Sunday, October 3, 2010

Le pays gris

De volgende dag was alles grijs. De regenboog was verdwenen.

Tony ging zijn vriendin Ellie ophalen. Zij hadden afgesproken om samen te gaan ontbijten. Hij toeterde en zij kwam naar buiten. Zij ziet er anders uit vanochtend, dacht Tony, haar haren glanzen niet en zij heeft geen lippenstift gezet.

‘Je hebt geen lippenstift gezet,’ zei Tony aarzelend toen Ellie in de auto stapte.
‘Ik heb wél lippenstift gezet,’ antwoordde Ellie gepikeerd. Zij raakte altijd geïrriteerd wanneer Tony opmerkingen maakte over haar uiterlijk. Moest zij er de hele dag als een miss bij lopen?

Het verkeer bij de grote kruising van Biesheuvel zat muurvast. Alle auto’s toeterden luidruchtig.
‘Wat is hier nou aan de hand?’ vroeg Ellie verbaasd.
‘Er zal wel een ongeluk gebeurd zijn. Een kettingbotsing of zo. Ik zal even kijken.’
Tony ging op de rand van het autoportier staan om over de andere auto’s heen te kunnen kijken.
‘A... alle verkeerslichten staan op grijs,’ stotterde hij.
‘Neem jij mij in de maling?’ reageerde Ellie boos. ‘Hoe kunnen de verkeerslichten nou op grijs staan?’
‘Kijk zelf maar,’ antwoordde Tony. ‘Rood staat op grijs, oranje staat op grijs en groen staat op grijs.’

Inderdaad.
Na handig manoeuvreren, konden zij doorrijden. Zij gingen bij Denny’s ontbijten.
‘Mogen wij de menukaart?’ vroeg Tony aan de serveerster.
‘Wij hebben geen menukaart, meneer,’ antwoordde het meisje. ‘Wij serveren maar één gerecht. Spek en bonen.’
‘Jij bent niet grappig, hoor,’ kwam Ellie tussenbeide, ‘ga de menukaart halen en breng ook twee glazen water voor ons mee.’

Het meisje ging weg en kwam niet meer terug.
‘Zij is ons vergeten,’ zei Ellie na een poosje. ‘Daar loopt zij. Hallo, jij daar, je bent ons vergeten. Zitten er ook hersens in die mooie kop?’
‘Ik heb u niet bediend, mevrouw,’ antwoordde het meisje en liep naar een andere klant.

‘Daar loopt ons meisje,’ zei Tony, ‘Nee, zij is het niet. Zij lijken allemaal sprekend op elkaar.’
‘Laten wij weggaan,’ opperde Ellie ongedurig.
Zij liepen naar de auto. Er kwam een groep schoolkinderen langs op weg naar het sportveld naast het gebouw. Tony stond perplex.

‘Verdorie nog aan toe,’ sprak hij als in een roes, ‘deze kinderen zijn gekloond. Er is geen verschil tussen het ene en het andere kind. Zij hebben allemaal hetzelfde gezicht, dezelfde lengte, dezelfde haren. Zij lopen allemaal hetzelfde. En, zij zijn allemaal... grijs.’

‘Stap snel in de auto,’ schreeuwde Ellie, ‘wij zien geesten.’
In de auto stond de radio aan. Het ochtendnieuws. Een politieke bestuurder was aan het woord.
‘Er bestaat geen multiculturele samenleving. De andere culturen proberen de ene echte cultuur te overwoekeren en te vernietigen. Er bestaat maar één cultuur. Er is maar één oorspronkelijke cultuur. De monocultuur. De grijze...’ Ellie had de radio uitgezet.

‘Die man praat onzin,’ zei ze. ‘De monkeycultuur bedoelt hij.’
Tony bleef stil, hij was diep in gedachten verzonken.
‘Wat scheel je?’ vroeg Ellie. ‘Jij voelt je toch niet verantwoordelijk voor de problemen in deze wereld? Daar hebben wij Obama voor. Wake up, schat.’

Zij liepen een dure dameszaak in de Renaissance Mall binnen. Een schoonheid stond achter de toonbank. Ellie bekeek de jurken die aan de rekken hingen.
‘Is dit de nieuwste mode?’ vroeg zij aan de dame achter de toonbank. Deze knikte bevestigend.
‘Waarom zijn alle jurken grijs?’ vroeg Tony en verstijfde.

K.

No comments: