Thursday, October 30, 2008

Konosé bo Isla 2008-11: Gezegden / ekspreshon

Vraag: Wat bedoelt men met het volgende gezegde: ‘Kombitu sin noi ta fiesta di kachó’?

Pregunta: Kiko nan ke men ku e siguiente ekspreshon: ‘Kombitu sin noi ta fiesta di kachó’?

Sluitingsdatum: zondag 7 december 2008

Prijs: een cadeaubon van Candybarrel .

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2008-10: antwoord

Antwoord:

‘Tot de oudste liederen zullen de ‘cantica di bula bai’ uit de slaventijd behoren, die bezongen hoe de Luango-negers hun vernederende positie uit de slavernij konden ontvluchten, omdat ze naar Afrika konden vliegen zolang ze in het nieuwe land nog geen zout gegeten hadden.’ (Wim Rutgers, Beneden en boven de wind)

Er zijn 13 inzendingen, waarvan 6 goed:


Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Sheila Payne

Sunday, October 19, 2008

Zomercarnaval

De felle zon weerkaatst tegen de glazen wand van het hoge gebouw van de Nationale Nederlanden naast het station en schijnt vanuit twee richtingen in mijn gezicht. De echte zon staat in het westen. Een groep agenten overlegt voor het kantoor van het RET, het Rotterdamse openbaar vervoerbedrijf. Er is veel blauw op straat. Een bomvolle lijn vier stopt bij de tramhalte en stroomt leeg, niemand spreekt Nederlands. Er is veel zwart op straat. Op het pleintje voor het Westin hotel delen vijf lieftallige blonde tienermeisjes flesjes water uit. Een eindje verder duwt een bruin meisje met groene ogen en krulhaar mij een OLA ijslolly in de hand, gratis. Zij glimlacht tegen mij. Ik glimlach terug en blijf staan, maar zij glimlacht alweer tegen een andere voorbijganger.

Ik loop door en laat mij meesleuren met de stroom mensen in de richting van het centrum. Uit de verte klinkt muziek, geen hoempapa, maar salsa, of is het een steelband? Op de trottoirs zitten de mensen rustig te wachten, kinderen spelen. Ik ben nog in de alcoholvrije zone. Het nuttigen van alcoholische dranken is alleen toegestaan op het Stadhuisplein, de Coolsingel en omgeving. Een man loopt met een beker bier in zijn hand. Hij wordt aangesproken door twee agenten, een man en een vrouw. Hij reageert verongelijkt. ‘Ik mag toch drinken waar ik wil? Dit is toch een vrij land?’ De agenten weten hem te overtuigen. Hij gooit het bier op de schoenen van de mannelijke agent en smijt de beker op de grond. De agenten schudden het hoofd en lopen door.

Ik loop op de Lijnbaan, alle winkels zijn open, wat een drukte. Opeens ruikt het Surinaams lekker: kipsaté, nasi, bami, barra. Achter het kraampje staan twee Hindoestaanse vrouwen te zweten. Ik koop een portie satés en een fles water. Zes euro vijftig, jeetjemina. Het water is niet koud. Het verse sinaasappelsap van het kraampje ernaast ook niet.

Zonder er erg in te hebben arriveer ik bij de Erasmusbrug. Daar staan de groepen klaar om te vertrekken. De brassband van de eerste groep speelt al, weifelend nog. Het publiek staat te kijken alsof er een begrafenisstoet aankomt. In de groep helpt een vrouw met een dikke buik en een piercing in haar navel een andere vrouw met een nog dikkere buik een te kort rokje omhoog trekken. Haar bruine gezicht is mooi opgemaakt, het haarvet glinstert in de zon en druipt langs haar nek over haar naakte brede schouders bestrooid met glitters. Het startsein klinkt, de groepen zetten zich in beweging, het zomercarnaval van Rotterdam is begonnen.

Ik loop langs de kant mee, ‘second line’ heet dat in New Orleans. De dansers in de groepen doen hun best om gezellig te zijn, niet iedereen heeft het ritme te pakken. Er dansen ook robots mee. Het publiek kijkt koeltjes toe. Op de Coolsingel slaat het om, iedereen raakt plotseling los, de muziekgroepen komen op dreef. De mensenmassa staat tien rijen dik langs de weg te kijken, alleen de toppen van praalwagens zijn nog te zien. Ik kom bij McDonald’s aan en waan mij op Curaçao. Daar staat iedereen die ik in geen jaren gezien heb. ‘Kompader, ki tin, mi brò?’ ‘Chikí, ik dacht dat je dood was.’

Ik wil doorlopen, maar het gaat niet. Ik kan noch vooruit, noch achteruit. Dan maar een biertje drinken, ik bestel een Polar. Nee, die kennen ze niet. Een Antilliaanse vrouw verkoopt gebakken vis, mulá, vers uit Curaçao, vijftien euro, geen geld.

Plotseling moet ik aan de kant, een blinde Curaçaoënaar met een donkere bril op komt met zijn stok aanlopen. Tik, tik, tik. Ik schat hem een jaar of vijftig. Hij loopt naar het toilet, iedereen laat hem langs, hij hoeft ook niet te betalen. Na een poosje komt hij terug, zichtbaar opgelucht. Hij loopt naar zijn groep vrienden. Tik, tik, tik. Bij de groep aangekomen doet hij lachend de donkere bril af en fluit naar een meisje in hotpants dat net voorbijloopt. Heeft Rita Verdonk toch gelijk?

K.

Een syllepsis

‘Hij nam iets uit de brandkast dat van een ander was, daarna een vrouw die ook van een ander was en tenslotte de benen.’

Godfried Bomans

Sunday, October 12, 2008

Dierengeluiden

We weten dat er in de tijd van de slavernij liederen gezongen werden, maar we weten niet meer welke, noch hoe de oorspronkelijke vorm was.

De oudste pogingen tot schriftelijke vastlegging, die jammer genoeg nooit teruggevonden zijn, dateerden al van voor 1863. Een van de eerste eigenaars van San Pedro noteerde in een aantal schriften de verhalen, gebeurtenissen en gebruiken die hij hoorde en zag. We zouden in deze plantage-eigenaar de eerste Curaçaose folklorist kunnen zien. Maar alle materiaal is door brand verloren gegaan. Daarnaast waren er al vroeg enkele Europese onderzoekers die vastlegden wat ze zagen, zoals een oude man van in de tachtig aan pater P.H.F. Brenneker nog in de jaren zestig vertelde: ‘Eens kwamen de vier eigenaren van Koraal Specht bijeen, en riepen de bomba's [opzichters] van de slaven. Dezen moesten werkliedjes zingen in het gené, en de heren schreven ze op. Ze stuurden ze naar Holland ter onderzoek en kregen als antwoord terug, dat het vooral teksten waren ontleend aan dierengeluiden.’

(Wim Rutgers, Beneden en boven de wind)

Wan Yuana

Wan Yuana, echadó di baina
a kana lastra tur di banda
dos mushi di ròm den su kana
raspa ku su pata na porta di su kambrada
nèt ora esaki a sali ku un bònder di paña
pa abri na waya.

Doña Ana, mi kambrada, mi a sinti bo falta, bin dunami un brasa.

Doña Ana?... Doña Ana?... Doña Ana ta bo kasá na La Kampana
ami ta Koma Wana, bo pasá di den Sabana
unda bo ta kana lastra ora bo yena bo kana.

Loke sea, yuana pa yuana tur ta yuana
mi a bini pa regla bo kuenta.

Regla ken su kuenta?
Bo ni por para
riba bo kuater patanan.
Bin yudami kologá paña na waya.

Laga e pañanan para, solo ni a sali
ban paden pa nos kanta.

Awe t’abo so lo kanta
nos delaster kansion a lagami
ku un kantidat di kriatura
ku niun bo n’ ke kria.

Koma Wana, Sabana ta kankan di mata
bo kriaturanan por kuida nan mes kurpa
ademas tur su kara parse Shon Pa bo kasá.

Shon Pa ta ni papia, te p’e kanta.

Wèl, nos ta kanta Aleluya, un refran so, ban.

Lagami lòs, ni un, ni dos refran, kuminsá kana
pa bo yega serka Ana na La Kampana
promé ku Shon Pa baha warda.

Wan Yuana a keda ku gana
i tur di banda el a kana
lastra den direkshon di La Kampana.

Yegando La Kampana, djaleu el a tende Ana ta kanta.

Hepa, esaki ta straño, Ana no gusta kanta
tur ora su kurpa ta kansá, ta kiko ta pasa?

Kouteloso el a gatia yega serka, rèk wak na bentana
kurioso pa mira ta kiko ta pone Ana kanta ku tantu gana.

Ora su wowonan a kustumbrá ku e skuridat, el a mira Doña Ana
i Shon Pa den koro ta kanta Gloria, keriendo ku Wan
ta serka Koma Wana ta kanta Aleluya.

(For di e buki 'Komehein ta traha kas pa prikichi buta aden' di Kompader)

Sunday, October 5, 2008

Konosé bo Isla 2008-10: Vrijheid

Vraag: Van welke slaven vertelde men in de slaventijd dat zij naar Afrika konden terugvliegen en zo hun vrijheid terugkregen?

Sluitingsdatum: zondag 2 november 2008

Prijs: een cadeaubon van The Movies .

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2008-09: antwoord

Antwoord:

Droevig eiland droevig volk
droevig eiland in de kolk
van de maalstroom van de maalstroom
droevig eiland zonder tolk.


Er zijn 9 inzendingen, waarvan 7 goed:

Loeki Peters
Jules Marchena
Yolanda Chakoetoe
L.J.Chr. Dee
F. d..S..T..
King Yen Yung
Joan Augusta
Carol Dick
Frans Kapteijns

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Yolanda Chakoetoe

Saturday, October 4, 2008

Ban ban lesa un ròndu

Willemstad – Om te vieren dat er weer een boekenpakket verschenen is en om dit aan het publiek te presenteren, organiseert de Fundashon pa Planifikashon di Idioma (FPI) samen met Gallery Alma Blou een voorleeswedstrijd met de naam Ban ban lesa un ròndu op vrijdag 10 oktober, 18.30 uur in Landhuis Habaai.

Iedereen is welkom en als men 14 jaar of ouder is, kan men inschrijven voor de wedstrijd. Deelnemers krijgen verhalen uit Wazo riba ròndu van Elis Juliana voor te lezen, en er zijn prijzen te winnen. Ook zullen enkele auteurs van de boeken uit het boekenpakket iets uit hun werk voordragen.

Al enkele jaren produceert de FPI boekenpakketten voor leerlingen van het voortgezet onderwijs, en deze werken zijn vaak verplichte literatuur op de scholen geworden. In 2004 verscheen pakket 1 met vier titels voor leerlingen van de brugklassen, in 2006 pakket 2 met drie titels voor de tweede klassen en onlangs in 2008 pakket # 3 voor de derde en vierde klassen van HAVO, VWO en VSBO. Dit laatste pakket besteedt aandacht aan de verschillende genres, poëzie, novelle, toneel en korte verhalen. Het gaat om de volgende titels en auteurs:

Bos di buriku, van Philip A. Rademaker. De gedichtenbundel (62 pagina’s) is een heruitgave van 37 gedichten die in 2000 verschenen zijn. De dichter Philip (Fifi) Rademaker geniet ook bekendheid als acteur, voordrachtkunstenaar en schilder. Fifi gelooft in de kracht van het woord. Hij beheerst het Papiamentu voortreffelijk, zijn gedichten zijn klankrijk en beeldend.

Katibu di shon van Carel de Haseth. De novelle (67 pagina’s) gaat over de gebeurtenissen rond de slavenopstand van 1795. Het perspectief ligt zowel bij een van de leiders van de opstand, als bij de zoon van de meester en eigenaar van plantage Knip. Katibu di shon is voor het eerst gepubliceerd in 1988 en was tijdens cursussen LO Papiamentu een verdienstelijk studieobject voor verhaalanalyse. Ook in het buitenland is de novelle bekend geworden door de vertalingen in het Nederlands (Slaaf en Meester) en Duits (Sklave und Herr).

• De toneelstukken Nos no ta hende mas en Den nòmber di tata van Albert Schoobaar zijn met veel succes op bijna alle middelbare scholen van Curaçao en Bonaire opgevoerd. De auteur vertolkte zelf de hoofdrol in beide stukken. Het gaat om teksten die mensen aan het denken zetten, en op een indringende manier pijnlijke situaties voor het voetlicht brengen. De FPI heeft deze twee toneelstukken in een boek van 113 pagina’s samengebracht.

• De FPI heeft ook Wazo riba ròndu van onze grote auteur Elis Juliana opnieuw uitgegeven. De heruitgave behelst alle 121 verhalen (368 pagina’s). Wazo, het alter ego van Elis Juliana, is heel Curaçao rondgetrokken en heeft de mensen in hun dagelijkse leven geobserveerd. Met veel humor en ironie beschrijft Wazo de sfeer van de jaren zestig op Curaçao.

De presentatie van deze boeken vindt plaats tijdens de literaire voorleeswedstrijd Ban ban lesa un ròndu. Iedereen is welkom. Voor meer informatie en/of inschrijven kunt u bellen/mailen naar Ini Statia: tel. 8691166, e-mail: i.statia@fpi.an

Sunday, September 28, 2008

What a wonderful world

Crazy

Vooruitblik

Op een rots in het Schottegat spreekt Jan van Gent tegen zijn zoontje in het nest.
‘Moet je eens luisteren, zoon, op deze rots zal de economie van dit eiland gebouwd worden.’
‘Visje, visje,’ krijst Jantje van Gent.
‘Visje, visje, jij altijd met je hongerige buik, het leven is meer dan alleen maar eten. Luister, wat ik je ga vertellen is goed voor je algemene ontwikkeling. Op deze rots zal een imperium verrijzen dat het gezicht van dit eiland voorgoed zal veranderen. Er zal voorspoed en welvaart komen voor alle inwoners. Gonzende fabrieken, glimmende tanks, rokende schoorstenen, lange pijpleidingen worden gebouwd. Landskinderen van Banda Riba tot Banda Bou worden tewerkgesteld. Zij zullen iedere zaterdagmiddag geld ontvangen in een zakje, dat zij diezelfde avond nog opmaken aan eten, drinken en feesten. Er zullen mensen uit andere landen komen: Makambas uit Holland, Matis uit Suriname, Bedjis van de Bovenwinden, Kompaders uit Madeira. Iedereen krijgt een plaats. De Makambas krijgen grote huizen met mooie tuinen, dag en nacht bewaakt, de vrouwen hoeven niet te werken en liggen de hele dag aan het strand; de Matis hun eigen dorp, geur van roti, pom en pastei, de vrouwen staan de hele dag in de keuken; de Kompaders krijgen barakken, kaki werkpakken en poetslappen, muito obrigado; de Bedjis zoeken het maar uit.’
‘Visje, visje!’
Janneke van Gent komt thuis. ‘Heb je die jongen nog geen eten gegeven? Wat zit je daar tegen hem te wauwelen, heb je al rum gedronken, zo vroeg al?’
‘Rustig, rustig, vrouwtje, je praat als een viswijf. Ik ben de jongen algemene ontwikkeling aan het bijbrengen.’
‘Wat voor algemene ontwikkeling? Wat voor ontwikkeling heb je zelf, anders dan jatten op de kade?’
‘De pot verwijt de ketel, laat mij in je tas kijken wat je zelf op de kop hebt getikt.’
‘Hou je handen thuis. Wat was je aan het vertellen?’
‘Een droom, een kans voor dit eiland. Kijk wat een mooie haven, het is toch zonde om die onbenut te laten. Hier kun je een prachtige industrie neerzetten. Op een van mijn vluchten heb ik gezien dat zij ginder op het vaste land een zwarte blubber uit de zee halen. Daar moet iets mee te doen zijn en dat kunnen wij mooi hier doen. Ginder schieten zij om de haverklap de leider van zijn sokkel. Hier hebben wij een stabiel politiek klimaat.’
‘Nou zeg, dat klinkt geleerd. Heb je marihuana gerookt?’
‘Marihuana bestaat niet. Luister naar mijn droom. Er komen schepen die de zwarte blubber meebrengen en andere schepen brengen de verwerkte producten weer weg. Al die schepen moeten een keer gerepareerd worden. Dat doen wij ook hier. Het wordt druk in de haven.’
‘En wij zijn ons nest kwijt.’
‘Je kunt ook niet alles tegelijk hebben. Het wordt niet alleen druk in de haven, het wordt druk op het hele eiland. Dat noemt men welvaart.’
‘Die zwarte blubber lijkt mij wel smerig. Ik zou het wel jammer vinden als alles onder die troep komt.’
‘Wat wil je nou voor het eiland? Groene bomen, blauwe zee, witte stranden, waar je geen sikkepit aan hebt, of wil je geld?’
‘Kan het niet allebei?’
‘Nee, vrouwtje, daar kun je met je vogelverstand niet bij. Het is of het een of het ander. Maar voorwaar, ik zeg je, er zullen over negentig jaar valse profeten opstaan die verkondigen dat je ook op andere manieren geld kunt verdienen. Dat de hele santenkraam niets meer waard is dan oud roest en moet worden afgebroken. Dat de rook uit de schoorstenen de mensen ziek maakt. Wat wil je, honger is ook slecht voor de gezondheid.’
‘Onze kleinkinderen blijven met hun vleugels vastzitten in het zwarte meer dat zij volstorten.’
‘Dat is van later zorg.’

K.

Friday, September 19, 2008

Een mensenleven

‘Wij hebben toch wat meegemaakt in een mensenleven, de eerste mens op de maan bijvoorbeeld.’
‘Je wordt oud, schat, als mensen beginnen te zeveren over vroeger dan worden ze oud.’
‘Wij worden allemaal oud, de klok tikt even snel voor ons allemaal. Wat ik bedoel is dat er heel wat belangrijke dingen zijn gebeurd die wij bewust meegemaakt hebben. Weet je nog hoe de eerste man op de maan heette?’
‘Vergeet niet dat ik tien jaar jonger ben dan jij.’
‘Neil Armstrong, 21 juli 1969.’
‘Toen was de rook in Punda en Otrobanda nog niet opgetrokken.’
‘That's one small step for man, one giant leap for mankind.’
‘Wat? Dertig mei?’
‘Nee, dat zei Neils Armstrong. En dan Fidel Castro, tien jaar eerder.’
‘Ik was toen nog niet geboren.’
‘Mijn oom was een grote bewonderaar van Fidel. Als hij van het werk thuiskwam zei hij altijd, ‘llegó un Cubano’. Wij liepen hem tegemoet en droegen zijn tas voor hem. Hij had altijd een stukje brood over en daar mochten wij om vechten.’
‘Ik dacht dat je oom bij de Shell werkte, niet echt een revolutionaire club. Wat voor werk deed hij?’
‘Hij was chauffeur van de directie. Twee keer in de week bracht hij de echtgenotes naar het directiestrand bij Caracasbaai, hij nam soms ook zijn zwembroek mee.’
‘Een rasrevolutionair dus.’
‘En de moord op John F. Kennedy op 22 november 1963 in Dallas. Ik kwam net uit school toen wij het bericht hoorden. Ik zat op de MULO. Heel Curaçao was geschokt.’
‘Precies drie jaar later sterft Dòktor da Costa Gomez. Dat had er toch niets mee te maken, of wel?’
‘Praat geen onzin. Dòktor is gestorven aan een longontsteking.’
‘Ze zeggen van de ellende. Maar hou op met dat gezeik en ga liever twee biertjes halen uit de koelkast.’
‘Juny, haal even twee koude biertjes voor deze twee oudjes, neem er zelf ook een. Deze nog, de zonsverduistering van 26 februari 1998. Weet je nog? Een boze luisteraar belde een radiostation op om te vragen waarom de verduistering op een doordeweekse dag onder werktijd plaats moest vinden en waarom gobièrnu er niet voor kon zorgen dat het naar zondag verschoven werd, zodat de gewone man ook kon kijken.’
‘Je liegt, je hebt je roeping gemist, je moest schrijver worden met die verhaaltjes van jou.’
‘Ik heb het met mijn eigen oren gehoord.’
‘Gaat moeilijk met andermans oren. Ik heb er zelf ook een paar.’
‘Oren?’
‘Nee, historische gebeurtenissen. 3 Januari 1970?’
‘Mmm..., 3 januari 1970, laat mij denken..., kabinet Petronia?’
‘Nee, nog erger, het einde van de muziek. De Beatles vallen uit elkaar, onderlinge ruzie.’
‘Hoezo het einde van de muziek? De tumba floreerde, Boy Dap wordt drie keer tumba koning met Estrellas del Caribe, in theater Roxy volgens mij en daarna weer twee keer in SUBT stadion, Doble R wordt opgericht...’
‘Ik had het over muziek.’
‘Je discrimineert.’
‘Niet boos worden, nu een laatste. 15 december 2008?’
‘Begin van het einde. Welterusten.’

K.

Sunday, September 7, 2008

Konosé bo Isla 2008-09: Kwatrijnen uit Fort Amsterdam, Cola Debrot

Droevig eiland droevig volk
droevig eiland in de kolk
van de maalstroom van de maalstroom
??????????????????????????


Vraag: Maak het bovenstaande kwatrijn van Cola Debrot af.

Sluitingsdatum: zondag 5 oktober 2008

Prijs: een cadeaubon van Boekhandel Mensing .

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2008-08: antwoord

Antwoord: De boom staat op Scharloo op het terrein waar de Vijf Zinnen heeft gestaan tussen MCB en Kas di Kultura.

Er zijn 15 inzendingen, waarvan 14 goed:

Erich Rene
Max Martina
Willy Maal
Crisen Schorea
Tamira La Cruz
Ed Nahar
Norman Levens
J.T. Emers
Yolanda Chakoetoe
Winsel Peney
Carol Dick
Lida Pandt
Niels Augusta
Joan Augusta
L.J.Chr. Dee

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnaar is Erich Rene

Sunday, August 24, 2008

De Koning

Wij zaten met een groep vrienden in de kantine en hadden net het bericht ontvangen dat Martin Luther King doodgeschoten was. Wij keken verslagen voor ons uit. In de kantine zaten hoofdzakelijk jongens, een enkel meisje, zij studeerde werktuigbouwkunde en zag er niet uit. In haar vrije tijd repareerde zij auto’s. De kantinejuffrouw lonkte naar ons, zij had lang blond haar en een mooi gezicht, een jaar of twintig.

‘Het is zijn eigen schuld,’ zei een getikte vriend.
Wij reageerden niet. Wij reageerden nooit als hij iets zei. De kantinejuffrouw kwam de tafel afruimen.
‘Wij moeten vanavond iets organiseren,’ opperde een vriend met een Jimmy Hendrix afro, ‘een black culture avond.’
‘Dat doen we,’ reageerde de mafkees, ‘daarna gaan wij naar de stad en timmeren de eerste en de beste makamba die wij tegenkomen in mekaar.’ De kantinejuffrouw glimlachte, ze had rotte tanden.

Die avond trommelden wij iedereen op, studenten en arbeiders, werkend of niet werkend, wij maakten geen onderscheid. De trompet van Miles Davis klonk schel, Miles in the Sky.
‘Wat staat op het programma?’ vroeg een niet werkende arbeider.
‘Martin Luther King is vermoord.’
‘Wij breken de stad af!’ sprak hij fel en stak een jointje op. ‘Een trekje?’ ‘Nee, dank je.’

Drie meisjes met korte rokken en dikke bruine dijen kwamen binnen.
‘Wat een herrie,’zei de tofste van de drie, ‘hebben jullie geen betere muziek? Say it loud - I’m black and I’m proud, James Brown, daar kun je tenminste op dansen.’
‘Wij hebben geen feest, Martin Luther King is dood.’
‘O jee, een vriend van jullie?’
‘Mijn oom,’ antwoordde de mafkikker.
‘Wie heeft Frantz Fanon gelezen?’ vroeg Jimmy Hendrix. ‘Black Skin, White Masks, een geweldig boek, ik heb het bij me, ik kan er een stukje uit voorlezen.’
‘Niet moeilijk doen, professor,’ reageerde de toffe meid, ‘wij weten dat je slim bent, wat heb je nog meer bij je, rode libanon?’

‘Niggers are scared of revolution
But niggers shouldn't be scared of revolution
Because revolution is nothing but change
And all niggers do is change.’
‘Dat kennen jullie niet,’ schepte de gesjeesde vriend op. Iedereen bleef stil. ‘Dat gedicht heb ik gehoord in New York, toen ik laatst daar was.’
‘Je bent nooit in New York geweest, flippo,’ zei het meisje terwijl zij een stukje rode libanon in een vloeitje verbrokkelde, ‘je bent niet verder gekomen dan Amsterdam.’

Jimmy Hendrix haalde zijn mondharmonica tevoorschijn en begon een blues te spelen die hij zelf gecomponeerd had: ‘Kòrsou na kandela Blues’. Het was een profetisch lied over de uitbuiting van arbeiders op Curaçao. Het meisje blies een rookwolk in zijn gezicht.
‘Vertel ons liever van die Martin van jullie, in plaats van die onzin te zingen. Waaraan is hij doodgegaan?’
‘Zalig zijn de simpelen van geest,’ zei Jimmy Hendrix en borg zijn mondharmonica op, ‘in welke grot wonen jullie?’
‘In de grot van je m..., breek me de bek niet open.’
‘Gaan wij de stad nog afbreken?’ vroeg de niet werkende arbeider.

Veertig jaar later zit ik voor de televisie en ik kijk naar CNN. De einduitslag van de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten is net binnen. Een zwarte Amerikaan heeft gewonnen. Ik bel de kale Jimmy Hendrix op. ‘The King is dead, long live the King’, zegt hij.

K.

Friday, August 22, 2008

Churandy, Kabayero noble (un ehèmpel, un inspiradó i nos tesoro)

Kabayero noble, nos héroe Churandy Martina
Bo nòmber ta mentá den prensa i den tur skina

Na weganan Olímpiko, ainda bo no a logra plata ni oro
Pero pa Antia i sigur Kòrsou , semper lo bo keda nos tesoro

Bo ta un gran ehèmpel pa hubentut
P’esei nos mester paga bo ku gratitut

Den bo bida bo a salta hopi momentunan di goso
Den kuadro di hasi bo máksimo esfuerso

Hopi di loke bo ta poseé i tin
Bo a laga mundu henter mira for di Beijing

Todopoderoso realmente a bendishoná bo ku un don
Basá riba bo prestashon, mundu awor sa ku bo ta super bon

Un kos ta sigur, fo’i Banda Riba te Banda Bou
Tur hende ta anhelá bo yegada aki na Kòrsou

Abo huntu ku tur e otronan ku a presta i bira famoso
Lo inspirá nos hendenan pa hasi Kòrsou un pais grandioso

Señor guiá bo i warda bo bou di su protekshon
I drama pa bo i henter bo famia su bendishon


Teresa (Techi) Koeiman-Doran
Kòrsou, 21 di ougùstùs 2008

Thursday, August 21, 2008

Thursday, August 14, 2008

Grote Banaan uit Afrika (een kinderliedje)

De grote banaan uit afrika die danste de hele dag van je bi boe ba ba nanana.
En iedereen die het zag zei; hé waar komt die banaan vandaan hé waar gaat ie naar toe?
We dansen die banaan achterna van je bie boe ba la loe.

