Tuesday, January 22, 2008

Een Vaersje in een Voorrede te Pas Gebracht

’t Onnozel volkje houdt poëeten
Voor dwaazen, hoofden dol van waan.
Maar wilt gy de oorzaak daar van weeten?
’t Ziet gekken voor poëeten aan.

Pieter Langendyk (1683-1756)

Wednesday, January 16, 2008

ikhebaltijdgelijk.nl

Met de komst van Internet zijn media voor het eerst werkelijk gedemocratiseerd. Een zegen? Nee, de stuurloze democratie van het net leidt tot amateurisme en radica-lisering, aldus twee nieuwe boeken.

Toen in het najaar van 2007 de ouders van het vermiste meisje Madeleine McCann door de Portugese politie als verdachten werden bestempeld, naar Engeland terugkeerden en daar nogmaals ontkenden, vroeg De Telegraaf de bezoekers van zijn site wat ze daarvan vonden. Er kwamen tientallen reacties, en de meeste kwamen hierop neer: wat vreselijk dat die ouders hun eigen kind hebben vermoord, en: je ziet aan haar ogen dat die moeder niet deugt. lees verder

NRC Handelsblad, 11 januari 2008

Warna Oosterbaan

Sunday, January 13, 2008

De neus (een Russisch verhaal van Nikolaj Gogol over een verloren neus)

Op vijfentwintig maart heeft zich in Petersburg een buitengewoon zonderlinge gebeurtenis voorgedaan. De barbier Ivan Jakovljevitsj werd wakker en snoof de geur van ovenvers brood op. Hij ging rechtop in bed zitten en zag dat zijn gade versgebakken brood uit de oven haalde. "Vandaag, Praskovja Ossipovna, voor mij geen koffie," zei Ivan Jakovljevitsj. "In plaats daarvan heb ik liever een vers broodje met ui."

Ivan Jakovljevitsj kleedde zich aan, nam plaats aan tafel, schudde wat zout op zijn bord, pelde de uitjes en sneed het broodje doormidden. Toen hij echter eens goed keek, zag hij tot zijn verbazing iets wits zitten... het was... een neus! Ivan Jakovljevitsj kon zijn ogen niet geloven - een neus, waarachtig, een echte neus! En bovendien eentje die hem maar al te bekend voorkwam! Ontzetting tekende zich af op zijn gezicht. Maar die ontzetting was nog niets vergeleken bij de verontwaardiging die zich van zijn gade meester maakte.

"Wie heb jij z'n neus afgesneden, onmens die je bent?" riep zij woedend uit. "Schurk! Dronkelap! Ik heb het al van velen gehoord - je trekt de lui bij het scheren zo hard aan de neus dat-ie er zowat afgetrokken wordt!"

Maar Ivan Jakovljevitsj zat er toch al meer dood dan levend bij. Hij had de neus herkend - hij behoorde toe aan niemand anders dan college-assessor Kovaljov, die hij elke woensdag en zondag een scheerbeurt gaf. Maar hoe had dat nu kunnen gebeuren?! Hij dacht koortsachtig na. Bij de gedachte dat de politie de neus bij hem kon vinden en hem ter verantwoording zou roepen, raakte hij zowat buiten zinnen. Hij deed haastig zijn mantel en laarzen aan, wikkelde de neus in een lap en verliet het huis. Hij wilde de neus ergens zien kwijt te raken, maar tot zijn grote pech trof hij overal wel een bekende aan. Eén keer lukte het hem om de neus inderdaad te laten vallen. Maar toen wees een stadswachter van verre op het bundeltje en riep hem toe: "Hé jij daar, oprapen! Je hebt wat laten vallen!"

En dus moest Ivan Jakovljevitsj de neus oprapen en weer in zijn zak steken. Stilaan werd hij overvallen door vertwijfeling. Hij besloot naar de Izaaksbrug te lopen -misschien lukte het hem wel om de neus daar in de Neva te slingeren... Zo gezegd, zo gedaan, daar gooide hij de lap met de neus al heimelijk in het water. Toen merkte hij tot zijn schrik aan het einde van de brug een politiebeambte op. Deze wenkte dat hij naar hem toe moest komen en vroeg wat hij op de brug uitgevoerd had. Ivan Jakovljevitsj verbleekte... Maar de rest van dit voorval hult zich in een waas van geheimzinnigheid en het verdere verloop der gebeurtenissen is dan ook volslagen onbekend gebleven.

College-assessor Kovaljov werd vrij vroeg wakker. Hij hulde zich in zijn kamerjas, ging aan zijn bureau zitten en keek gewoontegetrouw in de spiegel. Maar tot zijn grote verbazing stelde hij vast dat waar voorheen zijn neus zich had bevonden... een volkomen platte plek zat! De danig geschrokken Kovaljov liet zijn bediende water brengen en wreef met de handdoek in zijn ogen - nee maar, de neus was echt verdwenen! Hij betastte de plek met zijn vingers om zich ervan te vergewissen dat hij niet droomde. Nee, dat scheen niet het geval te zijn.

Kovaljov liet onmiddellijk zijn kleren brengen, kleedde zich aan en begaf zich naar de politiecommissaris. Hij bekleedde de rang van college-assessor pas twee jaar en hij kon dat dan ook nog geen seconde uit zijn hoofd zetten; om zichzelf meer allure en gewicht te geven, noemde hij echter nooit zijn titel van college-assessor, maar altijd die van majoor. Hij was naar Petersburg gekomen om te zoeken naar een betrekking die bij zijn rang hoorde. Bovendien was hij op zoek naar een rijke vrouw. Iedereen kan zich dan ook wel indenken in wat een vervelende situatie de majoor zich bevond, toen hij op de plaats van zijn goed gevormde en normaal gesproken grote neus een uitermate idiote, vlakke, gladde plek aantrof...

Tot overmaat van ramp viel er in de hele straat geen enkel rijtuig te bekennen, zodat hij wel te voet moest gaan. Diep weggedoken in zijn mantel hield hij zijn zakdoek voor zijn gezicht en deed alsof hij een bloedneus had. Maar na een paar stappen bleef hij als aan de grond genageld staan: voor het volgende huis hield een koets stil, de deuren zwaaiden open en een heer in uniform sprong er licht bukkend uit en haastte zich als de weerga de trap op. Hoe groot echter was de verbazing, ja de ontzetting van Kovaljov, toen hij zijn eigen neus in hem herkende! Hij stond te duizelen op zijn benen, maar was vastbesloten te blijven wachten. Na twee minuten kwam de heer, die zijn neus was, weer naar buiten. Hij had een met goud bestikt uniform met hoogopstaande kraag aan en droeg een degen en een met een veer getooide hoed. Daaruit kon besloten worden dat hij de rang van staatsraad bekleedde. Hij was blijkbaar onderweg om visites af te leggen en riep tegen de koetsier: "Doorrijden!" Hij nam plaats en de koets reed weg.

De arme Kovaljov stond op het punt zijn verstand te verliezen. Hij wist niet wat hij van zo'n zonderlinge gebeurtenis moest denken. Want hoe was het in 's hemelsnaam mogelijk dat zijn neus, die gisteren nog op zijn gezicht gepronkt had, nu zomaar rond kon rijden en lopen - en dan nog in uniform! Hij rende achter het rijtuig aan, dat gelukkig slechts een korte rit maakte en voor de Kazanski-kathedraal stilhield. In de bijna lege kerk vond Kovaljov de heer, die zijn neus was, meteen terug. Hij probeerde de aandacht op zich te vestigen door te kuchen, maar de neus was in gebed verzonken en ging door met diepe buigingen te maken voor de heiligenbeelden.

"Geachte heer," zei Kovaljov, terwijl hij al zijn moed verzamelde, "geachte heer..."

"U wenst?" vroeg de neus zich naar hem toe kerend.

"Het verbaast me werkelijk, geachte heer... Mij schijnt... U dient te weten waar u thuishoort. Maar waar vind ik u plotsklaps? In de kerk! U zult toch moeten toegeven..."

"Excuseer, maar ik weet absoluut niet waar u het over hebt. Ik eis een verklaring!"

"Geachte heer..." vervolgde Kovaljov moed vattend, "de hele kwestie is zo klaar als een klontje, dunkt me... U bent toch zeker mijn eigen neus!"

De heer, die de neus was, keek de majoor met gefronste wenkbrauwen aan. "U vergist zich, meneer. Ik sta geheel op eigen benen. Bovendien zijn er tussen ons geen nauwere betrekkingen mogelijk. Naar de knopen van uw uniform te oordelen, behoort u tot een andere afdeling." Na deze woorden wendde de heer, die de neus was, zich van Kovaljov af en verzonk weer in gebed.

Kovaljov was helemaal van streek; hij wist niet wat hij nu moest beginnen, wat hij ervan moest denken. Op dat ogenblik hoorde hij achter zich het lieftallig ruisen van een damesjapon. Hij wou zich omdraaien, maar bleef opeens stokstijf staan - hij had immers totaal geen neus op zijn gezicht! Wanhopig keerde hij zich weer om - maar nu was zijn neus spoorloos verdwenen! Kovaljov werd bevangen door ontzetting. Wat moest hij doen? Misschien dan toch naar de politiecommissaris gaan? Hij begaf zich, het gezicht verborgen houdend, op weg.

Maar toen hij op het bureau kwam, was de commissaris net vertrokken. Wat nu? Een advertentie in de krant plaatsen? Dat zou de zaak nog onaangenamer voor hem maken!

Vertwijfeld liep Kovaljov naar huis. Daar gaf hij zich opnieuw aan gepieker over. Was hij dan misschien behekst? In zijn overpeinzingen werd hij gestoord door een lichtschijnsel, dat langs de kieren van de deur naar binnen viel. Toen vroeg een onbekende stem: "Woont hier niet college-assessor Kovaljov?"

"Komt u binnen. Majoor Kovaljov is thuis," zei Kovaljov. Hij sprong haastig op en opende de deur.

Een politiebeambte met bolle wangen en een bakkebaard trad binnen. Het was de agent die bij bet begin van de geschiedenis bij de Izaaksbrug had gestaan. Nu kwam hij de assessor verkondigen dat de neus teruggevonden was. "Wat zegt u daar?" riep majoor Kovaljov uit. Overmand door blijdschap bleef hij haast in zijn woorden steken. "En op welke manier dan?"

"Door een bijzonder toeval. Hij stapte net op de postkoets naar Riga. Ook een paspoort op de naam van een ambtenaar had hij al bemachtigd. En merkwaardigerwijs hield ik hem zelf aanvankelijk voor een heer."

Kovaljov was buiten zichzelf. "Waar is hij dan? Waar?! Ik wil direct naar hem toe!"

"Maakt u zich maar geen zorgen. Ik heb hem meteen meegebracht. En weet u wat er zo gek aan is? Dat de voornaamste dader in het hele geval die schurk van een barbier is; hij wordt inmiddels vastgehouden op het bureau. Uw neus is overigens precies zoals hij was." Bij deze woorden graaide de politiebeambte in zijn zak en haalde de in papier gewikkelde neus tevoorschijn. "Waarachtig, hij is het!" gilde Kovaljov. "Echt - mijn neus! Mag ik u verzoeken een kopje thee met mij te drinken?"

"Dat zou ik met het grootste genoegen doen, maar helaas is het volstrekt onmogelijk voor mij - ik moet van hier uit nog snel naar het tuchthuis rijden. Hoe duur overigens alle levensmiddelen tegenwoordig geworden zijn! Bij mij in huis heb ik ook nog de moeder van mijn vrouw inwonen en dan al mijn kinderen nog..." Kovaljov had de wenk al begrepen. Hij pakte een biljet van tien roebel en drukte het de politiebeambte in de hand. Deze klikte zijn hakken tegen elkaar en verdween.

Enkele minuten verkeerde de college-assessor nog in een verheugd-verdwaasde stemming en pas daarna was hij weer in staat te zien en te tasten. Hij nam de teruggevonden neus behoedzaam in zijn beide handen en, bekeek hem nog eens aandachtig. "Waarachtig, hij is het, hij is het echt!" bleef de majoor maar herhalen. Hij drukte hem voorzichtig in het midden van zijn gezicht. Maar de neus wilde niet blijven zitten. Hij drukte steviger. De neus bleef een zelfstandig geval. Hij maakte de achterkant vochtig met speeksel, smeerde er lijm op, maar de neus wilde gewoonweg niet blijven plakken. Paniek maakte zich meester van Kovaljov. Hij schreeuwde om zijn bediende en stuurde hem weg om de dokter te halen, die in hetzelfde huis de mooiste woning van al had.

De dokter was een rijzige man met een magnifieke bakkebaard - maar ook hij kon in dit geval niets anders dan "hum! hum!" mompelen en wist er geen remedie voor. Daarop stelde hij de assessor voor de neus van hem over te kopen, zodat hij hem in alcohol kon leggen en tentoonstellen.

"Nee, nee! Ik verkoop hem niet, onder geen beding," riep de majoor wanhopig uit. "Dan had ik nog liever dat-ie naar de maan liep!"

Ondertussen had het gerucht van de vreemde geschiedenis zich door de hele hoofdstad verspreid en -zoals dat gebruikelijk is - werd het verhaal aardig aangedikt. In deze tijd verkeerden de gemoederen toch al sterk in de ban van het merkwaardige» Al heel snel begon men rond te vertellen dat de neus van college-assessor Kovaljov dagelijks, om klokslag drie uur, ging wandelen op de Nevski Prospekt! En dus stroomden elke dag drommen nieuwsgierigen toe.

Zeer vergenoegd over al deze gebeurtenissen waren ook de mondaine boemelaars, die op de voorname avondpartijtjes de dames zo graag aan het lachen brachten met kwinkslagen.

Klinkklare onzin, daaruit bestaat onze wereld. Er gebeuren dagelijks dingen die geen greintje geloofwaardigheid meer bezitten! Plots verschijnt de neus, die als staatsraad door de stad rondgereden had en zoveel opschudding veroorzaakt had, weer tussen de beide wangen van majoor Kovaljov alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Dat gebeurde op zeven april.

Hij werd wakker, wierp een blik in de spiegel - en zag de neus! Hij greep er met zijn hand naar - nou en of, de neus! "Joehoe!" riep Kovaljov, en het liefst had hij, blootsvoets als hij was, van pure vreugde een rondedans gemaakt.

Juist op dat ogenblik stak de barbier Ivan Jakovljevitsj zijn neus om de hoek van de deur, zo schuw als een poes die net haar vet heeft gekregen voor het stelen van spek. Kovaljov nam plaats. Ivan Jakovljevitsj deed hem een servet om en zeepte hem in.

"Kijk eens aan!" zei Ivan Jakovljevitsj bij zichzelf, terwijl hij de neus bestudeerde. Hij draaide het hoofd de andere kant op en bekeek het in profiel. Nee maar, waarachtig, hoe is het mogelijk! Wanneer je bedenkt... zo redeneerde hij bij zichzelf verder, aldoor naar de neus starend. Uiteindelijk pakte hij aarzelend en met de grootst denkbare behoedzaamheid met twee vingers het puntje van de neus beet. Dat was nu eenmaal zijn werkwijze. "Hé, hé, wel uitkijken, hé!" riep Kovaljov.

Dat was het einde van deze zonderlinge geschiedenis, die zich in de noordelijke hoofdstad van ons uitgestrekte rijk heeft voorgedaan! En hoewel je desalniettemin en desondanks natuurlijk mag veronderstellen dat zowel het een als het ander, misschien ook een derde, ja mogelijkerwijs zelfs... Maar waar in de wereld vind je nu geen ongerijmdheden! En toch zit er, als je er goed over nadenkt, wel iets in. Wat men ook moge zeggen, dergelijke gebeurtenissen doen zich voor; weliswaar zelden, zeker, maar voorkomen dóen ze.

