De chuchubi is als eerste op, nog voor zonsopgang. ‘Word wakker, word wakker,’fluit hij, ‘een gezegende maandagochtend.’ Ik zit in de tuin in het donker en kan hem niet zien. Ik weet wel dat hij op een tak hoog in de palmboom zit. ‘Wat is er voor nieuws?’ vraagt een andere chuchubi, die ik niet kan plaatsen.
‘Breaking news,’ fluit mijn chuchubi, ‘er is weer een pressiegroep opgericht, actiecomité Gods water over Gods akker. Zij willen dat iedereen een waterput graaft in zijn tuin, want binnenkort komt er geen druppel meer uit de kraan. Fluit, fluit. Ter bevordering van de gezondheid van het volk in het algemeen en niemand in het bijzonder alsmede in het kader van besparing op de stijgende kosten van brandstof, worden aanstaande zondag alle wegen afgesloten voor het verkeer. Wandelaars kunnen tussen 5:00 uur ’s ochtends en 10:00 uur ’s avonds vrijelijk gebruik maken van de openbare wegen. Alleen de ministerpresident ...’
‘Hou toch op met die onzin,’ snauw ik hem toe, maar hij gaat door.
‘En nu de overlijdensberichten. Vandaag gaan de volgende personen sterven ...’
Ik gooi een steen naar zijn kop, hij vliegt weg. De trupial grijpt meteen zijn kans. Hij brengt het nieuws in het Nederlands. De overheid dit en de overheid dat. De politiek zus en de politiek zo. Good governance, integriteit, transparantie en allemaal van die moeilijke termen waar de bestuurders nu even geen zin in hebben. In zijn zwarte smoking denkt hij dat hij heel wat is, tot grote ergernis van de kraaiende haan die hem de bek wil snoeren. Nu zeurt hij over de stank van de Isla. Maar hij is slim, hij staat hoog van de daken te schreeuwen waar een steen hem niet kan raken.
In de grote mangoboom van de buren wonen de prikichi’s. Die zijn nu ook wakker en een herrie die zij maken. Ik kijk op en zie er maar één. Ongelooflijk hoe zo’n vogel in zijn eentje zoveel lawaai kan maken. Hij zal het ver schoppen in de politiek. Jammer dat zijn kleuren groen en geel zijn.
Al een hele tijd krijg ik iedere ochtend en iedere middag bezoek in de eetkamer van een klein donkergrijs vogeltje. Hij heeft zich nooit voorgesteld, maar ik denk dat hij een mòfi is. Hij pikt de kruimels vanonder de stoel waarop ik meestal een boterham zit te eten. Ik moet mijn voeten optillen, zodat hij erbij kan. Soms eet ik ’s ochtends een bord pap en zijn er geen kruimels. Hij blijft mij dan verontwaardigd aankijken totdat opsta en een beschuitje ga halen, dat ik geduldig voor hem verkruimel. Wanneer zijn buikje vol is, vliegt hij naar het aanrecht om water te drinken in de gootsteen. Daarna is hij weg, foetsie, geen bedankje, niks.
Nu zijn zij met hun tweeën. De andere is ook grijs, maar lichter van kleur. Zeker een mooie meid in de ogen van een mòfi, want wie de kruimels heeft, krijgt de mooie vrouwtjes. Zij bouwen samen een nest in een hangplant van mijn vrouw. Het is mooi om te zien, zij vliegen af en aan. Zij slepen bouwmateriaal van overal vandaan. Geen verschil tussen mannetje en vrouwtje, allebei werken even hard. Je zou denken dat de mooie meid alleen maar toe zou kijken terwijl zij haar nagels doet. Niks ervan, het is werken geblazen en daarna ook nog een eitje leggen.
Zij zijn bijna klaar, maar sinds een paar dagen worden zij lastig gevallen door twee suikerdiefjes die proberen het nestje kapot te maken. Brutale vogels, die suikerdiefjes. De mòfi’s jagen hen weg, maar zij komen telkens terug. De mòfi’s zijn een stuk kleiner, maar dapper. Nu zitten de twee suikerdiefjes op een tak vlakbij het nest te loeren. De mòfi’s vliegen zenuwachtig heen en weer. Zij vallen de suikerdiefjes aan, maar die komen steeds dichter bij. Eentje vliegt voor de ingang van het nest en probeert naar binnen te kruipen. Ik pak een steen.
Sunday, June 3, 2012
Groen
Groen benne me groen, als groentesoep zo groen, zongen wij als aankomende studenten tijdens de ontgroening van de studentenvereniging. Ontgroening is dus het minder groen maken, rijp maken voor het studentenleven, zoals een vrucht minder groen wordt wanneer zij rijpt. Van een advocaat (de vrucht) kun je dat echter niet zeggen. Tijdens de ontgroening mag je niet aan de bar zitten, maar je moet hurken, je mag geen bier drinken in het bijzijn van ouderejaars, word je de sociëteit uitgegooid en moet je je weer naar binnen knokken. Nu was iedereen bang voor het zwarte groentje, dus ik had een streepje voor. Als lid van de studentenvereniging leerde je drie dingen: zuipen, sporten en studeren, in die volgorde. Het hielp, want van mijn dispuut is iedereen afgestudeerd. Aankomende studenten worden nu voorbereid met zware onderwerpen als verantwoordelijkheidsgevoel, zelfredzaamheid en levensdiscipline, terwijl die arme kinderen geen flauw benul hebben van wat hun toekomstige studie inhoudt.
Bij mij thuis was groen verboden, niets was groen, de gordijnen niet, de ramen niet, wij droegen geen groene kleren, gelukkig was het schooluniform van mijn zusje blauw. Mijn grootmoeder, Polita di Dòdò, was namelijk demokrat, aanhangster van de Democratische Partij. Dientengevolge moest iedereen in huis ook demokrat zijn. Mijn vader hield zich wijselijk op de vlakte. Zijn moeder, mijn andere oma, Mama Ia, was nashonal, aanhangster van de Nationale Volkspartij. In de verkiezingstijd liet Mama Ia alle shimarukubomen op het erf kappen, omdat die rode vruchten droegen. Het Papiamentse woord voor groen is bèrdè, maar bèrdè betekent ook waar. Bèrdè di bèrdè, waarachtig groen, dat was Mama Ia.
Tofik Dibi vindt dat GroenLinks best wat groener kan. Jolande Sap heeft de laatste tijd een paars tintje gekregen, vindt hij. Met hem nog vele anderen. Maar nu hij zich met veel goede moed kandidaat heeft gesteld voor het lijsttrekkerschap, laten die vele anderen het afweten, zij zijn de stekker van Jolande alweer vergeten. Een bijkomstigheid, Dibi is in Nederland geboren, maar is toch van Marokkaanse afkomst. De politiek is overal hetzelfde.
Greenpeace streeft naar een schone en gezonde wereld, een groene wereld. Groen staat voor alles wat leeft en groeit. Maar de wereld wordt steeds zwarter en grijzer van het asfalt en het beton. Curaçao vanuit de lucht wordt steeds minder groen. Tijdens mijn cursussen vertellen de cursisten over hun jeugd. Allemaal kunnen zij zich herinneren hoe zij als kleine kinderen in de mondi achter hun huis speelden. Alle mondi is nu verdwenen, het beetje mondi dat over is, wordt gebruikt als vuilstortplaats. Straks blijft alleen het Christoffelpark over.
Groen staat ook voor duurzaamheid en duurzaamheid is lange termijn denken, een toekomstvisie hebben. En als je die niet hebt, dan moet je een duurzame, economische langetermijnstrategie bedenken. Maar, while the grass is growing, the horse is starving, zingt Mighty Sparrow. Terwijl het gras groeit, verhongert het paard. Of cru gezegd, terwijl wij bezig zijn plannen te maken, gaan wij naar de verdommenis. Om lange termijn te denken, moet je de zaken op korte termijn wel eerst in orde hebben. Als iemand buikpijn heeft van de honger, dan ga het niet met haar hebben over hoe zoete broodjes te bakken.
Vroeger werden tijdens de verkiezingscampagne openbare vergaderingen gehouden op Banda Bou en Banda Riba. Dòktor van de NVP was zeer geliefd op Banda Bou. Tijdens een van die bijeenkomsten sprak hij het volk toe en met opgeheven vinger en een luide stem zei hij: ‘Mijn geliefde volk van Banda Bou, jullie zijn groen en jullie blijven groen.’
‘Arme onnozele mensen.’ Grootmoeder eindigde het verhaal altijd met een schaterlach.
Bij mij thuis was groen verboden, niets was groen, de gordijnen niet, de ramen niet, wij droegen geen groene kleren, gelukkig was het schooluniform van mijn zusje blauw. Mijn grootmoeder, Polita di Dòdò, was namelijk demokrat, aanhangster van de Democratische Partij. Dientengevolge moest iedereen in huis ook demokrat zijn. Mijn vader hield zich wijselijk op de vlakte. Zijn moeder, mijn andere oma, Mama Ia, was nashonal, aanhangster van de Nationale Volkspartij. In de verkiezingstijd liet Mama Ia alle shimarukubomen op het erf kappen, omdat die rode vruchten droegen. Het Papiamentse woord voor groen is bèrdè, maar bèrdè betekent ook waar. Bèrdè di bèrdè, waarachtig groen, dat was Mama Ia.
Tofik Dibi vindt dat GroenLinks best wat groener kan. Jolande Sap heeft de laatste tijd een paars tintje gekregen, vindt hij. Met hem nog vele anderen. Maar nu hij zich met veel goede moed kandidaat heeft gesteld voor het lijsttrekkerschap, laten die vele anderen het afweten, zij zijn de stekker van Jolande alweer vergeten. Een bijkomstigheid, Dibi is in Nederland geboren, maar is toch van Marokkaanse afkomst. De politiek is overal hetzelfde.
Greenpeace streeft naar een schone en gezonde wereld, een groene wereld. Groen staat voor alles wat leeft en groeit. Maar de wereld wordt steeds zwarter en grijzer van het asfalt en het beton. Curaçao vanuit de lucht wordt steeds minder groen. Tijdens mijn cursussen vertellen de cursisten over hun jeugd. Allemaal kunnen zij zich herinneren hoe zij als kleine kinderen in de mondi achter hun huis speelden. Alle mondi is nu verdwenen, het beetje mondi dat over is, wordt gebruikt als vuilstortplaats. Straks blijft alleen het Christoffelpark over.
Groen staat ook voor duurzaamheid en duurzaamheid is lange termijn denken, een toekomstvisie hebben. En als je die niet hebt, dan moet je een duurzame, economische langetermijnstrategie bedenken. Maar, while the grass is growing, the horse is starving, zingt Mighty Sparrow. Terwijl het gras groeit, verhongert het paard. Of cru gezegd, terwijl wij bezig zijn plannen te maken, gaan wij naar de verdommenis. Om lange termijn te denken, moet je de zaken op korte termijn wel eerst in orde hebben. Als iemand buikpijn heeft van de honger, dan ga het niet met haar hebben over hoe zoete broodjes te bakken.
Vroeger werden tijdens de verkiezingscampagne openbare vergaderingen gehouden op Banda Bou en Banda Riba. Dòktor van de NVP was zeer geliefd op Banda Bou. Tijdens een van die bijeenkomsten sprak hij het volk toe en met opgeheven vinger en een luide stem zei hij: ‘Mijn geliefde volk van Banda Bou, jullie zijn groen en jullie blijven groen.’
‘Arme onnozele mensen.’ Grootmoeder eindigde het verhaal altijd met een schaterlach.
Mooie nagels
De twee zusjes zijn weer niet op school verschenen. Nini en Nana, zo noemt de juffrouw hen voor het gemak, zij hebben ook zulke ingewikkelde namen. De juf kijkt op het scherm van de computer: Nanapetrochina en Ninipetrorusia. Hoe kan iemand die arme kinderen toch zulke namen geven, dat is toch crimineel. Heel aardige kinderen, die twee meisjes, spontaan en zeker niet dom.
Na school gaat zij hun moeder opzoeken, Mamita heet zij. Zij is al eerder bij haar thuis geweest. Zij woont erg ingewikkeld, hoe heet die buurt ook weer? Buraku? Kobá? In ieder geval, als zij daar in de buurt is, dan vindt zij het wel. Je kunt niet met auto bij het huis komen, het staat op een erf midden tussen allemaal even bouwvallige huisjes. Je moet de auto aan de weg parkeren en te voet via een geitenpaadje het erf oplopen. Dat vindt zij op zich niet erg. Waar zij een hekel aan heeft, zijn de loslopende honden. Zij snapt er niets van. Hoe minder de mensen te eten hebben, hoe meer van die hongerige mormels zij houden.
De zusjes zien de juffrouw van ver aan komen lopen. ‘Juffrouw, juffrouw,’ gillen zij. De oudste pakt een steen en gooit die naar een hond die schor staat te blaffen. De hond rent weg met de staart tussen de poten. ‘Juffrouw, juffrouw, Mama de juffrouw.’ Zij rennen op blote voeten de juffrouw tegemoet. Ieder houdt een hand van de juffrouw vast.
Mamita loopt naar buiten om te kijken wat er aan de hand is, ziet de juffrouw en rent weer naar binnen. Zij is een jonge vrouw met een heel mooi gezicht. Een beetje aan de forse kant, maar precies waar de mannen van houden. Zij wil voor geen geld van de wereld afvallen. Als zij van huis gaat, kleedt zij zich als een modepop: haar haren, haar nagels, de strakke jurk, de hoge hakken, alles pico bello. Wanneer zij de weg oploopt, stoppen vijf bussen tegelijk. Zo gaat zij ook naar school op de ouderavond.
Maar nu ziet zij er niet uit. Zij heeft een versleten japon aan, haar haren staan overeind als een punk, een slipper aan de rechtervoet, de linkerslipper kan zij niet vinden. De juffrouw is op de stoep voor de deur blijven staan en ziet haar zoeken. Binnen is het een enorme troep.
‘Pak een stoel voor de juffrouw,’ schreeuwt zij naar de kinderen. De kinderen blijven rond de juffrouw heen springen.
‘Komt u binnen,’ zegt Mamita tegen de juffrouw. ‘Kijk niet naar de troep, ik wist niet dat u langs zou komen. Ik kan blijven opruimen. De kinderen maken er zo’n troep van.
Ruimen jullie een beetje op, verdorie,’ snauwt zij tegen de kinderen.
De juffrouw gaat het huis binnen en kijkt aarzelend rond. Mamita plukt een paar kleren van een stoel en schuift die de juffrouw toe. Zelf blijft zij staan en leunt met haar rug tegen de muur, haar armen gekruist.
‘De meisjes zijn weer niet op school geweest,’ zegt de juffrouw vriendelijk, de nadruk op weer.
‘De kinderen plagen hen,’ antwoordt Mamita. De juffrouw blijft stil, zij heeft zo’n antwoord niet verwacht. De meisjes zijn heel joviaal op school en razend populair. Zij hebben een heleboel speelkameraden.
‘Waarom worden zij geplaagd?’ vraagt zij aan Mamita.
‘Dat weet ik niet, ik ben er niet bij,’ antwoordt Mamita. ‘En gelukkig maar,’ vervolgt zij op een dreigende toon.
‘Omdat wij kapotte schoenen hebben,’ schreeuwt het jongste meisje. Mamita geeft haar een draai om de oren. Zij rent weg en haalt een schoen. Zij laat de juffrouw het grote gat in de zool zien. De juffrouw glimlacht triest. Zij haalt een briefje van vijftig uit haar portemonnee tevoorschijn en geeft dat aan Mamita. ‘Voor nieuwe schoenen.’
Later op de middag ziet zij Mamita uitgedost de nagelstudio binnenstappen, maar zij kan zich vergissen.
Na school gaat zij hun moeder opzoeken, Mamita heet zij. Zij is al eerder bij haar thuis geweest. Zij woont erg ingewikkeld, hoe heet die buurt ook weer? Buraku? Kobá? In ieder geval, als zij daar in de buurt is, dan vindt zij het wel. Je kunt niet met auto bij het huis komen, het staat op een erf midden tussen allemaal even bouwvallige huisjes. Je moet de auto aan de weg parkeren en te voet via een geitenpaadje het erf oplopen. Dat vindt zij op zich niet erg. Waar zij een hekel aan heeft, zijn de loslopende honden. Zij snapt er niets van. Hoe minder de mensen te eten hebben, hoe meer van die hongerige mormels zij houden.
De zusjes zien de juffrouw van ver aan komen lopen. ‘Juffrouw, juffrouw,’ gillen zij. De oudste pakt een steen en gooit die naar een hond die schor staat te blaffen. De hond rent weg met de staart tussen de poten. ‘Juffrouw, juffrouw, Mama de juffrouw.’ Zij rennen op blote voeten de juffrouw tegemoet. Ieder houdt een hand van de juffrouw vast.
Mamita loopt naar buiten om te kijken wat er aan de hand is, ziet de juffrouw en rent weer naar binnen. Zij is een jonge vrouw met een heel mooi gezicht. Een beetje aan de forse kant, maar precies waar de mannen van houden. Zij wil voor geen geld van de wereld afvallen. Als zij van huis gaat, kleedt zij zich als een modepop: haar haren, haar nagels, de strakke jurk, de hoge hakken, alles pico bello. Wanneer zij de weg oploopt, stoppen vijf bussen tegelijk. Zo gaat zij ook naar school op de ouderavond.
Maar nu ziet zij er niet uit. Zij heeft een versleten japon aan, haar haren staan overeind als een punk, een slipper aan de rechtervoet, de linkerslipper kan zij niet vinden. De juffrouw is op de stoep voor de deur blijven staan en ziet haar zoeken. Binnen is het een enorme troep.
‘Pak een stoel voor de juffrouw,’ schreeuwt zij naar de kinderen. De kinderen blijven rond de juffrouw heen springen.
‘Komt u binnen,’ zegt Mamita tegen de juffrouw. ‘Kijk niet naar de troep, ik wist niet dat u langs zou komen. Ik kan blijven opruimen. De kinderen maken er zo’n troep van.
Ruimen jullie een beetje op, verdorie,’ snauwt zij tegen de kinderen.
De juffrouw gaat het huis binnen en kijkt aarzelend rond. Mamita plukt een paar kleren van een stoel en schuift die de juffrouw toe. Zelf blijft zij staan en leunt met haar rug tegen de muur, haar armen gekruist.
‘De meisjes zijn weer niet op school geweest,’ zegt de juffrouw vriendelijk, de nadruk op weer.
‘De kinderen plagen hen,’ antwoordt Mamita. De juffrouw blijft stil, zij heeft zo’n antwoord niet verwacht. De meisjes zijn heel joviaal op school en razend populair. Zij hebben een heleboel speelkameraden.
‘Waarom worden zij geplaagd?’ vraagt zij aan Mamita.
‘Dat weet ik niet, ik ben er niet bij,’ antwoordt Mamita. ‘En gelukkig maar,’ vervolgt zij op een dreigende toon.
‘Omdat wij kapotte schoenen hebben,’ schreeuwt het jongste meisje. Mamita geeft haar een draai om de oren. Zij rent weg en haalt een schoen. Zij laat de juffrouw het grote gat in de zool zien. De juffrouw glimlacht triest. Zij haalt een briefje van vijftig uit haar portemonnee tevoorschijn en geeft dat aan Mamita. ‘Voor nieuwe schoenen.’
Later op de middag ziet zij Mamita uitgedost de nagelstudio binnenstappen, maar zij kan zich vergissen.
Monday, May 28, 2012
Come back party
Zeefdruk van Edwin Maria
Curacao 1970
In halfdonker dansen zij
in streepjesjurk met afrohaar.
Wiegende koppels, zij groter dan hij
in glimmend pak.... en dansen maar.
In bloem gehulde billen deinen
prachtige lichamen, zwart en zacht.
Duizend dagelijkse zorgen verdwijnen
Come back muziek, de hele nacht.
Gepoetst, gepoederd, opgemaakt...
Het ritme heeft hun hart geraakt.
Ik vind het mooi, het maakt me blij.
Het grijpt mij ook.... kom dans met mij.
Hollum Ameland, 4 maart 2008.
Ria Evers-Dokter
Afasie 3
Onze dag…. gehuld in stilte.
De woorden hangen in de lucht
als overrijpe vruchten.
Zodra ze vallen
barsten ze open
en verdwijnen
als een vochtvlek in een trui.
Hollum, 20 mei 2012.
©H.M.Evers-Dokter.
De woorden hangen in de lucht
als overrijpe vruchten.
Zodra ze vallen
barsten ze open
en verdwijnen
als een vochtvlek in een trui.
Hollum, 20 mei 2012.
©H.M.Evers-Dokter.
Saturday, May 5, 2012
Konosé bo Isla 2012-05: Brood
Een warme pan será, vers uit de oven, met kaas, een hapje van de bacove tussendoor en daarna een slok ijskoude limonade. Dushi yu!
Maar ja, de pan será is niet meer wat ie vroeger was.
Vraag: Hoe wordt ‘pan será’ ook wel genoemd?
Sluitingsdatum: zondag 3 juni 2012
Prijs: een cadeaubon van Delifrance.
Sponsor: ESCRIBA N.V.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
mailto:revers@cura.net?subject=Konosé bo Isla 2012-05; prijsvraag
of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede
inzendingen.)
Konosé bo Isla 2012-04: antwoord
Antwoord: Chipichipi
Er zijn 8 inzendingen, waarvan 5 goed:
Arelis Hurtado
Eduardo Vlieg
Winsel Peney
Niels Augusta
Marlon Correa
Rudy Hollander
Frans Kapteijns
Sharretti Tjon A Koy-Schoop
De winnaar is Marlon Correa
Iedereen bedankt voor het meedoen.
Er zijn 8 inzendingen, waarvan 5 goed:
Arelis Hurtado
Eduardo Vlieg
Winsel Peney
Niels Augusta
Marlon Correa
Rudy Hollander
Frans Kapteijns
Sharretti Tjon A Koy-Schoop
De winnaar is Marlon Correa
Iedereen bedankt voor het meedoen.
Het fluitsignaal
Ter gelegenheid van zijn veertigjarig dienstverband bij de Maatschappij gaf Boeis een groots feest. Nou, groots is niet het juiste woord, een deftig feest. Ja, dat was het, een deftig feest. Hij had nieuwe meubels gekocht bij de Arabier, nieuwe gordijnen laten naaien bij de Pool, de tuin laten schoonmaken door de Portugees en de appeldamboom laten omkappen door de Haïtiaan. Een appeldamboom is niet deftig, deftige mensen hebben geen appeldamboom in de tuin. Zijn Nederlandse baas die in Julianadorp woont, heeft palmbomen in de tuin en die baas was aanwezig op het feest. Daarom kon hij natuurlijk niet Jan en alleman uit de buurt uitnodigen.
Hij had het allemaal van te voren voorbereid en zijn vrouw duidelijk geïnstrueerd. De baas en zijn vrouw moesten in de huiskamer op de sofa zitten, zijn eigen vrouw op de stoel links van de sofa en hijzelf rechts van de sofa. Zijn vrouw moest haar mond houden en alleen maar knikken, haar Nederlands is niet zo best. Zijn dochter moest het gezelschap onderhouden, zij kan een aardig woordje Nederlands spreken. De andere gasten zaten buiten in de tuin aan houten tafeltjes.
Boeis is met zijn zestiende begonnen bij de Maatschappij in de administratie. De afdeling Administratie is een grote zaal met rijen bureaus, net als in een groot klaslokaal. De baas zit in een kantoor met glazen wanden en heeft een goed overzicht over de zaal. Op elk bureau staat een computer, maar die waren er natuurlijk niet toen Boeis begon. Hij begon aan een bureau helemaal achterin en is in de loop der jaren naar voren gepromoveerd. Nu zit hij helemaal vooraan.
Hij is een man van regels en discipline. In de veertig jaren dienstverband is hij nooit één dag te laat op het werk gekomen. De ochtend verloopt volgens een vast schema. Om vijf uur staat hij op en maakt de anderen wakker. Hij loopt naar de tuin en houdt zich bezig met de honden, terwijl zijn vrouw pap voor hem kookt. De pap moet niet te dik, maar ook niet te waterig zijn. Na het eten van de pap, gaat hij zich scheren. Eerst scheren en dan douchen, dat is een ijzeren regel. Hij ziet soms collega’s met scheerschuim achter de oren, voor Boeis is dat een crime. Om kwart over zes uur vertrekt hij van huis en rijdt langs de toko om twee pan franses met salami en een tros bacoves te kopen voor de lunch.
Om kwart over zeven is hij op kantoor. Hij gaat aan zijn bureau zitten en haalt de papieren uit zijn la. Hij doet ook de computer aan. Zijn paswoord heeft hij op een papiertje geschreven, dat hij in zijn portemonnee bewaart. Hij heeft zijn vrouw de opdracht gegeven om, mocht er iets met hem gebeuren, het papiertje aan zijn baas te geven. Zijn vrouw weet natuurlijk niet wat die letters en cijfers betekenen.
Precies om half acht gaat de stoomfluit van de Maatschappij en begint hij te werken. Je kon de klok gelijk zetten op het signaal van de stoomfluit. Hij kijkt rond of ook zijn collega’s aan het werk zijn. De baas zelf staart naar zijn computerscherm in zijn glazen kantoor en kijkt niet op. Boeis bestudeert de resultaten die de computer berekend heeft en rekent die na op zijn rekenmachine. Die jonge mensen die gestudeerd hebben, kunnen zeggen wat zij willen, maar hij vertrouwt de computer niet helemaal.
Dat hij een man van regels is, blijkt ook op het voetbalveld. Boeis is namelijk scheidsrechter in zijn vrije tijd. Hij fluit jeugdwedstrijden en geen enkele overtreding blijft hem ongemerkt, hij ziet alles. Hij krijgt het dan ook vaak aan de stok met de trainers van de teams.
Veertig jaar lang heeft hij met plezier gewerkt, maar al een week zit hem iets dwars. De Maatschappij heeft de stoomfluit afgeschaft, er is geen discipline meer. Daar moet hij iets aan doen, vanochtend nog. Om klokslag half acht klinkt er plotseling een scherp fluitsignaal in de zaal. Iedereen kijkt verschrikt op naar Boeis, die zijn scheidsrechterfluit in zijn zak stopt en voldaan gaat zitten.
Hij had het allemaal van te voren voorbereid en zijn vrouw duidelijk geïnstrueerd. De baas en zijn vrouw moesten in de huiskamer op de sofa zitten, zijn eigen vrouw op de stoel links van de sofa en hijzelf rechts van de sofa. Zijn vrouw moest haar mond houden en alleen maar knikken, haar Nederlands is niet zo best. Zijn dochter moest het gezelschap onderhouden, zij kan een aardig woordje Nederlands spreken. De andere gasten zaten buiten in de tuin aan houten tafeltjes.
Boeis is met zijn zestiende begonnen bij de Maatschappij in de administratie. De afdeling Administratie is een grote zaal met rijen bureaus, net als in een groot klaslokaal. De baas zit in een kantoor met glazen wanden en heeft een goed overzicht over de zaal. Op elk bureau staat een computer, maar die waren er natuurlijk niet toen Boeis begon. Hij begon aan een bureau helemaal achterin en is in de loop der jaren naar voren gepromoveerd. Nu zit hij helemaal vooraan.
Hij is een man van regels en discipline. In de veertig jaren dienstverband is hij nooit één dag te laat op het werk gekomen. De ochtend verloopt volgens een vast schema. Om vijf uur staat hij op en maakt de anderen wakker. Hij loopt naar de tuin en houdt zich bezig met de honden, terwijl zijn vrouw pap voor hem kookt. De pap moet niet te dik, maar ook niet te waterig zijn. Na het eten van de pap, gaat hij zich scheren. Eerst scheren en dan douchen, dat is een ijzeren regel. Hij ziet soms collega’s met scheerschuim achter de oren, voor Boeis is dat een crime. Om kwart over zes uur vertrekt hij van huis en rijdt langs de toko om twee pan franses met salami en een tros bacoves te kopen voor de lunch.
Om kwart over zeven is hij op kantoor. Hij gaat aan zijn bureau zitten en haalt de papieren uit zijn la. Hij doet ook de computer aan. Zijn paswoord heeft hij op een papiertje geschreven, dat hij in zijn portemonnee bewaart. Hij heeft zijn vrouw de opdracht gegeven om, mocht er iets met hem gebeuren, het papiertje aan zijn baas te geven. Zijn vrouw weet natuurlijk niet wat die letters en cijfers betekenen.
Precies om half acht gaat de stoomfluit van de Maatschappij en begint hij te werken. Je kon de klok gelijk zetten op het signaal van de stoomfluit. Hij kijkt rond of ook zijn collega’s aan het werk zijn. De baas zelf staart naar zijn computerscherm in zijn glazen kantoor en kijkt niet op. Boeis bestudeert de resultaten die de computer berekend heeft en rekent die na op zijn rekenmachine. Die jonge mensen die gestudeerd hebben, kunnen zeggen wat zij willen, maar hij vertrouwt de computer niet helemaal.
Dat hij een man van regels is, blijkt ook op het voetbalveld. Boeis is namelijk scheidsrechter in zijn vrije tijd. Hij fluit jeugdwedstrijden en geen enkele overtreding blijft hem ongemerkt, hij ziet alles. Hij krijgt het dan ook vaak aan de stok met de trainers van de teams.