De grote banaan uit afrika die keek toen heel verwonderd.
De mensen zongen bi boe ba
Het waren er wel honderd ze dansten naar het warme strand
en riepen met z'n allen lang leve het bananen land
En trap niet op de kwallen bi boe banana loe.

De grote banaan uit afrika die danste de hele dag van je bi boe ba ba nanana.
En iedereen die het zag zei; hé waar komt die banaan vandaan, hé waar gaat ie naar toe?
We dansen die banaan achterna van je bie boe ba la loe.

De grote banaan uit afrika begon opeens te rennen.
Hij wilde naar het water toe om lekker te gaan zwemmen,
hij trok zijn gele jasje uit en sprong toen in de golven.
daar werd hij door een hoge zee haast helemaal bedolven bi boe banana loe.

Die blote banaan uit afrika die zwom toen de hele dag,
want hij ging terug naar afrika en iedereen die het zag zei;
hé waar zou die banaan heen gaan hé waar gaat ie naar toe?
Hij zwemt terug naar Afrika van je bie boe ba la loe.

Leesplankje

Wednesday, August 6, 2008

Top 100 movie quotes (a selection)

1. "Frankly, my dear, I don't give a damn." Clark Gable as Rhett Butler in Gone With the Wind (1939)

2. "I'm going to make him an offer he can't refuse." Marlon Brando as Vito Corleone in The Godfather (1972)

8. "May the Force be with you." Harrison Ford as Han Solo in Star Wars (1977)

22. "Bond. James Bond." Sean Connery as James Bond in Dr. No (1962)

41. "We rob banks." Warren Beatty as Clyde Barrow in Bonnie and Clyde (1967)

42. "Plastics." Walter Brooke as Mr. Maguire in The Graduate (1967)

53. "One morning I shot an elephant in my pajamas. How he got in my pajamas, I don't know." Groucho Marx as Capt. Geoffrey T. Spaulding in Animal Crackers (1930)

56. "A boy's best friend is his mother." Anthony Perkins as Norman Bates in Psycho
(1960)

63. "Mrs. Robinson, you're trying to seduce me. Aren't you?" Dustin Hoffman as Benjamin Braddock in The Graduate (1967)

85. "My precious." Andy Serkis as Gollum in The Lord of the Rings: The Two Towers
(2002)

90. "Shaken, not stirred." Sean Connery as James Bond in Goldfinger (1964)

Tuesday, August 5, 2008

Culturele curiositeit

Papiamentu mocht niet op schoolplein. ‘Ki falta bo, sua?’ Pats! Een draai om mijn oren van Frater Dismas. De polsen van Frater Dismas waren even dik als mijn dijbenen. Hij had dubbele letter, wat betekende dat zijn klappen extra hard aankwamen. Dit gebeurde op een onbewaakt moment, want wij hadden altijd iemand op de uitkijk wanneer wij in een groepje stonden te praten. Als de frater aankwam, gaf Witte Veder een signaal en dan deden wij waar wij het beste in waren, zwijgen in alle talen.

De fraters waren ervan overtuigd dat het spreken van Papiamentu de hersenen aantastte, waardoor de intelligentie achteruitging. Intelligentie was toen nog niet normaal verdeeld.

Ik was een jaar of vijf, zes en sprak thuis, op straat, in de winkel en in de kerk Papiamentu. Voor zover ik mij kan herinneren spraken alle jongens in mijn klas thuis Papiamentu, behalve, nu ik erover nadenk, de zoon van een arts die zijn praktijk op het Rif had, maar hij sprak ook Papiamentu op het schoolplein.

Ondanks de terreur deden wij het niet slecht op school. Op ons schoolrapport stond een merkwaardige vermelding ‘groep’ geheten en die liep van één tot vijf. Tot de eerste groep behoorden de beste leerlingen en de slechtste tot vijfde groep. ‘Mi ñetu mayó a sali eerste groep, mijn oudste kleinkind is in de eerste groep uitgekomen,’ riep mijn grootmoeder luid in de straten van Otrobanda. Aan de indeling van de zitplaatsen in de klas kon men de schoolresultaten aflezen, de eerstegroepers zaten op de eerste rij, daarachter de tweedegroepers, enzovoorts. Hoewel de vijfdegroepers officieel helemaal achterin zaten, waren zij meestal druk in het weer met het opknappen van karweitjes voor de frater: koffie halen, plantjes water geven, mappen rondbrengen, noem maar op. Onderwijs was aan hen niet besteed.