* * * EINDE * * *

--------------------------------------------------------------------------------

Nikolaj Gogol (1 april 1809 - 4 maart 1852) was de eerste grote Russische prozaïst van de 19e eeuw. Gogol kwam uit Klein-Rusland (nu Oekraïne). Zijn ouders bewoonden een klein landgoed in de landstreek Poltava. Gogol schreef verhalen zoals 'De neus' en 'Dagboek van een gek', beide uit 1835. Later werden deze verhalen gebundeld in 'Petersburgse vertellingen'. Een waar meesterwerk van Gogol is de roman 'Dode zielen' (1842). 'Dode zielen' gaat over de landheer Tsjitsjikov, die langs landheren gaat om hun zogenaamde 'dode zielen' (lijfeigenen ('zielen') bleven ook na hun dood op de zogenaamde revisielijsten staan) op te kopen. Levendig worden de ontmoetingen met deze zeer uiteenlopende personages beschreven.

Tuesday, January 8, 2008

Konosé bo Isla 2008-01: Nachtelijk gerief







De badkamer bevond zich in vroegere tijden buitenshuis of in ieder geval ver van de slaapkamer. Voor het gemak bevonden zich in de slaapkamer twee stoelen, ieder met een gat in het midden waarin een po paste: een voor de heer en een voor de vrouw des huizes.

Vraag: hoe heetten die stoelen in het Papiaments?

Sluitingsdatum: zondag 3 februari 2008

Prijs: een cadeaubon van boekhandel Mensing.

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2007-11: antwoord

Antwoord: Kombles


Er zijn 27 inzendingen waarvan 20 goed.

Verna Lopez
Karin Willems
Papi La Reine
Reginald Römer
Virlène de Lanoy
Nuelette Adams
Winsel Peney
Glyraine Jukema
L.J.Chr. Dee
Ethel Mercera
Jarrod Diels
Clara Hooi
Tony de Haas
Sharine Martina
Ini Statia
Richenel Bulbaai
Mathilde van de Beek
Niels Augusta
Joan Augusta
Tilly Peters
Renny Maduro
Viola Statia
Aida Geerman
Debbie Tomsjansen
Nicole Hagemans
Loeki Peters
Vernon Oostvriesland

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Virlène de Lanoy

Tuesday, December 18, 2007

BON PASKU i FELIS AÑA 2008



Wan Yuana, echadó di baina
a kana lastra tur di banda
dos mushi di ròm den su kana
raspa ku su pata na porta di su kambrada
nèt ora esaki a sali ku un bònder di paña
pa abri na waya.

Doña Ana, mi kambrada, mi a sinti bo falta, bin dunami un brasa.

Doña Ana?... Doña Ana?... Doña Ana ta bo kasá na La Kampana
ami ta Koma Wana, bo pasá di den Sabana
unda bo ta kana lastra ora bo yena bo kana...


(mas den 2008)

Kompader

Ochentista Literario den Foko: salú ku bolo




Kantika di felisitashon


Weis: Happy Birthday to you
Letra: Enrique Muller

Nos (Mi) ta uni ku bo
Pa felisitá bo
Rib’e dia di bo aña
Yen di alegria

Hopi bon deseo
Nos (Mi) ta trese pa bo
Rib’e dia di bo aña
Yen di alegria

Salú ku bolo nos tin
Pa nos por selebrá
Rib’e dia di bo aña
Yen di alegria

Ochentista Literario den Foko


Interkambio entre Eddie Pieters Heyliger, Rina Penso i Bunchi Römer, bou di guia di Aileen Looman.

Sunday, December 16, 2007

Ochentista Literario den Foko

Willemstad – Fundashon pa Planifikashon di Idioma, huntu ku Fundashon Biblioteka Públiko Kòrsou i ku kooperashon di Fundashon Kas di Kultura ta organisá djaluna 17 di desèmber 2007 un aktividat titulá Ochentista Literario den Foko.

Ta remarkabel kuantu persona ku ta aktivo riba tereno di arte, literatura i teatro a kumpli 80 aña e aña akí: e asina yamá ochentistanan literario di Kòrsou! Fuera ku nan a nase e mes aña, esta na 1927, nan tin hopi mas en komun. Aki no ta trata solamente di Elis Juliana (ku ya tabata den publisidat anteriormente), sino tambe di Rina Penso, Eddie Pieters Heyliger, Bunchi Römer i Ruth Zefrin. Aileen Looman ta bai tene un kòmbersashon ku algun di e personahenan akí ku – den interkambio ku públiko – lo konta tokante nan bida, nan karera i nan eksperensia di hopi aña di aporte balioso na desaroyo di idioma i literatura.

Promé ku e kòmbersashon, ku lo tuma lugá den ouditorio di biblioteka públiko, lo pasa un dokumental – na memoria di eskritor Boeli van Leeuwen, kombiná ku lektura ekspresivo for di su obra, na enkargo di Jeroen Heuvel. Mésora su tras ta sigui e dokumental Su solo ta grandi tokante bida i obra di Elis Juliana. Despues di pousa ta pasa un entrevista grabá ku Ruth Zefrin, siguí pa e kòmbersashon ku e otro ochentistanan. Na final di e programa tur presente lo risibí un bríndis, kortesia di Skaloko, kaminda por sigui kòmbersá den un dushi ambiente di Pasku.

