Evers, ik wilde meneer Evers vragen of meneer Evers zo goed wilt zijn om... etc.’ Je wordt er tureluurs van. In het Nederlands gebruikt men ‘jij’ of ‘u’, en de Engelsen hebben zich er makkelijk van afgedaan, zij kennen alleen maar ‘you’.

Wat het gebruik van ‘jij’ of ‘jou’ betreft, zijn de Surinamers erg streng: het mag niet, punt uit, geen discussie. Zo gaat het verhaal van een jongetje dat in een Chinese winkel een broodje wilt bestellen. De jongen, welopgevoed, stapt de winkel binnen en wacht zijn beurt rustig af.
‘Wat moet het zijn, mi boi?’ vraagt de oude Chinees. De jongen aarzelt even.
‘Goede middag, Omoe,’ spreekt hij schuchter, ‘mag ik van u een broodje bakkeljauw, pardon, bakkelu.’

Oudere mensen noem je nooit bij hun echte naam, Maria wordt Iya, Hosé wordt Djo, Elena wordt Nena. De peettante wordt Dina van madrina, of Pepe van peet. Van sommige vrouwen uit de buurt weet niemand hoe zij eigenlijk heten: Yaya, Koma, Chichi. Opmerkelijk is dat alle Surinaamse vrouwen Mevrouw heten en alle Engelse vrouwen Mammy. De titulatuur Shon duidt op een zekere status: Shon Ka, Shon Guillermina, Shon Fil. (Shon Fia, maar die is dood.)

Zo had ik een grootoom die wij Oom Ie noemden. Nu realiseer ik me dat ik nooit heb geweten hoe Oom Ie werkelijk heette. Was het Isaac? Maar de naam Isaac was in die tijd voorbestemd voor blanke joden en Oom Ie had niets van een blanke jood. Hij was een korte zwarte man met hoepelbenen. Het enige wat wit aan hem was, waren zijn haren en zijn tanden. Misschien heette hij wel Federico, een naam die paste bij die tijd. In ieder geval zat er een ‘i’ in zijn naam. Dat zijn naam verkort werd, hoorde zo, hoe ouder hoe korter de aanspreeknaam. Bij Oom Ie kon het niet korter.

Iemand niet direct bij zijn naam noemen heeft niet alleen te maken met beleefdheid. Bij kinderen is het een soort van liefkozing: Poempi, Mamita, Boiki. Of gemakzucht: Broertje, Zusje. Bij sommige figuren is het een eufemisme: Dalakochi, Lagadishi, Blòblò.

Maar wij kunnen ook onbeleefd zijn. ’s Morgens om half acht stappen wij de stampvolle bakkerij annex broodjeszaak binnen en beginnen bij de deur al te schreeuwen: ‘Een broodje mortodella, twee broodjes salami en een met leverworst, aan deze kant juffrouw, voor mij.’
Of wij gooien de deur van het Chinese restaurant open: ‘Chino, porkchop mitar mitar, karbonade met een halve portie rijst en een halve portie patat, en schiet op want mijn auto staat verkeerd geparkeerd.’
De brave Chinees sloft naar de keuken.
‘Chief!’
De Chinees houdt halt bij de klapdeur.
‘Veel saus!’
De Chinees komt na een poosje terug en opent het witte foambakje.
‘Wat wilt u erop, meneer?’
‘Alles!’
(Schud, strooi, schep.)
‘Geen pika!’
‘U zei alles, meneer.’
‘Ja, alles, maar geen pika.’
Wanneer leren wij meneer zeggen tegen de Chinees?

Zo vind ik ook dat wij beleefder moeten zijn tegen mevrouw Bijleveld, zij deelt per slot van rekening de lakens uit. Ik vind dat wij moeten leren om voortaan op alles wat zij zegt welgemanierd te antwoorden. ‘Ja, Tante. Dank u wel, Tante.’

K.

1 comment:

Anonymous said...

Het ergste is dat de kinderen gedwongen worden om tegen iederen oom en tante te zeggen. Of ze echte tantes of ooms zijn of niet.
Ik weet nog dat mijn dochter, amper 10 een keer zei : "ik zeg geen tante of oom meer tegen vreemden" Ik gaf haar gelijk. Ze zei gewoon meneer en mevrouw. Later, toen ze volwassen werd, noemde ze haar tantes en ooms bij hun naam. Wat is daar verkeerd aan???????????

Haar naam werd thuis ook Jaatje i.p.v. Marianna. Hier zette ze ook heel vroeg een punt achter : "ik heet Marianna.

Diana Marquez