Veertig jaar lang heeft hij met plezier gewerkt, maar al een week zit hem iets dwars. De Maatschappij heeft de stoomfluit afgeschaft, er is geen discipline meer. Daar moet hij iets aan doen, vanochtend nog. Om klokslag half acht klinkt er plotseling een scherp fluitsignaal in de zaal. Iedereen kijkt verschrikt op naar Boeis, die zijn scheidsrechterfluit in zijn zak stopt en voldaan gaat zitten.
amnestie
op aarde is alles te meten
de hemel is te peilen
maar mensen zijn onpeilbaar
er zijn vissen op de bodem van de zee
vogels in het hoogst van de hemel
die je kunt schieten van heel ver
en vangen diep beneden
maar van een mensenhart zo dichtbij
peil je minder dan tussen
twee vingers te meten valt
wij denken alles te begrijpen:
vorm, stof en hun transformaties
maar wat zich verschuilt
achter boze of vrolijke gezichten
weet je nooit
zo kan een corrupt president
die achter eenieders rug
zo vol is van plezier
in zijn gegrinnik
het dodelijke wapen verbergen.
Frans Kapteijns
de hemel is te peilen
maar mensen zijn onpeilbaar
er zijn vissen op de bodem van de zee
vogels in het hoogst van de hemel
die je kunt schieten van heel ver
en vangen diep beneden
maar van een mensenhart zo dichtbij
peil je minder dan tussen
twee vingers te meten valt
wij denken alles te begrijpen:
vorm, stof en hun transformaties
maar wat zich verschuilt
achter boze of vrolijke gezichten
weet je nooit
zo kan een corrupt president
die achter eenieders rug
zo vol is van plezier
in zijn gegrinnik
het dodelijke wapen verbergen.
Frans Kapteijns
Sunday, April 1, 2012
Konosé bo Isla 2012-04: Schelpen

Vroeger werden zeldzame schelpen gebruikt als ruilmiddel (geld). In het Papiaments wordt de naam van een schelpdier gebruikt om een kleine hoeveelheid aan te geven.
Vraag: Welk schelpdier is dat?
Sluitingsdatum: zondag 6 mei 2012
Prijs: een cadeaubon van boekhandel Mensing.
Sponsor: ESCRIBA N.V.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2012-03: antwoord
Antwoord: Riffort Village Otrobanda
Er zijn 8 inzendingen, allemaal goed:
Dennis Blanken
Arelis Hurtado
Elodie Heloise
Winsel Peney
Anita Alfonso
Glyraine Jukema
Yolanda Chakoetoe
Regina van der Biest
De winnares is Anita Alfonso
Iedereen bedankt voor het meedoen.
Er zijn 8 inzendingen, allemaal goed:
Dennis Blanken
Arelis Hurtado
Elodie Heloise
Winsel Peney
Anita Alfonso
Glyraine Jukema
Yolanda Chakoetoe
Regina van der Biest
De winnares is Anita Alfonso
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De brulwedstrijd
De koning ging voor zaken naar het buitenland voor een week samen met de koningin en stelde Nanzi aan als zijn plaatsvervanger.
‘Hoe kun je dat nou doen?’ vroeg de koningin verbouwereerd. ‘Nu gaat hij alle koeien stelen, je weet toch dat hij koeien steelt.’
‘Dat weet ik,’ antwoordde de koning, ‘maar hoe bewijs je dat? En denk eens na, als ik iemand anders benoem, dan neemt Nanzi hem beet en steelt alle koeien. Nu denkt hij dat de koeien deze week van hem zijn, dus hoeft hij ze niet te stelen.’
‘Wat ben je toch een slimme koning als je wakker bent, mmmwa,’ zei de koningin en gaf de koning een vochtige zoen op de mond.
De koning veegde zijn mond af met een zijden zakdoek en riep zijn soldaten. ‘Soldaten, breng Nanzi hier.’
Nanzi verscheen voordat de koning uitgepraat was. ‘Uw nederige dienaar, majesteit,’ zei hij geaffecteerd.
‘Luister,’ sprak de koning, ‘praat niet zo idioot. Deze week ben jij de koning en ik vertrouw erop dat jij een goede vorst zal zijn voor je onderdanen. Een ding druk ik je op het hart, pas op dat je niet door de tijger van de troon afgebruld wordt.’
Amper had de koning dat gezegd of ze hoorden de tijger brullen op de radio.
‘... en ik zeg jullie, beste luisteraars, geliefd volk. De krabben van Saliña zijn uitbuiters, zij bezitten alle zoutvlakten en alle moerassen. Zij zijn de grootgrondbezitters en zij buiten de arme garnalen uit. Wij zullen opkomen voor de garnalen, de kikkers en de slakken ...’
‘Soldaten,’riep de koning boos, ‘zet die radio uit. De dieren in het bos zijn dat gebrul beu en dan te bedenken dat hij op mijn troon wil zitten. Hij zal wel woest zijn wanneer hij hoort dat ik jou benoemd heb, Nanzi, dus een gewaarschuwde spin telt voor twee.’
De tijger was heel boos. ‘Wie? Nanzi? Die dief, die nietsnut, die hielenlikker, die kapitalist, die imperialist, die ..., die ...’
Nanzi hoorde dat en maakte zich zorgen. Wat moet hij als koning doen? Regeren is vooruitzien. Hij heeft een raadsman nodig. Een raadsman? Natuurlijk, wie anders.
Nanzi was bekaf toen hij het nest van professor Palabrua hoog in de tamarindeboom bereikte.
‘Verrek, professor, wat woon jij hoog, zeg. Luister, ik heb jouw hulp nodig. Hoe kan ik de tijger een toontje lager laten brullen?’
‘De tijger?’ reageerde Palabrua met afschuw. ‘Vergeet het maar, ik bemoei mij niet met de tijger. De dokter heeft gezegd dat ik ver van de politiek moet blijven.’
Nanzi keek hem aan met een koninklijke blik. ‘Professor, ik laat je in de gevangenis gooien. Ik ben de koning, vergis je niet.’
‘Nou goed dan, majesteit,’ zei de professor spottend, ‘kom mee.’ En hij nam Nanzi mee naar zijn studeerkamer. Hij pakte een paar dikke boeken uit de kast en bladerde erin. Hij schudde telkens met zijn hoofd. Na een poosje zette hij de boeken terug en nam een Chinees boek.
‘Ik heb het,’ zei hij plotseling, ‘je moet een brulwedstrijd houden. Wie het langst en het hardst brult, wordt de woordvoerder van de koning.’ ‘Je houdt mij voor de gek,’zei Nanzi. ‘Vertrouw mij,’ antwoordde Palabrua.
De wedstrijd begon de volgende ochtend vroeg op het paleisplein. Op het startsein van Nanzi begonnen alle dieren uit alle macht te brullen. Tegen middernacht waren alleen nog de leeuw en de tijger over. Spoedig daarna viel ook de leeuw af en de tijger brulde nog even door. Toen hield hij abrupt op. ‘Ik heb gewonnen,’ zei hij met een piepstemmetje. Nanzi keek Palabrua verwonderd aan.
‘De Chinezen zeggen dat iemand in zijn leven maar een bepaald aantal uren kan brullen, daarna houdt het op,’ legde de uil uit.
‘Hoe kun je dat nou doen?’ vroeg de koningin verbouwereerd. ‘Nu gaat hij alle koeien stelen, je weet toch dat hij koeien steelt.’
‘Dat weet ik,’ antwoordde de koning, ‘maar hoe bewijs je dat? En denk eens na, als ik iemand anders benoem, dan neemt Nanzi hem beet en steelt alle koeien. Nu denkt hij dat de koeien deze week van hem zijn, dus hoeft hij ze niet te stelen.’
‘Wat ben je toch een slimme koning als je wakker bent, mmmwa,’ zei de koningin en gaf de koning een vochtige zoen op de mond.
De koning veegde zijn mond af met een zijden zakdoek en riep zijn soldaten. ‘Soldaten, breng Nanzi hier.’
Nanzi verscheen voordat de koning uitgepraat was. ‘Uw nederige dienaar, majesteit,’ zei hij geaffecteerd.
‘Luister,’ sprak de koning, ‘praat niet zo idioot. Deze week ben jij de koning en ik vertrouw erop dat jij een goede vorst zal zijn voor je onderdanen. Een ding druk ik je op het hart, pas op dat je niet door de tijger van de troon afgebruld wordt.’
Amper had de koning dat gezegd of ze hoorden de tijger brullen op de radio.
‘... en ik zeg jullie, beste luisteraars, geliefd volk. De krabben van Saliña zijn uitbuiters, zij bezitten alle zoutvlakten en alle moerassen. Zij zijn de grootgrondbezitters en zij buiten de arme garnalen uit. Wij zullen opkomen voor de garnalen, de kikkers en de slakken ...’
‘Soldaten,’riep de koning boos, ‘zet die radio uit. De dieren in het bos zijn dat gebrul beu en dan te bedenken dat hij op mijn troon wil zitten. Hij zal wel woest zijn wanneer hij hoort dat ik jou benoemd heb, Nanzi, dus een gewaarschuwde spin telt voor twee.’
De tijger was heel boos. ‘Wie? Nanzi? Die dief, die nietsnut, die hielenlikker, die kapitalist, die imperialist, die ..., die ...’
Nanzi hoorde dat en maakte zich zorgen. Wat moet hij als koning doen? Regeren is vooruitzien. Hij heeft een raadsman nodig. Een raadsman? Natuurlijk, wie anders.
Nanzi was bekaf toen hij het nest van professor Palabrua hoog in de tamarindeboom bereikte.
‘Verrek, professor, wat woon jij hoog, zeg. Luister, ik heb jouw hulp nodig. Hoe kan ik de tijger een toontje lager laten brullen?’
‘De tijger?’ reageerde Palabrua met afschuw. ‘Vergeet het maar, ik bemoei mij niet met de tijger. De dokter heeft gezegd dat ik ver van de politiek moet blijven.’
Nanzi keek hem aan met een koninklijke blik. ‘Professor, ik laat je in de gevangenis gooien. Ik ben de koning, vergis je niet.’
‘Nou goed dan, majesteit,’ zei de professor spottend, ‘kom mee.’ En hij nam Nanzi mee naar zijn studeerkamer. Hij pakte een paar dikke boeken uit de kast en bladerde erin. Hij schudde telkens met zijn hoofd. Na een poosje zette hij de boeken terug en nam een Chinees boek.
‘Ik heb het,’ zei hij plotseling, ‘je moet een brulwedstrijd houden. Wie het langst en het hardst brult, wordt de woordvoerder van de koning.’ ‘Je houdt mij voor de gek,’zei Nanzi. ‘Vertrouw mij,’ antwoordde Palabrua.
De wedstrijd begon de volgende ochtend vroeg op het paleisplein. Op het startsein van Nanzi begonnen alle dieren uit alle macht te brullen. Tegen middernacht waren alleen nog de leeuw en de tijger over. Spoedig daarna viel ook de leeuw af en de tijger brulde nog even door. Toen hield hij abrupt op. ‘Ik heb gewonnen,’ zei hij met een piepstemmetje. Nanzi keek Palabrua verwonderd aan.
‘De Chinezen zeggen dat iemand in zijn leven maar een bepaald aantal uren kan brullen, daarna houdt het op,’ legde de uil uit.
De lege ijskast
Chia zit pontificaal met gespreide benen op een stoel midden in de deuropening, niemand kan in of uit. Zij staart gedachteloos voor zich uit. De straat is verlaten en treurig. Zondagmiddag om twaalf uur is altijd een treurig moment. Chia weet niet waarom. Omdat het zo stil is? Of omdat het zo warm is? Op zondag schijnt de zon feller dan op andere dagen. De lucht boven het dak van de zwarte auto aan de overkant trilt.
Chia hoort de deur van de ijskast dichtslaan. Zij staat op en sloft op haar gezwollen en vermoeide benen naar de keuken. Haar slippers zijn half versleten zodat haar hielen over de vloer schuren. Zij is te zwaar, daarom zwellen haar benen. Zij moet afvallen, zei de dokter. De dokter weet niets, hij kan beter zijn mond houden. Zij is niet dik van het eten, zij is dik van de ellende. De ellende is in haar benen gaan zitten en in haar heupen en in haar billen en in haar god-weet-waar.
Zij trekt de deur van de ijskast open. Een kan water, half gevuld, verder niets. Zij maakt het deurtje van het vriesvak open en tilt het ijsbakje op, niets. Met een ruk draait zij zich om en ziet Ibi door de voordeur naar buiten glippen.
‘Ibiiii,’gilt zij. Maar Ibi is al verdwenen.
Zij sloft terug naar de stoel. Ibi heeft die aan de kant geschoven, Chia schuift hem terug Zij trekt haar jurk op voordat zij gaat zitten. De jurk is vanachter opengescheurd en de helft van haar onderbroek is zichtbaar. Roze en maat zoveel. Als je Chia boos wilt maken, moet je haar vragen welke maat onderbroek zij draagt. Dan hoor je dingen die je liever niet wilt horen. Chia’s vocabulaire is bepaald niet orthodox. Maar nu is zij om een andere reden boos. Heel boos.
Ibi komt terug met een bruine zak in zijn hand en blijft voor Chia staan. Hij kan niet langs, Chia verroert geen vin. Zij sluit haar ogen en opent die weer.
‘Wat heb je in die zak?’ vraagt zij.
‘Twee broodjes en een blik sardientjes,’ antwoordt Ibi, terwijl hij door zijn rastaharen strijkt. ‘Een broodje voor jou en een voor mij.’
‘Krijgt een moeder een kind om haar het graf in te jagen?’
‘Begin niet weer te zeuren, Mai, laat mij liever langs.’
‘Vervloekt zij de dag waarop ik je gebaard heb.’
‘Laat mij langs, Mai, laat mij langs. Ik verlies mijn geduld.’
‘Waarom loop je niet naar de hel?’ schreeuwt Chia. Alle buren komen naar buiten.
Ibi loopt om en klimt door het raam naar binnen. Chia staat op en volgt hem naar de keuken.
‘Hoe kom je aan het geld om brood te kopen?’ vraagt zij. Ibi antwoordt niet.
‘Je antwoordt niet, hè. Weet je wat je bent? Je bent een luie nietsnut. Je bent dertig en je werkt niet. Waarom ga je geen werk zoeken?’
Ibi wordt boos. ‘Is het mijn schuld dat ik geen werk heb? Waar is er werk? Zeg me, waar is er werk? Ik heb mij overal ingeschreven, overal hebben zij mijn naam genoteerd. Niemand wil mij hebben.’
‘Natuurlijk wil niemand je hebben. Wie wil een drugsverslaafde?’
‘Ik ben geen drugsverslaafde, Mai, praat geen onzin.’
‘En die rotzooi die je de hele dag ligt te roken dan, is dat geen drugs? Het hele huis stinkt ernaar. En bovendien ben je een dief. Ben je in de ijskast geweest?’
‘Noem mij geen dief, Mai, nu wordt ik echt boos. Wat heb ik te zoeken in een lege ijskast?’
‘Ik heb een briefje van tien gulden verscholen in het vriesvak en dat heb jij gestolen. Een dief ben je. Een dief.’
‘Noem mij geen dief,’ schreeuwt Ibi snikkend. Hij rent naar de ijskast en duwt die met al zijn kracht omver. De ijskast tuimelt en valt met een dreun op de vloer. Vlak voor de zere voeten van Chia.
Chia hoort de deur van de ijskast dichtslaan. Zij staat op en sloft op haar gezwollen en vermoeide benen naar de keuken. Haar slippers zijn half versleten zodat haar hielen over de vloer schuren. Zij is te zwaar, daarom zwellen haar benen. Zij moet afvallen, zei de dokter. De dokter weet niets, hij kan beter zijn mond houden. Zij is niet dik van het eten, zij is dik van de ellende. De ellende is in haar benen gaan zitten en in haar heupen en in haar billen en in haar god-weet-waar.
Zij trekt de deur van de ijskast open. Een kan water, half gevuld, verder niets. Zij maakt het deurtje van het vriesvak open en tilt het ijsbakje op, niets. Met een ruk draait zij zich om en ziet Ibi door de voordeur naar buiten glippen.
‘Ibiiii,’gilt zij. Maar Ibi is al verdwenen.
Zij sloft terug naar de stoel. Ibi heeft die aan de kant geschoven, Chia schuift hem terug Zij trekt haar jurk op voordat zij gaat zitten. De jurk is vanachter opengescheurd en de helft van haar onderbroek is zichtbaar. Roze en maat zoveel. Als je Chia boos wilt maken, moet je haar vragen welke maat onderbroek zij draagt. Dan hoor je dingen die je liever niet wilt horen. Chia’s vocabulaire is bepaald niet orthodox. Maar nu is zij om een andere reden boos. Heel boos.
Ibi komt terug met een bruine zak in zijn hand en blijft voor Chia staan. Hij kan niet langs, Chia verroert geen vin. Zij sluit haar ogen en opent die weer.
‘Wat heb je in die zak?’ vraagt zij.
‘Twee broodjes en een blik sardientjes,’ antwoordt Ibi, terwijl hij door zijn rastaharen strijkt. ‘Een broodje voor jou en een voor mij.’
‘Krijgt een moeder een kind om haar het graf in te jagen?’
‘Begin niet weer te zeuren, Mai, laat mij liever langs.’
‘Vervloekt zij de dag waarop ik je gebaard heb.’
‘Laat mij langs, Mai, laat mij langs. Ik verlies mijn geduld.’
‘Waarom loop je niet naar de hel?’ schreeuwt Chia. Alle buren komen naar buiten.
Ibi loopt om en klimt door het raam naar binnen. Chia staat op en volgt hem naar de keuken.
‘Hoe kom je aan het geld om brood te kopen?’ vraagt zij. Ibi antwoordt niet.
‘Je antwoordt niet, hè. Weet je wat je bent? Je bent een luie nietsnut. Je bent dertig en je werkt niet. Waarom ga je geen werk zoeken?’
Ibi wordt boos. ‘Is het mijn schuld dat ik geen werk heb? Waar is er werk? Zeg me, waar is er werk? Ik heb mij overal ingeschreven, overal hebben zij mijn naam genoteerd. Niemand wil mij hebben.’
‘Natuurlijk wil niemand je hebben. Wie wil een drugsverslaafde?’
‘Ik ben geen drugsverslaafde, Mai, praat geen onzin.’
‘En die rotzooi die je de hele dag ligt te roken dan, is dat geen drugs? Het hele huis stinkt ernaar. En bovendien ben je een dief. Ben je in de ijskast geweest?’
‘Noem mij geen dief, Mai, nu wordt ik echt boos. Wat heb ik te zoeken in een lege ijskast?’
‘Ik heb een briefje van tien gulden verscholen in het vriesvak en dat heb jij gestolen. Een dief ben je. Een dief.’
‘Noem mij geen dief,’ schreeuwt Ibi snikkend. Hij rent naar de ijskast en duwt die met al zijn kracht omver. De ijskast tuimelt en valt met een dreun op de vloer. Vlak voor de zere voeten van Chia.
Thursday, March 22, 2012
HOMENAJE NA JULIAN COCO
JULIAN COCO ,
un homber di un palabra
semper fuerte pará den su sapatu
Julian, danki pa dunami e honor
di por ta un amigo di balor
abo a demostrami den tur sinceridat
kiko di berdat ta amistat
awe b’a bisami ku pronto bo ta bai
pa nunka mas bo regresá
m’a keda ketu, un silencio a kai
mi no tabata sa ki kontestá
un poesia bo a pidimi di despedida
despedida di e tesoro grandi yamá BIDA
Julian, palabra nunka ta bastante
pa bisabu loke ta biba den mi padén
ta pesei den silencio mi ke lagabu sa
ku loke na Bida un berdat tabata
nunka nunka lo somentá
pa semper serka nos lo bo ta
despedida mi no ta tuma
ni tampoko yamabu ayó
bo bos i bo guitarra
den mi lo keda resoná
Julian, danki
Diana Marquez
un homber di un palabra
semper fuerte pará den su sapatu
Julian, danki pa dunami e honor
di por ta un amigo di balor
abo a demostrami den tur sinceridat
kiko di berdat ta amistat
awe b’a bisami ku pronto bo ta bai
pa nunka mas bo regresá
m’a keda ketu, un silencio a kai
mi no tabata sa ki kontestá
un poesia bo a pidimi di despedida
despedida di e tesoro grandi yamá BIDA
Julian, palabra nunka ta bastante
pa bisabu loke ta biba den mi padén
ta pesei den silencio mi ke lagabu sa
ku loke na Bida un berdat tabata
nunka nunka lo somentá
pa semper serka nos lo bo ta
despedida mi no ta tuma
ni tampoko yamabu ayó
bo bos i bo guitarra
den mi lo keda resoná
Julian, danki
Diana Marquez
Tuesday, March 13, 2012
PAPIAMENTU
papiamentu, mi dushi papiamentu
kon un dia mi por a menospresiabu
bou preteksto di ta na estranhero
m'a kita mi junan su idioma
awe tristu i ketu nan ta puntra
ken nan ta, ta ki ta nan idioma
ku bergwensa mi ta rekonosé
e gran falta ku mi a kometé
PAPIAMENTU, dunele su balor
PAPIAMENTU, papiéle ku amor
Diana Márquez
kon un dia mi por a menospresiabu
bou preteksto di ta na estranhero
m'a kita mi junan su idioma
awe tristu i ketu nan ta puntra
ken nan ta, ta ki ta nan idioma
ku bergwensa mi ta rekonosé
e gran falta ku mi a kometé
PAPIAMENTU, dunele su balor
PAPIAMENTU, papiéle ku amor
Diana Márquez
Thursday, March 8, 2012
Muchanan ta puntra
Muchanan ta puntra :
si mi bario bo ta yama marginá
di kón mi skol su nivel bo no ta elevá???
Diana Márquez
si mi bario bo ta yama marginá
di kón mi skol su nivel bo no ta elevá???
Diana Márquez
Tuesday, March 6, 2012
Konosé bo Isla 2012-03: Toerist in eigen land

Foto Lai-cam How
Vraag: Zie bovenstaande foto. Welke plek is dit?
Sluitingsdatum: zondag 1 april 2012
Prijs: een cadeaubon van de Cinemas.
Sponsor: ESCRIBA N.V.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2012-02: antwoord
Antwoord: Panseiku hoort niet in het rijtje thuis. De andere drie worden van meel gemaakt en in de oven gebakken.
Er zijn 19 inzendingen, allemaal goed:
L.J.Chr. Dee
Douglas, Brigitte
Eduardo Vlieg
Erich Rene
Jamila Romero
Madelyn Francisco
Winsel Peney
Joan Augusta
Frans Kapteijns
King Yen Yung
Yolanda Chakoetoe
Reginald Romer
Rudy Hollander
Flavia Vasco de Sousa
Lida Pandt
Dick van Riel
Max Martina
Glyraine Jukema
Edward Nahar
De winnares is Lida Pandt
Iedereen bedankt voor het meedoen.
Er zijn 19 inzendingen, allemaal goed:
L.J.Chr. Dee
Douglas, Brigitte
Eduardo Vlieg
Erich Rene
Jamila Romero
Madelyn Francisco
Winsel Peney
Joan Augusta
Frans Kapteijns
King Yen Yung
Yolanda Chakoetoe
Reginald Romer
Rudy Hollander
Flavia Vasco de Sousa
Lida Pandt
Dick van Riel
Max Martina
Glyraine Jukema
Edward Nahar
De winnares is Lida Pandt
Iedereen bedankt voor het meedoen.
Over de brug
Als je over de pontonbrug loopt, dan ga je naar de overkant, maar niet noodzakelijkerwijs naar Otrobanda. Ha, ha, ha. Goed hè. Een spitsvondigheid van mij. Snapt u het? Nee? Otrobanda betekent overkant. Maar je kunt ook naar Punda gaan. Snapt U? Ha, ha, ha. Sommige mensen zeggen Otrabanda, maar dat is niet correct. Otra is geen Papiaments woord.
Vorige week liep ik over de brug richting Punda. Na jaren. Daar sta je niet bij stil, zeker niet midden op de brug. Ik kom vaker in Punda en ik kom vaker in Otrobanda, maar ik loop nooit van de ene kant naar de andere. Raar hè? In Otrobanda kom ik niet verder dan de Netto Bar. In Punda zit ik meestal bij het Pleincafé aan het Wilhelminaplein. Nu ik dit vertel, realiseer ik mij dat dit heel toevallig een afspiegeling is van onze samenleving. Ook historisch. Netto bar, een ontmoetingsplaats van de lokale bevolking. Pleincafé, toch wel het meest bezocht door Nederlanders. Bij Chu bestel je een glaasje groene rum in het Papiaments, op het terras van het Pleincafé bestel je een pilsje bij een van de aardige dames in het Nederlands. Historisch, omdat Otrobanda een volkswijk sui generis was en Punda de zetel van het koloniaal bestuur.
De Koningin Emmabrug is toch wel iets bijzonders, vindt u niet? Een pontonbrug die uiteraard op pontons drijft. Hoeveel? Iedere keer als een vaartuig de haven in of uit moet, draait de brug open, fascinerend. Er rinkelt dan een bel. De brug draait helemaal open of op een kier, dat moet je maar weten. Echte kenners kunnen dat zien aan de vlag die boven het bestuurdershuisje hangt. Als de bel rinkelt, gaan de mensen rennen. De toeristen kijken raar op. Wat is er aan de hand? Wanneer de brug begint te bewegen, blijven de toeristen die zich er toevallig op bevinden, erop staan. Zij beleven de kick van hun leven, gratis en voor niks. In Disney World moet je voor zo’n evenement betalen.
Na het rinkelen van de bel, schuiven hekken automatisch dicht aan de uiteinden van de brug. Sommigen kunnen nog net snel door de kleiner wordende opening glippen, andere snelle jongens springen er gewoon overheen. De rest blijft wachten, althans in het geval dat de brug maar even opengaat. Anders loopt iedereen naar de veerpontjes verderop, die gratis heen en weer varen.
Als kind vond ik het altijd een kunst hoe de stuurman met een grote bocht de boot feilloos afmeerde aan wal. Je hoorde de motoren ronken en ik hing over de reling om te kijken hoe de schroeven het water deden kolken. Je rook het zout van de zee vermengd met oliegeur. Heel het Schottegat rook toen naar olie. Wanneer de boot de wal raakte, stapte de matroos, de hulp van de stuurman, zelfverzekerd op de houten balk van de kade en maakte de boot vast met een dikke touw. Daarna rolde hij een houten opstapje voor de uitgang en haalde de ketting weg. De passagiers verdrongen zich voor de uitgang. De snelle jongens sprongen over de ketting. Wanneer ik groter ben, word ik ook een snelle jongen, nam ik mij voor.
Het is er niet van gekomen en nu sta ik geduldig op het Brionplein tussen de horde mensen te wachten totdat de brug weer dicht is. Dicht of open? Dit is een hardnekkige spraakverwarring. Wanneer ik vroeger te laat op school kwam, zei ik steevast: ‘De brug was open, meneer.’ ‘Dicht, bedoel je,’ antwoordde de meester. De meester had altijd gelijk.
Open of dicht, wanneer het hek openschuift, zet de hele horde zich in beweging richting Punda. Van de Punda kant komt ook een horde mensen richting Otrobanda. Een confrontatie, twee legers die elkaar aanvallen. De groepen naderen elkaar. Mensen in de frontlinie gaan sneuvelen, dit wordt een bloedbad. Maar er gebeurt niets, de groepen schuiven frictieloos in elkaar. En dan rinkelt de bel weer.
Vorige week liep ik over de brug richting Punda. Na jaren. Daar sta je niet bij stil, zeker niet midden op de brug. Ik kom vaker in Punda en ik kom vaker in Otrobanda, maar ik loop nooit van de ene kant naar de andere. Raar hè? In Otrobanda kom ik niet verder dan de Netto Bar. In Punda zit ik meestal bij het Pleincafé aan het Wilhelminaplein. Nu ik dit vertel, realiseer ik mij dat dit heel toevallig een afspiegeling is van onze samenleving. Ook historisch. Netto bar, een ontmoetingsplaats van de lokale bevolking. Pleincafé, toch wel het meest bezocht door Nederlanders. Bij Chu bestel je een glaasje groene rum in het Papiaments, op het terras van het Pleincafé bestel je een pilsje bij een van de aardige dames in het Nederlands. Historisch, omdat Otrobanda een volkswijk sui generis was en Punda de zetel van het koloniaal bestuur.
De Koningin Emmabrug is toch wel iets bijzonders, vindt u niet? Een pontonbrug die uiteraard op pontons drijft. Hoeveel? Iedere keer als een vaartuig de haven in of uit moet, draait de brug open, fascinerend. Er rinkelt dan een bel. De brug draait helemaal open of op een kier, dat moet je maar weten. Echte kenners kunnen dat zien aan de vlag die boven het bestuurdershuisje hangt. Als de bel rinkelt, gaan de mensen rennen. De toeristen kijken raar op. Wat is er aan de hand? Wanneer de brug begint te bewegen, blijven de toeristen die zich er toevallig op bevinden, erop staan. Zij beleven de kick van hun leven, gratis en voor niks. In Disney World moet je voor zo’n evenement betalen.
Na het rinkelen van de bel, schuiven hekken automatisch dicht aan de uiteinden van de brug. Sommigen kunnen nog net snel door de kleiner wordende opening glippen, andere snelle jongens springen er gewoon overheen. De rest blijft wachten, althans in het geval dat de brug maar even opengaat. Anders loopt iedereen naar de veerpontjes verderop, die gratis heen en weer varen.
Als kind vond ik het altijd een kunst hoe de stuurman met een grote bocht de boot feilloos afmeerde aan wal. Je hoorde de motoren ronken en ik hing over de reling om te kijken hoe de schroeven het water deden kolken. Je rook het zout van de zee vermengd met oliegeur. Heel het Schottegat rook toen naar olie. Wanneer de boot de wal raakte, stapte de matroos, de hulp van de stuurman, zelfverzekerd op de houten balk van de kade en maakte de boot vast met een dikke touw. Daarna rolde hij een houten opstapje voor de uitgang en haalde de ketting weg. De passagiers verdrongen zich voor de uitgang. De snelle jongens sprongen over de ketting. Wanneer ik groter ben, word ik ook een snelle jongen, nam ik mij voor.