Rina Penso, aktris i traduktor
Rina Penso a nase na Kòrsou dia 27 di òktober 1927. Durante 45 aña Rina Penso tabata aktris den vários obra teatral lokal i internashonal, manera Laiza porko sushi (Pygmalion), Gai bieu ta traha sòpi stèrki, Porta Será (Huis Clos di Sartre), Kontami pa mi sa, Kèlki na boka, De Meiden, Nos dianan pèrdí, Kaster pushi etc. Rina tabata kofundadó di Thalia (1967), grupo di teatro konosí ku te ainda ta aktivo. Rina a aktua tambe den diferente pelíkula, entre otro Boka Sanantonio (Pacheco Domacassé), Almacita di Desolato i Ava i Gabriel (Felix de Rooy). Fuera di esakinan Rina tabata miembro di e kor Vivienne Frans & Company (1986-2001). Pa su prestashonnan Rina a risibí diferente premio i kondekoreshon, entre otro premio Colá Debrot (1982). Rina a skibi i duna su aporte na tradukshon di vários teksto (teatral) na papiamentu.

Eddie Pieters Heyliger, traduktor, eskritor i produktor
Eddie Pieters Heyliger a nase na Saba dia 22 di ougùstùs 1927. For di skol básiko Eddie a desaroyá un amor enorme pa buki i esaki tabata fundeshi pa su karera komo eskritor, traduktor, direktor di teatro i produktor di programa kultural na radio. Na 1955 Eddie a debutá komo outor i direktor di e obra teatral Balotage i na 1957 el a presentá su promé tradukshon di un obra di Molière L’Ecôle de Femme. Eddie a bira partikularmente famoso pa su programa di radio Echa Palabra, ku el a presentá durante mas ku 40 aña na Radio Caribe. Eddie ta kere firmemente ku mester duna literatura popular un lugá den nos komunidat i ku mester hasi hopi mas na promoshon di buki, organisá feria di buki i publiká mas, tantu obra original, komo obra tradusí.

Bunchi Römer, aktivista kultural i traduktor
Brunehilda (Bunchi) Römer-Henriquez a nase na Kòrsou dia 6 di febrüari 1927. Despues di Mulo-A na 1944, Bunchi a keda empleá na vários instansia di gobièrnu. Na 1973 Bunchi tabata den e promé grupo ku a risibí diploma di L.O. Papiamentu. Despues di esaki Bunchi a traha komo dosente di papiamentu na Nilda Pinto huishoudschool i na Avond-MTS. Banda di esakinan Bunchi tabata mashá aktivo riba tereno di teatro, komo traduktor i den vários otro funshon. Asina Bunchi a forma parti di e obranan teatral Ami dòkter lubidá, Shon Pichiri, Truffaldino, Sombré di Kabana, Rosa Tatuá, Laiza Porko Sushi, Juancho Picaflor, Golgotha, Rebeldia, Porta Será i hopi mas. Inkontabel ta e kantidat di aktividat ku Bunchi a desplegá komo miembro di diferente organisashon, manera kor Orfeon Crescendo, Konseho Kultural Kòrsou, Thalia, Fundashon Kristòf, Fundashon Pierre Lauffer, Stichting Koningin Beatrix Kinderboekenfonds etc. Komo outor i traduktor Bunchi a aportá na vários publikashon i tradukshon, manera Encyclopedie van de Nederlandse Antillen (1969), Cultureel Mozaïek van de Nederlandse Antillen (1977) i Homenahe na Raúl Römer (1989) i E Kas patras di Anne Frank.

Ruth Zefrin, dosente, inspektor, eskritor, desaroyadó di método
Ruth Zefrin a nase na Kòrsou dia 18 di sèptèmber 1927. Di 1944 te 1954 Ruth tabata meastro di skol, seguidamente direktor di skol (te 1972) i inspektor di enseñansa (te 1988). For di ei te awe Ruth a dediká su mes na desaroyo di método di lesamentu i di skibimentu di buki di lesa pa mucha. Asina Ruth a desaroyá entre otro e método pa siña lesa Lesa bon (1987) i yuda desaroyá e método pa siña hulandes Zonnig Nederlands (1960-1967, 1994), e método Papiamentu nos idioma (1987) i Trampolin 1 i 2 (2003). Resientemente Zefrin su buki di mucha ya klásiko Kumbai a keda reeditá pa FPI (2006). Ruth a skibi diferente teksto pa obra teatral-musikal i a risibí vários premio i kondekorashon. Meskos ku e otro ochentistanan Ruth Zefrin a forma parti di e elenko di grupo di teatro Thalia.


Públiko en general por bin mira i skucha tur e ochentistanan akí djaluna 17 di desèmber próksimo den ouditorio di biblioteka públiko di 6 or di atardi te 9 or di anochi.



Ini Statia (Fundashon pa Planifikashon di Idioma)
Lianne Leonora (Fundashon Biblioteka Públiko Kòrsou)

KOMUNIKADO DI PRENSA
14 di desèmber 2007

Literaire Tachtigers voor het voetlicht

Willemstad – De Fundashon pa Planifikashon di Idioma organiseert, samen met de Fundashon Biblioteka Públiko Kòrsou en met medewerking van de Fundashon Kas di Kultura, op maandag 17 december 2007 de bijeenkomst Ochentista Literario den Foko (Literaire Tachtigers voor het voetlicht).

