Sunday, September 4, 2011

Het zwembad

Zij kwam naast mij zitten in de bus die vanaf het station naar Stratum reed, een woonwijk in Eindhoven. De bus was praktisch leeg. Ik schoof tot tegen het raam aan om plaats voor haar te maken. Zij had lang blond haar dat heel even mijn wang streelde toen zij met haar slanke vingers erdoor streek. Mijn hart klopte in mijn keel.

‘Waar kom je vandaan?’ vroeg zij.
‘Uit Curaçao,’ antwoordde ik schor.
‘Later, na mijn studie, wil ik in het onderwijs bij jullie in Suriname.’
‘Curaçao,’ verbeterde ik haar tevergeefs.

Zij was eerstejaarsstudente aan de Pedagogische Academie. Ik weet niet meer hoe zij heette. Marloes, misschien. Dat is een mooie naam, zij was heel mooi. Op Curaçao kende ik Sonia, Diana, Jacqueline en Norma, maar allemaal hadden kroeshaar. Marloes had lang blond haar.

‘Ik moet bij de volgende halte uitstappen, ‘ zei ze en drukte op de knop, ‘zullen wij afspreken?’
‘Goed,’ antwoordde ik, terwijl allerlei gedachten door mijn hoofd speelden. Kon zij soul dansen? De bus stopte.
‘Woensdagmiddag drie uur, Sportfondsenbad,’ zei ze snel en rende naar de uitgang.

Woensdagochtend hadden wij zwemles. De schoolbus van Lan, de chauffeur, bracht ons van school naar het rifzwembad. Daar wachtte Bennie ons op. Woensdagochtend betekende voor ieder kind iets anders. Sommigen waren blij, anderen waren bang. Tijdens de zwemles kon je de kinderen verdelen in vier groepen. De kinderen met een zwemdiploma hadden het meeste aanzien. Zij mochten vrij zwemmen en van de springplank duiken. Zij hadden veel plezier. De tweede groep waren de kinderen die al konden zwemmen, maar nog geen diploma hadden. Zij moesten nog netjes, dat betekent volgens de regels, leren zwemmen bij Bennie. De derde groep waren de kinderen die niet konden zwemmen en het ook niet leerden. Dat kon ook niet in die paar lessen die wij kregen, want de schoolbus was de helft van het schooljaar kapot. De vierde groep waren de kinderen die aan de kant zaten, hetzij omdat zij van hun ouders niet mee mochten doen of omdat zij zo’n kabaal hadden gemaakt van de angst dat Bennie hen uit het bad had gestuurd. Ik hoorde bij de derde groep, hoewel ik mij als jongen van het Rif best kon behelpen in het water.

‘Waar is het Sportfondsenbad?’ vroeg ik aan een ouderejaarsstudent uit Curaçao. Ik was pas een week in Nederland.
‘Het Sportfondsenbad, wat moet je in het Sportfondsenbad?’ vroeg hij met een lichte spot in zijn stem.
‘Ik heb een afspraak,’antwoordde ik trots, ‘met een meisje met lang blond haar.’
‘Alle meisjes hier hebben lang blond haar.’
‘Ja, maar niet zo lang en niet zo blond als zij,’ en niet zo mooi, wilde ik eraan toevoegen, maar ik hield mij in omdat hij mij aankeek alsof ik van Mars kwam.
‘Enfin, je moet het zelf weten, in Tongelre’ zei hij en legde mij uit hoe ik naar Tongelre moest fietsen.

Het was maandag en het bleef maandag, want de klok stond stil. Woensdagmiddag drie uur kwam niet snel genoeg. Ik moest ook een zwembroek kopen, want die kwam niet voor in het lijstje dat Tirso Sprockel opnoemde tijdens de voorlichtingavond voor bursalen.

Klokslag drie uur stond ik in mijn zwembroek aan de rand van het zwembad. Ik zag een blond meisje mijn kant op kijken. Ik sprong in het water en spartelde naar haar toe. Op dat moment hoorde ik een fluitsignaal en een schreeuw. ‘Prrriet. Eruit jij, jij kunt niet zwemmen.’ Ik klom uit het water.
Marloes stond aan de kant en hield de hand vast van een pikzwarte jongen. ‘Maak kennis met mijn vriend Umbumbu,’ zei ze, ‘hij komt uit Afrika.’

No comments: