Sunday, August 30, 2009

‘’Come’’ back party.

In halfdonker dansen zij
in streepjesjurk met afrohaar.
Wiegende koppels, zij groter dan hij
in glimmend pak.... en dansen maar.

In bloem gehulde billen deinen
prachtige lichamen, zwart en zacht.
Duizend dagelijkse zorgen verdwijnen
‘’Come back ‘’ muziek, de hele nacht.

Gepoetst, gepoederd, opgemaakt...
Het ritme heeft hun hart geraakt.
Ik vind het mooi, het maakt me blij.
Het grijpt mij ook.... kom dans met mij.

Hollum Ameland, 4 maart 2008.
©Ria Evers-Dokter


(Ik heb hier gekozen voor een
Zeefdruk van Edwin Maria, Curaçao 1969.

2 innig dansende paartjes.)

Saturday, August 22, 2009

"Ku mi mama na bida" (Un kantika bieu di Jaime Abrahams)

Ai di dia ta largu mi ta konformá mi ku Dios
pero e ora di anochi mi n’ por ser’e porta mi so
Ai di dia ta largu mi ta konformá mi ku Dios
pero e ora di anochi mi n’ por ser’e porta mi so

Refran:
Ku mi mama na bida mi n’ por kana bebe ròm
Ku mi mama na bida mi n’ por bira un buraché

Ser’e porta ta nada pero ser’e porta mi so
Ora mi subi e kama mi n’ por hasi grasia mi so
Ser’e porta ta nada pero ser’e porta mi so
Ora mi subi e kama mi n’ por hasi grasia mi so

Refran

Ya di dia ta nada mi a konformámi mi so
Ma t’e ora di anochi mi n’ por sera e porta mi so
Ya di dia ta nada mi a kustumbrámi mi so
Ma t’e ora di anochi mi n’ por sera e porta mi so

Refran

Enemigu del alma ku tin rabia riba mi
Warda dia mi muri bin tir’e brua riba mi graf
Enemigu del alma ku tin rabia riba mi
Warda dia mi muri bin tir’e brua riba mi graf

Refran

(Kortesia di Max Martina)

Monday, August 17, 2009

Hé patu



Hé patu ta janga
Hé patu ta rondia
Hun tiki cuminda
Pa su muchanan

Hé pa ki
Hé pa ya
Hé pa ki
Hé pa ya

Hé patu ta zoja
Su yiunan den fila
Nan rabu ta zoja
Mesco cu mamá

Hé pa ki
Hé pa ya
Hé pa ki
Hé pa ya

Hé patu ta mira
Hun tiki cuminda
Pone den un bleki
Den huki cura

Hé pa ki
Hé pa ya
Hé pa ki
Hé pa ya

Hé patu ta come
Su yiunan ta come
Te ora nan laga
Hé bleki bashi

Kiko ta muchanan
Kiko ta?
Hé baricanan tur
Ta jená?

Hé patu ta canga
Su saja di patu
Su yiunan ta sigi
Den fila su tras

Hé pa ki
Hé pa ya
Hé pa ki
Hé pa ya

Elis Juliana
Flor di Datu 1956

(Nota e uso di lèter ‘h’ na komienso di e palabranan ‘hé’ i ‘hun’. Nota tambe e 'bridge':Kiko ta muchanan/Kiko ta?/Hé baricanan tur/Ta jená? )

De betoverde prinses

Asina tabata

De schepen verschenen aan de horizon. ‘Daar komen ze,’ zei de priester tegen de halfnaakte Indiaanse. ‘Wie komen?’ vroeg de Indiaanse, ‘vriend of vijand?’ De priester tuurde naar de verte, met de rechterhand boven zijn wenkbrauwen om zijn ogen te beschermen tegen de felle middagzon. Hij liet zijn arm zakken en zuchtte. ‘Hollanders.’

Johan stond op het voorschip en bewoog zijn verrekijker langzaam naar links en dan weer naar rechts, liet hem zakken en zette hem nu aan zijn linkeroog. ‘Wat zie je?’ vroeg de dominee die naast hem stond. ‘Een priester en een halfnaakte Indiaanse,’ antwoordde Johan. Tieten, dacht de dominee. ‘Spanjaarden,’ zuchtte hij.

De Tachtigjarige Oorlog woedt voort.

Toen van Walbeeck de haven binnenvoer en aanmeerde op dezelfde plek als zijn voorganger meneer de Ojeda een kleine anderhalve eeuw eerder, had de priester zijn koffers al ingepakt. Hij kreeg vrije aftocht naar Coro. De Indiaanse moest ook mee, want behalve dat zij halfnaakt rondliep, was zij ook niet te vertrouwen.

Het viel Johan bar tegen, er was geen zout, er was geen verfhout, er was geen moer. ‘Wegwezen jongens,’ schreeuwde hij tegen zijn kornuiten, ‘voor het donker nog kunnen wij in Pernambuco zijn en een caipirinha pakken bij Ronaldinho.’ Niks van dat alles, kwam het bericht van de Kamer Amsterdam, die het eiland uiterst geschikt vond als oorlogsplaats om van daaruit de Spaanse koloniën en schepen het leven zuur te maken.

De Hollanders bleven, maar hadden niet veel om handen. Bij toeval kreeg een Hollandse plantagehouder op St. Kitts te horen dat er zich op Curaçao slaven bevonden die van de Spanjaarden waren afgepakt en kocht ze op. Toen ging er een lichtje branden bij Directeur Tolck. Wat stom dat hij er niet eerder aan had gedacht, natuurlijk, slavenhandel. En met vooruitziende blik voorspelde hij een lucratieve business: de driehoekshandel. Wapens en goedkope handelswaar vanuit Holland naar Afrika, slaven vanuit Afrika naar Brazilië en Curaçao, suiker, koffie, cacao, katoen, tabak en rum terug naar Holland.

De vrede van Utrecht wordt getekend.

Er kwam een eind aan de pret. Curaçao had last van de lorredraaiers, illegale slavenhandelaars. Maar de genadeslag kwam door het verlies van het asiento, de vergunning om slaven te verhandelen. Er zat dus niets anders op dan smokkelhandel met Coro, Puerto Cabello en La Guaira. Iedereen in Venezuela deed mee: planters, slaven, handelaren, ambtenaren en geestelijken. Een corrupte boevenbende, die Hollanders en de Venezolanen.

Tula nog niet verwekt.

De Curaçaose slaven hadden het goed. ‘De behandeling der slaven heeft over het geheel niet te wenschen overgelaten op het eiland.’ Zij waren verwend en hadden een slechte naam op de markt. Niks nieuws dus onder de zon. Nanzi hield iedereen voor de gek.

Ha die Tula.

Vrijheid, gelijkheid en broederschap. Van Uytrecht begreep niets van al die onzin. Slaven moeten werken, vooral op maandagochtend nadat zij de halve zondag geluierd hebben. Dat vond gouverneur De Veer in Willemstad ook. ‘Ik zeg maar zo, ik zeg nog meer, slaven die niet werken moeten een kopje kleiner gemaakt worden.’ Zo gezegd, zo gedaan.

Buchi Fil maakt bonje.

Eindelijk, als laatste in de rij, sloeg koning Willem III, in zijn onmetelijke goedheid, de zwarte bladzijde in onze koninkrijksgeschiedenis om. Ieder individu kon voortaan gaan en staan waar hij wilde. In principe.

Iemand recentelijk nog een shon gezien?

K.

Monday, August 10, 2009

Verdienen aan gokken

Wanneer mijn oma met een wit doek, doorweekt met awa maravia, om haar hoofd in de schommelstoel zit en kreunt van een trekkende pijn die vanaf haar voorhoofd achter langs de oogbal tot aan haar achterhoofd reikt, en de radio uit moet, dan is er geen rooie cent in huis. Mijn moeder kijkt voor zich uit met een gezicht van ik ben geen dokter, want die aap wilt zij niet op haar schouders. Wij zitten stilletjes in een hoek in afwachting van wat er gaat gebeuren.

Maar Oma zit nooit lang bij de pakken neer. Zij springt op, scheurt een vel gelinieerd papier uit mijn schoolschrift, ongevoelig voor mijn protesten, en schrijft keurig de cijfers 1 tot en met 100 in twee kolommen neer. In de eerste kolom de cijfers 1 tot en met 50, en in de tweede de cijfers 51 tot en met 100, zodat de cijfers paren vormen: 01 – 51, 02 – 52, ... , 50 – 00. Helemaal onderaan schrijft zij met achterover hellende letters: ‘Eerste prijs: een groot blik olijfolie van het merk Argo. Trekking: Tachira vanavond.’ De aanduiding ‘eerste’ is overbodig, want er zijn geen tweede en derde prijs. De lootjes kosten een kwartje per paar, dus heeft de koper een dubbele kans om te winnen.

Zij trekt het witte doek van haar hoofd, neemt een bad, besprenkelt haar lichaam met gelukswater en trekt een groene jurk aan, de kleur van de hoop. Zij verlaat het huis via de voordeur, maakt een kruisteken, oriënteert zich en slaat linksaf, richting Sebastopolstraat waar Tan Ka woont. Zij kijkt recht voor zich uit en is doof voor de groet van de buurvrouw.
‘Nou zeg, Polita, vanwaar zo’n haast, zit de duvel achter je aan? Je bent mij nog iets schuldig.’

Ik loop achter haar aan. Via allerlei omwegen, om andere schuldeisers te ontlopen, bereikt zij de Sebastopolstraat. Tan Ka is altijd de eerste klant, zij brengt geluk. Zij koopt voor een gulden aan lootjes en als zij wint, mag Oma de prijs behouden. Tan Ka, zij heet eigenlijk Carmen, is een dikke witte vrouw en woont in een herenhuis. Zij is altijd goedgehumeurd en schaterlacht om het minste en geringste. Je kan haar stem tot op het Rif horen.

‘Polita, mijn schat, wat heb je vandaag een mooie jurk aan. Groen is mijn lievelingskleur. Kom binnen. Waar heb ik jou bezoek aan te danken? Kijk eens aan, jij hebt mijn mannetje meegenomen.’ Zij lacht luid. Om de een of ander duistere reden heeft Tan Ka een zwak voor Oma. Misschien was zij zelf zwart in haar vorige leven. Zij danst de tambú als geen ander. ‘Ik heb net verse koffie gezet. Zwart, zonder suiker? Ik mag ook al geen suiker. Ik moet afvallen van de dokter. Mijn knieën deugen niet meer. Maar als je alleen woont moet je alles zelf doen, er is niemand die je helpt. En als je een keer bezoek krijgt, dan is het altijd om te halen, nooit om te brengen.’

Oma krimpt ineen. Voor hoeveel staat zij al in het krijt bij Tan Ka? Zij is de tel kwijt. Straks, buiten, zal zij het papiertje verscheuren.
‘Wat is er Polita? Heb je krampen in je buik? Het komt van de koffie, ik heb hem te lang laten pruttelen. Neem een slok water.’
Oma neemt een slok water.
‘Ja, dat helpt. Trouwens, je hebt mij al een tijdje geen lootjes aangeboden.’
Oma’s gezicht klaart op. Tan Ka koopt voor een gulden. Ik krijg een kwartje. Tan Ka brengt geluk. In een mum van tijd verkoopt Oma alle lootjes. Twee houdt zij voor haarzelf. Een blik olijfolie kost drie vijftig. Tel uit je winst.

Dat was vroeger. Wij weten allemaal dat het gokken op Curaçao alarmerende vormen aanneemt Ik ken van dichtbij schrijnende gevallen van gokverslaving. Familiebedrijven die ten onder gaan. Gezinnen die verwoest worden. De overheid wilt verdienen aan het gokken en heeft er dientengevolge baat bij dat er nog meer gegokt wordt. Wellicht kunnen de opbrengsten gebruikt worden om de gokverslaving tegen te gaan. Een contradictie?

K.

Saturday, August 1, 2009

Konosé bo Isla 2009-07: Kòrsou limpi



Het illegaal storten van vuil is altijd een probleem geweest op ons mooi eiland.

Vraag: Hoe heette de vroegere ongecontroleerde vuilstortplaats te Marie Pompoen?

Tiramentu di sushi ilegal riba nos bunita isla semper tabata un problema.

Pregunta: Kon tabata yama e lugá di tira sushi no kontrolá na Marie Pompoen.

Sluitingsdatum: zondag 6 september 2009

Prijs: een cadeaubon van Candy Barrel.

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2009-06: antwoord

Antwoord: Diabel ta suta su muhé ku pal’i funchi (pariba di kas).

Er zijn 29 inzendingen, waarvan 11 goed:

Renny Maduro
Erich Rene
Max Martina
Islelly.Pikerie
Elaine Con
Edner Chap
Tamira La Cruz
Ruthmilda Vos
Madelyn Francisco
Nadine Henriquez
Erwin Sophia
Winsel Peney
Daryanani Istatia
Ethleen Alders
Solange Nijdam
Loulla Blijden
Ethel Mercera
Donna de Castro-Maduro
Regina v/d Biest
Flavia Vasco de Sousa
Niels Augusta
L.J.Chr. Dee
Sharine Martina
Rudy Hollander
Edith Bouthisma
Joan Augusta
Carolina Nicolaas
Frans Kapteijns
R.Riedel


Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Ruthmilda Vos

Monday, July 20, 2009

Eerlijkheidshalve

Ik vond haar erg lief toen zij mij vroeg hoeveel broodjes in het zakje zaten, de juffrouw aan de kassa. De andere juffrouw die inpakte kletste aan een stuk door, aan haar bolle gezicht en dikke vingers kon je zien dat zij van gezelligheid hield. Alleen op Curaçao worden je inkopen voor je ingepakt, in Nederland worden zij door de kassière terzijde geschoven met een gebaar van rot-op-met-die-troep.

De kassajuffrouw keek weer naar het zakje. Er borrelde een duivels verlangen in mij op om een broodje te verzwijgen. Om tijd te winnen, sloeg de juffrouw mijn andere boodschappen aan, twee mislukte blokken brokkelkaas.

Ik vroeg de juffrouw van de kaasafdeling om overjarige kaas. Zij keek mij aan alsof ik vroeg naar haar oma van tachtig die in een schommelstoel met een teil op haar schoot boontjes zit te pellen voor de kala of naar haar oudoom van negentig die stinkt naar plasje en de hele dag met zijn piemel zit te spelen. Zij zocht plichtsmatig tussen de grote ronde kazen, te zwaar om met één hand getild te worden en hief toen het hoofd. Haar ogen keken mij smekend aan. Overjarig is ouder dan oud, hielp ik. Er kwam een uitdrukking van walging op haar gezicht, ogenblikkelijk gevolgd door verbazing. Ouder dan oud is immers de dood zelve. Hebben wij niet, zei ze aarzelend, deze zijn de oude kazen, hoe harder hoe ouder. Onderwijl pulkte zij in de kazen. Geef mij een stukje van die, ik wees naar een Old Amsterdam. Deze? Ja, die. Zij tilde de zware kaas uit de vitrine en haalde een kaassnijmes. De cellofaanverpakking wilde niet snel verwijderd worden, zij mompelde een verontschuldiging. Die stomme chef wikkelt de kazen altijd alsof zij mummies zijn. Snijd door de verpakking heen, gaf ik haar deskundig advies. Dat deed zij. Zij keek op. ‘Het is mislukt meneer.’ Zij deed mij denken aan de aangever van Toon Hermans die zei: ‘De duif is dood, meneer.’ Geef niks, antwoordde ik, snijd een nieuw stuk.

Bij de kassa drong een klant voor en vroeg of zij ook choco prins hadden in de winkel, hij kon ze in de rekken niet vinden. Choco prins, herhaalden de twee dames bezorgd. Zij wisten niet wat het was, maar het klonk wel lekker, de dikke inpakster watertandde. De klant legde uit: twee krokante biscuits met ertussen een vanillecrèmelaag omhuld met heerlijke melkchocolade. De inpakster kwijlde. Natuurlijk hebben wij dat, antwoordde de kassière, in de rek achter u. Het kon ook niet missen, in deze tijden op Curaçao, Holland at home.

Achter de toonbank bij de broodafdeling stond een meisje zich te vervelen, zij keek mij met lodderige ogen aan. Ik vond ze mooi, die ogen. Ik glimlachte naar haar. Ze lachte verlegen en werd meteen actief. Zij poetste de toonbank die al glom en fatsoeneerde de blikjes die al netjes op een stapel stonden. Ik kon niets bedenken om haar aan te spreken, het brood moest je zelf pakken en inpakken. Zij moest broodjes beleggen als erom gevraagd werd.

Er lagen verschillende soorten bruin brood op de schappen. Maanzaad, zonnebloempitten, pompoenpitten, allemaal zaken die niets met brood uit te staan hadden. Vroeger was er maar een soort bruin brood te krijgen en dat was bij Zuikertuintje supermarkt. Bruin brood was bruin brood. De Arubanen namen ladingen mee naar Aruba, daar kenden zij alleen pan batí.

Het meisje volgde afwezig mijn bewegingen Ik pakte een half bruin zonder tierelantijntjes erop, twee puntjes bruin en een puntje wit. De puntjes deed ik in een zakje. Daarna ging ik voor de toonbank staan en hield mij van de domme. Kan ik bij jou afrekenen, vroeg ik. Zij glimlachte, op haar gouden tand zat een diamantje. U moet aan de kassa afrekenen, meneer. Jij bent mooi, had ik nog willen zeggen.

De juffrouw aan de kassa werd ongeduldig, zij had alle andere boodschappen al aangeslagen. Twee bruin... en een wit, zei ik.

K.

Vivian i Ariadne



Vivian ta un señora ku ta gusta lesa mashá. Ki ora ku e tin un momento liber, e ta kue un buki i kuminsá lesa. Sea na papiamentu o na hulandes.

Riba e potrèt Ariadne Faries ta entregá e buki 'Sansaña den Sabana' na Vivian.

Un regalo for di shelu

Tabata dia trinta di mèi 1969, entre 12.00 or i 12.30 or. Skol no a kaba ainda.
E promé notisia riba e revuelta a drenta skol. Hopi mayornan a bin buska nan yu kaba. Desórden i pániko tur kaminda.

Tres homber, deskonosí, grandi i fuerte a drenta kurá di skol, habri e porta di mi kantor, puntrando: ‘Mener ta e kabes di skol?’

‘Si’, tabata e uniko palabra ku mi por a saka.

Nan a remarka e miedu den mi wowo.
‘No spanta. Sigur, sigur, mener a tende notisia lokal tokante di e revuelta na nos isla. Nan ta molostiá hende blanku, makamba. Nan ta kima outo.’

E tres homber a hasi un oferta masha simpátiko: ‘Nos ta soru ku nada ta pasa ku mener, pesei ta mihó ku nos ta hibá mener kas. Si mener ta duna nos e yabi di mener su outo, nos dos ta bai kore mener su outo; mi primo aki ta kore tras di nos den nos mes outo. E or’ei mener ta foi peliger, sano i salvo na kas.’

Tòg m’a keda un tiki deskonfiá. Mi a duda di nan frankesa, pero danki Dios nan a introdusi nan mes: ‘Nos ta mayor di tres di mener su alumno’

Esei a kita un peso for di mi lomba.

‘Mener ta bùk dilanti di stul patras, nos ta pone plaid i ban mira, Stoppelweg nos ta bai.’

Un kuartu di ora despues nos a yega kas, drenta kurá i m’a keda ripiti:‘Masha, masha danki.’

Di nan banda un aviso serio: ‘Keda kas, keda paden, skucha radio. Pasa bon!’ I bai nan a bai!

Despues di 40 aña mi ke yama un danki kordial na e tres bienhechor.

Mi ta spera ku nan lo rekorda nan bon obra.


Frans Kapteijns, kabes di skol di Bernadette-College, 1967 – 1977.
(Sòri ku mi papiamentu ta menos melodioso)

frans.kapteijns@home.nl

Sunday, June 14, 2009

Lekker eten

Op de achtergrond, maar wel luid genoeg om het gonzen van de levendige gesprekken te overstemmen, zong Rudy Plaatte over ene Boeis die hard was weggerend tijdens de vliegtuigkaping op Hato een aantal jaren geleden. Niemand wist waar hij naartoe was gerend. De grotten van Hato? Een wat oudere man zat op zijn gemak diskjockey te spelen.

Een lekker briesje wedijverde met de felle middagzon en heel in de verte kwam een grijze wolk aanzetten, argwanend in de gaten gehouden door de prachtig gecoiffeerde dames. Zo’n kapsel kost algauw tweehonderd gulden en dat laat je niet verpesten door die gehate regendruppels.

Wat raar, want het thema van die zondagmiddag in het Tula Museum in Landhuis Knip was tuinbouw en visserij. ‘Kom leren hoe u uw eigen groenten in uw tuin kunt verbouwen,’ luidde het bericht in de kranten en daar hoorde wel een beetje regen bij, vond ik. In het bericht stond ook dat je kon leren hoe je vissen kon kweken voor eigen consumptie, maar daar had ik weinig fiducie in. Vissen komen uit de zee.

Een dame legde uit aan een geïnteresseerd publiek hoe je zelf compost kon maken uit afval van groente en fruit, precies de twee componenten van de schijf van vijf die men hier weinig tot niet eet. Veel compost zal het wel niet worden. Toen zij ook nog benadrukte dat het hele zaakje een maand of wat lang zou stinken, zag ik de leveranciers van kunstmest grijnzen.

In een van de gebouwen op het terrein van het landhuis, kon je alles leren over vissen (wat vissers doen), vissen (die gevist worden) en vissers (die dus vissen). Het was een professioneel opgezette tentoonstelling met zelfs echte vissen in bakken met ijs voorzien van naamplaatjes zodat je voortaan weet wat je eet.

Ik had meer belangstelling voor de eettenten met allerlei Curaçaose lekkernijen en gerechten. Naast het huis, tuin en keuken snoepgoed dat je ook in de stad kunt kopen en waarmee de toeristen opgelicht worden, had men ook maiskoeken (maishi chikí), die haast nooit te krijgen zijn. Er was maismeel te koop, waarvan je pannenkoeken (arepa di maishi chikí) kunt bakken.

Het was lunchtijd. Na wat rondneuzen, bestelde ik een gestoofde papaya (papaya stobá). Spreek ik mijzelf tegen? Had ik niet gezegd dat men geen groente at? Goed, inderdaad, de meeste lokale groenten, zoals groene papaya, pompoen, kleine komkommers, etc., worden gestoofd met geitenvlees en gezouten varkensstaart. Om van te watertanden.

Terwijl ik wachtte, kwam er een meisje langs met een klein foambakje in haar hand. Zij ontmoette haar vriendin en toonde haar wat in het bakje zat. De vriendin trok een vies gezicht. ‘Wat is dat?’ vroeg zij. ‘Mangusá,’ antwoordde het meisje, ‘mijn moeder zei dat het lekker is.’

Mijn gedachten dwaalden af. Ik ben gedeeltelijk opgegroeid bij mijn oma in de kunuku. Mijn grootoom verbouwde groenten, mais, pinda’s, hij had papaya- en andere fruitbomen, hij hield geiten, schapen, kippen, eenden, ganzen, noem maar op. ’s Morgens moesten wij (broertjes en zusjes) eieren gaan zoeken onder de cactusstruiken voor het ontbijt. ‘Avonds aten wij gestoofde groente uit de tuin met rijst of funchi. Zondag aten wij kip of geitenvlees. Het kwam ons de neusgaten uit. Wij smachtten naar een karbonade of een stukje rundvlees, desnoods corned beef uit blik. Mijn oma vond dat allemaal overbodige luxe en geldverspilling. Wat zij kookte was niet alleen lekker, maar ook nog gezond, zei ze.

Na de oogst maakte zij mangusá klaar, een gerecht bestaande uit bonen, mais, pinda’s en gedroogde kokosvlees. Die dag at ik bij mijn moeder.

‘Meneer, wilt u witte rijst of aros moro?’ vroeg de baas van de eettent.
‘Laat maar zitten,’ antwoordde ik bijna.

K.

Monday, June 8, 2009

Albert'i shon Rica Tutuchi



Albert'i shon Rica Tutuchi
Un wowo so, un wowo so
Un wowo so é tin

E wowo ta mira tomati
E wowo ta mira siboyo
E wowo ta mira tur speserei
Pa tira den karni stobá, stobá

Kortesia di Frans Kapteijns

Sunday, June 7, 2009

Konosé bo Isla 2009-06: Spreekwoord



Vraag: Wat zegt men op Curaçao als het regent en de zon schijnt?

Pregunta: Kiko nan ta bisa na Kòrsou ora awa ta kai i solo ta sali?

Sluitingsdatum: zondag 2 augustus 2009 (In juli is Learnforfun met vakantie)

Prijs: een cadeaubon van The Cinemas.

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2009-05: antwoord

Antwoord: Cynthia Mc Leod

Er zijn 23 inzendingen, allemaal goed:

Erich Rene
Frans Kapteijns
Islelly. Pikerie
Elodie Heloise
Dominique Jong
Levens, Norman
Pauline Alfonso
Aimee L. Kleinmoedig
Fiba Romer
Madelyn Francisco
Max Martina
Yolanda Chakoetoe
L.J.Chr. Dee
Loeki Peters
Valda Lancelot
Jonathan Jukema
Joan Augusta
Solange Nijdam
Regina v/d Biest
Elaine Con
Mathilde van de Beek
Papi Lareine
Niels Augusta


Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Dominique Jong

Sunday, May 31, 2009

Suikertante

Wij hielden van Tantan Rosa, want zij zat goed in de slappe was. Tantan was de zuster van mijn oma van moeders kant en behoorde tot de lichtgekleurde tak van de familie. De donkergekleurde tak ging er prat op lichtgekleurde familieleden te hebben. Als kind stoorde je je daar niet aan. Het enige verschil tussen ons en de kinderen van de lichtgekleurde tak was dat zij op echte bedden sliepen en wij op matjes. Verder gingen wij naar dezelfde school en naar dezelfde kerk.

Tantan Rosa had geen kinderen en woonde alleen in een groot huis. Iedere zondag gingen wij na de mis van acht uur bij haar op bezoek. Dat vond zij fijn, maar liet het niet merken. Zij keek altijd nors en sprak weinig. Omdat wij ter communie moesten gaan, hadden wij nog niet ontbeten. Nadat wij uitbundig ‘goede morgen, Tantan Rosa’ hadden gezegd, waarop zij amper antwoordde, gingen wij aan tafel zitten. Ieder van ons kreeg twee sneetjes melkwit brood met jam en een heel gekookt eitje, een feestmaaltijd. Het hoogtepunt was een beker warme chocolademelk.

Na het ontbijt gingen wij in de oude Panorama’s, die Tantan iedere zaterdag als bijlage van de krant kreeg, zitten bladeren. Dat mocht onder de voorwaarde dat wij de tijdschriften weer netjes op een stapeltje teruglegden. Wij keken met spanning naar de grote wandklok met Romeinse cijfers en om klokslag tien uur toeterde buiten de ijscotruck. Wij bleven met geveinsde achteloosheid doorbladeren, want te snel opspringen betekende dat Tantan de truck voorbij liet rijden. Pas wanneer wij haar klinkende ‘STOP’ hoorden, sprongen wij op en renden naar de deur, waar wij netjes bleven staan in afwachting van haar vraag.
‘Welke smaak?’
‘Chocolade.’
‘En jij?’
‘Pinda.’
‘Jij?’
‘Hmmm...’
‘Schiet op!’

Wij kregen ieder een hele papurèshi met drie bolletjes, waaraan wij met beleid moesten likken, want er mocht geen druppeltje op onze kleren vallen. Na de ijsco was het tijd om een smoesje te bedenken om afscheid te nemen van Tantan Rosa. Verlegen het hoofd buigen, met de voeten schuifelen en iets onverstaanbaars mompelen, werkten altijd. Wij bleven nog even in deuropening dralen totdat wij ieder een kwartje kregen en zetten het dan op een lopen.
‘Niet rennen,’ hoorden wij Tantan nog schreeuwen voordat wij uit het zicht verdwenen.

Sinterklaas kwam ook langs bij Tantan Rosa. De echte Sinterklaas! Niet de armetierige bisschop die bij ons thuis door de keukendeur naar binnen glipte. Bij ons liet Sinterklaas een pijl en boog achter om indiaantje te spelen. Bij het afschieten van de eerste de beste pijl, brak de boog in tweeën. Bij Tantan Rosa liet hij een rood autootje achter met afstandsbediening. Een keer liet Sinterklaas een step achter voor mij. Ik wilde er meteen op springen en naar huis steppen, maar dat mocht niet van Tantan. Om van haar huis bij ons thuis te komen, moest je de Breedestraat oversteken en dat vond Tantan te gevaarlijk. Dus de step bleef bij haar, met als gevolg dat ik voortaan iedere middag na school even bij haar langsging.

In de vakanties mochten wij blijven slapen, uitgezonderd de broertjes die in bed plasten. Die mochten alleen overdag komen en misten het ontbijt en het avondeten. Het avondeten op zich was niet erg, want dat was telkens bonen, alle soorten. Het ging om de toetjes. Niettemin hielden wij allemaal van Tantan Rosa.
Zo kan ik mij levendig voorstellen dat wij nu allemaal van Ank houden.

K.

Monday, May 18, 2009

52 – 48

verbaas je niet
vandaag
over coalitie
in de oppositie

verheug je maar
op overleg
en toezicht
en weer overleg

voorlopig zal er
niets veranderen
maar dat is
juist zo slecht

de uitslag is
een cocktail
veel zoet
maar ook veel zuur

gevaarlijk op den duur !


Frans Kapteijns mei 2009

Sunday, May 17, 2009

Dòktor Palabrua

Dòktor Palabrua, ilustre katedrátiko
profesor den astronomia
a pèrdè strea di nòrt.

El a buska na firmamento
anochi tras di anochi
di pariba te pabou
strea di nòrt no ta aparesé.

Ta for di dia ku Mèmi
a kuminsá traha komo kriá
na nèshi di Palabrua
den palu di flamboyan.

Mèmi, un galiña gueni di Isla Ariba
bèl diki, atras pará, ankrá manera betòn
pluma pretu birá lombrante
símbolo di sensualidat .

Dòktor Palabrua, soltero semper di su bida
te na grandi den kas di su mama
semper buki tabata su refugio
ta loko di su kabes.

Kada be ku Mèmi bùk
pa piki kualke potoshi
para riba su tenchi
pa pone kualke kos riba rèki
Palabrua su kurason
ta falta dos sla.

El a bishitá tur biblioteka
tur libreria den Saliña
buska den tur ensiklopedia
kon ta konkistá
Mèmi su amor.

E ta resitá poesia
deklamá poema
skirbi karta amoroso
kanturiá bolero
Mèmi no ta bisa ni bu ni ba.


Anochi e no por sera wowo
e ta oria kada sonido
kada rosea, kada suspiro
ku ta bini for di Mèmi su kuarto
miéntras e ta sofoká den kalor.

Komo último refugio
el a bai pidi konseho
serka su amigu Wa Warawara
di un reputashon diskutibel
pero no tin otro moda di hasi.

Dòk, un hòmber sabí manera abo
ku por konta tur strea na shelu
katedrátiko supremo den Saliña
ta pidi yudansa serka un bobo manera ami?

No preokupá, mi ta papia ku bo galiña gueni
splik’é bo sintimentu sinsero
preparábo pa un matrimonio
si bo ke mi ta para komo testigu.

Wa a desaparesé den kuarto di Mèmi
un ora, dos ora, tres ora a pasa
Palabrua ta pensa: ta un kòmbersashon profundo
Wa sin duda lo tin éksito.

Ata Wa a sali for di e kuarto
su plumanan manera un wantomba
su patanan ta tembla
ta zeilu manera un buraché:

Dòk, bo por peña saka, sigui konta strea numa
lógika di un galiña gueni, hamas abo lo por komprendé.

Kompader

Op eigen benen staan

Palu Fè is veertig en woont in het ouderlijk huis. Zijn vader is tachtig en zijn moeder heeft pas haar zeventigste verjaardag gevierd. Fè heeft achter het huis een eigen kamertje bijgebouwd van cementstenen muren en daarop een zinken dak. Om het dak te verstevigen tegen rukwinden heeft hij op alle hoekpunten betonblokken geplaatst. Het kamertje staat verborgen achter een grote tamarindeboom die de hele dag schaduw geeft, zodat het binnen altijd lekker koel is. In het kamertje staat een eenpersoonsbed, een oude kast waarin een paar hemden hangen en een ladekast vol met rommel. Er staat ook een radiootje waar Fè ’s avonds naar luistert als er een voetbal- of een honkbalwedstrijd uitgezonden wordt. In de hoek staat een groen aangeslagen koperen trompet die Fè in geen twintig jaar heeft aangeraakt, een overblijfsel van de blauwe maandag waarop hij in een orkestje speelde. Op de grond liggen oude nummers van Playboy waaruit hele pagina’s zijn uitgescheurd.

Palu Fè werkt niet, althans niet vast, hoewel er voldoende vraag is naar zijn vakmanschap. Fè is een uitstekende draaier, geen draaikont, maar een tovenaar aan de draaibank. Er is niets wat hij niet kan repareren als hij maar in de juiste stemming is. Hij raakt in de juiste stemming op de momenten waarop hij om geld verlegen zit. Veel heeft hij niet nodig. Hij heeft hier en daar ook een paar vriendinnetjes, die hem af en toe wat zakgeld geven.

Pa Ròrò, de vader van Fè, staat elke ochtend om half vijf op en vertrekt precies om vijf uur van huis om te gaan vissen. Dat doet hij sinds mensenheugenis. Zijn weg kruist die van Fè soms, maar dan in de tegenoverstelde richting.
‘Ik rij mee, ik ga je helpen,’ zegt Fè.
‘Om de dooie dood niet,’ antwoordt Pa.
Fè loopt door richting huis en ruikt van verre de verse koffie die Ma gezet heeft. In de keuken staat zijn kopje al klaar, zwart met veel suiker.
‘Je zoon blijft je zoon,’ mompelt Ma tegen een denkbeeldige Pa.
Fè drinkt zijn koffie, eet een broodje en ruimt de keuken op om Ma een plezier te doen. Om zes uur sluit hij zich op in zijn kamer, want dan staat Diana op. Hij blijft in zijn kamer tot acht uur, wanneer Diana vertrokken is naar haar werk en komt dan weer tevoorschijn.

Diana is de oudste dochter van zijn oudste zus, zij is vijfentwintig. Zij heeft in Amsterdam kunst of zoiets gestudeerd en is pas een half jaar terug uit Nederland. Toen zij klein was, was zij een heel joviaal en energiek meisje dat alles durfde. Zij ging vaak met Oom Fè mee naar de mondi om te jagen op totolika’s, tot ongenoegen van haar moeder.

Nu is zij een vreselijke etter, vindt Palu Fè. Zij heeft hem een keer een parasiet genoemd. Fè heeft het woord opgezocht in het schoolwoordenboek van Juny. ‘Iemand die ten koste van anderen leeft’. Fè zou haar een draai om haar oren gegeven hebben, als hij het toen meteen begrepen had.

Diana is er overal mee oneens, als je A zegt, zegt zij B en als je B zegt, zegt zij A. Daar valt geen land mee te bezeilen. En zij weet altijd alles beter dan iedereen. Zij weet hoe de armoede aangepakt moet worden, zij weet hoe je een einde kunt maken aan de corruptie, zij weet hoe de criminaliteit teruggedrongen moet worden. Maar zij weet niet eens haar haren te kammen. Die zien eruit als een ragebol.

‘Ga je haren maar eens kammen, in plaats van te ouwehoeren,’ had Fè laatst tegen haar gezegd.
‘U bent mijn oom en ik respecteer u als zodanig, maar u bent een schande voor de familie. Op uw leeftijd kunt u niet eens op eigen benen staan.’
‘Als Curaçao niet eens op eigen benen kan staan, waarom moet ik het kunnen?’
Zij was des duivels.

K.

Friday, May 15, 2009

Ons tegen ons

Sí tegen nò
Tili tegen Tala
Zwart tegen wit
Rijk tegen arm
Miramondi tegen Miramar
Zoon tegen vader
Baas tegen knecht
Nanzi tegen Sese
Wan tegen Jan
Rum tegen wijn
Kroes tegen kuif
Masbangu tegen haring
Hetero tegen homo
Macho tegen mietje
Pot tegen poot
Nènèn tegen Rèkèntèn
Vriend tegen vriend
Broeder tegen broeder
Blousana tegen blòblò
Ons tegen ons

K.

Sunday, May 3, 2009

Konosé bo Isla 2009-05: Suriname



De gids van de tour in Suriname is een bekende schrijfster.

Vraag: Hoe heet de schrijfster?

E guia di e eskurshon na Sürnam ta un eskritor konosí.

Pregunta: Kon yama e eskritor?

Sluitingsdatum: zondag 7 juni 2009

Prijs: een cadeaubon van The Movies.

Sponsor: Datelnet n.v.

(Het inzenden van het antwoord op de prijsvraag gebeurt via e-mail:

revers@cura.net

of door een reply op de door U ontvangen mail van Learnforfun. De winnaar wordt door loting bepaald uit de goede inzendingen.)

Konosé bo Isla 2009-04: antwoord

Antwoord: Papi Kar’i Apel

Er zijn 37 inzendingen, waarvan 25 goed:

Imo Rosario
Max Martina
M Brooks
Reginald Römer
Edward Nahar
Ethel Mercera
Erich Rene
Levens, Norman
L.J.Chr. Dee
Yolanda Chakoetoe
Debbie Fleming
Winsel Peney
Mayra Griejaloe
Pauline Alfonso
Erwin Sophia
Sharine Martina
Elaine Con
Solange Nijdam
Flavia Vasco de Sousa
Lianne Leonora
Aimee L. Kleinmoedig
Ethleen Alders
Joan Augusta
A Poolen
Daya Lindeborg
Regina v/d Biest
Niels Augusta
Loeki Peters
Carol Dick
Henk L. Braam
Rick Voges
Viola Statia
Madelyn Francisco
Frans Kapteijns
Ini Statia
Verna Lopez
Jules Marchena

Iedereen bedankt voor het meedoen.

De winnares is Elaine Con

De armoedegrens

Dèdè staat pontificaal in de deuropening met een sigaret in haar mond, op de uitkijk naar een slachtoffertje. Ik zie haar en glip een zijsteegje in. Te laat, zij heeft mij gezien.
‘Hé, jij daar, kwajongen, kom eens hier.’
Er zit niets anders op. ‘Goedemiddag, Dèdè.’

Dèdè is een rijzige zwarte vrouw van Engelse afkomst. Zij heeft een lange halfdoorzichtige jurk aan, gescheurd aan de ene kant. De jurk stinkt naar vettige afwaswater. Zij draagt geen beha en haar tieten hangen slap tot op haar buik. Haar grijze vlechtjes wijzen alle kanten uit. Zij praat met de sigaret in haar mond.
‘Waar ga je naar toe?’ vraagt zij, maar wacht niet op antwoord. Zij stopt een kwartje in mijn hand. ‘Koop een kwartje slaolie.’ Ik knik en wil wegrennen.
‘Kwajongen!’ Ik blijf staan. Zij geeft mij een stuiver. ‘Koop ook een snoepje voor jezelf.’
‘Ja, Dèdè,’ antwoord ik blij en ik ren weg.

‘Goede middag’, roep ik al tien minuten aan het venster, maar er is geen teken van leven in het winkeltje. ‘Goede middag, mevrouw,’ roep ik weer.
‘Ja, ja, ik kom, wie schreeuwt daar zo ongeduldig, kan een mens niet even rusten?’ De oude Chichita komt aansloffen. Blijkbaar heb ik haar in haar middagdutje gestoord. Zij kijkt nors. ‘Wat moet het zijn?’
‘Een kwartje slaolie.’
‘Geef mij de fles.’
‘De fles?’ vraag ik met geveinsde verbazing.
‘Waar moet ik de olie anders in doen? In je handen, misschien? Voor wie is de olie?’
‘Voor Dèdè,’ biecht ik op.
‘Dèdè?’ schreeuwt Chichita, ‘die zwarte schurk. Zij is mij meer dan een maand vijf gulden schuldig. Daarom komt zij niet zelf en stuurt onschuldige jongetjes. Zeg haar dat zij zelf moet komen, dan kan ik haar de waarheid vertellen. Het land waar zij vandaan komt, dáár kan zij de mensen bestelen, hier niet. Hier zijn wij niet achterlijk. Hier hebben wij allemaal scholing gehad en eten met mes en vork. Wij lopen ook niet in gescheurde jurken rond...’
Ik hoor haar stem nagalmen in de verte. Zij heeft het kwartje niet teruggeven.

Het belletje van de ijscokar komt dichterbij.
‘Ik heb een stuiver,’ zeg ik tegen Ronnie, de buurjongen.
Ronnie denkt even na en voelt diep in zijn broekzak. ‘Ik heb een dubbeltje,’ zegt hij weifelend en tovert een muntstukje tevoorschijn. Ik bekijk het geldstuk.
‘Dit is een vals dubbeltje,’ zeg ik, ‘van karton.’
‘De Portugees merkt er niks van, hij kan niet eens tellen,’ zegt Ronnie stoer, ‘het is mij eerder gelukt. Probeer jij het maar.’
‘Ik niet,’ antwoord ik, een held op sokken.
‘Kompader, stop,’ roept Ronnie, ‘een ijslolly.’
‘Welke smaak?’ vraagt de ijscoman.
‘Drie kleuren,’ zegt Ronnie en geeft het kartonnen dubbeltje aan de Portugees.
Deze gooit het muntje in het geldbakje, maar hoort niet het vertrouwde rinkelend geluid. Ronnie is al verdwenen. De Portugees grijpt mij in de kraag. ‘Bastardos!’
‘Ik heb een stuiver,’ piep ik, ‘een echte.’

‘Waar ben je al die tijd gebleven?’ vraagt mijn moeder, wanneer ik thuis kom. ‘Dèdè vroeg naar jou. Jij bent slaolie voor haar gaan kopen. Wat is er gebeurd?’
Ik antwoord niet en loop door naar de keuken. Er staat een flesje slaolie op tafel.
‘Breng dit naar Dèdè,’ zegt mijn moeder.
‘Nee, dat doe ik niet,’ antwoord ik vastberaden.
Wanneer ontstijgen wij de armoedegrens?

K.

Friday, May 1, 2009

Sansaña den Sabana



De verkoop van boeken op de vrijmarkt was een succes.

Het boek is te koop bij boekhandel Mensing.

Wednesday, April 29, 2009

Sansaña den Sabana, het nieuwste boek van Kompader (Roy Evers)

‘Sansaña den Sabana’ bevat twee spannende verhalen waar herkenbare figuren in voorkomen. De prachtige foto’s zijn alweer van de bekende kunstenares Ariadne Faries. De redactie was in handen van de taalkundige Reginald Römer.
Het boek is te koop op donderdag 30 april (Koninginnedag) op de vrijmarkt in Punda. Bezoek de kraam van Kompader op de Sha Caprileskade ten westen van de barkjes, tegenover Plasa Jojo Correa.


Het leven van de dieren in Sabana verloopt rustig tot de dag dat Shon Dalia, de rijkste en machtigste papegaai van Sabana, sterft. Zij laat een kist met tien goudklompjes achter. In haar testament staat duidelijk vermeld wat met het goud moet gebeuren. Sabana raakt in rep en roer. Met het goud in het vooruitzicht komt de ware aard van de dieren naar boven. De gebeurtenissen in Sabana lijken verdacht veel op de wereld om ons heen.

In het tweede verhaal in het boek beleeft Shon Ka Kakalaka de schrik van haar leven, wanneer zij onderweg naar huis van haar werk twee vreemde dieren ziet. Zij lopen allebei op twee poten. Het ene dier is langer en forser gebouwd dan het andere. Alleen op hun kop hebben zij haren. Zij houden elkaar vast met de voorpoten en wrijven hun snuiten tegen elkaar. Het kortere dier met lang haar wauwelt aan een stuk door. De dieren in Sabana lachen Shon Ka uit wanneer zij vertelt wat zij gezien heeft, maar sindsdien gebeuren er zeer desastreuze voorvallen in Sabana. Hier moet een eind aan komen.