Het is opmerkelijk hoeveel mensen die actief zijn op het gebied van kunst, literatuur en theater dit jaar 80 geworden zijn: de zogenaamde Literaire Tachtigers van Curaçao! Behalve dat ze in hetzelfde jaar (1927) geboren zijn, hebben ze veel meer gemeen. Het gaat hier niet alleen om Elis Juliana (aan wiens tachtigste al eerder aandacht is besteed), maar ook om Rina Penso, Eddie Pieters Heyliger, Bunchi Römer en Ruth Zefrin.
Aileen Looman zal met een aantal van hen een gesprek voeren, waaraan ook het publiek kan deelnemen en waarin hun leven, hun carrière en hun ervaringen aan bod zullen komen: al die jaren waarin ze hun waardevolle bijdrage aan de ontwikkeling van de taal en de literatuur op ons eiland geleverd hebben.

Vóór het gesprek zal in het auditorium van de openbare biblioteek een documentaire vertoond worden ter nagedachtenis aan de schrijver Boeli van Leeuwen; ook zal Jeroen Heuvel het een en ander uit het werk van Boeli voordragen. Daarna volgt meteen de documentaire Su solo ta grandi over het leven en werk van Elis Juliana. Na de pauze wordt een opgenomen interview met Ruth Zefrin vertoond, gevolgd door het gesprek met de andere Tachtigers.
Na afloop zal er voor iedereen een hapje en een drankje zijn, aangeboden door Skaloko, zodat we in een prettige kerstsfeer kunnen napraten.

Rina Penso, actrice en vertaalster
Rina Penso is geboren op Curaçao op 27 oktober 1927. Meer dan 45 jaar heeft ze rollen vertolkt in lokale en internationale toneelstukken, zoals Laiza porko sushi (Pygmalion van George Bernard Shaw), Gai bieu ta traha sòpi stèrki, Porta Será (Huis Clos van Sartre), Kontami pa mi sa, Kèlki na boka (Bokaal aan de lippen van Colá Debrot), E dos krianan (Les bonnes van Jean Genet), Nos dianan pèrdí, Kaster pushi etc. Rina was medeoprichter van Thalia (1967), een bekende toneelgroep die nog steeds actief is. Ze is ook in verschillende films te zien, onder andere in Boka Sanantonio (Pacheco Domacassé), Almacita di Desolato en Ava & Gabriel (Felix de Rooy). Verder was Rina nog lid van het koor Vivienne Frans & Company (1986-2001). Zij heeft diverse prijzen en onderscheidingen gekregen, onder andere de Colá Debrot-prijs (1982). Rina Penso heeft ook haar bijdrage geleverd aan het schrijven en vertalen van diverse (theater)teksten in het Papiaments.

Eddie Pieters Heyliger, vertaler, schrijver en producent
Eddie Pieters Heyliger is geboren op Saba op 22 augustus 1927. Vanaf zijn lagereschooltijd heeft Eddie een grote liefde voor boeken ontwikkeld, en dit was de basis van zijn carrière als schrijver, vertaler, regisseur en producent van culturele radioprogramma’s. In 1955 debuteerde Eddie als schrijver en regisseur van het toneelstuk Balotage en in 1957 heeft hij zijn eerste vertaling van een stuk van Molière gepresenteerd, L’Ecole des Femmes. Eddie is in het bijzonder bekend geworden door zijn radioprogramma Echa Palabra, dat hij meer dan 40 jaar lang op Radio Caribe presenteerde. Eddie is ervan overtuigd dat literatuur een plaats in onze gemeenschap verdient en dat er veel meer promotieactiviteiten rond boeken georganiseerd moeten worden zoals boekenbeurzen; ook moet er meer in het Papiaments gepubliceerd worden, zowel originele als vertaalde werken.

Bunchi Römer, vertaalster en cultureel activiste
Brunehilda (Bunchi) Römer-Henriquez is geboren op Curaçao op 6 februari 1927. Na haar Mulo-A-diploma in 1944, heeft Bunchi voor verschillende eilandinstanties gewerkt. In 1973 maakte Bunchi deel uit van de eerste groep die het diploma L.O. Papiaments behaalde. Hierna heeft zij als docente Papiaments gewerkt op de Nilda Pinto Huishoudschool en op de Avond-MTS. Daarnaast was Bunchi bijzonder actief op het gebied van theater, als vertaalster en in diverse andere functies. Zo heeft ze haar bijdrage geleverd aan de toneelstukken Ami dòkter lubidá (Le médecin malgré lui van Molière), Shon Pichiri (L’avare van Molière), Truffaldino, Sombré di Kabana, Rosa Tatuá, Laiza Porko Sushi, Juancho Picaflor, Golgotha, Rebeldia, Porta Será (Huis Clos van Sartre) en nog veel meer. De hoeveelheid activiteiten die Bunchi ontplooid heeft voor verschillende organisaties zijn niet te tellen, zoals voor het koor Orfeon Crescendo, de Konseho Kultural Kòrsou, Thalia, de Fundashon Kristòf, de Fundashon Pierre Lauffer, de Stichting Koningin Beatrix Kinderboekenfonds etc. Als auteur en vertaalster heeft Bunchi haar bijdrage geleverd aan verschillende publicaties en vertalingen, zoals de Encyclopedie van de Nederlandse Antillen (1969), Cultureel Mozaïek van de Nederlandse Antillen (1977), Homenahe na Raúl Römer (1989) en E Kas patras van Anne Frank.

Ruth Zefrin, docente, inspecteur, schrijfster, ontwikkelaar van lesmethoden
Ruth Zefrin is geboren op Curaçao op 18 september 1927. Van 1944 tot 1954 was Ruth onderwijzeres, daarna hoofd van een lagere school (tot 1972) en inspecteur van onderwijs (tot 1988). Sindsdien heeft zij zich gewijd aan de ontwikkeling van lesmethoden en aan het schrijven van leesboekjes voor kinderen. Zo heeft ze onder andere de leesmethode Lesa bon ontwikkeld (1987). Ze heeft meegewerkt aan Zonnig Nederlands, een methode om Nederlands te leren (1960-1967, 1994), aan de methode Papiamentu nos idioma (1987) en aan Trampolin 1 i 2 (2003). Onlangs is haar al klassiek geworden kinderboek Kumbai heruitgegeven door de FPI (2006). Ruth heeft verschillende teksten voor toneelstukken en musicals geschreven en heeft diverse prijzen en onderscheidingen gekregen. Evenals de andere Tachtigers maakte Ruth Zefrin deel uit van de theatergroep Thalia.


Iedereen kan komen kijken en luisteren naar al deze Tachtigers op maandag 17 december in het auditorium van de Openbare Bibliotheek van 18.00 tot 21.00 uur.



Ini Statia, Fundashon pa Planifikashon di Idioma
Lianne Leonora, Fundashon Biblioteka Públiko Kòrsou

PERSBERICHT
14 december 2007

Citaat

"Er zijn meer oude zuipers dan oude artsen."

- François Rabelais Frans schrijver 1494-1553
uit: Gargantua (1534)

WEET GIJ WAAR DE WIND GEBOREN

                                              Numquid nosti semitas nubium?

Weet gij waar de wind geboren,
waar de dauw geboren is?
Weet gij kunstig op te sporen
wat hierbij, hierboven is?
Weet gij wat de sterren zijn, en
wat de zon, de mane? Wat
in de bergen, in de mijnen
ligt, en in de zee bevat?
Weet gij iets klaar uit te leggen
van al ‘t geen me u vragen kan?
Antwoordt dan en wilt mij zeggen:
Dichten... wat is dichten dan?
________________________________________

Guido Gezelle
(1830 - 1899)
________________________________________
Toelichting:
Numquid nosti semitas nubium?: Kent gij dan de wegen van de wolken? (Job 37, 16)

Referentie: GUIDO GEZELLE

Nobelprijswinnares hekelt ‘leeg’ internet

Londen, 11 dec. De Britse schrijfster Doris Lessing heeft de aanvaarding van haar Nobelprijs voor literatuur aangegrepen voor een felle aanklacht tegen internet. Volgens haar heeft het nieuwe medium „een hele generatie meegesleept in zijn leegheid".

Wegens haar gebrekkige gezondheid kon Lessing niet persoonlijk naar Stockholm komen voor de uitreiking. Zij hekelde bij een aparte bijeenkomst in haar woonplaats Londen tevens de verbrokkeling in de moderne wereld. Volgens haar is het gewoon geworden dat veel jonge mannen en vrouwen ondanks jarenlang onderwijs „niets van de wereld weten, niets gelezen hebben en alleen maar een bepaald specialisme kennen, computers bijvoorbeeld”.

Lessing (87) contrasteerde de geringe lust bij de westerse jeugd om de rijk gevulde schoolbibliotheken te gebruiken met de honger naar boeken in Afrika. In het bijzonder in Zimbabwe, waar ze zelf opgroeide. Zelfs in dorpen waar mensen al dagenlang niet hebben gegeten, gaan gesprekken vaak over boeken. Door geldgebrek en corruptie hebben de scholen echter geen boeken. In dit verband oefende ze harde kritiek uit op het bewind van president Mugabe.

In algemene zin waarschuwde Lessing dat schrijvers vaak voortkomen uit een omgeving met boeken. „Er komen geen schrijvers uit huizen zonder boeken.” Kritiek had Lessing ook op de toegenomen aandacht voor het uiterlijk en de presentatie van schrijvers en schrijfsters, dikwijls met voorbijgaan aan de inhoud van hun werk.