Het is er niet van gekomen en nu sta ik geduldig op het Brionplein tussen de horde mensen te wachten totdat de brug weer dicht is. Dicht of open? Dit is een hardnekkige spraakverwarring. Wanneer ik vroeger te laat op school kwam, zei ik steevast: ‘De brug was open, meneer.’ ‘Dicht, bedoel je,’ antwoordde de meester. De meester had altijd gelijk.
Open of dicht, wanneer het hek openschuift, zet de hele horde zich in beweging richting Punda. Van de Punda kant komt ook een horde mensen richting Otrobanda. Een confrontatie, twee legers die elkaar aanvallen. De groepen naderen elkaar. Mensen in de frontlinie gaan sneuvelen, dit wordt een bloedbad. Maar er gebeurt niets, de groepen schuiven frictieloos in elkaar. En dan rinkelt de bel weer.
Tuesday, February 7, 2012
Konosé bo Isla 2012-02: Lekker
Panlefi, panbolo, panseiku, pandushi
Vraag: Wat hoort niet thuis in bovenstaand rijtje en waarom niet?
Sluitingsdatum: zondag 4 maart 2012
Prijs: een cadeaubon van Candy Barrel.
Sponsor: ESCRIBA N.V.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Vraag: Wat hoort niet thuis in bovenstaand rijtje en waarom niet?
Sluitingsdatum: zondag 4 maart 2012
Prijs: een cadeaubon van Candy Barrel.
Sponsor: ESCRIBA N.V.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2012-01: antwoord
Antwoord:
Dichter: Ornelio Martina; gedicht: Orashon di Mucha
Er zijn 6 inzendingen, waarvan 5 goed:
Yolanda Chakoetoe
L.J.Chr. Dee
Glyraine Jukema
O. Koeiman
Arnolda Hous
Madelyn Fransisco
De winnares is Glyraine Jukema
Iedereen bedankt voor het meedoen.
Dichter: Ornelio Martina; gedicht: Orashon di Mucha
Er zijn 6 inzendingen, waarvan 5 goed:
Yolanda Chakoetoe
L.J.Chr. Dee
Glyraine Jukema
O. Koeiman
Arnolda Hous
Madelyn Fransisco
De winnares is Glyraine Jukema
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De UNA
Heet onze universiteit nu Universiteit van de Nederlandse Antillen of University of Curaçao? Om het even, wij liggen daar nu even niet wakker van. Wij hebben andere problemen aan ons hoofd.
De UNA heeft geld nodig. Ik ook, hoor ik u zeggen. Dat de UNA financiële problemen heeft, is niet nieuw. Maar de orde van grootte is nu dusdanig dat de situatie alarmerend wordt. Het schip zinkt en dat mag niet. Gedurende de 32 jaren van haar bestaan, heeft de UNA goed werk verricht. Een dikke voldoende. Het instituut heeft 2000 afgestudeerden afgeleverd, allemaal hebben zij een goede baan. Sommigen hebben de top van onze maatschappij bereikt: gedeputeerden, ministers, bankdirecteuren, advocaten, rechters, ingenieurs en ondernemers. Grote organisaties vertrouwen op UNA afgestudeerden.
Opdat het schip niet zinkt, moeten de financiële problemen opgelost worden. Ik wil de interim- rector niet triest maken, maar wat hij wil is niet mogelijk. De kosten verlagen tot een minimum en de kwaliteit behouden. Als dat zou lukken, dan zou dat betekenen dat er sprake was van geldverspilling. Op enkele uitzonderingen na waarbij vriendjes hoogleraren uit Nederland een lezing van twee uur kwamen houden en een week bleven, was er geen sprake van geldverspilling, althans niet in de operationele sfeer. Integendeel, al jaren is er geen financiële bewegingsruimte en gaat de kwaliteit achteruit. Er moet juist geïnvesteerd worden in kwaliteit. Desinvesteren betekent dat kerntaken, zoals onderzoek, verzaakt worden. Een universiteit zonder onderzoek is gewoon een school.
Het slaken van een noodkreet helpt niet. Het politieke klimaat is er niet naar. Wij moeten dus de rector helpen om een oplossing te vinden.
De UNA heeft acuut 11 miljoen nodig, dat schudt u niet uit uw mouw. Een deel hiervan is een schuld van 4.5 miljoen gulden aan het pensioenfonds. Dit moet betaald worden, het betreft zekerheden van het personeel. Als iedere afgestudeerde gemiddeld 2.500 gulden doneert aan de UNA, dan praten wij over een bedrag van 5 miljoen gulden. APNA kan in één keer afbetaald worden. Als tegenprestatie ontvangen de weldoeners ieder kwartaal de UNA Review in de bus, een tijdschrift met interessante artikelen geschreven door medewerkers en studenten. Wetenschappelijke medewerkers zijn verplicht om twee keer per jaar een bijdrage te leveren. De rector is hoofdredacteur.
Verder is de overheid de UNA 2,3 miljoen schuldig, die met een beetje minder reizen op korte termijn overgemaakt kan worden.
Er resteert dus een kleine 4 miljoen aan schulden aan, neem ik aan, commerciële schuldeisers, waaronder misschien ook consultants met een uurtarief van 400 gulden en advocaten die 600 gulden per uur in rekening brengen. Deze schuldeisers schelden de UNA 50% van de schulden kwijt en dragen hiermee bij aan de ontwikkeling van het nieuwe land Curaçao. Als zij kinderen hebben die aan de UNA studeren of gaan studeren, des te beter.
Het probleem is nu gereduceerd tot 2 miljoen gulden. De rector kan proberen om via de derde geldstroom dit bedrag bij elkaar te krijgen, makkelijk zal het niet zijn. De UNA moet eerst een ondernemende universiteit worden.
Voor de structurele subsidieverhoging van 4,5 miljoen per jaar moet de UNA aankloppen bij de Minister van Economische Zaken die de kenniseconomie wil stimuleren. Dit is een economie waarin de productiefactor kennis een belangrijke rol inneemt naast arbeid, grondstoffen en kapitaal. Door het toepassen van kennis is innovatie mogelijk, wat leidt tot nieuwe producten en diensten. Zo, dit wil de minister dus bevorderen. De kenniseconomie begint bij de kennisinstellingen. Op Curaçao is de UNA het belangrijkste instituut. Vandaar.
Ik hoop dat de rector nu rustig kan slapen.
De UNA heeft geld nodig. Ik ook, hoor ik u zeggen. Dat de UNA financiële problemen heeft, is niet nieuw. Maar de orde van grootte is nu dusdanig dat de situatie alarmerend wordt. Het schip zinkt en dat mag niet. Gedurende de 32 jaren van haar bestaan, heeft de UNA goed werk verricht. Een dikke voldoende. Het instituut heeft 2000 afgestudeerden afgeleverd, allemaal hebben zij een goede baan. Sommigen hebben de top van onze maatschappij bereikt: gedeputeerden, ministers, bankdirecteuren, advocaten, rechters, ingenieurs en ondernemers. Grote organisaties vertrouwen op UNA afgestudeerden.
Opdat het schip niet zinkt, moeten de financiële problemen opgelost worden. Ik wil de interim- rector niet triest maken, maar wat hij wil is niet mogelijk. De kosten verlagen tot een minimum en de kwaliteit behouden. Als dat zou lukken, dan zou dat betekenen dat er sprake was van geldverspilling. Op enkele uitzonderingen na waarbij vriendjes hoogleraren uit Nederland een lezing van twee uur kwamen houden en een week bleven, was er geen sprake van geldverspilling, althans niet in de operationele sfeer. Integendeel, al jaren is er geen financiële bewegingsruimte en gaat de kwaliteit achteruit. Er moet juist geïnvesteerd worden in kwaliteit. Desinvesteren betekent dat kerntaken, zoals onderzoek, verzaakt worden. Een universiteit zonder onderzoek is gewoon een school.
Het slaken van een noodkreet helpt niet. Het politieke klimaat is er niet naar. Wij moeten dus de rector helpen om een oplossing te vinden.
De UNA heeft acuut 11 miljoen nodig, dat schudt u niet uit uw mouw. Een deel hiervan is een schuld van 4.5 miljoen gulden aan het pensioenfonds. Dit moet betaald worden, het betreft zekerheden van het personeel. Als iedere afgestudeerde gemiddeld 2.500 gulden doneert aan de UNA, dan praten wij over een bedrag van 5 miljoen gulden. APNA kan in één keer afbetaald worden. Als tegenprestatie ontvangen de weldoeners ieder kwartaal de UNA Review in de bus, een tijdschrift met interessante artikelen geschreven door medewerkers en studenten. Wetenschappelijke medewerkers zijn verplicht om twee keer per jaar een bijdrage te leveren. De rector is hoofdredacteur.
Verder is de overheid de UNA 2,3 miljoen schuldig, die met een beetje minder reizen op korte termijn overgemaakt kan worden.
Er resteert dus een kleine 4 miljoen aan schulden aan, neem ik aan, commerciële schuldeisers, waaronder misschien ook consultants met een uurtarief van 400 gulden en advocaten die 600 gulden per uur in rekening brengen. Deze schuldeisers schelden de UNA 50% van de schulden kwijt en dragen hiermee bij aan de ontwikkeling van het nieuwe land Curaçao. Als zij kinderen hebben die aan de UNA studeren of gaan studeren, des te beter.
Het probleem is nu gereduceerd tot 2 miljoen gulden. De rector kan proberen om via de derde geldstroom dit bedrag bij elkaar te krijgen, makkelijk zal het niet zijn. De UNA moet eerst een ondernemende universiteit worden.
Voor de structurele subsidieverhoging van 4,5 miljoen per jaar moet de UNA aankloppen bij de Minister van Economische Zaken die de kenniseconomie wil stimuleren. Dit is een economie waarin de productiefactor kennis een belangrijke rol inneemt naast arbeid, grondstoffen en kapitaal. Door het toepassen van kennis is innovatie mogelijk, wat leidt tot nieuwe producten en diensten. Zo, dit wil de minister dus bevorderen. De kenniseconomie begint bij de kennisinstellingen. Op Curaçao is de UNA het belangrijkste instituut. Vandaar.
Ik hoop dat de rector nu rustig kan slapen.
Sunday, January 8, 2012
Konosé bo Isla 2012-01: Gedicht
Hier volgt een strofe van een bekend gedicht.
M’a tende mi mamachi pidi
Pa Chichi haña un yònkuman
M’a mira Bòi ta sunchi Chichi
Hasi pa e bin pidi man.
Vraag: Hoe heet de schrijver van het gedicht?
Sluitingsdatum: zondag 5 februari 2012
Prijs: een cadeaubon van de Delifrance.
Sponsor: ESCRIBA N.V.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
M’a tende mi mamachi pidi
Pa Chichi haña un yònkuman
M’a mira Bòi ta sunchi Chichi
Hasi pa e bin pidi man.
Vraag: Hoe heet de schrijver van het gedicht?
Sluitingsdatum: zondag 5 februari 2012
Prijs: een cadeaubon van de Delifrance.
Sponsor: ESCRIBA N.V.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door u ontvangen mail. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2011-10: antwoord
Antwoord: Kabouter
Er zijn 9 inzendingen, allemaal goed:
Winsel Peney
Eduardo Vlieg
W.F. Martis
Ethel Mercera
Reginald Römer
Lucinda Martha
Rudy Hollander
Yolanda Chakoetoe
America Augusta
De winnaar is W.F. Martis. Iedereen bedankt voor het meedoen.
Er zijn 9 inzendingen, allemaal goed:
Winsel Peney
Eduardo Vlieg
W.F. Martis
Ethel Mercera
Reginald Römer
Lucinda Martha
Rudy Hollander
Yolanda Chakoetoe
America Augusta
De winnaar is W.F. Martis. Iedereen bedankt voor het meedoen.
Perfect
David Fu staat voor de glazen wand van het luxeappartement en kijkt uit over het water van het Schottegat waarin de flitsende lichten van de Green Town weerkaatsen. Hij gaat op zijn linkerbeen staan en legt zijn rechterbeen in zijn nek. Zo blijft hij vijf minuten roerloos staan, daarna wisselt hij van been. Hij is die avond laat geland op de Curaçao Spaceport, iets over twaalven. Hij kwam zonder moeite door de immigratie, zonder zijn ware identiteit te onthullen. Een kabeltaxi heeft hem in tien minuten vervoerd naar het twaalfsterren hotel in Green Town.
Hij zet zijn linkerbeen weer op de grond en gaat languit liggen waarbij hij alle spieren van zijn lichaam tot het maximum spant en zijn hartslag opvoert tot 200. Dit houdt hij tien minuten vol, daarna ontspant hij zich weer.
Fu heeft pas zijn tweehonderdste verjaardag gevierd, maar hij heeft de vitaliteit van een jongeman van dertig. Iedere ochtend en iedere avond doet hij twintig minuten lang oefeningen om fit te blijven.
Hij kijkt op zijn universele horloge, twee uur in de ochtend lokale tijd. Hij heeft maar drie uren slaap nodig, dus kan hij nog een uurtje opblijven. Hij besluit om toch te gaan slapen. Morgen wordt het een zware dag. ’s Middags moet hij zijn geheime opdracht uitvoeren; codenaam: het Wiwi experiment. Er zijn maar drie personen in het universum die op de hoogte zijn van het experiment. Hijzelf, de betrokkene op Curaçao, met wie hij zonet in het geheim heeft overlegd en de betrokkene in Holland, met wie William Fu eerder op de avond heeft overlegd. Wacht eens even, dat zijn er vier. Nee, William is de kloon van David, en David telt hun beiden samen als een persoon.
David Fu heeft ook nog een persoonlijke reden om het eiland te bezoeken. Hij wil de perfecte negerin ontmoeten. Volgens de legende moet zij zich in het Caraïbisch gebied bevinden. Volgens het mathematisch model van dr. Cijntje is zij op Curaçao. Zijn vrienden lachen hem uit. De perfecte negerin is een mythe, zeggen zij. Maar hij is ervan overtuigd dat hij haar zal ontmoeten.
Hij kan geen slaap vatten. Morgenochtend moet hij op vossenjacht. Hij is uitgenodigd om op de zaten van Herr Schuss en Fräulein von Rhein te gaan jagen op Haagse goudpelsjes. Dat zal wel tijdverspilling worden, hij zal daar zeker de perfecte negerin niet ontmoeten.
Hij zet de holovisie aan. Het driedimensionale beeld wordt naast het bed geprojecteerd. Het late journaal wordt herhaald. Curaçao heeft een triple A credit rating van Standard and Poor gekregen. Een overbodige luxe, want Curaçao zwemt in de deviezen. Het voornaamste exportproduct is frisse lucht. De president van de Centrale Bank, de voormalige Minister van Financiën mr. J.M. Loodin, wordt slapend rijk op zijn Auping boxspringmatras.
’s Morgens vroeg vibreert zijn Galaxy 5G telefoon, de Curaçaose betrokkene. Hij krijgt koudwatervrees. Of er geen risico’s verbonden zijn aan het experiment. David Fu is de beste psychoanalyticus van het universum, zijn experimenten mislukken nooit. Maar hij kan niet garanderen dat dit experiment geheel zonder risico is. Of het experiment niet eerder kan, in de ochtenduren. Als de Nederlandse betrokkene dan ook kan en de zaal in het Sint Hacintha Ziekenhuis beschikbaar is.
Om klokslag negen melden President Wiel van Curaçao en President de Wilde van Holland zich voor het Wiwi experiment. Zij mogen tien minuten lang in elkaars ziel kijken, onder supervisie van David en William Fu. Plotseling slaat William alarm, President de Wilde wordt bruin. Op hetzelfde moment ziet David dat President Wiel blond wordt.
Terug is zijn appartement overpeinst David Fu de gebeurtenissen van die ochtend. Er wordt op de deur geklopt. ‘Binnen,’ zegt hij lusteloos. De deur gaat open. Fu’s mond valt open. ‘Zoekt u mij?’ vraagt de negerin. ‘Perfect,’ mompelt Fu.
Hij zet zijn linkerbeen weer op de grond en gaat languit liggen waarbij hij alle spieren van zijn lichaam tot het maximum spant en zijn hartslag opvoert tot 200. Dit houdt hij tien minuten vol, daarna ontspant hij zich weer.
Fu heeft pas zijn tweehonderdste verjaardag gevierd, maar hij heeft de vitaliteit van een jongeman van dertig. Iedere ochtend en iedere avond doet hij twintig minuten lang oefeningen om fit te blijven.
Hij kijkt op zijn universele horloge, twee uur in de ochtend lokale tijd. Hij heeft maar drie uren slaap nodig, dus kan hij nog een uurtje opblijven. Hij besluit om toch te gaan slapen. Morgen wordt het een zware dag. ’s Middags moet hij zijn geheime opdracht uitvoeren; codenaam: het Wiwi experiment. Er zijn maar drie personen in het universum die op de hoogte zijn van het experiment. Hijzelf, de betrokkene op Curaçao, met wie hij zonet in het geheim heeft overlegd en de betrokkene in Holland, met wie William Fu eerder op de avond heeft overlegd. Wacht eens even, dat zijn er vier. Nee, William is de kloon van David, en David telt hun beiden samen als een persoon.
David Fu heeft ook nog een persoonlijke reden om het eiland te bezoeken. Hij wil de perfecte negerin ontmoeten. Volgens de legende moet zij zich in het Caraïbisch gebied bevinden. Volgens het mathematisch model van dr. Cijntje is zij op Curaçao. Zijn vrienden lachen hem uit. De perfecte negerin is een mythe, zeggen zij. Maar hij is ervan overtuigd dat hij haar zal ontmoeten.
Hij kan geen slaap vatten. Morgenochtend moet hij op vossenjacht. Hij is uitgenodigd om op de zaten van Herr Schuss en Fräulein von Rhein te gaan jagen op Haagse goudpelsjes. Dat zal wel tijdverspilling worden, hij zal daar zeker de perfecte negerin niet ontmoeten.
Hij zet de holovisie aan. Het driedimensionale beeld wordt naast het bed geprojecteerd. Het late journaal wordt herhaald. Curaçao heeft een triple A credit rating van Standard and Poor gekregen. Een overbodige luxe, want Curaçao zwemt in de deviezen. Het voornaamste exportproduct is frisse lucht. De president van de Centrale Bank, de voormalige Minister van Financiën mr. J.M. Loodin, wordt slapend rijk op zijn Auping boxspringmatras.
’s Morgens vroeg vibreert zijn Galaxy 5G telefoon, de Curaçaose betrokkene. Hij krijgt koudwatervrees. Of er geen risico’s verbonden zijn aan het experiment. David Fu is de beste psychoanalyticus van het universum, zijn experimenten mislukken nooit. Maar hij kan niet garanderen dat dit experiment geheel zonder risico is. Of het experiment niet eerder kan, in de ochtenduren. Als de Nederlandse betrokkene dan ook kan en de zaal in het Sint Hacintha Ziekenhuis beschikbaar is.
Om klokslag negen melden President Wiel van Curaçao en President de Wilde van Holland zich voor het Wiwi experiment. Zij mogen tien minuten lang in elkaars ziel kijken, onder supervisie van David en William Fu. Plotseling slaat William alarm, President de Wilde wordt bruin. Op hetzelfde moment ziet David dat President Wiel blond wordt.
Terug is zijn appartement overpeinst David Fu de gebeurtenissen van die ochtend. Er wordt op de deur geklopt. ‘Binnen,’ zegt hij lusteloos. De deur gaat open. Fu’s mond valt open. ‘Zoekt u mij?’ vraagt de negerin. ‘Perfect,’ mompelt Fu.
Subscribe to:
Posts (Atom)