Ik moet eerlijkheidshalve zeggen dat ik niet altijd in de eerste groep uitkwam, dat was niet goed voor mijn reputatie in de steegjes van Otrobanda.

Later, in de derde klas geloof ik, kregen wij een Surinaamse leerkracht. Hij sprak ook geen Papiamentu, maar hij had een donkere huidskleur en dat gaf hoop, hij was een bondgenoot. Een keer vroeg ik hem, in een vlaag van enthousiasme, of hij wel funchi at. Dat was het minste wat je kon verwachten van een bondgenoot die geen Papiamentu sprak. ‘Ik heb funchi wel een keer gegeten, maar gebakken, anders lust ik het niet.’ Ik vond hem een verrader. Dat de fraters geen Papiamentu spraken en geen funchi aten, dat kon ik hen vergeven, zij kwamen immers uit Tilburg, een boerendorp in die tijd. Maar hem niet, hij kwam uit Suriname en daar wisten zij het beter.

Op een dag verscheen er een groep rare gasten op school. Zij waren jong en keurig gekleed met lange mouwen en stropdassen. Zij kwamen kweken en werden verdeeld over de klassen. Eentje was mijn buurjongen, maar hij deed alsof hij mij niet kende. Zo stroomden de scholen langzamerhand vol met leerkrachten die wel Papiamentu spraken en funchi aten, maar dat verloochenden. De leerlingen waren echter niet gek en hadden gauw genoeg in de gaten dat meneer of juffrouw de sommen ook in het Papiamentu kon uitleggen. Ze deden dus alsof zij het Nederlands niet verstonden, hun goed recht. Zo deed het Papiamentu ongemerkt haar intrede in de scholen.

Toen dit goed en wel aan de gang was, kwamen de intellectuelen op de proppen met ‘Papiamentu a bai skol’ en schreven de introductie van het Papiamentu in het onderwijs op hun conto. Zes jaar geleden stapte ook het Rooms Katholieke Schoolbestuur op de bandwagon onder het motto ‘if you cannot beat them, join them’, en introduceerde het Papiamentu als instructietaal op al haar scholen, behalve het Vigdis Jonckheer-Mensing College, omdat het schoolbestuur in onderwijs in de moedertaal geloofde (noot: mevrouw Vigdis Jonckheer-Mensing q.e.p.d. was jarenlang directeur van het RK Schoolbestuur).

Zes jaar later krijgt het RK Schoolbestuur koude voeten aangezien ‘kinderen in groep vijf en zes van het Papiamentstalig funderend onderwijs (fo) slechtere resultaten behalen op het gebied van taal en rekenen dan leerlingen van vergelijkbare leerjaren in het oude onderwijssysteem’ en draait de klok terug. Voornaamste reden: er is niet genoeg materiaal in de moedertaal. Met andere woorden, iemand is lui geweest, of zoals dat meestal het geval is, wij zeggen wel A maar geen B. B laten wij over aan het Opperwezen, dat echter andere dingen aan zijn hoofd heeft.

De cirkel is bijna rond, er resteert nog de beslissing om het Papiamentu te verbieden op het schoolplein. Het Papiamentu wordt verheven, net als de funchi, tot een culturele curiositeit, leuk voor de Hollanders om eraan te ruiken.

K.

Sunday, August 3, 2008

Konosé bo Isla 2008-08: Behoud natuur



Het terrein rondom deze boom wordt schoongemaakt voor (commerciële) doeleinden. Deze prachtige boom wordt blijkbaar/hopelijk behouden.


Vraag: Waar staat deze boom?

Sluitingsdatum: zondag 7 september 2008

Prijs: een cadeaubon van Candy Barrel .

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2008-07: antwoord

Antwoord: Makaprein

Er zijn 33 inzendingen, waarvan 25 goed:

Leendert J.J. Pengel
Joan Augusta
Elly Osepa
Papy Lareine
F. d..S..T..
Tamira La Cruz
Virlene de Lanoy
Islelly.Pikerie
Winsel Peney
Yolanda Chakoetoe
Nuelette Adams
Loeki Peters
Jefka Alberto
Max Martina
Erich Rene
R.V. Romer
Aimee Kleinmoedig
Magdalis Bakboord
Elodie Voorbraak
Ilona Berggraaf
Efren
Jaap Blenk
Erseline Mauricio
Lida Pandt
Niels Augusta
J.T. Emers
Farienne Martis
Eugene Kapel
Tilly Peters
Daisy Mogen
Sharine Martina
Carol Dick
Gilson Elmzoon

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Elly Osepa