‘Wij hebben toch wat meegemaakt in een mensenleven, de eerste mens op de maan bijvoorbeeld.’
‘Je wordt oud, schat, als mensen beginnen te zeveren over vroeger dan worden ze oud.’
‘Wij worden allemaal oud, de klok tikt even snel voor ons allemaal. Wat ik bedoel is dat er heel wat belangrijke dingen zijn gebeurd die wij bewust meegemaakt hebben. Weet je nog hoe de eerste man op de maan heette?’
‘Vergeet niet dat ik tien jaar jonger ben dan jij.’
‘Neil Armstrong, 21 juli 1969.’
‘Toen was de rook in Punda en Otrobanda nog niet opgetrokken.’
‘That's one small step for man, one giant leap for mankind.’
‘Wat? Dertig mei?’
‘Nee, dat zei Neils Armstrong. En dan Fidel Castro, tien jaar eerder.’
‘Ik was toen nog niet geboren.’
‘Mijn oom was een grote bewonderaar van Fidel. Als hij van het werk thuiskwam zei hij altijd, ‘llegó un Cubano’. Wij liepen hem tegemoet en droegen zijn tas voor hem. Hij had altijd een stukje brood over en daar mochten wij om vechten.’
‘Ik dacht dat je oom bij de Shell werkte, niet echt een revolutionaire club. Wat voor werk deed hij?’
‘Hij was chauffeur van de directie. Twee keer in de week bracht hij de echtgenotes naar het directiestrand bij Caracasbaai, hij nam soms ook zijn zwembroek mee.’
‘Een rasrevolutionair dus.’
‘En de moord op John F. Kennedy op 22 november 1963 in Dallas. Ik kwam net uit school toen wij het bericht hoorden. Ik zat op de MULO. Heel Curaçao was geschokt.’
‘Precies drie jaar later sterft Dòktor da Costa Gomez. Dat had er toch niets mee te maken, of wel?’
‘Praat geen onzin. Dòktor is gestorven aan een longontsteking.’
‘Ze zeggen van de ellende. Maar hou op met dat gezeik en ga liever twee biertjes halen uit de koelkast.’
‘Juny, haal even twee koude biertjes voor deze twee oudjes, neem er zelf ook een. Deze nog, de zonsverduistering van 26 februari 1998. Weet je nog? Een boze luisteraar belde een radiostation op om te vragen waarom de verduistering op een doordeweekse dag onder werktijd plaats moest vinden en waarom gobièrnu er niet voor kon zorgen dat het naar zondag verschoven werd, zodat de gewone man ook kon kijken.’
‘Je liegt, je hebt je roeping gemist, je moest schrijver worden met die verhaaltjes van jou.’
‘Ik heb het met mijn eigen oren gehoord.’
‘Gaat moeilijk met andermans oren. Ik heb er zelf ook een paar.’
‘Oren?’
‘Nee, historische gebeurtenissen. 3 Januari 1970?’
‘Mmm..., 3 januari 1970, laat mij denken..., kabinet Petronia?’
‘Nee, nog erger, het einde van de muziek. De Beatles vallen uit elkaar, onderlinge ruzie.’
‘Hoezo het einde van de muziek? De tumba floreerde, Boy Dap wordt drie keer tumba koning met Estrellas del Caribe, in theater Roxy volgens mij en daarna weer twee keer in SUBT stadion, Doble R wordt opgericht...’
‘Ik had het over muziek.’
‘Je discrimineert.’
‘Niet boos worden, nu een laatste. 15 december 2008?’
‘Begin van het einde. Welterusten.’
K.
Friday, September 19, 2008
Sunday, September 7, 2008
Konosé bo Isla 2008-09: Kwatrijnen uit Fort Amsterdam, Cola Debrot
Droevig eiland droevig volk
droevig eiland in de kolk
van de maalstroom van de maalstroom
??????????????????????????
Vraag: Maak het bovenstaande kwatrijn van Cola Debrot af.
Sluitingsdatum: zondag 5 oktober 2008
Prijs: een cadeaubon van Boekhandel Mensing .
Sponsor: Datelnet n.v.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
droevig eiland in de kolk
van de maalstroom van de maalstroom
??????????????????????????
Vraag: Maak het bovenstaande kwatrijn van Cola Debrot af.
Sluitingsdatum: zondag 5 oktober 2008
Prijs: een cadeaubon van Boekhandel Mensing .
Sponsor: Datelnet n.v.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2008-08: antwoord
Antwoord: De boom staat op Scharloo op het terrein waar de Vijf Zinnen heeft gestaan tussen MCB en Kas di Kultura.
Er zijn 15 inzendingen, waarvan 14 goed:
Erich Rene
Max Martina
Willy Maal
Crisen Schorea
Tamira La Cruz
Ed Nahar
Norman Levens
J.T. Emers
Yolanda Chakoetoe
Winsel Peney
Carol Dick
Lida Pandt
Niels Augusta
Joan Augusta
L.J.Chr. Dee
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnaar is Erich Rene
Er zijn 15 inzendingen, waarvan 14 goed:
Erich Rene
Max Martina
Willy Maal
Crisen Schorea
Tamira La Cruz
Ed Nahar
Norman Levens
J.T. Emers
Yolanda Chakoetoe
Winsel Peney
Carol Dick
Lida Pandt
Niels Augusta
Joan Augusta
L.J.Chr. Dee
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnaar is Erich Rene
Sunday, August 24, 2008
De Koning
Wij zaten met een groep vrienden in de kantine en hadden net het bericht ontvangen dat Martin Luther King doodgeschoten was. Wij keken verslagen voor ons uit. In de kantine zaten hoofdzakelijk jongens, een enkel meisje, zij studeerde werktuigbouwkunde en zag er niet uit. In haar vrije tijd repareerde zij auto’s. De kantinejuffrouw lonkte naar ons, zij had lang blond haar en een mooi gezicht, een jaar of twintig.
‘Het is zijn eigen schuld,’ zei een getikte vriend.
Wij reageerden niet. Wij reageerden nooit als hij iets zei. De kantinejuffrouw kwam de tafel afruimen.
‘Wij moeten vanavond iets organiseren,’ opperde een vriend met een Jimmy Hendrix afro, ‘een black culture avond.’
‘Dat doen we,’ reageerde de mafkees, ‘daarna gaan wij naar de stad en timmeren de eerste en de beste makamba die wij tegenkomen in mekaar.’ De kantinejuffrouw glimlachte, ze had rotte tanden.
Die avond trommelden wij iedereen op, studenten en arbeiders, werkend of niet werkend, wij maakten geen onderscheid. De trompet van Miles Davis klonk schel, Miles in the Sky.
‘Wat staat op het programma?’ vroeg een niet werkende arbeider.
‘Martin Luther King is vermoord.’
‘Wij breken de stad af!’ sprak hij fel en stak een jointje op. ‘Een trekje?’ ‘Nee, dank je.’
Drie meisjes met korte rokken en dikke bruine dijen kwamen binnen.
‘Wat een herrie,’zei de tofste van de drie, ‘hebben jullie geen betere muziek? Say it loud - I’m black and I’m proud, James Brown, daar kun je tenminste op dansen.’
‘Wij hebben geen feest, Martin Luther King is dood.’
‘O jee, een vriend van jullie?’
‘Mijn oom,’ antwoordde de mafkikker.
‘Wie heeft Frantz Fanon gelezen?’ vroeg Jimmy Hendrix. ‘Black Skin, White Masks, een geweldig boek, ik heb het bij me, ik kan er een stukje uit voorlezen.’
‘Niet moeilijk doen, professor,’ reageerde de toffe meid, ‘wij weten dat je slim bent, wat heb je nog meer bij je, rode libanon?’
‘Niggers are scared of revolution
But niggers shouldn't be scared of revolution
Because revolution is nothing but change
And all niggers do is change.’
‘Dat kennen jullie niet,’ schepte de gesjeesde vriend op. Iedereen bleef stil. ‘Dat gedicht heb ik gehoord in New York, toen ik laatst daar was.’
‘Je bent nooit in New York geweest, flippo,’ zei het meisje terwijl zij een stukje rode libanon in een vloeitje verbrokkelde, ‘je bent niet verder gekomen dan Amsterdam.’
Jimmy Hendrix haalde zijn mondharmonica tevoorschijn en begon een blues te spelen die hij zelf gecomponeerd had: ‘Kòrsou na kandela Blues’. Het was een profetisch lied over de uitbuiting van arbeiders op Curaçao. Het meisje blies een rookwolk in zijn gezicht.
‘Vertel ons liever van die Martin van jullie, in plaats van die onzin te zingen. Waaraan is hij doodgegaan?’
‘Zalig zijn de simpelen van geest,’ zei Jimmy Hendrix en borg zijn mondharmonica op, ‘in welke grot wonen jullie?’
‘In de grot van je m..., breek me de bek niet open.’