NRC Handelsblad, 11 december 2007

Het laatste bezoek

Zij opende de brief en begon die te lezen, terwijl zij zachtjes in de stoel schommelde. Zij genoot van de koele middagbries, het was weer een warme dag geweest. De schommelstoel naast haar was leeg. Hij zou die middag wat later komen, stond in de brief, en moest haar iets opbiechten. Opbiechten? Doña Mãi begreep meteen wat hij daarmee bedoelde.
   Zij keek vanaf het balkon naar het volk in de drukke winkelstraat van Otrobanda. Zaterdagmiddag werd het altijd druk in de Breedestraat, in de schaduw van de hoge gebouwen. Het was alsof de mensen bang waren van de zon. Voor haar was het meer dat zij tot het laatste moment wachtten met het inkopen doen voor de vrije zondag. Dit volk deed alles op het laatste moment, dacht Doña Mãi, daarom kwam het niet vooruit. Zaterdagmiddag kwam mijnheer Pastoor altijd op bezoek en zij spraken over het wel en wee van het volk.
   Doña Mãi was een kruising tussen Portugees temperament en Hollandse nuchterheid. Haar lang blond haar stak af tegen haar lichtbruine huidskleur. De doorzichtige blauwe ogen hadden iets magisch en nergens toonde haar gezicht een rimpel. Haar ranke lichaamsbouw straalde kracht uit. Zij droeg een vrolijk gekleurde lange rok die de mode was in die tijd, te vrolijk voor een dame van haar stand, zij was per slot van rekening de echtgenote van een plantage-eigenaar. Haar knieën waren te zien doordat zij de split aan de voorkant van haar rok niet tot de laatste knoop had dichtgemaakt. Het hoorde niet, vonden haar dienstmeiden, vooral niet wanneer mijnheer Pastoor op bezoek kwam.
   Het gesprek van de vorige week speelde door haar hoofd.
   ‘Waar moet het heen met dit volk, Doña Mãi?’
   ‘Dat weet alleen God, meneer Pastoor.’
   ‘Uw man komt steeds minder vaak naar de stad, hij heeft het blijkbaar naar zijn zin op de plantage.’
   ‘Ik treur er niet om en u ook niet, meneer Pastoor.’
   ‘Oh... dat bedoel ik niet, neemt u mij niet kwalijk. Ik bedoel... ik heb de geruchten gehoord over hem en de dienstmeid.’
   ‘De dienstmeid heeft mijn plichten overgenomen op de plantage.’
   ‘Uw man luistert naar haar, baart u dat geen zorgen? Het zwarte volk krijgt het steeds meer voor het zeggen.’
   ‘Het baart mij geen zorgen, mijn rechten heb ik meegenomen.’
   ‘Ik begrijp het, uw kinderen zijn hier, maar voelt u zich niet eenzaam?’
   ‘U houdt mij gezelschap.’
   ‘Uw gezelschap is voor mij een troost, Doña Mãi.’
   ‘Uw gezicht is bezweet, hier hebt u mijn zakdoek.’
   ‘Dank u, het is warm. Jammer, het is weer tijd om te gaan, een goede avond en tot de volgende week.’
   De pastoor was verstrooid, hij had haar zakdoekje in zijn zak gestopt en meegenomen. Hij maakte zich zorgen over het volk, dat meer aandacht had voor de wereldlijke geneugten, dan voor zijn geestelijke welzijn. Iedere zondagavond was er feest aan de Waterkant, waarbij die vervloekte tambú gedanst werd. De pastoor kon zich daar ontzettend over opwinden. Hij had zelfs een keer te paard de menigte uit elkaar gejaagd. Hij kon er urenlang met Doña Mãi over praten. Zelf vond zij dat helemaal niet zo erg. Het volk had het recht om zich te vermaken, als het maar niet alleen bij feesten bleef, daar maakte zij zich meer zorgen over.
   De laatste tijd had de pastoor het steeds vaker over haar. Hij vroeg haar of zij eenzaam was. Het leek haar eerder dat hij eenzaam was. Hij kwam steeds vaker op bezoek, vroeger eens in de maand, nu elke week, sinds haar man minder vaak naar de stad kwam. Zij voelde dat hij haar iets wilde vertellen, iets persoonlijks. Hij had het ook vaak warm, bijna koortsig.

De pastoor was niet laat, eerder iets te vroeg. Hij nam plaats in de schommelstoel naast Doña Mãi. Hij wilde geen thee zoals gebruikelijk, hij had het te warm, gewoon een beetje water. Nee, ook geen stukje pruimentaart.
   ‘Hebt u mijn brief ontvangen?’
   ‘U bent niet laat.’
   ‘Ik heb een paar huisbezoeken overgeslagen.’
   ‘Arme zieltjes, mijn schuld dat zij niet in de hemel komen.’
   ‘Daar komen zij toch niet.’
   ‘Er stond meer in de brief.’
   ‘Ik weet niet hoe ik het moet zeggen, Doña Mãi. Ik voel... ik weet niet wat ik voel. Ik ben mijzelf niet, als ik hier ben. Ik heb de hele week met uw zakdoek op mijn kussen geslapen. Hier hebt u het terug, ik heb het per ongeluk meegenomen, vergiffenis. Begrijpt u ...?’
   ‘Ik begrijp het. U kunt beter niet meer op bezoek komen.’

K.

Konosé bo Isla 2007-11: Komader etc.

Komader / Komèr: de moeder van een petekind en de meter zijn elkaars ‘komader’ of ‘komèr’.

Kompader / Kompèr: de ouders van een petekind noemen de peetoom ‘kompader’ of ‘kompèr’.

Kambrada: vriendin.

Kompinchi: kameraad, handlanger

De minnares van iemands echtgenoot en de betreffende echtgenote zijn elkaars ‘.......’.

Vraag: wat is het ontbrekende Papiaments woord?

Sluitingsdatum: zondag 6 januari 2008

Prijs: een cadeaubon van Music Store.

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

!!PRETTIGE FEESTDAGEN!!

Konosé bo Isla 2007-10: antwoord

Antwoord: Chonchorogai


Er zijn 19 inzendingen waarvan 18 goed.

Karine Willems
Tilly Peters
Mathilde van de Beek
Papi La Reine
Niels Augusta
Max Martina
Joan Augusta
Richenel Bulbaai
Louella Blijden
Winsel Peney
Clara Hooi
Nicole Hagemans
Loeki Peters
Elodie Voorbraak
Sharine Martina
Tony de Haas
L.J.Chr. Dee
Madelyn Francisco
Vernon Oostvriesland

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnaar is Richenel Bulbaai.