‘Gaan wij de stad nog afbreken?’ vroeg de niet werkende arbeider.
Veertig jaar later zit ik voor de televisie en ik kijk naar CNN. De einduitslag van de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten is net binnen. Een zwarte Amerikaan heeft gewonnen. Ik bel de kale Jimmy Hendrix op. ‘The King is dead, long live the King’, zegt hij.
K.
‘Het is zijn eigen schuld,’ zei een getikte vriend.
Wij reageerden niet. Wij reageerden nooit als hij iets zei. De kantinejuffrouw kwam de tafel afruimen.
‘Wij moeten vanavond iets organiseren,’ opperde een vriend met een Jimmy Hendrix afro, ‘een black culture avond.’
‘Dat doen we,’ reageerde de mafkees, ‘daarna gaan wij naar de stad en timmeren de eerste en de beste makamba die wij tegenkomen in mekaar.’ De kantinejuffrouw glimlachte, ze had rotte tanden.
Die avond trommelden wij iedereen op, studenten en arbeiders, werkend of niet werkend, wij maakten geen onderscheid. De trompet van Miles Davis klonk schel, Miles in the Sky.
‘Wat staat op het programma?’ vroeg een niet werkende arbeider.
‘Martin Luther King is vermoord.’
‘Wij breken de stad af!’ sprak hij fel en stak een jointje op. ‘Een trekje?’ ‘Nee, dank je.’
Drie meisjes met korte rokken en dikke bruine dijen kwamen binnen.
‘Wat een herrie,’zei de tofste van de drie, ‘hebben jullie geen betere muziek? Say it loud - I’m black and I’m proud, James Brown, daar kun je tenminste op dansen.’
‘Wij hebben geen feest, Martin Luther King is dood.’
‘O jee, een vriend van jullie?’
‘Mijn oom,’ antwoordde de mafkikker.
‘Wie heeft Frantz Fanon gelezen?’ vroeg Jimmy Hendrix. ‘Black Skin, White Masks, een geweldig boek, ik heb het bij me, ik kan er een stukje uit voorlezen.’
‘Niet moeilijk doen, professor,’ reageerde de toffe meid, ‘wij weten dat je slim bent, wat heb je nog meer bij je, rode libanon?’
‘Niggers are scared of revolution
But niggers shouldn't be scared of revolution
Because revolution is nothing but change
And all niggers do is change.’
‘Dat kennen jullie niet,’ schepte de gesjeesde vriend op. Iedereen bleef stil. ‘Dat gedicht heb ik gehoord in New York, toen ik laatst daar was.’
‘Je bent nooit in New York geweest, flippo,’ zei het meisje terwijl zij een stukje rode libanon in een vloeitje verbrokkelde, ‘je bent niet verder gekomen dan Amsterdam.’
Jimmy Hendrix haalde zijn mondharmonica tevoorschijn en begon een blues te spelen die hij zelf gecomponeerd had: ‘Kòrsou na kandela Blues’. Het was een profetisch lied over de uitbuiting van arbeiders op Curaçao. Het meisje blies een rookwolk in zijn gezicht.
‘Vertel ons liever van die Martin van jullie, in plaats van die onzin te zingen. Waaraan is hij doodgegaan?’
‘Zalig zijn de simpelen van geest,’ zei Jimmy Hendrix en borg zijn mondharmonica op, ‘in welke grot wonen jullie?’
‘In de grot van je m..., breek me de bek niet open.’
‘Gaan wij de stad nog afbreken?’ vroeg de niet werkende arbeider.
Veertig jaar later zit ik voor de televisie en ik kijk naar CNN. De einduitslag van de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten is net binnen. Een zwarte Amerikaan heeft gewonnen. Ik bel de kale Jimmy Hendrix op. ‘The King is dead, long live the King’, zegt hij.
K.
Friday, August 22, 2008
Churandy, Kabayero noble (un ehèmpel, un inspiradó i nos tesoro)
Kabayero noble, nos héroe Churandy Martina
Bo nòmber ta mentá den prensa i den tur skina
Na weganan Olímpiko, ainda bo no a logra plata ni oro
Pero pa Antia i sigur Kòrsou , semper lo bo keda nos tesoro
Bo ta un gran ehèmpel pa hubentut
P’esei nos mester paga bo ku gratitut
Den bo bida bo a salta hopi momentunan di goso
Den kuadro di hasi bo máksimo esfuerso
Hopi di loke bo ta poseé i tin
Bo a laga mundu henter mira for di Beijing
Todopoderoso realmente a bendishoná bo ku un don
Basá riba bo prestashon, mundu awor sa ku bo ta super bon
Un kos ta sigur, fo’i Banda Riba te Banda Bou
Tur hende ta anhelá bo yegada aki na Kòrsou
Abo huntu ku tur e otronan ku a presta i bira famoso
Lo inspirá nos hendenan pa hasi Kòrsou un pais grandioso
Señor guiá bo i warda bo bou di su protekshon
I drama pa bo i henter bo famia su bendishon
Teresa (Techi) Koeiman-Doran
Kòrsou, 21 di ougùstùs 2008
Bo nòmber ta mentá den prensa i den tur skina
Na weganan Olímpiko, ainda bo no a logra plata ni oro
Pero pa Antia i sigur Kòrsou , semper lo bo keda nos tesoro
Bo ta un gran ehèmpel pa hubentut
P’esei nos mester paga bo ku gratitut
Den bo bida bo a salta hopi momentunan di goso
Den kuadro di hasi bo máksimo esfuerso
Hopi di loke bo ta poseé i tin
Bo a laga mundu henter mira for di Beijing
Todopoderoso realmente a bendishoná bo ku un don
Basá riba bo prestashon, mundu awor sa ku bo ta super bon
Un kos ta sigur, fo’i Banda Riba te Banda Bou
Tur hende ta anhelá bo yegada aki na Kòrsou
Abo huntu ku tur e otronan ku a presta i bira famoso
Lo inspirá nos hendenan pa hasi Kòrsou un pais grandioso
Señor guiá bo i warda bo bou di su protekshon
I drama pa bo i henter bo famia su bendishon
Teresa (Techi) Koeiman-Doran
Kòrsou, 21 di ougùstùs 2008
Thursday, August 21, 2008
Thursday, August 14, 2008
Grote Banaan uit Afrika (een kinderliedje)
De grote banaan uit afrika die danste de hele dag van je bi boe ba ba nanana.
En iedereen die het zag zei; hé waar komt die banaan vandaan hé waar gaat ie naar toe?
We dansen die banaan achterna van je bie boe ba la loe.
De grote banaan uit afrika die keek toen heel verwonderd.
De mensen zongen bi boe ba
Het waren er wel honderd ze dansten naar het warme strand
en riepen met z'n allen lang leve het bananen land
En trap niet op de kwallen bi boe banana loe.
De grote banaan uit afrika die danste de hele dag van je bi boe ba ba nanana.
En iedereen die het zag zei; hé waar komt die banaan vandaan, hé waar gaat ie naar toe?
We dansen die banaan achterna van je bie boe ba la loe.
De grote banaan uit afrika begon opeens te rennen.
Hij wilde naar het water toe om lekker te gaan zwemmen,
hij trok zijn gele jasje uit en sprong toen in de golven.
daar werd hij door een hoge zee haast helemaal bedolven bi boe banana loe.
Die blote banaan uit afrika die zwom toen de hele dag,
want hij ging terug naar afrika en iedereen die het zag zei;
hé waar zou die banaan heen gaan hé waar gaat ie naar toe?
Hij zwemt terug naar Afrika van je bie boe ba la loe.
En iedereen die het zag zei; hé waar komt die banaan vandaan hé waar gaat ie naar toe?
We dansen die banaan achterna van je bie boe ba la loe.
De grote banaan uit afrika die keek toen heel verwonderd.
De mensen zongen bi boe ba
Het waren er wel honderd ze dansten naar het warme strand
en riepen met z'n allen lang leve het bananen land
En trap niet op de kwallen bi boe banana loe.
De grote banaan uit afrika die danste de hele dag van je bi boe ba ba nanana.
En iedereen die het zag zei; hé waar komt die banaan vandaan, hé waar gaat ie naar toe?
We dansen die banaan achterna van je bie boe ba la loe.
De grote banaan uit afrika begon opeens te rennen.
Hij wilde naar het water toe om lekker te gaan zwemmen,
hij trok zijn gele jasje uit en sprong toen in de golven.
daar werd hij door een hoge zee haast helemaal bedolven bi boe banana loe.
Die blote banaan uit afrika die zwom toen de hele dag,
want hij ging terug naar afrika en iedereen die het zag zei;
hé waar zou die banaan heen gaan hé waar gaat ie naar toe?
Hij zwemt terug naar Afrika van je bie boe ba la loe.
Wednesday, August 6, 2008
Top 100 movie quotes (a selection)
1. "Frankly, my dear, I don't give a damn." Clark Gable as Rhett Butler in Gone With the Wind (1939)
2. "I'm going to make him an offer he can't refuse." Marlon Brando as Vito Corleone in The Godfather (1972)
8. "May the Force be with you." Harrison Ford as Han Solo in Star Wars (1977)
22. "Bond. James Bond." Sean Connery as James Bond in Dr. No (1962)
41. "We rob banks." Warren Beatty as Clyde Barrow in Bonnie and Clyde (1967)
42. "Plastics." Walter Brooke as Mr. Maguire in The Graduate (1967)
53. "One morning I shot an elephant in my pajamas. How he got in my pajamas, I don't know." Groucho Marx as Capt. Geoffrey T. Spaulding in Animal Crackers (1930)
56. "A boy's best friend is his mother." Anthony Perkins as Norman Bates in Psycho
(1960)
63. "Mrs. Robinson, you're trying to seduce me. Aren't you?" Dustin Hoffman as Benjamin Braddock in The Graduate (1967)
85. "My precious." Andy Serkis as Gollum in The Lord of the Rings: The Two Towers
(2002)
90. "Shaken, not stirred." Sean Connery as James Bond in Goldfinger (1964)
2. "I'm going to make him an offer he can't refuse." Marlon Brando as Vito Corleone in The Godfather (1972)
8. "May the Force be with you." Harrison Ford as Han Solo in Star Wars (1977)
22. "Bond. James Bond." Sean Connery as James Bond in Dr. No (1962)
41. "We rob banks." Warren Beatty as Clyde Barrow in Bonnie and Clyde (1967)
42. "Plastics." Walter Brooke as Mr. Maguire in The Graduate (1967)
53. "One morning I shot an elephant in my pajamas. How he got in my pajamas, I don't know." Groucho Marx as Capt. Geoffrey T. Spaulding in Animal Crackers (1930)
56. "A boy's best friend is his mother." Anthony Perkins as Norman Bates in Psycho
(1960)
63. "Mrs. Robinson, you're trying to seduce me. Aren't you?" Dustin Hoffman as Benjamin Braddock in The Graduate (1967)
85. "My precious." Andy Serkis as Gollum in The Lord of the Rings: The Two Towers
(2002)
90. "Shaken, not stirred." Sean Connery as James Bond in Goldfinger (1964)
Tuesday, August 5, 2008
Culturele curiositeit
Papiamentu mocht niet op schoolplein. ‘Ki falta bo, sua?’ Pats! Een draai om mijn oren van Frater Dismas. De polsen van Frater Dismas waren even dik als mijn dijbenen. Hij had dubbele letter, wat betekende dat zijn klappen extra hard aankwamen. Dit gebeurde op een onbewaakt moment, want wij hadden altijd iemand op de uitkijk wanneer wij in een groepje stonden te praten. Als de frater aankwam, gaf Witte Veder een signaal en dan deden wij waar wij het beste in waren, zwijgen in alle talen.
De fraters waren ervan overtuigd dat het spreken van Papiamentu de hersenen aantastte, waardoor de intelligentie achteruitging. Intelligentie was toen nog niet normaal verdeeld.
Ik was een jaar of vijf, zes en sprak thuis, op straat, in de winkel en in de kerk Papiamentu. Voor zover ik mij kan herinneren spraken alle jongens in mijn klas thuis Papiamentu, behalve, nu ik erover nadenk, de zoon van een arts die zijn praktijk op het Rif had, maar hij sprak ook Papiamentu op het schoolplein.
Ondanks de terreur deden wij het niet slecht op school. Op ons schoolrapport stond een merkwaardige vermelding ‘groep’ geheten en die liep van één tot vijf. Tot de eerste groep behoorden de beste leerlingen en de slechtste tot vijfde groep. ‘Mi ñetu mayó a sali eerste groep, mijn oudste kleinkind is in de eerste groep uitgekomen,’ riep mijn grootmoeder luid in de straten van Otrobanda. Aan de indeling van de zitplaatsen in de klas kon men de schoolresultaten aflezen, de eerstegroepers zaten op de eerste rij, daarachter de tweedegroepers, enzovoorts. Hoewel de vijfdegroepers officieel helemaal achterin zaten, waren zij meestal druk in het weer met het opknappen van karweitjes voor de frater: koffie halen, plantjes water geven, mappen rondbrengen, noem maar op. Onderwijs was aan hen niet besteed.
Ik moet eerlijkheidshalve zeggen dat ik niet altijd in de eerste groep uitkwam, dat was niet goed voor mijn reputatie in de steegjes van Otrobanda.
Later, in de derde klas geloof ik, kregen wij een Surinaamse leerkracht. Hij sprak ook geen Papiamentu, maar hij had een donkere huidskleur en dat gaf hoop, hij was een bondgenoot. Een keer vroeg ik hem, in een vlaag van enthousiasme, of hij wel funchi at. Dat was het minste wat je kon verwachten van een bondgenoot die geen Papiamentu sprak. ‘Ik heb funchi wel een keer gegeten, maar gebakken, anders lust ik het niet.’ Ik vond hem een verrader. Dat de fraters geen Papiamentu spraken en geen funchi aten, dat kon ik hen vergeven, zij kwamen immers uit Tilburg, een boerendorp in die tijd. Maar hem niet, hij kwam uit Suriname en daar wisten zij het beter.
Op een dag verscheen er een groep rare gasten op school. Zij waren jong en keurig gekleed met lange mouwen en stropdassen. Zij kwamen kweken en werden verdeeld over de klassen. Eentje was mijn buurjongen, maar hij deed alsof hij mij niet kende. Zo stroomden de scholen langzamerhand vol met leerkrachten die wel Papiamentu spraken en funchi aten, maar dat verloochenden. De leerlingen waren echter niet gek en hadden gauw genoeg in de gaten dat meneer of juffrouw de sommen ook in het Papiamentu kon uitleggen. Ze deden dus alsof zij het Nederlands niet verstonden, hun goed recht. Zo deed het Papiamentu ongemerkt haar intrede in de scholen.
Toen dit goed en wel aan de gang was, kwamen de intellectuelen op de proppen met ‘Papiamentu a bai skol’ en schreven de introductie van het Papiamentu in het onderwijs op hun conto. Zes jaar geleden stapte ook het Rooms Katholieke Schoolbestuur op de bandwagon onder het motto ‘if you cannot beat them, join them’, en introduceerde het Papiamentu als instructietaal op al haar scholen, behalve het Vigdis Jonckheer-Mensing College, omdat het schoolbestuur in onderwijs in de moedertaal geloofde (noot: mevrouw Vigdis Jonckheer-Mensing q.e.p.d. was jarenlang directeur van het RK Schoolbestuur).
Zes jaar later krijgt het RK Schoolbestuur koude voeten aangezien ‘kinderen in groep vijf en zes van het Papiamentstalig funderend onderwijs (fo) slechtere resultaten behalen op het gebied van taal en rekenen dan leerlingen van vergelijkbare leerjaren in het oude onderwijssysteem’ en draait de klok terug. Voornaamste reden: er is niet genoeg materiaal in de moedertaal. Met andere woorden, iemand is lui geweest, of zoals dat meestal het geval is, wij zeggen wel A maar geen B. B laten wij over aan het Opperwezen, dat echter andere dingen aan zijn hoofd heeft.
De cirkel is bijna rond, er resteert nog de beslissing om het Papiamentu te verbieden op het schoolplein. Het Papiamentu wordt verheven, net als de funchi, tot een culturele curiositeit, leuk voor de Hollanders om eraan te ruiken.
K.
De fraters waren ervan overtuigd dat het spreken van Papiamentu de hersenen aantastte, waardoor de intelligentie achteruitging. Intelligentie was toen nog niet normaal verdeeld.
Ik was een jaar of vijf, zes en sprak thuis, op straat, in de winkel en in de kerk Papiamentu. Voor zover ik mij kan herinneren spraken alle jongens in mijn klas thuis Papiamentu, behalve, nu ik erover nadenk, de zoon van een arts die zijn praktijk op het Rif had, maar hij sprak ook Papiamentu op het schoolplein.
Ondanks de terreur deden wij het niet slecht op school. Op ons schoolrapport stond een merkwaardige vermelding ‘groep’ geheten en die liep van één tot vijf. Tot de eerste groep behoorden de beste leerlingen en de slechtste tot vijfde groep. ‘Mi ñetu mayó a sali eerste groep, mijn oudste kleinkind is in de eerste groep uitgekomen,’ riep mijn grootmoeder luid in de straten van Otrobanda. Aan de indeling van de zitplaatsen in de klas kon men de schoolresultaten aflezen, de eerstegroepers zaten op de eerste rij, daarachter de tweedegroepers, enzovoorts. Hoewel de vijfdegroepers officieel helemaal achterin zaten, waren zij meestal druk in het weer met het opknappen van karweitjes voor de frater: koffie halen, plantjes water geven, mappen rondbrengen, noem maar op. Onderwijs was aan hen niet besteed.
Ik moet eerlijkheidshalve zeggen dat ik niet altijd in de eerste groep uitkwam, dat was niet goed voor mijn reputatie in de steegjes van Otrobanda.
Later, in de derde klas geloof ik, kregen wij een Surinaamse leerkracht. Hij sprak ook geen Papiamentu, maar hij had een donkere huidskleur en dat gaf hoop, hij was een bondgenoot. Een keer vroeg ik hem, in een vlaag van enthousiasme, of hij wel funchi at. Dat was het minste wat je kon verwachten van een bondgenoot die geen Papiamentu sprak. ‘Ik heb funchi wel een keer gegeten, maar gebakken, anders lust ik het niet.’ Ik vond hem een verrader. Dat de fraters geen Papiamentu spraken en geen funchi aten, dat kon ik hen vergeven, zij kwamen immers uit Tilburg, een boerendorp in die tijd. Maar hem niet, hij kwam uit Suriname en daar wisten zij het beter.
Op een dag verscheen er een groep rare gasten op school. Zij waren jong en keurig gekleed met lange mouwen en stropdassen. Zij kwamen kweken en werden verdeeld over de klassen. Eentje was mijn buurjongen, maar hij deed alsof hij mij niet kende. Zo stroomden de scholen langzamerhand vol met leerkrachten die wel Papiamentu spraken en funchi aten, maar dat verloochenden. De leerlingen waren echter niet gek en hadden gauw genoeg in de gaten dat meneer of juffrouw de sommen ook in het Papiamentu kon uitleggen. Ze deden dus alsof zij het Nederlands niet verstonden, hun goed recht. Zo deed het Papiamentu ongemerkt haar intrede in de scholen.
Toen dit goed en wel aan de gang was, kwamen de intellectuelen op de proppen met ‘Papiamentu a bai skol’ en schreven de introductie van het Papiamentu in het onderwijs op hun conto. Zes jaar geleden stapte ook het Rooms Katholieke Schoolbestuur op de bandwagon onder het motto ‘if you cannot beat them, join them’, en introduceerde het Papiamentu als instructietaal op al haar scholen, behalve het Vigdis Jonckheer-Mensing College, omdat het schoolbestuur in onderwijs in de moedertaal geloofde (noot: mevrouw Vigdis Jonckheer-Mensing q.e.p.d. was jarenlang directeur van het RK Schoolbestuur).
Zes jaar later krijgt het RK Schoolbestuur koude voeten aangezien ‘kinderen in groep vijf en zes van het Papiamentstalig funderend onderwijs (fo) slechtere resultaten behalen op het gebied van taal en rekenen dan leerlingen van vergelijkbare leerjaren in het oude onderwijssysteem’ en draait de klok terug. Voornaamste reden: er is niet genoeg materiaal in de moedertaal. Met andere woorden, iemand is lui geweest, of zoals dat meestal het geval is, wij zeggen wel A maar geen B. B laten wij over aan het Opperwezen, dat echter andere dingen aan zijn hoofd heeft.
De cirkel is bijna rond, er resteert nog de beslissing om het Papiamentu te verbieden op het schoolplein. Het Papiamentu wordt verheven, net als de funchi, tot een culturele curiositeit, leuk voor de Hollanders om eraan te ruiken.
K.
Monday, August 4, 2008
Sunday, August 3, 2008
Konosé bo Isla 2008-08: Behoud natuur
Het terrein rondom deze boom wordt schoongemaakt voor (commerciële) doeleinden. Deze prachtige boom wordt blijkbaar/hopelijk behouden.
Vraag: Waar staat deze boom?
Sluitingsdatum: zondag 7 september 2008
Prijs: een cadeaubon van Candy Barrel .
Sponsor: Datelnet n.v.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2008-07: antwoord
Antwoord: Makaprein
Er zijn 33 inzendingen, waarvan 25 goed:
Leendert J.J. Pengel
Joan Augusta
Elly Osepa
Papy Lareine
F. d..S..T..
Tamira La Cruz
Virlene de Lanoy
Islelly.Pikerie
Winsel Peney
Yolanda Chakoetoe
Nuelette Adams
Loeki Peters
Jefka Alberto
Max Martina
Erich Rene
R.V. Romer
Aimee Kleinmoedig
Magdalis Bakboord
Elodie Voorbraak
Ilona Berggraaf
Efren
Jaap Blenk
Erseline Mauricio
Lida Pandt
Niels Augusta
J.T. Emers
Farienne Martis
Eugene Kapel
Tilly Peters
Daisy Mogen
Sharine Martina
Carol Dick
Gilson Elmzoon
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnares is Elly Osepa
Er zijn 33 inzendingen, waarvan 25 goed:
Leendert J.J. Pengel
Joan Augusta
Elly Osepa
Papy Lareine
F. d..S..T..
Tamira La Cruz
Virlene de Lanoy
Islelly.Pikerie
Winsel Peney
Yolanda Chakoetoe
Nuelette Adams
Loeki Peters
Jefka Alberto
Max Martina
Erich Rene
R.V. Romer
Aimee Kleinmoedig
Magdalis Bakboord
Elodie Voorbraak
Ilona Berggraaf
Efren
Jaap Blenk
Erseline Mauricio
Lida Pandt
Niels Augusta
J.T. Emers
Farienne Martis
Eugene Kapel
Tilly Peters
Daisy Mogen
Sharine Martina
Carol Dick
Gilson Elmzoon
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnares is Elly Osepa
Tuesday, July 22, 2008
Afdankertjes
Buiten sneeuwt het en ik lig onder de dekens met een sinusitis. Ik gebruik een baddoek in plaats van een handdoek om mijn neus te snuiten. De platenspeler is binnen handbereik en daarop draait voor de zoveelste keer vanavond het inmiddels grijs gedraaide nieuwste album van de Beatles, Sgt. Pepper’s Lonely Heart Club Band. Mijn favoriete nummer is ‘She’s leaving home’, over een meisje dat op een woensdagochtend om vijf uur haar ouderlijk huis verlaat en een brief achterlaat. De ouders vragen zich af wat zij verkeerd hebben gedaan, want zij hebben hun dochter alles gegeven wat zij hadden. Behalve begrip, blijkt aan het eind van het liedje. Herkenbaar?
Wat ik hier vertel is natuurlijk lang geleden, dat had u al in de gaten. Wat ik wil duidelijk maken is dat ik voor teksten met inhoud ga, liedjes die een verhaal vertellen. Een ander lied van latere datum is ‘A boy named Sue’ van Johnny Cash. Het verhaal van een jongen die door zijn vader, voordat deze zijn moeder verlaat, Sue wordt genoemd. Op school plagen de jongens hem en de meisjes giechelen wanneer zij zijn naam horen. Sue brengt al vechtend zijn jeugd door. Hij gaat overal naar zijn vader op zoek en zweert dat hij hem vermoordt wanneer hij hem vindt. Hij vindt hem in een café en er volgt een gevecht, waarbij zij allebei hun revolvers trekken, anders was het geen Amerikaans verhaal. Met getrokken revolvers legt de vader uit aan zijn zoon dat hij hem Sue genoemd heeft om hem te sterk te maken, ‘this world is rough and you’ve gotta be tough’. Zoon begrijpt het nu, vader en zoon vallen elkaar in de armen. Zeer overdreven, maar er zit een kern ter overdenking in. Niet dat u nu meteen uw zoontje Zulaika of Natasha moet gaan noemen.
Recentelijk schoot mij een heel oud lied te binnen, ‘Second Hand Rose’(1921) van Fanny Brice, later ook gezongen door Barbra Streisand.. In een lokale krant las ik twee berichten. Het eerste verhaalde over vijftig gebruikte computers van de Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat, symbolisch overhandigd door minister Camiel Eurlings aan onze minister Adriaens. De computers zijn bestemd voor het onderwijs. Het andere ging over ongeveer 1100 oude business seats uit het voetbalstadion De Kuip in Rotterdam die naar de Nederlandse Antillen en Suriname zullen worden overgebracht. Nu moet je een gegeven paard niet in de bek kijken en ik wil ook niet ondankbaar zijn, maar ik moest onwillekeurig denken aan Second Hand Rose.
Laat mij terugkeren naar mijn studentenkamer. De platenspeler had ik voor vijfentwintig gulden op de kop getikt bij de lompenboer en verder was mijn kamer volgepropt met tweedehands spullen. Mijn bed van toen staat nu in de kamer van mijn dochter. Het arme meisje moest als kind noodgedwongen slapen op een bed van meer dan dertig jaar oud.
De tijden zijn echter veranderd. In het appartement van mijn studerende dochter staan voornamelijk nieuwe spullen. Op de scholen willen de leerlingen nieuwe computers. Het is zelfs zo dat de eisen aan computers in het onderwijs hoger zijn dan die aan computers in een kantooromgeving. De toepassingen in het onderwijs zijn allemaal multimedia, terwijl kantoorapplicaties hooguit gebruik maken van graphics.
Of de voetbalsupporters ook op nieuwe stoelen willen zitten, weet ik niet. Wie geen geld heeft kan niets eisen, no money, no love. Ik ben niet tegen afgedankte spullen, maar zij moeten wel bruikbaar zijn. Zo kunnen wij best een achttal afgedankte ministers gebruiken. Jan Peter zal na de verkiezingen van 2010 ongetwijfeld nog een tijdje meekunnen, Camiel ook.
K.
Wat ik hier vertel is natuurlijk lang geleden, dat had u al in de gaten. Wat ik wil duidelijk maken is dat ik voor teksten met inhoud ga, liedjes die een verhaal vertellen. Een ander lied van latere datum is ‘A boy named Sue’ van Johnny Cash. Het verhaal van een jongen die door zijn vader, voordat deze zijn moeder verlaat, Sue wordt genoemd. Op school plagen de jongens hem en de meisjes giechelen wanneer zij zijn naam horen. Sue brengt al vechtend zijn jeugd door. Hij gaat overal naar zijn vader op zoek en zweert dat hij hem vermoordt wanneer hij hem vindt. Hij vindt hem in een café en er volgt een gevecht, waarbij zij allebei hun revolvers trekken, anders was het geen Amerikaans verhaal. Met getrokken revolvers legt de vader uit aan zijn zoon dat hij hem Sue genoemd heeft om hem te sterk te maken, ‘this world is rough and you’ve gotta be tough’. Zoon begrijpt het nu, vader en zoon vallen elkaar in de armen. Zeer overdreven, maar er zit een kern ter overdenking in. Niet dat u nu meteen uw zoontje Zulaika of Natasha moet gaan noemen.
Recentelijk schoot mij een heel oud lied te binnen, ‘Second Hand Rose’(1921) van Fanny Brice, later ook gezongen door Barbra Streisand.. In een lokale krant las ik twee berichten. Het eerste verhaalde over vijftig gebruikte computers van de Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat, symbolisch overhandigd door minister Camiel Eurlings aan onze minister Adriaens. De computers zijn bestemd voor het onderwijs. Het andere ging over ongeveer 1100 oude business seats uit het voetbalstadion De Kuip in Rotterdam die naar de Nederlandse Antillen en Suriname zullen worden overgebracht. Nu moet je een gegeven paard niet in de bek kijken en ik wil ook niet ondankbaar zijn, maar ik moest onwillekeurig denken aan Second Hand Rose.
Laat mij terugkeren naar mijn studentenkamer. De platenspeler had ik voor vijfentwintig gulden op de kop getikt bij de lompenboer en verder was mijn kamer volgepropt met tweedehands spullen. Mijn bed van toen staat nu in de kamer van mijn dochter. Het arme meisje moest als kind noodgedwongen slapen op een bed van meer dan dertig jaar oud.
De tijden zijn echter veranderd. In het appartement van mijn studerende dochter staan voornamelijk nieuwe spullen. Op de scholen willen de leerlingen nieuwe computers. Het is zelfs zo dat de eisen aan computers in het onderwijs hoger zijn dan die aan computers in een kantooromgeving. De toepassingen in het onderwijs zijn allemaal multimedia, terwijl kantoorapplicaties hooguit gebruik maken van graphics.
Of de voetbalsupporters ook op nieuwe stoelen willen zitten, weet ik niet. Wie geen geld heeft kan niets eisen, no money, no love. Ik ben niet tegen afgedankte spullen, maar zij moeten wel bruikbaar zijn. Zo kunnen wij best een achttal afgedankte ministers gebruiken. Jan Peter zal na de verkiezingen van 2010 ongetwijfeld nog een tijdje meekunnen, Camiel ook.
K.
Thursday, July 17, 2008
Julie Andrews - My Favorite Things
Raindrops on roses and whiskers on kittens
Bright copper kettles and warm woolen mittens
Brown paper packages tied up with strings
These are a few of my favorite things!
Cream colored ponies and crisp apple strudels
Doorbells and sleigh bells and schnitzel with noodles
Wild geese that fly with the moon on their wings
These are a few of my favorite things!
Girls in white dresses with blue satin sashes
Snowflakes that stay on my nose and eye lashes
Silver white winters that melt into spring
These are a few of my favorite things!
When the dog bites, when the bee stings
When I'm feeling sad,
I simply remember
my favorite things
and then I don't feel so bad!
Friday, July 11, 2008
Schuldsanitair
Iya zit met de handen in het haar. Haar kleindochter Karina moet haar eerste heilige communie doen en Iya komt precies vijfhonderd gulden tekort om de witte kanten jurk op te halen. Zij heeft de jurk eergisteren gezien. Prachtig! Karina zal eruit zien als een engeltje. Marisela, de buurvrouw, zal geel en groen zien van jaloezie, zij kan zich zo’n dure jurk nooit permitteren. Alleen weet Iya bij God niet waar zij de vijfhonderd gulden vandaan moet halen, zij staat bij iedereen in het rood. Vanmorgen nog moest zij Manuel, de Portugees van de toko op de hoek, uitschelden. Hij weigerde Karina een blikje corned beef en een half pond funchimeel mee te geven omdat het kredietboekje vol was. Een gierige lomperd, die Manuel. Hij woont al zijn hele leven op dit eiland, maar heeft de gierigheid nooit afgeleerd. Manuel wist niet hoe snel hij de spullen mee moest geven toen Iya in haar kapotte jurk in de winkel verscheen, zij was niet eens gebaad. En te weten dat zij zich niet kwaad mag maken van de dokter, niet goed voor haar bloeddruk.
Zij heeft al twee dagen hoofdpijn. Morgen moet zij de jurk ophalen, anders wordt die verkocht, had de naaister gezegd. Iya verscheurt liever de jurk, dan dat die verkocht wordt, de naaister weet niet met wie zij te maken heeft. Maar zover wilt Iya het niet laten komen. Zij heeft zich suf gepiekerd van wie zij die vijfhonderd gulden kan lenen. Nog meer schulden maken, zij wordt er niet goed van. De aflossing van de nieuwe ijskast heeft zij al drie maanden niet betaald, zij hoopt dat de Hindu die niet vóór het communiefeest komt halen. Hij zal in ieder geval de voordeur moeten openbreken, want zij gaat niet open doen. Het beeld van Sint Antonius staat ook al een week met het gezicht naar de muur toe.
Haar laatste hoop was Tiko, de peetoom van Karina. Maar Tiko kan niet en praat raar de laatste tijd. Hij zit bij gobiernu en werkt in het Bestuurscollege. De tijden zijn veranderd, had Tiko gezegd, er is nu Algemene Maatregel van Rijksbestuur Tijdelijk Financieel Toezicht. Bij de ingang van het Bestuurscollege staan twee Hollandse bewakers. Iedereen die binnenkomt moet zijn portemonnee openmaken en de bewakers noteren hoeveel geld je hebt. Wanneer je ’s middags het Bestuurscollege verlaat tellen de bewakers weer je geld en je moet het verschil verantwoorden. Vroeger kon je nog een briefje van honderd uit de staatskas achterover drukken, maar nu gaat dat niet meer. ‘Dus het spijt mij, Komader.’
Het meisje aan het loket van het onderstandkantoor vanochtend was ook een Nederlandse. ‘Mevrouw Maria, u ziet er stevig en gezond uit, waarom gaat u niet werken?’ Wat stevig en gezond, had Iya haar willen antwoorden, je ziet aan de buitenkant toch niet wat een mens van binnen mankeert, geef me mijn geld.
Iya had haast, want zij had maar twee uurtjes vrij gekregen van Chan, de Chinese eigenaar van de wasserij waar zij een handje meehelpt. Iedere keer als zij Chan om een gunst vraagt, moet zij hem haar billen laten betasten. Zij loopt dan naar de opslagplaats achter het gordijn en hij komt zogenaamd onopgemerkt achter haar aan. De andere vrouwen kijken de andere kant op. Chan ta gusta chanchan, mompelen zij.
Wat sta ik hier te suffen, denkt Iya, laat mij liever mijn werk doen voordat Chan begint te zeuren, daar komt hij aan.
‘Er staat een klant aan de balie, Maria. Ben je blind?’
Iya sloft naar de balie om de Hollandse klant te helpen die een stapel broeken op de toonbank gedeponeerd heeft. Hij glimlacht vriendelijk, Iya kijkt nors. Zij vult het bonnetje in, scheurt de carbonkopie af en deponeert die zonder op te kijken op de toonbank naast de broeken. De klant glimlacht nog steeds, pakt het papiertje op, vouwt het en zegt goedendag.
Iya spreidt de stapel uit en strijkt de broeken een voor een glad. In de zak van een van de broeken hoort zij iets ritselen. Zij steekt haar hand in de zak en haalt een geel bankbiljet tevoorschijn. Een briefje van tweehonderd euro. Zij kijkt snel om haar heen, iedereen is geconcentreerd aan het werken. Zou Tiko dit bedoelen met schuldsanitair?
K.
Zij heeft al twee dagen hoofdpijn. Morgen moet zij de jurk ophalen, anders wordt die verkocht, had de naaister gezegd. Iya verscheurt liever de jurk, dan dat die verkocht wordt, de naaister weet niet met wie zij te maken heeft. Maar zover wilt Iya het niet laten komen. Zij heeft zich suf gepiekerd van wie zij die vijfhonderd gulden kan lenen. Nog meer schulden maken, zij wordt er niet goed van. De aflossing van de nieuwe ijskast heeft zij al drie maanden niet betaald, zij hoopt dat de Hindu die niet vóór het communiefeest komt halen. Hij zal in ieder geval de voordeur moeten openbreken, want zij gaat niet open doen. Het beeld van Sint Antonius staat ook al een week met het gezicht naar de muur toe.
Haar laatste hoop was Tiko, de peetoom van Karina. Maar Tiko kan niet en praat raar de laatste tijd. Hij zit bij gobiernu en werkt in het Bestuurscollege. De tijden zijn veranderd, had Tiko gezegd, er is nu Algemene Maatregel van Rijksbestuur Tijdelijk Financieel Toezicht. Bij de ingang van het Bestuurscollege staan twee Hollandse bewakers. Iedereen die binnenkomt moet zijn portemonnee openmaken en de bewakers noteren hoeveel geld je hebt. Wanneer je ’s middags het Bestuurscollege verlaat tellen de bewakers weer je geld en je moet het verschil verantwoorden. Vroeger kon je nog een briefje van honderd uit de staatskas achterover drukken, maar nu gaat dat niet meer. ‘Dus het spijt mij, Komader.’
Het meisje aan het loket van het onderstandkantoor vanochtend was ook een Nederlandse. ‘Mevrouw Maria, u ziet er stevig en gezond uit, waarom gaat u niet werken?’ Wat stevig en gezond, had Iya haar willen antwoorden, je ziet aan de buitenkant toch niet wat een mens van binnen mankeert, geef me mijn geld.
Iya had haast, want zij had maar twee uurtjes vrij gekregen van Chan, de Chinese eigenaar van de wasserij waar zij een handje meehelpt. Iedere keer als zij Chan om een gunst vraagt, moet zij hem haar billen laten betasten. Zij loopt dan naar de opslagplaats achter het gordijn en hij komt zogenaamd onopgemerkt achter haar aan. De andere vrouwen kijken de andere kant op. Chan ta gusta chanchan, mompelen zij.
Wat sta ik hier te suffen, denkt Iya, laat mij liever mijn werk doen voordat Chan begint te zeuren, daar komt hij aan.
‘Er staat een klant aan de balie, Maria. Ben je blind?’
Iya sloft naar de balie om de Hollandse klant te helpen die een stapel broeken op de toonbank gedeponeerd heeft. Hij glimlacht vriendelijk, Iya kijkt nors. Zij vult het bonnetje in, scheurt de carbonkopie af en deponeert die zonder op te kijken op de toonbank naast de broeken. De klant glimlacht nog steeds, pakt het papiertje op, vouwt het en zegt goedendag.
Iya spreidt de stapel uit en strijkt de broeken een voor een glad. In de zak van een van de broeken hoort zij iets ritselen. Zij steekt haar hand in de zak en haalt een geel bankbiljet tevoorschijn. Een briefje van tweehonderd euro. Zij kijkt snel om haar heen, iedereen is geconcentreerd aan het werken. Zou Tiko dit bedoelen met schuldsanitair?
K.
Saturday, July 5, 2008
Konosé bo Isla 2008-07: Curaçaose vruchten

Vraag: Welke vrucht is dit?
Sluitingsdatum: zondag 3 augustus 2008
Prijs: een cadeaubon van boekhandel Samsom.
Sponsor: Datelnet n.v.
(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:
revers@cura.net
of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)
Konosé bo Isla 2008-06: antwoord
Antwoord: Het lied ‘Schoon is de West’ werd vroeger gezongen tijdens de aubade op het Gouvernementsplein op Koninginnedag onder leiding van Frater Fidelius.
Er zijn 27 inzendingen, waarvan 26 goed:
Jules Marchena
Joan Augusta
Max Martina
Magdalis Bakboord
Hubert Pop
Norman Levens
Lianne Leonora
Yolanda Chakoetoe
Tilly Peters
EDD
Carol Dick
Reginald Romer
Irene Kerssenberg
Papy La Reine
F. d..S..T..
Alida Carrera
Loeki Peters
America Augusta
Aileen Looman
L.J.Chr. Dee
Enid Hollander
Aida Geerman
Madelyn M. Francisco
Ed Nahar
Niels
Jan van der Brugge
Gilson Elmzoon
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnares is Lianne Leonora
Er zijn 27 inzendingen, waarvan 26 goed:
Jules Marchena
Joan Augusta
Max Martina
Magdalis Bakboord
Hubert Pop
Norman Levens
Lianne Leonora
Yolanda Chakoetoe
Tilly Peters
EDD
Carol Dick
Reginald Romer
Irene Kerssenberg
Papy La Reine
F. d..S..T..
Alida Carrera
Loeki Peters
America Augusta
Aileen Looman
L.J.Chr. Dee
Enid Hollander
Aida Geerman
Madelyn M. Francisco
Ed Nahar
Niels
Jan van der Brugge
Gilson Elmzoon
Iedereen bedankt voor het meedoen.
De winnares is Lianne Leonora
Tuesday, June 24, 2008
GOLDFINGER
Tuesday, June 17, 2008
Sexy
(Dit verhaal is eerder verschenen als column in het Antilliaans Dagblad)
Ibi gaat vandaag niet naar school, hij blijft thuis om de kastanjes klaar te maken die ’s avonds verkocht moeten worden. Zijn moeder ligt in bed met een steeds vaker terugkerende hoofdpijn. Zij heeft een doek om haar hoofd gebonden, doordrenkt van awa maravia, een wonderwater tegen alle kwalen. Tegen haar hoofdpijn werkt dit wondermiddel echter niet zo snel.
Ibi haalt eerst een zak kastanjes, fruta di pan, bij de Venezolaanse barkjes. De zak is te zwaar om te dragen, hij vervoert hem in een garoshi die hij zelf in mekaar heeft getimmerd van een aardappelkist. De wiel is van een oude step die hij op de vuilnishoop heeft gevonden. Daarna worden de kastanjes in een grote kerosineblik op een vuur van houtskool gekookt. Dat koken duurt een paar uren. De kastanjes moeten dan afkoelen en in kleine zakjes verpakt worden. Er hoort ook een stukje kokosvrucht bij. Hij moet niet vergeten ook een paar gedroogde kokosnoten mee te brengen.
Er is vanavond een belangrijke voetbalwedstrijd in het rifstadion en die kans mogen zij niet missen, de kastanjes zijn een voorname bron van inkomsten. Het is niet erg dat hij vandaag niet naar school gaat, want het is woensdag en er is maar halve dag school. Zij hebben trouwens ook zwemles en hij kan al zwemmen, hij zwemt als een vis, alle jongens van het Rif kunnen zwemmen.
Het huis waar Ibi en zijn moeder in wonen is niet meer dan een vertrek van vier bij vijf, dat vroeger dienst deed als koetshuis. Een deel van de ruimte is afgeschermd met een schot van hardkarton en een gordijn, dat is de slaapkamer van zijn moeder. Daar trekt zijn moeder zich terug als zij bezoek krijgt van een vriend. De laatste tijd komt Hosé vaak. Ibi krijgt van Hosé altijd twee kwartjes en dan gaat hij als de bliksem naar de chinees in West-End om een loempia en een rode limonade te kopen. Wanneer hij weer thuiskomt is Hosé al weg en baadt zijn moeder zich in een teil in de slaapkamer. Ibi moet een emmer water aandragen.
Koken en afwassen gebeuren buiten op een tafel naast de voordeur. Naast de tafel staat een ton met drinkwater, afgedekt met een doek tegen het stof en de muskieten. Het huis heeft geen toilet en stromend water. De nachtelijke behoeften doen Ibi en zijn moeder in een emmer. ’s Morgen vroeg, voordat de buurt wakker wordt, gaat zijn moeder de emmer ledigen in een van de openbare toiletten op het Rif. Als zij geen zin heeft om zover te lopen en niemand kijkt, dan smijt zij de troep op het open plein achter het huis. De zon doet overdag haar werk.
Ibi heeft een jaar op het Sint Thomas College gezeten en deed het uitstekend op school, maar zijn moeder kon het schoolgeld van vijf gulden per maand niet opbrengen en moest Ibi naar het Sint Vincentius College, skol di pòrnada. Ondanks het schoolverzuim is Ibi onafgebroken de eerste van de klas. Voor taal en rekenen krijgt hij nooit minder dan een negen. Hij houdt van lezen, maar hij heeft thuis geen boeken. Iedere middag na school gaat hij rondneuzen in boekhandel Van Dorp in de Breedestraat en als niemand hem ziet gaat hij stiekem in een hoek een boek zitten lezen. Als hij gesnapt wordt door het winkelpersoneel, dan wordt hij eruit gegooid. Behalve door een dikke, goedlachse mevrouw, die doet alsof zij hem niet gezien heeft. Later wilt hij advocaat worden, hij vindt de boeken waarin advocaten voorkomen heel spannend. Nu eet hij alleen maar advocaat op brood.
Ibi is na een lange studie inderdaad advocaat geworden. Hij woont nu in Jan Sofat, maar zit iedere zaterdagmiddag in Netto Bar, hij is zijn oude buurt niet vergeten. De wijk waar hij woonde heette Rochi. Rochi en andere buurten moesten wijken voor de viaduct, die een stuk romantiek van Otrobanda verwoest heeft. De bewoners werden ondergebracht in volkswoningen in wijken zonder coherentie en sociale controle, broeihaarden van drugshandel en andersoortig misdrijf. De moeder van Ibi, een grote zwaargebouwde vrouw, de schrik van de buurt –zij kon geen zin zeggen zonder minstens vijf keer het woord k... te gebruiken- heeft de verhuizing niet overleefd.
Otrobanda is sexy en Otrobanda is van het volk. Dit is een contradictio in terminis, als iets sexy is dan wordt het van het volk afgenomen en dat gebeurt nu met het rifgebied. Men kan een economische ontwikkeling niet tegenhouden, prediken de wijzen. Maar een economische ontwikkeling zonder sociaal gezicht is kortzichtigheid en vragen om problemen op termijn. Misschien kan Ibi dit beter uitleggen.
K.
Ibi gaat vandaag niet naar school, hij blijft thuis om de kastanjes klaar te maken die ’s avonds verkocht moeten worden. Zijn moeder ligt in bed met een steeds vaker terugkerende hoofdpijn. Zij heeft een doek om haar hoofd gebonden, doordrenkt van awa maravia, een wonderwater tegen alle kwalen. Tegen haar hoofdpijn werkt dit wondermiddel echter niet zo snel.
Ibi haalt eerst een zak kastanjes, fruta di pan, bij de Venezolaanse barkjes. De zak is te zwaar om te dragen, hij vervoert hem in een garoshi die hij zelf in mekaar heeft getimmerd van een aardappelkist. De wiel is van een oude step die hij op de vuilnishoop heeft gevonden. Daarna worden de kastanjes in een grote kerosineblik op een vuur van houtskool gekookt. Dat koken duurt een paar uren. De kastanjes moeten dan afkoelen en in kleine zakjes verpakt worden. Er hoort ook een stukje kokosvrucht bij. Hij moet niet vergeten ook een paar gedroogde kokosnoten mee te brengen.
Er is vanavond een belangrijke voetbalwedstrijd in het rifstadion en die kans mogen zij niet missen, de kastanjes zijn een voorname bron van inkomsten. Het is niet erg dat hij vandaag niet naar school gaat, want het is woensdag en er is maar halve dag school. Zij hebben trouwens ook zwemles en hij kan al zwemmen, hij zwemt als een vis, alle jongens van het Rif kunnen zwemmen.
Het huis waar Ibi en zijn moeder in wonen is niet meer dan een vertrek van vier bij vijf, dat vroeger dienst deed als koetshuis. Een deel van de ruimte is afgeschermd met een schot van hardkarton en een gordijn, dat is de slaapkamer van zijn moeder. Daar trekt zijn moeder zich terug als zij bezoek krijgt van een vriend. De laatste tijd komt Hosé vaak. Ibi krijgt van Hosé altijd twee kwartjes en dan gaat hij als de bliksem naar de chinees in West-End om een loempia en een rode limonade te kopen. Wanneer hij weer thuiskomt is Hosé al weg en baadt zijn moeder zich in een teil in de slaapkamer. Ibi moet een emmer water aandragen.
Koken en afwassen gebeuren buiten op een tafel naast de voordeur. Naast de tafel staat een ton met drinkwater, afgedekt met een doek tegen het stof en de muskieten. Het huis heeft geen toilet en stromend water. De nachtelijke behoeften doen Ibi en zijn moeder in een emmer. ’s Morgen vroeg, voordat de buurt wakker wordt, gaat zijn moeder de emmer ledigen in een van de openbare toiletten op het Rif. Als zij geen zin heeft om zover te lopen en niemand kijkt, dan smijt zij de troep op het open plein achter het huis. De zon doet overdag haar werk.
Ibi heeft een jaar op het Sint Thomas College gezeten en deed het uitstekend op school, maar zijn moeder kon het schoolgeld van vijf gulden per maand niet opbrengen en moest Ibi naar het Sint Vincentius College, skol di pòrnada. Ondanks het schoolverzuim is Ibi onafgebroken de eerste van de klas. Voor taal en rekenen krijgt hij nooit minder dan een negen. Hij houdt van lezen, maar hij heeft thuis geen boeken. Iedere middag na school gaat hij rondneuzen in boekhandel Van Dorp in de Breedestraat en als niemand hem ziet gaat hij stiekem in een hoek een boek zitten lezen. Als hij gesnapt wordt door het winkelpersoneel, dan wordt hij eruit gegooid. Behalve door een dikke, goedlachse mevrouw, die doet alsof zij hem niet gezien heeft. Later wilt hij advocaat worden, hij vindt de boeken waarin advocaten voorkomen heel spannend. Nu eet hij alleen maar advocaat op brood.
Ibi is na een lange studie inderdaad advocaat geworden. Hij woont nu in Jan Sofat, maar zit iedere zaterdagmiddag in Netto Bar, hij is zijn oude buurt niet vergeten. De wijk waar hij woonde heette Rochi. Rochi en andere buurten moesten wijken voor de viaduct, die een stuk romantiek van Otrobanda verwoest heeft. De bewoners werden ondergebracht in volkswoningen in wijken zonder coherentie en sociale controle, broeihaarden van drugshandel en andersoortig misdrijf. De moeder van Ibi, een grote zwaargebouwde vrouw, de schrik van de buurt –zij kon geen zin zeggen zonder minstens vijf keer het woord k... te gebruiken- heeft de verhuizing niet overleefd.
Otrobanda is sexy en Otrobanda is van het volk. Dit is een contradictio in terminis, als iets sexy is dan wordt het van het volk afgenomen en dat gebeurt nu met het rifgebied. Men kan een economische ontwikkeling niet tegenhouden, prediken de wijzen. Maar een economische ontwikkeling zonder sociaal gezicht is kortzichtigheid en vragen om problemen op termijn. Misschien kan Ibi dit beter uitleggen.
K.
Wednesday, June 11, 2008
Tien geboden voor de autonome Curaçaoënaar

1. Hij houdt zich aan zijn afspraken.
2. Hij komt nooit te laat.
3. Hij geeft altijd terug wat hij geleend heeft.
4. Hij zet de tering naar de nering.
5. Hij komt uit voor zijn mening.
6. Hij laat zich niet koeioneren.
7. Hij laat zijn hond niet aan een touw in de zon creperen.
8. Hij maakt geen onderscheid tussen goed en slecht haar.
9. Hij stapt flink door en slentert niet.
10. Hij geeft een stevige hand.
K.
Tuesday, June 10, 2008
Tien geboden voor de man

1. Hij hoeft niet mooi te zijn, die ideale man van ons. Hij hoeft ook niet rank en slank te zijn. Hij moet – zoals de advertenties dat noemen - slechts een respectabel voorkomen te hebben. Het is tenslotte niet prettig als iedereen denkt, wanneer men met zijn uitverkorene wandelt, dat men met het komische nummer van een circus reist.
2. Hij hoeft niet uit te blinken door geest of intellect. Er is niets afmattender dan vier en twintig uur per etmaal geconfronteerd te worden met geest en intellect. Hij moet een behoorlijk verstand te hebben en – met het oog op de omgang met ons – zeer veel humor.
3. De ideale man is netjes. Hij heeft geen vlekken op zijn revers en geen bureau waarin men slechts met de hulp van een bekwame berggids een spoorboekje kan vinden.
4. Hij heeft weliswaar een gelijkmatig humeur, maar hij is ook weer nadrukkelijk zonnestraaltje, dat het leven zonder enige critiek jubelend aanbidt.
5. Hij mag natuurlijk best denken dat de wereld om hem draait, maar hij moet geleed hebben zijn wilde verontwaardiging in te tomen, als wij het vijf minuten per jaar vergeten.
6. Hij mag vanzelfsprekend het eerst de krant hebben, maar hij moet – voor hij de etensbak van de hond met de familieberichten reinigt – bedenken dat wij op school ook hebben leren lezen en dat wij zo graag ook nog wat druklettertjes zien voor we ons ter ruste begeven.
7. Hij hoeft geen sonnetten te scheppen met onze schoonheid als onderwerp, maar hij moet ook niet ’s avonds laat in de taxi naar huis gapen: Hè, hè, ik zal blij zijn als ik eindelijk in mijn bed lig.
8. Hij mag beslist nooit onze verjaardag, onze trouwdag, onze verlovingsdag en nog een half dozijn andere dagen vergeten en hij moet weten dat wij dol rose bloemen zijn en paarse niet kunnen uitstaan.
9. Hij moet ons altijd laten voorgaan, behalve als wij ’s nachts beneden in de gang iets menen te horen ritselen.
10. Hij moet vooral altijd van ons houden en het ons op de meest ongezette tijden mededelen. Men oliet een machine immers ook, opdat deze blijmoedig en geruisloos voorga...?
INA VAN DER BEUGEL
Tien geboden voor de vrouw

1. Zij mag natuurlijk mooi zijn, maar lelijk is meestal leuker, als er tenminste zoveel coupe in zit dat je telkens vertederd wordt, als je haar ziet.
2. Voor mijn part kent zij de hele encyclopedie van buiten, als ze maar niet voortdurend met citaten smijt en wijs genoeg is om ons (en hoe ten onrechte!) in de waan te laten, dat wij ièts meer weten.
3. Zij mag best het huishouden organiseren, als ze maar niet zo dogmatisch gelooft in de zelf geschapen regelmaat dat ze de chaos, op ogenblikken waarop die aangenamer is, als een ongeluk beschouwt. Ze moet maaltijden durven overslaan zonder wit weg te trekken.
4. Zij moet niet geloven in de grote schoonmaak en geen behoefte gevoelen de aangename wanorde van ons vertrek te herleiden tot de atmosfeer van een hotelkamer in Goes.
5. Ze moet ons serieus nemen als wij schoolziek zijn. Dus nooit: ‘Stel je niet zoo aan’, doch steeds: ‘Ach, arme jongen – je zag er ook zo moe uit’ – en dan het ontbijt op bed.
6.Ze moet de boeken, die wij op salarisdag hebben gekocht, het eerst ter hand nemen en zo nu en dan zeggen: ‘Dit moet je toch werkelijk eens lezen!’ En niet tactloos zijn als we het nalaten, doch er later in gezelschap toch over meepraten.
7. Ze moet als we ons gezamenlijk uitgaansavondje hebben, de kosten weten te drukken, zonder ooit te zeggen: ‘Zou je het wel doèn?’
8. Ze mag, als we een nieuwe das hebben gekocht, nooit zeggen: ‘Von-je diè nou zo aardig?’
9. Ze moet, als de visite weg is, op natuurlijke toon kunnen zeggen: ‘O, ik vond het helemaal niet erg, die moppen nòg eens te horen – je vertelt ze zo aardig.’
10. Ze moet, als we net in bed liggen, nimmer zeggen: ‘O, de vuilnisbak moet nog buiten worden gezet.’
S. CARMIGGELT
Saturday, June 7, 2008
FPI ku Pakete Pa Prensa
Willemstad, 6 yüni 2008-Fundashon pa Planifikashon di Idioma, selebrando su di dos lustro a opsekiá miembronan di prensa un pakete pa yuda skibi papiamentu korekto.
Djabièrnè durante un konferensia di prensa na instituto di FPI representantenan di medionan di komunikashon a risibí un pakete di material pa sostené periodista, lokutor, redaktor i otro profeshonalnan den nan trabou di skibi na papiamentu. E pakete ta konsistí di dos buki i un cd.
E promé buki ta indiká kiko ta bon uzo i kiko ta uzo inkorekto di papiamentu i e ta duna splikashon tambe. Bo ta lesa dikon bo tin ku desaprobá palabra manera fanatikadanan i klientelanan. Pakiko ta skohe pa inisial i no pa inishal? E buki ku tin e título Algun fenómeno den desaroyo di papiamentu ta di e papiamentista Enrique Muller.
Di Thelma Anthonia tin e buki Banko di palabra den e pakete. Durante añanan di trabou komo traduktor na FPI sra. Anthonia a kolekshoná un gran kantidat di palabra i ekspreshon. E kolekshon akí tabata disponibel den un forma digital pa prensa, pa otro profeshonalnan i pa algun skol. Awor a publiká e banko den forma di dikshonario. Den e dikshonario akí bo ta haña palabranan komun i otronan mas inkomun manera restitushon pa teruggave, taksabel pa belastbaar i solushonnan manera karga di buèlta òf sifra indikativo. Bo ta topa vários palabra aden ku bo no ta haña den un dikshonario regular. E banko tin mas òf ménos 15.500 entrada.
E di tres komponente den e pakete ta e famoso kontroladó di ortografia papiamentu Spèlchèk. E kontrografia akí, manera ta yam’é ta traha ku Microsoft Windows pa Vista i ku Office 2007. E vershon anterior ta pa Windows XP i ta bai te Office 2003. E Spèlchèk ta kontené 36.000 palabra i lo yuda e miembronan di prensa, i otronan ku ta skibi, basta leu den e trabou di kontrolá pa asina limpia nan teksto na papiamentu. Tin tres partner den e proyekto di Spèlchèk, esta Traducciones Joubert, De Computerclub i Fundashon pa Planifikashon di Idioma. Na 2001 Prensa Uní a otorgá premio di ekselensia na Spèlchèk.
FPI ta konfia ku e pakete lo duna un aporte na trabou di tur dia di profeshonalnan manera miembronan di prensa i di e forma akí sostené avanse di papiamentu mas i mas. Tur e tres produktonan ta optenibel na libreria i na ofisina di Fundashon pa Planifikashon di Idioma. E preisnan sin ob. ta respektivamente: fl. 39,50, 75,- i
75,- pa e Spèlchèk.
Dr. Ronnie Severing
Direktor di
Fundashon pa Planifikashon di Idioma

Thelma Anthonia

Enrique Muller

Sidney Joubert i Winsel Peney

Dr. Ronnie Severing
Djabièrnè durante un konferensia di prensa na instituto di FPI representantenan di medionan di komunikashon a risibí un pakete di material pa sostené periodista, lokutor, redaktor i otro profeshonalnan den nan trabou di skibi na papiamentu. E pakete ta konsistí di dos buki i un cd.
E promé buki ta indiká kiko ta bon uzo i kiko ta uzo inkorekto di papiamentu i e ta duna splikashon tambe. Bo ta lesa dikon bo tin ku desaprobá palabra manera fanatikadanan i klientelanan. Pakiko ta skohe pa inisial i no pa inishal? E buki ku tin e título Algun fenómeno den desaroyo di papiamentu ta di e papiamentista Enrique Muller.
Di Thelma Anthonia tin e buki Banko di palabra den e pakete. Durante añanan di trabou komo traduktor na FPI sra. Anthonia a kolekshoná un gran kantidat di palabra i ekspreshon. E kolekshon akí tabata disponibel den un forma digital pa prensa, pa otro profeshonalnan i pa algun skol. Awor a publiká e banko den forma di dikshonario. Den e dikshonario akí bo ta haña palabranan komun i otronan mas inkomun manera restitushon pa teruggave, taksabel pa belastbaar i solushonnan manera karga di buèlta òf sifra indikativo. Bo ta topa vários palabra aden ku bo no ta haña den un dikshonario regular. E banko tin mas òf ménos 15.500 entrada.
E di tres komponente den e pakete ta e famoso kontroladó di ortografia papiamentu Spèlchèk. E kontrografia akí, manera ta yam’é ta traha ku Microsoft Windows pa Vista i ku Office 2007. E vershon anterior ta pa Windows XP i ta bai te Office 2003. E Spèlchèk ta kontené 36.000 palabra i lo yuda e miembronan di prensa, i otronan ku ta skibi, basta leu den e trabou di kontrolá pa asina limpia nan teksto na papiamentu. Tin tres partner den e proyekto di Spèlchèk, esta Traducciones Joubert, De Computerclub i Fundashon pa Planifikashon di Idioma. Na 2001 Prensa Uní a otorgá premio di ekselensia na Spèlchèk.
FPI ta konfia ku e pakete lo duna un aporte na trabou di tur dia di profeshonalnan manera miembronan di prensa i di e forma akí sostené avanse di papiamentu mas i mas. Tur e tres produktonan ta optenibel na libreria i na ofisina di Fundashon pa Planifikashon di Idioma. E preisnan sin ob. ta respektivamente: fl. 39,50, 75,- i
75,- pa e Spèlchèk.
Dr. Ronnie Severing
Direktor di
Fundashon pa Planifikashon di Idioma
Thelma Anthonia
Enrique Muller
Sidney Joubert i Winsel Peney
Dr. Ronnie Severing
Subscribe to:
Posts (Atom)






